Het luchtkasteel bestaat toch

Menig kind is tijdens een schoolreisje in Oranjewoud de stuipen op het lijf gejaagd. Die doolhof met lachkabinet is niet meer, maar keert terug in het 'Cultuurtoeristisch Ontwikkelingsplan Oranjewoud'....

EEN luchtkasteel dat toch bestaat.

Eerst leek het er niet te komen. Toen zou het, naar een ontwerp van Aldo van Eyck, uit het water van het Tjeukemeer verrijzen. Een buitenmuseum voor moderne kunst op het Friese platteland? De provincie had liever dat het in de hoofdstad Leeuwarden bleef, geïntegreerd in het verbouwde Fries Museum.

Maar het komt er toch. Kunsthistoricus Thom Mercuur uit Heerenveen is ervan overtuigd. Midden in het grote donkere bos van het Oranjewoud, naar een ontwerp van de Drachtster architect Eerde Schippers. Een simpel, langwerpig gebouw zonder ramen - het licht komt van boven - dat zich als een gigantische rups tussen de eeuwenoude bomen lijkt voort te bewegen.

Het Belvédère Museum voor 20ste Eeuwse Kunst. Waarom nu wel? Omdat er geen sprake meer is van een dependance van het Fries Museum. De basis van de permanente expositie wordt de eigen collectie van Mercuur, een collectie van Friese eenlingen en autodidacten.

Mercuur: 'Het wordt als Insel Hambroich in Neuss bij Düsseldorf. Een museum midden in een oud veengebied dat is omgetoverd tot modern industrieterrein. Te gek. Passend in de omgeving? Vind ik wel. Vergeet niet dat Cézanne wereldberoemd is geworden door te schilderen wat achterin zijn tuin stond.'

Schoenmakers waren het, of winkeliers, boer, loodgieter of los arbeider. Autodidacten met een door God verschaft natuurtalent. Geen Friese School. Slechts hun Friese geboorte hadden ze gemeen, en de drang tot schilderen en tekenen die even vanzelfsprekend was als de noodzaak tot ademen.

Natuurtalent dat in een uithoek niet anders dan in eenzaamheid kon bloeien. Dat zijn eigen taal sprak en identiteit koesterde. Dat ter plaatse moest sterven of gedijen. Straks hangen ze midden in het bos, de mannen die ondanks het isolement een geheimzinnige antenne hadden voor invloeden van buitenaf: het impressionisme, het expressionisme, Da Da, Die Brücke en De Ploeg.

Mannen als Jan Mankes uit Heerenveen, die slechts 31 jaar oud werd, maar een van Nederlands grootste realistische schilders uit het begin van deze eeuw was. Als Thijs Rinsema uit Drachten, een dienstkameraad van Theo van Doesburg. Die bracht duizendpoot Kurt Schwitters naar Drachten, waar Da Da-avonden werden georganiseerd. Zoals ook in Praag en Weimar, Berlijn en Zürich.

Rinsema had een broer, Evert, die dichtte: 'Geeft Uw bloemen, als U bloemen hebt; geleidelijk en langzaam water. Maathouden. Doe het alsof gij 't niet doet; daarbij neuriënd.' Boele Bregman, lyrisch expressionist, dichtte zelf, met - naar nu blijkt - profetische blik: 'De Oranjewoudster bomen; zijn aan m'n bed gekomen; en fluisterden van toen; wat ik eens zou doen.'

Een van de vele relaties die straks dan ook in dit museum voor het volk gelegd zal worden, is die tussen taal en beeld. De expressionist van het Friese land, Gerrit Benner, zal er een plaats krijgen. Appel en Corneille zagen in hem een Cobra-geestverwant, maar dat was een vergissing. Want Benner kon zich niet losmaken van het Friese land. In Amsterdam plakte hij de ramen van zijn atelier dicht om niet door het uitzicht afgeleid te worden. Hij wilde schilderen zoals W. Hussum dichtte.

'Zet het blauw

van de zee

tegen het

blauw van de

hemel veeg

er het wit

van een zeil

in en de

wind steekt op.'

De beide Amelanders, Tames Oud en Leendert Scheltema, een leering van Toorop krijgen er een plek. Oud was stoker, visser, sjouwer, bokser, zwerver en kroegbaas. Hij kwam in Antwerpen terecht waar hij, aldus Mercuur, 'Ameland schilderde zoals Dostojevski over Rusland schreef in Monaco'. En Willem van Althuis, stratemaker, wiens monochrome landschappen, gehuld in blauwe gedachtennevels, tot stilte manen. En Sjoerd de Vries die 'als een spons opzuigt wat er allemaal over Friesland heenwaait'.

HET WORDT niet zomaar een museum in een bos. Het wordt geïntegreerd met andere attracties. Want als er iets is waar Mercuur een broertje dood aan heeft, is het wel dat kunst op een elitaire wijze wordt gebracht. Het museum moet komen te staan aan de voet van de Belvédère, de gerestaureerde dertig meter hoge uitkijktoren in Dudok-stijl. Die bracht Mercuur op het idee van zijn tweede luchtkasteel, ook al omdat zijn overgrootvader de toren bouwde.

Museum en toren maken deel uit van een 'Cultuurtoeristisch Ontwikkelingsplan Oranjewoud'. Waar eens slechts de Nassau's en fellow-travellers uit adellijke kringen konden verpozen, daar moet nu de moderne, veeleisende consument aan zijn trekken komen. En daarom moeten er verschillende bezoekersdoelen komen of nieuw leven worden ingeblazen. Zoals Tjaarda's Doolhof met de speeltuin en lachspiegeltent. De fraaie buitens met hun unieke tuinen. Tjaarda zelf, eens hotel Heidewoud en sinds deze maand met zeventig kamers het grootste hotel- congrescentrum van Friesland.

Mercuur: 'Een dag naar buiten in de bescherming van het bos. Kinderen komen er aan hun trekken terwijl de ouders rustig van kunst genieten. Kinderen willen vaak niet naar een museum. Hier kan het gecombineerd worden. Je bent even afgesloten van de wereld. Het wordt een heel stil museum, waar mensen de confrontatie aangaan met de Friese eenlingen. Herhalingsbezoek is noodzakelijk voor de exploitatie. Dus komen er ook wisselende tentoonstellingen. En kan gewacht worden op de kinderen in een speciaal restaurant met thema-exposities en vakliteratuur.'

Er zijn mindere plekken denkbaar voor zo'n ambitieus project. Oranjewoud heeft een speciale grandeur sinds Albertine Agnes, prinses van Oranje, weduwe van de vierde Friese stadhouder Willem Frederik van Nassau-Dietz en dochter van Frederik Hendrik (zoon van Willem van Oranje) en Amalia van Solms, er in 1676 een bestaand landgoed kocht dat de naam 'Oranjewoud' kreeg. Het gehucht Brongerga was op slag zijn naam kwijt.

Voor seecker vier saten landts, sampt huijsingen, schuijren, hovingen, bomen en plantagiën, beneffens een vierde part van het groot houbos cum annexis betaalde Albertine Agnes 41 duizend Carolusguldens, toen overigens ook al 't stuck 20 stuijvers doende. Zo valt op te maken uit een transcriptie van de koopakte die is opgenomen in Geschiedenis van Oranjewoud.

De schoondochter en kleinzoon van Albertine Agnes, Henriëtte Amalia en Johan Willem Friso, lieten er in het begin van de achttiende eeuw een lustslot bouwen, dat zich kon meten met andere vorstelijke paleizen. Nadat Johan Willem Friso in 1711 bij de Moerdijk was verdronken, liet zijn weduwe Maria Louise van Hessen Kassel - liefkozend Marijke Muoi genoemd door de plaatselijke bewoners - er grote banketten aanrichten en jachtfeesten organiseren.

Haar zoon, de latere stadhouder Willem IV, bracht een groot deel van zijn jeugd op het vorstelijke buiten door. Maar na zijn vertrek naar Den Haag - in 1747 werd hij gekozen als de eerste erfstadhouder van de Verenigde Nederlanden - verloor Leeuwarden zijn glans als Hofstad en werd het stil in Oranjewoud. In het begin van de negentiende eeuw werden 'Oranjewoud' en 'Oranjestein' opgekocht door voorname families, die werden aangetrokken door de faam van het vorstelijke lustoord van weleer.

De Nassaus zijn verdwenen, maar de nieuwe buitens - waaronder 'Oranjestein' - met hun fraaie (Roodbaard-)tuinen en bossen zijn gebleven. Vandaar dat het nieuwe museum straks niet meer zal zijn dan het middelpunt van 'de culturele uitspanning Oranjewoud'. Daarin is ook een belangrijke rol weggelegd voor het nieuwe hotel Tjaarda, dat zijn faciliteiten afstemt op zakenreizigers, vakantiegangers en de lokale bevolking.

WILLEM Andreas Tjaarda gebruikte zijn ervaringen als kelner in het buitenland bij het opzetten van een groot aantal attracties als de serre, de theeschenkerij, de speeltuin, de - huidige - Orangerie, de Belvédère en het labyrint van achtduizend haagbeuken op een uiterst ingewikkelde plattegrond. Een idee dat Tjaarda uit Duitsland haalde en waarmee hij menig kind, dat op schoolreisje Oranjewoud aandeed, de stuipen op het lijf heeft gejaagd.

Het doolhof met lachkabinet is niet meer, maar keert in de plannen van Mercuur en de Stichting Belvédère Museum Oranjewoud (comité van aanbeveling: oud-Heerenvener Wim Duisenberg, president van de Nederlandsche Bank, architecten Aldo en Hannie van Eyck en acteur Rutger Hauer) terug. Omdat het net zo onlosmakelijk met Oranjewoud verbonden is als de Nassaus en de 'Eiffeltoren'.

Mercuur gelooft er in. Meer dan hij ooit in de plannen aan de oevers van het Tjeukemeer heeft geloofd. De gemeente Heerenveen, die van de totale stichtingskosten van ongeveer 3,4 miljoen een half miljoen zal moeten ophoesten, hikt nog tegen de plannen aan. De provincie deelt deze keer het enthousiasme van Mercuur. Wat nodig is om Den Haag, Brussel en sponsoren die gezamenlijk met 2,5 miljoen gulden over de brug moeten komen, te overtuigen.

De gemeente wil het plan eigenlijk buiten de kern van Oranjewoud realiseren, bang als ze is voor lokale protesten die gepaard gaan met ellenlange procedures, en voor parkeerproblemen. Maar Mercuur en de zijnen willen de 'toverformule' van geïntegreerde cultuur-toeristische attracties niet aantasten.

Gekeken wordt nu of de plannen voor Oranjewoud passen in de openbare ruimte die tussen Oranjewoud en De Knipe opnieuw moet worden ingericht, omdat de N 32 naar Zwolle als snelweg een stuk oostelijker komt te liggen. Oranjewoud ligt in de toekomst niet langer tegen Heerenveen aangeplakt, maar maakt er integraal deel van uit.

Ashok Balotra, de architect en stedebouwkundige van Indiase afkomst, van wie wordt gezegd dat hij het Hollandse landschap steeds meer naar zijn hand zet, ontwerpt het plan. Water en bos zullen in elkaar grijpen, de 'wijken' van de vroegere veenkoloniën zullen in ere worden hersteld. 'En hij vindt ons plan daar fantastisch in passen', aldus Mercuur. Het luchtkasteel wordt geen 'schip in het water', maar een 'kijkdoos in het bos'.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden