'Het leven kwam onstuimig op Rosita af'

Cornald Maas in gesprek met Margje Steenbeek-Hugenholtz (72), oud-docent beeldende vorming, uit Amersfoort. Zij is de moeder van schrijfster Rosita Steenbeek (47)....

'Ik heb altijd het gevoel gehad dat Rosita vooral een kind van mijn man was; in vele opzichten. Ze is net zo sociaal als hij, ze is net zo van het woord - mijn man doceerde als neerlandicus aan de universiteit - ze kan net zo driftig zijn. Dan liet ze hem een manuscript lezen van een vriend, zag ze zijn wenkbrauw verkeerd staan, zei ze: 'Ik zíé* 't al', en smeet ze woedend de boel in de lucht. En haar vader gaf haar dan met een van zijn sloffen een klap op de kont en rende naar de keuken om met een schuursponsje haar tranen af te vegen. Het volgende moment zaten ze samen vreselijk te lachen. Ze hing aan zijn lippen, bij alles wat hij zei. Hij was de provocateur die zijn kinderen graag wakker hield om ze zo vast weerbaar te maken voor de grote wijde wereld. Rosita is, net als hij, nooit ergens bang voor geweest - hooguit was ze bang dat hij of ik dood zou gaan. Een van de allereerste zinnetjes die ze, boven aan de glijbaan, uitsprak was: 'Ik durft wél.'

Bewonderenswaardig vind ik dat ze de dingen neemt zoals ze zijn. Dat kan een groot voordeel zijn. Rosita heeft ettelijke rampen meegemaakt in haar leven. Op dat soort momenten aanvaardt ze, met open blik, wat haar overkomt, in berusting bijna. Op haar 13de kreeg ze een hersenbloeding, ze moest vreselijke onderzoeken ondergaan, maar ze stelde ons gerust als we op bezoek kwamen - 'Dat doen ze voor de zekerheid'. De neuroloog roemde haar intussen vanwege de energie en de pret die ze met zich meebracht. Dat heeft Rosita altijd gehad: dat ze optimistisch blijft, dat ze heel erg met de dood leeft en dat ze daar nuchter en niet-kwezelachtig over praat.

Verzoening met het onvermijdelijke bleek lastig toen mijn man ziek werd en uiteindelijk, nu vier jaar geleden, overleed. Korte tijd later belde onze neef Tado - hij wilde ons een verwenetentje bereiden en hij zou ons komen halen en brengen. Op de terugweg is hij onwel geraakt, zijn auto raakte van de weg en het eerstvolgende dat ik me herinner is dat ik wakker werd op de intensive care in Utrecht. Ik had alles gebroken wat er te breken viel: mijn nek, mijn bekken, mijn been. Ik had last van waanbeelden; praten kon ik niet - nog altijd klink ik als een schorre kip. Rosita, die haar rug had gebroken, en ik lagen naast elkaar; ik nog onwetend van het feit dat Tado het ongeluk niet overleefd had, Rosita in volle bewustzijn van wat ons overkomen was, en vaak met een klein boekje op haar bed, waarin ze aantekeningen maakte. Zij hield me constant in de gaten, zij waakte over mij, zij was de moeder die steeds weer voor me opkwam.

Ruim vier maanden bleef ik er, nog eens vierenhalve maand moest ik revalideren - en al die tijd waren mijn vier kinderen, Rosita, Catherine, Mathilde en Onno, mijn grote steun en toeverlaat. Ik schikte me, in navolging van Rosita, in mijn lot. Ik kreeg in zekere zin ook een andere kijk op het leven en dat was een louterende ervaring. Rosita heeft dat heel mooi beschreven in haar boek Intensive care, dat ze aan mij heeft opgedragen.

Dat zij schrijfster zou worden heb ik lange tijd niet vermoed. Ik dacht dat Rosita, met haar passie voor het onvoorspelbare en haar gevoel voor drama, voor het theater zou kiezen. Er gebeurt altijd iets als Rosita in de buurt is; dat was vroeger al zo. Ze imiteerde haar tante, met een doekje om haar hoofd, ze trommelde haar zusjes op om 's nachts elfjes te gaan zoeken. Als ze er even niet was, verzuchtten haar zusjes: 'Het is wel rustig nu, maar ook een beetje saai.'

Mijn man zei het vroeger steeds: 'Stuur mij nooit een ansicht vanaf de camping met daarop de tekst dat het er leuk is. Als je schrijft is de waarheid niet belangrijk. Als je geen avonturen beleeft, verzin je ze maar.' Over Rosita hoefde hij zich wat dat betreft geen zorgen te maken - het leven kwam immer onstuimig op haar af, zozeer zelfs dat ze uiteindelijk inzag dat al haar dagboekaantekeningen ook de grondstof voor romans zouden kunnen zijn.

Veel van haar inspiratie doet ze op in Rome, waar ze het grootste deel van het jaar woont, waar de Italianen zonder voorbehoud zijn, en spontaan in de omgang, niet zo snel oordelen, en, net als Rosita, de kunst van het improviseren koesteren. Hier in Nederland zit ze een beetje terzijde van het leven; hier, in de studeerkamer van haar vader, voltooit ze de boeken waarvan ze het grootste deel in Rome geschreven heeft.

Nu mijn man er niet meer is, en Rosita en ik meer dan ooit intensief samen zijn, merk ik veel duidelijker dan vroeger dat ze een kind van mij is. Afgelopen zomer zijn we zes weken op reis geweest, zonder enige vorm van spanning, zonder ruzie. We hebben gewandeld in de buurt van Auvers, waar Vincent van Gogh de laatste maanden van zijn leven woonde. Daar stonden we oog in ogen met de korenvelden, waren we onder de indruk van de schoonheid ervan en verwonderden we ons erover dat iemand in zo'n schitterende omgeving toch zo wanhopig kan zijn als Van Gogh. We denken en voelen dan hetzelfde zonder dat we dat uitspreken.

De nacht nadat mijn man overleden was, kroop Rosita, zonder enig commentaar, naast me in bed, en dat is sindsdien niet meer veranderd: als we samen zijn, ligt ze op de plek van mijn man. Ze is, al met al, net als haar zusjes en broer, een geweldige troost in mijn leven. Natuurlijk, ik ben trots op wat ze bereikt heeft, en ik lees haar boeken graag. Maar nóg trotser ben ik op het feit dat ze zo fideel en zorgzaam is.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden