Het levensverhaal van een stad VN-AMBASSADEUR BIEGMAN SCHILDERT FASCINEREND PORTRET VAN GEWONE NEW YORKERS

IN EEN GLIMP, vanuit de taxi, zag ik haar voorbijfietsen op Sixth Avenue in New York. Een dame, gekleed in galajurk, hoog gezeten op een driewieler....

TIM OVERDIEK

New York is geen stad die je als buitenstaander in een week leert kennen. Maar al te vaak wordt een poging daartoe ondernomen, en niet zelden is die tot mislukken gedoemd. Als eersteling heb je alleen al enkele dagen nodig om het overweldigende gevoel van die urbane razernij tot hanteerbare proporties terug te dringen.

Wie daarna op zoek gaat naar de ziel van New York, struikelt in negen van de tien gevallen over de ondoorgrondelijke buitenkant. Vaste prik: beklimming van het Empire State Building, het World Trade Center, de commerciële verlokkingen op Times Square, het van dichtbij zo teleurstellende Vrijheidsbeeld en de gratis ferry naar Staten Island met het verpletterende uitzicht op downtown Manhattan.

Daar is niks mis mee. Miljarden foto's van die intrigerende uiterlijkheden worden terecht door toeristen van over de hele wereld gekoesterd. Het is echter niet alleen de stedelijke jungle die van New York zo'n fascinerende stad maakt. Het zijn ook, en misschien wel vooral, de mensen die er wonen, leven, doodgaan en een simpele buck trachten te verdienen.

In de vijf jaar dat Nicolaas Biegman er als Nederlands ambassadeur bij de Verenigde Naties fungeerde, heeft hij zijn ogen voor die gewone New Yorker geopend. Of beter, het oog van zijn professionele camera. Een selectie van talloze straatbeelden die hij maakte, is gebundeld in Mainly Manhattan, dat vorige week in de Verenigde Staten verscheen en eind september op de Nederlandse markt wordt gebracht.

De omslag van het 1,3 kilo zware fotoboek geeft Biegmans invalshoek sprekend weer. Een man, wat sullig aandoend, speurt op een straathoek onbekommerd in een stapeltje tweedehands boeken. De foto is genomen op de hoek van Broadway en 12th Street, zoals alle 233 zwart-witte afbeeldingen achter in het boek keurig met plaats, datum, tijdstip en bijbehorende plattegrond zijn geïndexeerd.

Deze nauwgezette verantwoording impliceert de aanzet tot een reisgids, maar dat is Mainly Manhattan niet. Verre van dat zelfs. Biegman heeft, zoals hij het zelf verwoordt, 'zo getrouw mogelijk geprobeerd een portret te schilderen van de mensen in New York'.

New York is allang niet meer de stad zoals Biegman die voor het eerst in 1974 aantrof. 'Toen had New York nog een romantisch aandoende gevaarlijkheid. Er was altijd wel iets met enig risico te beleven. Je had, zoals werd aangeraden, speciaal veertig dollar op zak, zodat een eventuele berover niet boos zou worden wanneer je nauwelijks losgeld bij je had.'

Anno 1997 is New York volgens Biegman 'een normale stad' aan het worden, waarbij 'je niet meer het gevoel hebt door de hel te moeten gaan'. Hij spreekt over 'een leefbare stad, met mensen die veel vriendelijker zijn dan menigeen denkt'. Die bevolkingsgroep krijgt in zijn boek de exclusieve aandacht.

Het is één gezicht van New York, niet hét gezicht. Biegman probeert een vooroordeel de wereld uit te helpen door met zijn impressies te ontkennen dat New Yorkers aan een chronisch gebrek aan menselijk engagement en goede manieren zouden lijden. Hij noemt het zelfs een mythe, maar het is de vraag of dat waar is.

De directe botheid waarmee een deel van de New Yorkers zich onbeschaamd op de borst klopt, bestaat wel degelijk. De onbeleefdheid is simpelweg een ander, misschien te veel benadrukt, gezicht van de stad waar acht miljoen mensen het 24 uur per dag met elkaar moeten doen. Onbeschoftheid is er een veelbeproefd wapen. Niet voor niets luidt een gevleugelde uitdrukking: 'If you don't like it, get out'

Honderdduizenden hebben er 's ochtends vroeg zwaar de pest in, zoals een foto in het hoofdstuk 'Subway' fijntjes verraadt. Een massa mensen verlaat de metro op weg naar het werk, zwijgend, nors, en een gouden New Yorkse regel huldigend: kijk elkaar vooral niet aan. Waarom niet? Voor je het weet, heb je een psychopaat op je dak.

Biegman zegt in het voorwoord dat hij tijdens zijn zoektocht naar menselijke plaatjes Picasso's motto volgde: 'Ik zoek niet, ik vind.' Zo maakte hij inderdaad op soms fascinerende wijze kennis met New Yorks anonieme inwoners. Het lijkt alsof voor de duur van de belichting een vluchtige hand wordt geschud, maar tegelijkertijd wordt voor eeuwig een compleet levensverhaal vastgelegd.

Een veteraan kijkt met omgekeerd gebit naar de camera. Een man op rolschaatsen laat zich in Central Park door zijn hond voorttrekken. Een punker met het kapsel van Miss Liberty. Twee vrouwen roken een sigaret en lezen een tijdschrift. Een rij wachtenden voor een hot-dogstand. Een man leest de krant, vanachter het raam bespied door de fotograaf. Een receptioniste doet haar werk.

Zijn het bijzondere prenten? Niet door de inhoud. Wel door Biegmans vermogen om de alledaagsheid eruit te lichten, die in New York zo makkelijk over het hoofd wordt gezien. Er bestaan legio thematische fotoboeken over de New Yorkse daklozen (bewust door Biegman vermeden: 'te voorspelbaar'), de gebouwen, taxichauffeurs, de historie, de mode, het financiële machtscentrum.

Mainly Manhattan onderscheidt zich door de aandacht voor het soms bizarre detail, dat op het eerste gezicht niet meer is dan een korreltje zand op een immens strand - het valt niet op. Totdat Biegmans camera het in het vizier krijgt. Helaas is elke foto in het boek over twee pagina's uitgespreid. Dat lijkt het beeld door midden te hakken, hetgeen een storend visueel effect veroorzaakt.

Hoewel buitenlandse VN-diplomaten het dezer dagen behoorlijk moeten ontgelden in de New Yorkse publieke opinie, is Biegman van fysieke of verbale lijfstraffen gevrijwaard gebleven. Hij fotografeerde dan ook op persoonlijke titel. Het gebouw van de Verenigde Naties duikt slechts eenmaal op, grijsachtig ergens op de achtergrond.

In vijf jaar tijd was er maar één persoon die principieel bezwaar maakte tegen een foto. Ironisch genoeg was dat een Egyptenaar. Biegman debuteerde in 1990 als (fotograferend) publicist met een boek over het soefisme, de islamitische mystiek die hij als gedreven ambassadeur in Caïro bestudeerde.

De Egyptische immigrant moest niets weten van Biegmans Leica R3. Het was tegen diens geloof om op een foto te worden afgebeeld. 'Als ik je dit laat doen, en ik sterf, dan verschijn ik voor Gods troon, en hij zal me vragen: waarom heb je deze man toegestaan een foto van je te nemen?', legde de man uit. Biegman begreep dat hij dat risico beter niet kon nemen, en wenste hem een prettige dag.

Tim Overdiek

Nicolaas Biegman: Mainly Manhattan.

Goose Press; 512 pagina's; ¿ 79,50.

ISBN 90 71570 55 X.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden