Column

Het leven van een ganzenvergasser

Column in Lelystad

Waarom we zo emotioneel doen over dieren.

Ganzen opdrijven, in de aanhanger, gas erop en dood.

Een gans de nek omdraaien is een handeling. Twee handen om die nek en 'plop', dat is wat je hoort, en dat is wat je voelt. Geen 'krak'.

Een vos krijgt de kogel.

Een duif een schietnet, en 'plop'.

Een huiskraai liquideer je met een luchtbuks.

Arie is daar eenvoudig in. Duizend ganzen per dag de nek omdraaien is te doen, maar koolzuurgas is sneller. Ganzen opdrijven naar de kraal, in de aanhanger, klep dicht, gas erop en dood. Arie geeft ze weg aan poelier Van Meel - de gans in het restaurant is een vergaste gans. Soms eet hij ze zelf.

Hij houdt van de natuur. Als hij dit niet deed, was hij boswachter geworden. Een hooiwagen een poot uittrekken, daar kan hij niet tegen. Maar de mens, zegt Arie, is losgekomen van de natuur. 'We zijn watjes geworden.' Ligt er een walvis op apegapen, dan geven we hem een naam: Johannes. Terwijl die dood beter af is. 'Hoe denk je dat de natuur onderling is?'

Het dierlijke uit de mens en het menselijke in het dier - daarvoor moet je niet bij Arie wezen.

Arie den Hertog van Duke Faunabeheer (Hertog = Duke) is de enige ganzenvergasser van Nederland. Vader Dick begon het bedrijf; die deed de groenvoorziening op Schiphol en ving er vogels. Nu is het meer dan dat. Voor duiven, huiskraaien, mollen, meeuwen, kauwen, vossen en de mus van Domino Day: iedereen belt Arie, verdelger van plaaggedierte, zijn map met ontheffingen is dik. Vanaf dit seizoen mag hij in heel Nederland ganzen vergassen - vorig jaar elfduizend, dit jaar dus meer. En het seizoen begint nu. Het is meer dan een bedrijf, hij zegt: 'ik bén dit werk'. Op zijn achtste de eerste nek omgedraaid, 'plop'. Het doden is niet het mooie. Het mooie is alles weten van de natuur. Wat grauwe ganzen eten, denken, doen. 'Die zijn zó slim, echt prachtig.'

Groene loods op een industrieterrein. Vangkooien en kastvallen. Klemmen en slagnetten. Hagelpatronen en windbuksen. Twee gaskamers op wielen. Opent de deur van die mobiele gaskamer en stapt naar binnen - klim erin joh, maar het hoeft niet hoor. Arie kent de gêne die hem zelf vreemd is. Regelmatig nog wordt hij nazi genoemd. Begrijpt hij goed, dat mensen het moeilijk vinden, maar als hij daar respect voor heeft, 'heb dan ook respect voor mij'.

De mensen die hem haten zijn vaak mensen die op zondagmiddag een rondje in het bos lopen en de rest van hun tijd doorbrengen achter een beeldscherm. 'Die komen niet op kaalgevreten weilanden. Er is geen kennis der natuur .'

Huiskraaien liquideert Arie den Hertog met een luchtbuks.

Het moet mooi zijn te denken zoals hij: twijfelloos. En de omgang met dieren is inderdaad een wonderlijke: we eten ze op en knuffelen ze dood - de dierenarts bood laatst chemotherapie aan voor mijn demente kater: voor duizend euro doen ze dat in België. Afmaken noemt hij euthanaseren.

Maar dan begint Arie over brandganzen, en denk ik aan Maarten Loonen, de man die ik op Spitsbergen aan het werk zag. Die daar zomer na zomer brandganzen in kaart brengt tot het vrienden zijn. Ik bel hem. Dat vergassen, zegt Maarten, 'het doet me zeer'. Het is de meest humane, nouja, diervriendelijke manier. Maar we hebben Nederland zelf tot ganzenland gemaakt, met onze opgevoerde weilanden, en nu moeten ze dood: slachtoffers van succes.

Hij noemt het 'karaktermoord'. Die ganzen hebben niks gedaan, die doen wat de natuur doet: veranderen. Het laat zien dat we verdomd weinig vertrouwen hebben in die natuur, want die kan heus wel terugveranderen. Maar er is een probleem en dat moeten we 'managen' en nu we dat doen, moeten we blijven managen. Er is geen weg terug.

Maarten zegt: de mens is het probleem, niet het dier.

Arie zegt: 'Je kunt van de natuur houden en dieren afmaken tegelijk.' Hij had twee tamme ganzen in de achtertuin. De vos vrat ze op. Hij ving de vos en die kreeg de kogel. 'De jager schiet de jager.'

Arie haalt een geweer uit zijn wapenkast en legt hem over zijn schouder. Het lijkt me prettig om een geweer zo liefdevol over je schouder te kunnen leggen. Zoals ze dat ook doen in de romans van David Vann, de Amerikaanse schrijver die opgroeide in kruitdamp. In Goat Mountain schiet een jagende jongen per ongeluk een stroper; die wordt als een hertenbok aan kettingen omhoog getakeld om leeg te bloeden. 'Ik háát wapens', zei Vann een tijdje terug in Amsterdam - hij komt uit een familie waar geweld tegen dieren en tegen mensen gelijk op gaat.

Maarten Loonen zegt: 'Ik ben misschien een watje, maar we kunnen niet meer de jager zijn die we waren. Daarvoor zijn we als mens te machtig geworden.'

Ook een vos kreeg de kogel. Hij had Arie's ganzen opgegeten.
Meer over