Het lont-in-het-kruitvatsyndroom

September 1990. Saddam Hussein heeft Koeweit geannexeerd. De Jordaanse koning Hussein vreest de naderende oorlog tegen Irak. ‘Zijn we getuige van een herhaling van de onbezonnen gebeurtenissen van augustus 1914, toen de wereld struikelend in een oorlog verzeild raakte die niemand wilde en niemand kon stoppen?’..

Februari 1994. Er heeft zich een gruwelijke aanslag voorgedaan in Sarajevo. Rusland maant de NAVO niet op eigen houtje tot luchtaanvallen over te gaan. Loop niet in dezelfde val als in 1914 na de moord in Sarajevo op aartshertog Franz Ferdinand en ontketen geen wereldoorlog, waarschuwt minister van Buitenlandse Zaken Kozyrev.

April 1999. De oorlog om Kosovo. In de pers staan weer vergelijkingen met 1914.

Idem in het najaar van 2002, voor een nieuwe oorlog tegen Irak.

Een hele stoet onheilspredikers was de Amerikaanse oud-diplomaat Holbrooke dus voorgegaan, toen hij onlangs naar aanleiding van de oorlog tussen Israël en Hezbollah weer eens de 1914-analogie te voorschijn toverde. Het was een weerzien met alle bekende elementen. De val waarin landen nolens volens verstrikt raken en de kettingreactie, die van een op zichzelf staande gebeurtenis een wereldbrand maakt.

De vergelijking is even populair als sleets. Toch raakte Holbrooke er een gevoelige snaar mee. Die appelleert aan de diep-menselijke angst voor de onbeheersbaarheid van geweld. Elke keer als er bommen vallen of dreigen te vallen in een omgeving vol explosieve conflictstof en in een situatie met veel belanghebbende partijen, speelt het lont-in-het-kruitvatsyndroom op.

Ter geruststelling zou kunnen worden opgemerkt dat de 1914- voorspelling vaak gemaakt is en net zo vaak niet uitgekomen. Daar komt bij dat Holbrooke erg veel conflicthaarden bij elkaar optelt, van het Midden-Oosten tot Zuid- Azië. Holbrooke: ‘Twee volwassen crises, een in Libanon en een in Irak, versmelten tot één noodsituatie. Vrijwel overal tussen Caïro en Bombay zou zich een kettingreactie kunnen voordoen.’ Maar waarom het ene conflict het andere zou kunnen aansteken, legt de ex-diplomaat niet uit.

Voor het Midden-Oosten kun je je daar nog wel iets bij voorstellen. Turkije zou zich door de chaos in Irak geroepen kunnen voelen het noorden van dit land binnen te vallen in de jacht op Koerdische strijders. Alleen: het is zo vaak gezegd en niet gebeurd. Wat Zuid-Azië betreft, zijn er vele redenen waarom India en Pakistan slaags met elkaar zouden kunnen raken. Maar waarom zij daarvoor enige aansporing uit het Midden-Oosten zouden behoeven, is niet duidelijk. Tenzij Holbrooke de wereld ziet als één grote Crazy Horse Saloon: als er twee beginnen te meppen, beginnen zij allemaal.

Laten we echter niet toegeven aan apocalyptische bespiegelingen over ontoombaar geweld in een chaotische wereld, de toestand is al ernstig genoeg. En als we toch naar referentiepunten willen zoeken om de huidige toestand te beoordelen, kan beter worden verwezen naar Camp David-najaar 2000 en Clausewitz.

In Camp David ging de toenmalige Israëlische premier Barak verder dan al zijn voorgangers in het doen van concessies om tot vrede te komen met de Palestijnen. Maar Arafat verwierp ze, omdat hij niet naar huis durfde zonder de toezegging dat alle Palestijnse vluchtelingen terug mochten naar hun vroegere woongebieden. Die demografische zelfmoordpil kon Barak de joodse staat echter niet laten slikken. De goede verstaander wist toen dat de politiek voorlopig was uitgesproken en dat de kans groot was dat vervolgens de wapens zouden spreken, conform Clausewitz’ theorie.

En inderdaad: de Palestijnen begonnen hun tweede intifada, terwijl Israël koos voor de bouw van een muur (ook een vorm van geweld) en voor eenzijdige terugtrekkingen. Die werden door Hezbollah en Hamas beantwoord met ontvoeringen en raketten. De Amerikanen waren intussen Irak binnengevallen. Zo regeerde sinds 2000 het geweld in het Midden-Oosten.

De kunst is nu uit deze duivelscyclus te geraken, weg van de wapens, terug naar het woord. Het aardige van Holbrooke is dan weer dat hij daartoe concrete voorstellen doet en niet blijft steken in de schuldvraag.

Het probleem met Holbrookes voorstellen is wel dat hij de bal vooral bij de Amerikanen legt. Zij moeten dit, zij moeten dat en als het ergens een rotzooitje is, komt dat door hun falen.Te vaak wordt vergeten dat er ook een andere partij is. In dit geval Syrië en Iran, en die zouden wel eens nog onbuigzamer kunnen zijn geworden dan ze al waren, nu ze zich in het kielzog van Hezbollah beschouwen als winnaar van de zomeroorlog van 2006.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden