Het lijden kan te veel zijn

Zunderdorp en Jonquière vinden dat psychiaters hun taken veronachtzamen voor chronische psychiatrische patiënten met uitzichtloos lijden (Het Betoog, 24 mei)....

De psychiatrie staat als medische discipline in de kinderschoenen, er loopt enorm veel onderzoek naar dwingende biologische factoren die ziekten bepalen en naar de mogelijke aangrijpingspunten voor behandeling. Dat daarom psychiaters uiterst terughoudend zijn met hulp bij zelfdoding, mag voor zich spreken.

Ik schrik ervan dat de schrijvers het wel zonder psychiaters (lees andersdenkenden) kunnen stellen in hun zoektocht naar de toepassing van de wettelijke speelruimte voor hulp bij zelfdoding. Maar sommige ruimte kan beter onbespeeld blijven.

Roland Hoven, psychiater, Bavel

Ik wil niet dood
Het kan zomaar fout gaan in een leven. Neem mij. Ik had een broertje. Hij stierf toen hij vier was. Ik was zeven. Vanaf dat moment raakte ik geobsedeerd door de dood. Op mijn achtste deed ik mijn eerste ‘kinderlijke’ zelfmoordpoging. Tussen mijn twintigste en dertigste volgden er meer. De hele dag was ik met de dood bezig. Ik kocht touwen, sleepkabels en scheepskabels, die ik op mijn kamertje soepel kneedde. Ik ging/durfde niet zonder touw in mijn tas de deur uit. Ook niet naar de supermarkt. Dood, dood. Ik wilde dood. En ik heb er destijds om gesmeekt. Maar daarbij geen hulp gekregen.

Ik wil niet dood
Op mijn drieëntwintigste werd ik opgenomen, depressief en mensenschuw. Zes jaar lang zat ik in verschillende inrichtingen. Het ging van kwaad tot erger. Van vrijwillig tot gedwongen. Ik was onbehandelbaar. Tot op de dag van vandaag leef ik van een wajong-uitkering.

Ik wil niet dood
Ik ben nu 54. Mijn dierbaren waren en zijn me dierbaar. Ze hebben me lief. Ja, ik ben blij dat ik nog leef. Nee, ik wil niet dood, ondanks alle pogingen van vroeger. Maar ik zal nooit zeggen dat ik dankbaar ben dat ik gered ben, dat ik eraan ontsnapt ben. Het is geen voor of tegen, ja of nee.

Ik wil niet dood
Dat brengt me op de euthanasiediscussie van de laatste tijd. Die vind ik onnodig hard. Ik ben voor en ik ben tegen. Zowel de mening van Aleid Truijens als die van Rob Jonquière onderschrijf ik.

Ik wil niet dood
Als ik dood was gegaan, was het goed geweest. Dat meen ik, hoeveel waarde ik dan ook hecht aan mijn leven nu.

Ik wil niet dood
Het leven is me niet aan komen waaien. Ik was en ben een buitenstaander. Er was en er is in geen enkele maatschappij, groep of plaats voor mensen die anders zijn en buiten de boot vallen. Mij is het gelukt er tegen te kunnen. Ik leef. En dat is goed. Maar nogmaals: de dood was ook goed geweest.

Ik wil niet dood
Flip Willemsen, Amsterdam

Gezond
Beste Aleid Truijens en Joost Zwagerman, ik schrijf jullie naar aanleiding van jullie stukken over de vraag Mag ik Dood (Het Betoog, 24 mei, Forum 27 mei). Ik heb een zware depressie overwonnen en ik ben nog steeds chronisch pijnpatiënt. Mijn chronische hoofdpijn is geïntegreerd in een aangepast leven, dat veel geluk kent en zeer waardevol is. Tijdens mijn zware depressie dacht ik daar duidelijk anders over. Ik heb dat mogen overwinnen. Dat beschouw ik niet als eigen verdienste, maar als een stuk geluk. Dat is niet ieder gegeven. Als ervaringsdeskundige weet ik als geen ander hoe het is om alleen te staan, ondanks de warmte van je gezin en al die mooie mensen om je heen.

Gezond
Ik kan me voortellen dat hulpverleners en familie er alles aan doen om levensreddend te handelen, maar ook hulp is niet oneindig en voor een enkeling kan de dood bevrijdend zijn. Ik hoop dat ik oud word, maar als ik oud ben en ik heb na al die jaren nog steeds die klote koppijn, als het licht langzaam uitgaat en ik op iedereen zit te wachten en niemand meer op mij, Aleid Truijens en Joost Zwagerman, mag ik dan een waardig afscheid vragen?

Gezond
Ton Sijm, Wervershoof

Verdriet
Joost en Aleid, jullie beseffen niet dat er meer psychiatrisch leed bestaat dan ‘alleen maar’ een depressie. Wat te denken van een jonge vrouw van 28, drie kleine kinderen, die na een operatieve ingreep een narcosevergiftiging oploopt, die platgespoten wordt overgeheveld naar psychiatrisch ziekenhuis Santpoort.

Verdriet
Nu slijt ze als 74-jarige haar dagen in een psychiatrische kliniek in een mooie bosrijke omgeving. Haar drie kinderen hebben haar al dik twintig jaar niet gezien, haar vier kleinkinderen weten amper van haar bestaan en hebben haar nog nooit gezien.

Verdriet
De enige mensen buiten haar lotgenoten die zij nog ziet, zijn haar twee broers en mij, haar schoonzus. Wij horen ook al tientallen jaren hoe bijzonder het schijnt te zijn dat we blijven komen na 46 jaar. De diagnose die haar gegund is: manische depressiviteit.

Verdriet
Tijdens de manie is zij een gevaar voor zichzelf en haar omgeving. Gelukkig put ze zichzelf in die periode zo uit dat ze binnen een paar weken een depressie ontwikkelt. Zij ligt dan kotsend van ellende in haar bed en bezoek verdraagt ze dan niet. Dan volgt een korte periode van evenwicht en dan realiseert zij zich wat er van haar leven is terechtgekomen. Als familie verdragen wij het verdriet om wat zij dan doormaakt heel moeilijk. Zij is een intelligente vrouw met veel inzicht in de maatschappij en haar situatie.

Verdriet
En weet je, zij praat nooit over dood, heeft er nog geen woord met ons over gewisseld. Zij gaat door.

Verdriet
Ze is 74. Stel dat iemand zoals zij haar arts zou verzoeken te helpen een eind te maken aan deze hel, moet hij dan zeggen: wie weet mevrouw, wordt er de komende jaren nog wel iets nieuws uitgevonden?

Verdriet
Joost en Aleid, houd je mond over zaken waar je niks van snapt.

Verdriet
Jos Verdonk, Nieuw Vennep

Mijn dochter
Iedere keer dat de discussie weer oplaait over hulp bij zelfdoding bij psychiatrische patiënten, komt bij mij de oude pijn in alle hevigheid terug.

Mijn dochter
Mijn dochter is op 39-jarige leeftijd van een flat gesprongen. Zij was twintig jaar onder psychiatrische begeleiding, heeft onnoembaar geleden, had een uitgesproken en constante wens om met hulp een eind aan haar lijden en leven te maken. Zij heeft geen gehoor gekregen bij de gevestigde instanties en moest kiezen voor een eenzaam en gruwelijk einde. Wat was het anders geweest als ze op een zachte manier met de haar vertrouwde mensen bij zich was heengegaan.

Mijn dochter
F. Babeliowsky, Weesp

Humanistisch verzorger
Met ongeveer 25 jaar ervaring als humanistisch geestelijk verzorger in de krijgsmacht, kan ik ter geruststelling van Joost Zwagerman stellen dat humanisme altijd kiest voor leven en levenswaardige omstandigheden. Altijd kiest de humanistisch geestelijk verzorger voor de keuzes die diegene die hij begeleidt, maakt. Zijn die keuzes niet langer te verenigen met het leven, dan zit zijn taak er op, dan kan hij niet langer functioneren als humanistisch geestelijk verzorger.

Humanistisch verzorger
Dat is niet laf, maar de consequentie van de keuze voor leven. Dat er een moment komt dat iemand niet verder wil, is aan hem en aan niemand anders. De onderbouwing doet er zelfs niet toe.

Humanistisch verzorger
Dat Zunderdorp en Jonquière een stap verder gaan, is op zich prima. Alleen moeten ze niet de fout maken de beslissing van iemand die dood wil te faciliteren. Ik onderschrijf hun pleidooi voor verruiming van de wettelijke mogelijkheden. Dit moet naar mijn oordeel in handen blijven van de medische beroepsgroep en niet gaan in de richting van geestelijke verzorgers. Begeleiders hebben al hun handen vol aan het begeleiden bij het verder leven.

Humanistisch verzorger
Jan den Boer, Dronten

Hoe lang moet je lijden?
Joost Zwagerman haalt twee voorbeelden aan van mensen die door een zware depressie heen zijn gekomen. Dat is voor die twee een felicitatie waard. Maar hoe lang moet je lijden tot je van Joost toestemming krijgt om te gaan?

Hoe lang moet je lijden?
Wat je als psychiatrische patiënt zelf vindt is voor Joost niet van belang. Veroordeeld tot levenslang dus. Ik denk dat het leven in het algemeen respect verdient. Maar het lijden niet. Daar moet een einde aan kunnen komen als het te veel wordt.

Hoe lang moet je lijden?
Frits Kleingeld, Arnhem

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden