Het lint, het kussen en de schaar

Mahir Altay is kunstenaar en heeft daarnaast een goede positie bij het ministerie van Cultuur. Want een echte baan is een overheidsbaan, vinden ze in Irak.

Het is even na half tien als Mahir Altay langs het opgeblazen ministerie van Justitie rijdt en stopt bij de controlepost van het ministerie van Cultuur. Hij draait het parkeerterrein op. Twee bewakers helpen hem bij het inparkeren van zijn gloednieuwe Hyundai - kostprijs 30.000 dollar, en zoals dat gaat in Irak contant betaald en niet verzekerd. Mahir is manager exposities bij het ministerie van Cultuur. Vandaag is een belangrijke dag; straks om elf uur opent de minister van cultuur de nieuwe tentoonstelling.


In de centrale hal van het ministerie hangen 140 werken met islamitische kalligrafie. Mahir loopt door naar zijn eigen afdeling die verscholen gaat achter deurhoge prefabmuurtjes. Bij de ingang staat een hele rij schilderijen tegen elkaar op de grond. In de verschillende kantoortjes wachten nog meer bijeengeharkte kunstwerken. Direct links is het kantoor van Mahirs twaalf medewerkers en daarachter dat van hemzelf. Samen zijn ze verantwoordelijk voor alle tentoonstellingen in de centrale hal van het ministerie.


Mahir legt zijn autosleuteltjes op zijn bureau. Aan de prefab-muur hangt een variant op het schilderij 'De Schreeuw' van Edvard Munch. Hij pleegt twee telefoontjes ('het verkeer stond vast op Abu Nawas, maar goed, inmiddels ben ik er') en zet de stereo aan, op het zijdeel van zijn bureau. In de centrale hal begint een klassiek deuntje te spelen.


Mahir is eigenlijk kunstenaar en binnenhuisarchitect. Aan de wand achter zijn bureau hangen acht zelfgemaakte, chroomkleurige kunstwerken.


Hij roept en twee vrouwen snellen toe met ieder een beeldje. Hij haalt het mandje met nepbloemen van de salontafel en plaatst daarop één van de beeldjes. Hij zet een stap achteruit om het resultaat te bekijken en schuift het beeldje dan nog iets vooruit. Als de beeldjes eenmaal goed staan, zegt hij: 'Um Omar, ik wil thee'.


Even later staat er een elektrisch pitje op de grond naast zijn bureau met een ketel water. Um Omar verschijnt weer in de deuropening. 'Zijn de papieren van Shaker al klaar?' vraagt ze. Het tekenen van papieren verlofbriefjes is één van zijn belangrijkste taken. 'Nee, nog niet,' mompelt Mahir. In de personeelskamer wordt druk gediscussieerd over de belangrijkste taak van vandaag: de schaar en het kussentje voor de minister, om straks de tentoonstelling te kunnen openen. 'We hebben het kussen, de schaar. Alles is hier,' zegt Um Omar.


Mahir loopt even naar boven, naar zijn vriend Hassan, de relatiemanager van wat de 'plastic arts department' heet: het departement dat gaat over ceramiek, sculpturen en schilderijen. Ook Hassan is eigenlijk kunstenaar, hij maakt beelden. In zijn glazen kantoor, met uitzicht op veel meer verveeld ogende ambtenaren in andere glazen kantoortjes, staat de televisie hard aan.


Mahir en Hassan zijn opgetogen. Een paar dagen eerder hebben ze een tentoonstelling georganiseerd op de Nederlandse ambassade. Ze hadden dertig schilderijen en sculpturen meegenomen, één per kunstenaar - plus zes van Mahir en vier van Hassan. Alles is verkocht. Daar verdienen ze dubbel aan, want Hassan doet ook nog eens de bemiddeling tussen koper en kunstenaar: '10 procent is voor onze afdeling.'


Overheidsbanen zijn gewild in Irak, vanwege de riante werkuren, de baanzekerheid en omdat er tijdens die schaarse werkuren weinig wordt verwacht van medewerkers. Ambtenaren werken van negen tot twee en Mahir verdient 700 dollar in de maand. Bijna de helft van de Irakezen werkt inmiddels direct of indirect voor de overheid. Het Amerikaanse blad Atlantic Monthly becijferde eerder dit jaar dat Irak, als de prijs voor olie onder de veertig dollar per vat komt, niet meer in staat zal zijn alle salarissen uit te betalen. Veel staatsbedrijven zouden tot wel tien keer meer personeel in huis hebben dan feitelijk nodig.


Het is elf uur geweest, Mahir haast zich terug naar beneden. In de hal is het bezoekerstal al flink aangezwollen. Er lopen zeven cameraploegen rond, waaronder die van Al Hathara TV, de eigen tv-zender van het ministerie van Cultuur. De tentoonstelling is vrij toegankelijk, maar gezien de strenge beveiliging komen eigenlijk alleen de 600 ambtenaren van het ministerie en hun gasten hierop af. Mahir tekent weer een paar verlofbriefjes en praat met bekenden. Een medewerker loopt voorbij met een geel kussentje met schaar met gele strik. Tv-ploegen filmen wat kunstwerken. Het loopt tegen twaalven.


Dan is er commotie. Nog voordat de tv-ploegen zich naar het begin van de tentoonstelling hebben gesneld, heeft de vice-minister de schaar gepakt en het lint doorgeknipt - de minister had blijkbaar geen tijd. Een deskundige gaat met de vice-minister langs de kunstwerken. Mahir kijkt op zijn horloge. Het is half één, de tentoonstelling is geopend. Een mooi moment om naar huis te gaan.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden