Het lokaal uit

Scholieren moeten anno 2014 zelfstandig leren en samenwerken. Dat vraagt om flexibele gebouwen: een eenvoudig lokaal met tafels in rijen volstaat niet meer. 'Een school mag er best leuk uitzien.'

Twee scholieren zitten op een felgekleurde bank. De meisjes spreken Engels met een nonchalance alsof ze niet anders gewend zijn. Een van hen, Rosa van der Ven, gebaart naar groepjes leerlingen, her en der verspreid door het vertrek. Ze zitten op tafels, banken of op de grond. 'Voor Engels organiseren we een vakantiebeurs', zegt ze. 'We promoten een plek in Engeland of Schotland die nu te weinig toeristen trekt.' Zij koos voor het Isle of Skye. 'Ken je dat? Dat ligt voor de kust van Schotland.'

Van der Ven gaat naar UniC (uitgesproken als het Engelse unique), een 'eigenzinnige' havo/vwo-school in Utrecht. UniC heeft een eigentijdse onderwijsfilosofie, zegt rector en voormalig geschiedenisleraar Dave Drossaert. Scholieren werken een groot deel van hun tijd zelfstandig of met andere leerlingen aan hun opdrachten en maken veel gebruik van de computer. Met vragen kunnen ze naar de docenten stappen.

'Wij bereiden onze leerlingen voor op de hedendaagse maatschappij', zegt Drossaert in zijn kantoor met uitzicht op de Utrechtse Transwijk. Achter zijn bureau hangt een Rothko-schilderij in posteruitgave. 'Wij besteden veel aandacht aan presenteren, plannen, organiseren en samenwerken. Allemaal vaardigheden die zij straks nodig hebben.'

'Op een reguliere school is alles dicht gepland', zegt de rector. 'Neem het traditionele geschiedenislesboek. Dat begint in de prehistorie, gaat dan door naar de Romeinen, enzovoort. Maar er zijn altijd leerlingen die bovenmatig geïnteresseerd zijn in geschiedenis en daarom al veel meer weten. Die komen bij deze manier van werken niet aan hun trekken. Daarom vinden we dat er op school ook gelegenheid moet zijn om op eigen tempo met de stof aan de slag te gaan en eigen voorkeuren te volgen.'

Bij die onderwijsfilosofie hoort een schoolgebouw dat leerlingen de ruimte geeft, vindt Drossaert. 'Een school mag er best leuk uitzien en moet zo zijn ingericht dat je overal kunt werken.' De muren en meubels van het in 2010 opgeleverde UniC-gebouw zijn daarom diep-oranje, azuurblauw en gifgroen. Door grote ramen schijnt het zonlicht weldadig naar binnen. Een schoolbel is er niet, want het is de verantwoordelijkheid van de scholieren om op tijd het lokaal op te zoeken. Daar zitten ze niet in rijen achter elkaar, maar met zijn vijven rond 'werktafels'.

Het gebouw is erop ingericht dat leerlingen zelfstandig werken. Ze krijgen eerst les in kleine klaslokalen. In grotere ruimten, 'domeinen', gaan ze dan met tientallen tegelijkertijd aan de slag. In groepen bediscussiëren ze opdrachten, zoeken ze naar oplossingen en presenteren en evalueren ze het eindresultaat. Drie leraren lopen langs de tafels om vragen te beantwoorden. De gang staat vol tafels en stoelen en ligt in het verlengde van het klaslokaal.

Flipping the classroom, het klaslokaal omkeren, heet deze vorm van lesgeven in het internationale onderwijsjargon. 'Durven loslaten' en 'vertrouwen' zijn daarbij veel gehoorde termen. Leerlingen bereiden zich zelfstandig en met behulp van YouTube-filmpjes voor op de les. Leraren houden zo meer tijd over voor individuele begeleiding. Drossaert: 'Huiswerk wordt klassenwerk en andersom.'

Kapperszaak of autogarage

Hoewel UniC er haar eigen ideeën over onderwijs op nahoudt, raakt het zelfstandig leren ook op andere scholen in zwang. Ook op vmbo's moeten leerlingen 'zelfontdekkend leren' in een 'levensechte leeromgeving'. Hun lokalen zien er vaak uit als echte werkomgevingen: een kapperszaak of een autogarage. Hier krijgen scholieren een opdracht waaraan ze zelfstandig moeten werken. Ze moeten bijvoorbeeld in groepjes een kapotte auto repareren en verkopen.

Nieuwe leermethoden stellen nieuwe eisen aan schoolgebouwen, zegt architectuurhistoricus Dolf Broekhuizen. 'In nieuwe schoolgebouwen moeten ruimten op één dag voor meerdere doeleinden te gebruiken zijn.' Wat 's middags nog een kantine is, moet 's avonds een aula kunnen zijn. Verstelbare muren maken van klaslokalen in een handomdraai grote examenzalen.

Dat de vraag naar flexibele schoolgebouwen groeit, ziet ook Joost Ector, eigenaar van Ector Hoogstad, het Rotterdamse architectenbureau achter het UniC-gebouw. Met zijn kantoor ontwierp Ector meer schoolgebouwen. Overal viel hem op dat het klassieke klaslokaal uit de gratie raakt. 'Wij spreken eigenlijk alleen nog uit gewoonte van klaslokalen', zegt Ector. 'De huidige lokalen zijn flexibele ruimten waarin leerlingen elkaar kunnen ontmoeten en kunnen samenwerken.'

Het klassikale onderwijs ontstond in de 19de eeuw, in reactie op de overvolle schoolklassen. Destijds was het niet ongebruikelijk dat vijfhonderd leerlingen samengepakt zaten in grote vertrekken. Inefficiënt en onhygiënisch, oordeelden verlichte onderwijsvernieuwers. Zij wilden kleinere klassen, waarin leerlingen waren onderverdeeld naar niveau. Een leraar moest zijn kroost gaan toespreken.

In 1857 werd de maximale klasomvang vastgesteld op zeventig leerlingen per leraar. De gezondheid van scholieren gaf hierbij de doorslag. Ziekten verspreidden zich vliegensvlug als ze met tientallen of meer in de klas zaten. Met te weinig licht en frisse lucht konden ze zich bovendien onmogelijk concentreren. De grens ging in 1878 verder omlaag naar veertig leerlingen.

De hogere eisen gecombineerd met het toenemende aantal schoolgangers deed de vraag naar klaslokalen exploderen. Architecten gingen op zoek naar manieren om lokalen efficiënt en toch volgens de voorschriften te bouwen. Een bekend resultaat is de 'corridor school', waarin één lange gang alle klaslokalen met elkaar verbindt.

Tucht en discipline

'Ouderwetse schoolgebouwen ademen tucht en discipline', zegt architect Ector. 'Je hebt een gang met aan weeszijden lokalen en een gemeenschappelijke aula waar je de kinderen twee keer per dag dumpt.' Dat werkt volgens hem niet meer. 'Het gaat er niet langer om dat kinderen op een droge manier zoveel mogelijk kennis en vaardigheden binnen gelepeld krijgen. Leren is meer dan dat en een schoolgebouw mag daarom ook leuk zijn. Kinderen moeten ruimte krijgen om hun creativiteit de vrije loop te laten.'

Op de begane grond van het UniC-gebouw in Utrecht zit een dertigtal leerlingen verspreid door het ruim opgezette laboratorium. Ze zitten aan hoge, ovaalvormige tafels, in de hoeken staan planten, reageerbuizen en een aquarium vol vissen. Een 'toa' (technisch onderwijs assistent) verwarmt een reageerbuis boven een gasbrander. Biologiedocente Tessa van Stek gaat met haar Apple-laptop naast een meisje zitten.

'We bereidden samen een toets voor', zegt Van Stek in de pauze. Voordat ze bij UniC in dienst ging, gaf Van Stek les op een paar reguliere middelbare scholen in de omgeving van Utrecht. In het splinternieuwe UniC-schoolgebouw heeft ze het naar haar zin. Het is ontspannen, zegt ze, de manier van werken is prettig. 'Leerlingen kunnen zelf kiezen waar ze naartoe gaan: naar de open werkruimte op de derde verdieping bijvoorbeeld of juist naar een stilteruimte waar ze in rust kunnen studeren.'

Aan de andere kant van het gebouw zit Rutger van Ek uit 3-havo. Met zijn vrienden zit hij bovenaan de trap zijn pauze uit. De vrijheid die zijn hypermoderne school hem biedt, vindt hij 'wel best'. En de eigen verantwoordelijkheid? 'Dat leer je wel.' 'Wij moeten heel veel samenwerken. Dat doe je vanzelf. Je merkt het namelijk wel als je niet hard genoeg werkt, want dan heb je veel huiswerk. Dan doe je de volgende keer vanzelf beter je best.'

FRISSE SCHOLEN

'Hoogst eenvoudige gebouwen, meestal laag van verdieping, zonder genoegzame luchtverversching, gewoonlijk te klein en voorzien van steenen vloeren.' Zo omschreef een Amsterdamse leraar zijn vroeg-19de-eeuwse lokaal. De klassen waren overvol en vies, ziekten verspreidden zich vliegensvlug.

Hygiëne is al sinds de 19de eeuw een terugkerend thema in schoolontwerpen. In 2005 nog begon de overheidscampagne 'Frisse Scholen', die de hygiëne en energiezuinigheid op scholen moesten promoten.

Nederlandse schoolgebouwen zijn met een gemiddelde leeftijd van 38 jaar vrij oud. In veel van de oudere gebouwen is vooral frisse lucht een groot probleem, zegt architect Joost Ector. Met dertig leerlingen in een klein lokaal is de zuurstof zo op. Het gevolg: suffe leerlingen. 'Vroeger zette je dan even een raampje open', zegt Ector, 'maar in februari is dat eigenlijk niet wenselijk omdat het lokaal dan snel te koud wordt.' Nieuwe schoolgebouwen beschikken daarom over mechanische ventilatiesystemen die in alle lokalen de lucht verversen.

Ook verbruiken scholen veel energie. Nieuwe gebouwen hebben daarom vaak een 'warmte-koude-opslag'. In putten in het schoolplein stroomt water dat in de zomer opwarmt, zodat het in de winter het schoolgebouw, vaak via een zuinige vloerverwarming, warm houdt. In de zomer biedt water dat in de winter is opgeslagen verkoeling.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden