Het leven was een groot feest

Door Peter BrusseAl op school wilde iedereen bevriend zijn met Jan Posch, de ‘grote weemoedige clown’, die Hans van Mierlo, Marcel van Dam en Harry Mulisch tot zijn vriendenkring mocht rekenen....

Jan Posch, op vrijdag 18 mei op 71-jarige leeftijd overleden, was een markant en blijmoedig notaris, een getalenteerd amateurtoneelspeler, cabaretier en zanger. Hij was president-commissaris van Theater Carré en lid van de Herenclub met illustere leden als Hans van Mierlo, Cees Nooteboom en Marcel van Dam. Medelid en vriend Harry Mulisch zei: ‘Als Jan binnenkomt, gaat het licht aan.’ Mulisch vergeleek hem in de begrafenistoespraak met een putto, ‘een blote, vliegende baby van enorme afmetingen’.

Jan Posch was een allerbeminnelijkste, slordige reus die graag iedereen helpen wou. Hij bekommerde zich om de pensioenen van acteurs, woonde in Laren en was bestuurslid van talloze stichtingen en verenigingen als het Nationaal Jeugdorkest, de Prins Willem Alexander-manege (waar gehandicapte kinderen paardrijden), het Singer Museum en Theater, de Stichting Laren Jazz, VVV Amsterdam, de Karel Appel Foundation en de Rijwielpadenvereniging. In 1971 ontving hij uit handen van Prins Bernhard de Zilveren Anjer. Hij was veilingnotaris bij Sotheby’s en hulpsinterklaas op de Larense Montessorischool.

Hij werd in Naarden geboren. Zijn vader was notaris in Amsterdam. Jan was enig kind en al op het Willem de Zwijgercollege wilde iedereen zijn vriend zijn. Hij reed op een Lambretta en ging in Amsterdam rechten studeren; werd lid van het corps, bracht het tot voorzitter van de senaat en wilde roeien bij Nereus. Het werd geen succes. Hij was er niet voor gebouwd. De boot zonk. Hij ontdekte het toneel en cabaret. Via zijn vader, de notaris van Wim Sonneveld, kreeg hij vrijkaartjes. Jan werd bevriend met Sonneveld, reed hem naar voorstellingen en ging van de weeromstuit spelen in de Amsterdamse Studententoneelvereniging. Na zijn studie ging hij naar Parijs om Frans te leren. Daar kwam hij Hans van Mierlo tegen, die hij vanuit Amsterdam kende. Van Mierlo had van een oom een enveloppe met 400 gulden gekregen met de uitdrukkelijke bepaling het geld alleen aan champagne uit te geven. Dat is gebeurd, de twee werden vrienden voor het leven.

Jan volgde zijn vader op als notaris (bij Loeff & Van der Ploeg) en heeft de inrichting van diens kantoor met het antieke bureau, de schilderijen en spotprenten over het notariaat nooit willen veranderen. Hij specialiseerde zich in familiezaken, arme sloebers rekende hij geen cent. Maar hij kon een fles wijn open trekken met: ‘Dit moet een bijzondere wijn zijn, gekregen van een cliënt die me heel dankbaar is.’ Hij werkte hard, zag het als zijn plicht de publieke zaak te dienen en ontpopte zich als de ideale bestuurder en bruggenbouwer. Hij was niet alleen de notaris op de jaarvergaderingen van Heineken, maar was ook de bemiddelaar na diens ontvoering.

Hij had een bijna wanhopige behoefte aan warmte en liefde, maakte van het leven een groot feest, speelde glansrollen bij toneelvereniging De Papegaai, maar op toneel was overspel leuker dan thuis. Twee vrouwen was te veel, zijn huwelijk strandde, hij was diep ongelukkig, maar bleef de lieve ex. Conflicten woof hij weg, de remedie voor alle problemen was: lekker eten in een nieuw restaurantje. Hij rookte sigaren en kon als geen ander kringetjes blazen.

Jan Posch, de gulle man met de bulderende lach, was ieders warme, dierbare vriend. Zijn vrouw noemde hem ‘mijn grote, weemoedige clown’.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden