Het Limburgs kent uniek toonsysteem: door te 'zingen' tijdens het praten verandert de betekenis van het woord

Limburgers 'zingen' tijdens het praten. Die stijging en daling van toon zijn noodzakelijk, want de betekenis van woorden en zinnen hangt af van toonhoogteverschillen. Andere Nederlanders kunnen daar geen touw aan vastknopen.

Zangeres Beppie Kraft tijdens een concert op het Vrijthof. Ze geldt als de koningin van het Limburgse levenslied. Foto anp

Voor de meeste Nederlanders is een 'haas' een dier. Voor Limburgers staat dat nog te bezien. Zij kunnen die lange 'aa' op twee manieren uitspreken: van hoog naar laag, en dan praten ze inderdaad over een beest. En van laag naar hoog, maar dan betekent het woord 'handschoen'.

Uniek toonsysteem

De vraag is of andere Nederlanders dat Limburgse verschil in uitspraak horen. Taalkundige Stefanie Ramachers onderzocht het waarnemen en begrijpen van toonhoogteverschillen in het Limburgs. Ze promoveert op 31 januari aan de Radboud Universiteit in Nijmegen.

Een 'graaf' is in het Nederlands een adellijk persoon. In het Limburgs ook, als de lange 'aa' wordt uitgesproken van hoog naar laag. Wordt hij uitgesproken van laag naar hoog, dan betekent hetzelfde woord 'graf'. Ramachers stelt dat het Limburgs een uniek toonsysteem kent, waarin deze twee soorten tonen op acht verschillende manieren kunnen worden uitgesproken: 'Het woord móét een bepaalde melodie hebben, en de precieze uitspraak van die melodie is afhankelijk van de plaats ervan in de zin.' Limburgers beheersen die uitspraakvarianten, de zogeheten lexicale tonen, en ze horen die betekenisdragende toonverschillen ook heel goed.

Onzinwoorden

Lexicale toon komt in zestig procent van de talen voor. En dus ook in het Limburgs. Andere Nederlanders horen en begrijpen die tonen echter niet: kennelijk is het een kwestie van ze als kind aanleren. Ramachers onderzocht eerst de waarneming van dit soort verschillen bij 83 Nederlandse en bij 39 Limburgse baby's tot één jaar. Daaruit bleek dat alle kinderen de klankverschuiving horen. Kennelijk verliezen Nederlandse kinderen deze gevoeligheid later.

Ramachers liet vervolgens twintig volwassen Limburgers en twintig andere Nederlanders niet-bestaande onzinwoorden horen die alleen maar verschilden in toonhoogte, om hun gevoeligheid te meten voor toonhoogteverschillen. Limburgers bleken die kleine verschillen significant beter waar te nemen: 'Hun toongevoeligheid is duidelijk beter dan die van andere Nederlanders'. Limburgers zijn er tijdens hun taalontwikkeling op getraind die verschillen waar te nemen.

Roeland van Hout, hoogleraar Taalwetenschap en variatielinguïstiek en niet bij dit onderzoek betrokken, vindt de resultaten van Ramachers van belang. 'Ramachers heeft een begin gemaakt met onderzoeken op welke leeftijd die variatie in lexicale toon nog aan te leren is. In de Limburgse uitspraak van klinkers zit zowel variatie in lengte als in toonhoogte. Niet-Limburgers kunnen soms dat verschil in lengte wel horen, maar het verloop in toonhoogte niet.' Van Hout ziet in deze resultaten een goed startpunt voor verder onderzoek naar lexicale toon.