Het liefste meld ik me ziek, zoals vroeger, toen ik nog een baas had

Leveren zul je, luie lijmsnuiver.

Beeld anp

Het lukt niet. De column, bedoel ik. Wat u leest, is heel laat geschreven - ver na de deadline. Dat heb ik afgebedeld bij de Volkskrant.

Goed, professioneel zijn we dus al dood. Maar kennelijk is er nog een deep deadline, net zoals er onder het internet nog een dieper internet schijnt te zitten. Ik mag dit denk ik niet aan andere columnisten vertellen. Als iedereen te werk zou gaan zoals ik, dan verschenen er voortaan zes kranten op zondag.

Je bent een ei! (Suzy, vanuit de keuken.)

Het komt niet doordat ik te laat ben begonnen. Helemaal niet zelfs, ik was juist vroeg begonnen. Misschien wel te vroeg, dokter. Maar het onderwerp, dat ik dus maar verzwegen laat, ligt me niet. Het is te delicaat. Het wurgt me tijdens het schrijven. Ik was bezig vijf kennissen tegelijk over de kling te jagen - dat schrijft niet lekker voor een man, ben ik achter.

En waarom zou ik ook? Elkander schriftelijk de vriendschap opzeggen, zoals Anton Wachter ooit deed aan Jules Salomons, ik meen in Surrogaten voor Murk Tuinstra, ik dacht rond bladzijde 180, kan altijd nog.

En nu? Ziek melden? Ja, het liefste meld ik me ziek, zoals vroeger, toen ik nog een baas had. Met een klein stemmetje naar Bert Groenman bellen en zeggen dat migraine me getroffen heeft als een bolbliksem. Hachelijke momenten. Liever kreeg ik Brigitte aan de lijn, natuurlijk. Zo heette Berts assistente, een erg invoelende dametje met pikzwarte ogen. 'Zeg kleintje', vroeg Bert graag, 'kun je er nog een beetje doorheen kijken, door die oogjes van je?'

Beeld thinkstock

Op het vwo kon ik mijn moeder nog eens voor de kar spannen. Het is er niet beter op geworden. De rest van de dag bracht je dan door onder de dekens - die waren op de Brechtstraat nog van wol, met katoenen lakens. Ik weet nog dat ik die ochtend alleen een onderbroek aan had - het was vóór de boxershort, in mijn geval althans. Mijn moeder was na haar telefoontje naar onze conrector uit werken gegaan.

Daar lag ik, alleen in mijn nest, te niksen. We hadden die dag gym en twee proefwerken. Waarschijnlijk was ik net begonnen met enig aftrekwerk, toen beneden de deur openging.

Mijn moeder? Een onafzienbare hoeveelheid voetstappen denderden de trap op. Mijn broertjes, op handen en voeten? Ik borg een en ander snel op, en het had niet langer moeten duren, want daar holden alle jongens van mijn gymklas mijn slaapkamer in, trokken de dekens van mijn bed, scandeerden mijn naam, en trimden juichend weer naar buiten.

Boekendloop, heette dat. Voerde inderdaad door de Brechtstraat.

Ik belde net naar de krant om te zeggen dat er geen column kwam.

Waarover ging het dan, wilden ze weten.

Over De Bezige Bij, zei ik, en dat ik het lullig vond van Wieringa en Durlacher, dat ze overstappen naar Robbert Ammerlaan, onze ouwe uitgever. Juist nu Henk Pröpper, de nieuwe, stevig in de lappenmand ligt. Die Ammerlaan moet eens normaal doen - daar ging de column over. Die had gewoon tegen die twee moeten zeggen dat hij zijn opvolger niet gaat lopen dwarsbomen.

Maar dat is toch een mooi onderwerp?

Best. Maar Henk is mijn vriend. En Ammerlaan ook een beetje. Bovendien: ik ben ziek, helaas. Migraine.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden