Achtergrond Elfstedenzwemtocht

Het lijden van Maarten van der Weijden: hedendaagse devotie rond de Friese wateren

De zwemtocht van Maarten van der Weijden was een modern lijdensverhaal. Met toeschouwers langs de oevers die daar graag deelgenoot van wilden zijn.

Maarten van der Weijden moest zijn zwemtocht langs elf Friese steden staken. Foto ANP/Remko de Waal

Het was een meerdaagse hoogmis die werd gecelebreerd op de oevers van de Friese wateren die Maarten van der Weijden bezwom – op weg naar het einddoel dat hij niet zou bereiken. Althans: niet zwemmend. Daardoor kreeg het lijden van Van der Weijden mogelijk nog een diepere betekenis: het werd niet bekroond met een triomfantelijke binnenkomst in Leeuwarden, maar hij moest de strijd even voorbij Bartlehiem staken.

Lijden en triomf passen niet bij elkaar. Het ware lijden is dat van de wielrenner die in het prikkeldraad rijdt en in een gescheurd en bebloed tricot de helletocht hervat – in de wetenschap dat de etappewinst buiten bereik is geraakt. Of, om bij wielrennen te blijven: lijden is Laurent Fignon die bij de Tour de France van 1989 acht seconden te kort kwam voor de eindzege. En het lijden werd ook belichaamd door Maarten van der Weijden, wiens aftocht op een brancard – met ledematen waaruit het bloed was weggetrokken – iets weghad van de kruisaflegging. ‘Na afloop nam zijn Daisy de liggende Maarten in de armen’, schreef Floor Rusman in NRC Handelsblad. ‘Het zag eruit als een piëta, maar dan levend en met vriendin.’

Boetedoening

Van der Weijden zelf, een getuigend liberaal, heeft niet aan God gerefereerd of aan de lijdensverhalen die in de Bijbel zijn opgetekend. Maar de woorden waarmee hij zijn Friese marathon toelichtte, deden nogal Bijbels aan. Als genezen leukemiepatiënt handelde hij uit schuldgevoel – een oer-christelijk sentiment – tegenover de kankerpatiënten die hun ziekte níet hebben overleefd. Hij werd gedreven door dankbaarheid. En hij zocht de pijn door een tocht te zwemmen die bovenmenselijke krachtsinspanningen vereist. Alsof het een boetedoening betrof. Alsof hij door het eigen lijden – een woord dat hij vaak gebruikte – anderen van hun lijden wilde verlossen. Christelijker kun je het bijna niet hebben.

En al die mensen die zijn Via Dolorosa omzoomden? Die vonden het prachtig. Op die ene veteraan van de geschaatste Elfstedentocht na, die op grond van zijn eigen ervaringen uitsloot dat Van der Weijden zwemmend de finish zou halen. Maar verder bestond het publiek, zo leek het, louter uit mensen die het lijden van de zwemmer wilden verlichten door hem aan te moedigen en te voeden.

Deelgenoot van zijn strijd 

Van der Weijden voorzag ruimhartig in hun behoefte aan een hedendaagse, enigszins luidruchtige devotie. Hij zette zich in voor zijn naasten. Hij gaf de toeschouwers het gevoel dat zij deelgenoot waren van zijn strijd. En hij erkende uiteindelijk zijn grenzen. Waarmee hij zijn buitengewone prestatie weer tot enigszins menselijke proporties terugbracht. Zo zien de mensen het graag: in de kern is hun held iemand als zij zelf.

Aan die held worden al snel deugden toegedicht die in de ruwe maatschappelijke werkelijkheid in het gedrang zouden zijn gekomen. Mensen toonden zich ontroerd door zijn onbaatzuchtigheid en door het vertrouwen dat hij hun gaf in de morele reserves van onze samenleving. Op Van der Weijden kunnen zij hun verlangens en hun hoop moeiteloos projecteren. 

Aanraakbare held

De hedendaagse devoten blijven dichtbij huis. Hun toewijding geldt geen hogere macht, maar een aanraakbare held. Diens lijden moet ook een concreet doel dienen, in dit geval een miljoenenbedrag voor de bekostiging van het kankeronderzoek. Bij een Bijbelse figuur als Job, die berustte in zijn lijden en die God niet eens wilde vragen hem daarvan te verlossen, kunnen wij ons niet meer zoveel voorstellen. Laat staan bij gelovigen die zichzelf geselen in de verwachting God daarmee te behagen.

Christenen lijden zodat ze geestelijk kunnen groeien. Daarvan willen de mensen graag getuige zijn. Want lijden heeft een zekere schoonheid. Zonder lijden geen kerkelijke kunst en geen literatuur. En op het lijdensverhaal volgt vaak een wederopstanding. 

De tijd zal leren waaruit die in het geval van Maarten van der Weijden bestaat. Uit een nieuwe Elfstedentocht wellicht. Maar ook dan zullen er maar heel weinig mensen zijn die tegen hem zeggen: ‘Maarten, zou je dat nou wel doen?’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.