'Het leven heeft me nogal bestookt'

57 is hij, maar oud voelde zanger-dichter Huub van der Lubbe zich eigenlijk nooit. Nu wel, ineens. En dat leidt tot weinig vrolijk stemmende gedachtespinsels.

De televisie heeft Huub van der Lubbe twee jaar geleden de deur uitgedaan, nadat het apparaat was ontploft. Een verademing. Eindelijk verlost van de verschrikkelijke beelden die maar door zijn hoofd bleven razen. Raakte hij in zo'n Amerikaans programma verzeild: 'Zag ik hoe een politiehelikopter een man op een gestolen motor achtervolgt. Die man rijdt knalhard, 120 kilometer per uur, op een truck met oplegger. Bam. Hij wordt meters de lucht in geslingerd, valt neer, staat ineens op, begint te schelden tegen de politie en valt weer neer. Na een half jaar dacht ik nog aan zo'n uitzending. Waarom reed die man maar door? Waarom stond hij op? Waarom wil je scheldend doodgaan?'

Daarvoor zei de voorman van De Dijk, al dertig jaar een van Nederlands geliefdste bands: 'Ik leef in een waanwereld. Ik omring me het liefst met dingen die ik mooi vind. Mooie gedichten, boeken, verhalen. De rest kan me gestolen worden.'

Wat natuurlijk niet waar is. 'Nou.'

Tegenwoordig durft de zanger, tekstschrijver en acteur zichzelf ook dichter te noemen. Drie van zijn gedichten zijn opgenomen in de bloemlezing van Gerrit Komrij. Zijn derde bundel is afgelopen week verschenen: Guichelheil.

Een melancholiek boek. 'Er zit een hoop dood in, en ook wel de verzoening daarmee. Daar had ik bij mijn eerste bundel zelfs nog niet aan durven denken. Toen was ik nog ervan overtuigd: als je maar heel hard roept dat je niet doodgaat, gebeurt het ook niet. Dat zal ik nu niet meer zeggen. Het leven heeft me in positieve, maar ook in negatieve zin nogal bestookt.'

Gestaag Volharden Overwint (GVO) heette de voetbalclub in Krommenie waarbij boekhouderszoon en gymnasiumbètaleerling Huub speelde. 'Achteraf denk ik: dat is mijn leidraad geworden. Ik heb altijd geloofd in de lange weg. Ook wel omdat ik weet dat ik niet zo'n opvallend talent heb. Ik bedoel: ik ben geen Julio Iglesias, qua stem. Het heeft bij mij altijd van het werken moeten komen.

'Talent is ook een vorm van heel graag willen. Toen ik begon te zingen, bakte ik er niet veel van. Maar ik wilde zo ontzettend graag.'

Waarom? 'Die aandacht. Iedereen kijkt naar je. Opvallen, dat heb ik me van jongs af aan voorgenomen. Als kind droomde ik al over het circus. De trapeze. Of clown. Ik oefende op straat. Dan ging ik hard steppen en liet ik me vlak voor zo'n moederachtige vrouw vallen, die schrok: oh wat gebeurt hier? Ik vond het mooi om stoer overeind te springen: niks aan de hand.

'Op mijn 10de verhuisden mijn ouders naar Krommenie. Ik kwam daar al vrij snel in het eerste elftal terecht. Dat maakte me in het dorp een geziene jongen. Daar hield ik wel van, daar was ik altijd al mee bezig. Je voelt je gekoesterd: iedereen let op je. 'Huippie, moet je niet naar bed?' En: 'Jammer hè, van afgelopen zondag.'

'Op een gegeven moment werd het ook wel beklemmend. Het ging alleen nog maar over die twee punten voor een wedstrijd. En ik begon aan mijn studie Nederlands. Die twee werelden stonden toch wel erg ver van elkaar af.'

Wanneer kwam het zingen? 'Ik wilde zingen hè, dat is iets anders. Het ziet eruit alsof je er niks voor hoeft te doen, en ja: je krijgt alle aandacht. Vanaf de middelbare school zat ik al in allerlei bandjes. Zingen leek voor mij de enige mogelijkheid, omdat je daar geen instrument voor hoefde te spelen. Wat ik wel kon, toen ik me meldde bij vrienden die bezig waren De Dijk op te zetten: de sfeer maken, het publiek onderhouden, tussendoor wat leuks vertellen. Daar waren die jongens bij gebaat - vraag ze niet wat door een microfoon te zeggen.'

Geen praters. 'Nee. We zijn ook als band onder elkaar geen grote praters. Op de terugweg, na een optreden, praten we nog het meest. Over nieuwe plannen. Samen iets maken: ik vind het een geschenk, als je dat kunt. Daar moet je ook zuinig op zijn, dat mag je niet verkwanselen. Zo denkt de hele groep. Muziek telt zwaar. Muziek is bijna een heilige zaak.'

Jullie doen het nu al dertig jaar, van jonge rockers naar oude rockers. Hoe is dat leven veranderd? Lichte irritatie. 'Nou ja, God, ja. Het is minder spectaculair dan je zou denken. Je wordt gewoon ouder. Toen onze dochter Mira werd geboren, 23 jaar geleden, had ik even zo'n moment: 'Nu ben ik niet meer die rockmuzikant die ik was. Nu is er iets afgelopen.' Want bij dat beeld hoorde niet dat ik 's ochtends mijn kind naar de crèche bracht.'

Was je vroeger ook een echte jonge rocker? 'Ik weet niet wat dat is, hoor. We speelden veel en als we daarmee klaar waren gingen we naar de kroeg. Je had het verdiend, je was muzikant, wie deed je wat? We waren voornamelijk bezig. En niet met rocker zijn. Met liedjes maken. Optreden. Iets mooiers was er niet.

'Wat is veranderd zijn de onderwerpen. Onze eerste plaat was een drank- en vrouwenplaat. Na de geboorte van Mira dacht ik: ik kan niet schrijven waar het normaal over gaat. Dat het vrijdagavond is, dat je betaald hebt gekregen en met je vrienden op stap gaat, achter de meiden aan. Dus daar was ik even benauwd voor. Maar vervolgens maakte ik Wakker in een vreemde wereld, ons eerste succesvolle album. Ineens deed ik mijn ogen open voor de werkelijkheid. Vanaf het moment dat je een kind krijgt, weet je feilloos onderscheid te maken tussen zin en onzin.

'Kom maar op, wat is er nog meer, heb ik lang gedacht, in mijn jeugdigheid. Altijd kwam ik tijd tekort. Ik omhelsde de volheid van het leven. Geregeld leven is een stap daarna.'

Je kijkt er ironisch bij. 'Het is de titel van een gedicht. Omdat dat maar niet lukt. Er is te veel gebeurd.'

Hij praat zoekend, met af en toe lange stilten tussen zijn zinnen.

Zijn vrouw is Teuntje Klinkenberg, dochter van de controversiële communist. Een paar jaar na de geboorte van Mira kreeg ze borstkanker. De afgelopen decennia kwam de ziekte nog twee keer terug. Haar borsten moesten worden geamputeerd.

Augustus 2008 overleed zijn jongere broer Harald aan een hartstilstand, op 52-jarige leeftijd. De decorbouwer was de vroegere lichtman van De Dijk, getrouwd met actrice Loes Luca.

'Dertig jaar geleden zou ik over zijn dood vreselijk kwaad geweest zijn. Nu dacht ik geen moment: waarom nou? Het ís zo. En als je er nog bent en er nog te leven valt, moet je dat ook goed doen. Eruit halen wat erin zit, dat is een dure plicht aan het leven. En verder Ik weet niet wat ik daar verder Er valt ook niet zoveel over te zeggen, verder.'

Misschien wil je er ook niet te veel bij stilstaan. 'Ik weet het werkelijk niet. Behalve dat het me heel erg spijt voor zijn kinderen die hem zo ontzettend missen, en voor Loes. Het spijt me ook dat er iets uit elkaar is gevallen dat zo mooi was. Maar zo is het leven. De hele boel flikkert in elkaar, op een gegeven moment. Dat zijn natuurlijke processen. Die de mensen niet op allerlei idiote manieren nog een handje moeten helpen door de boel te vervuilen en oorlogen te voeren. '

Hoe praten jullie onderling over zijn dood, als familie? 'Ik weet eigenlijk niet hoe mijn andere broers ertegenaan kijken. Ik weet wel dat mijn oudste zus er zelf ook een intens verdriet van heeft. Die voelt het als een gat dat is geslagen.'

En jij hebt dat dus niet, op die manier. 'Nee.'

Alsof je je vrij gemakkelijk kunt neerleggen bij onvermijdelijkheid. 'Wat moet ik anders doen? In de put gaan zitten?'

Dat is rationeel beredeneerd. 'Ik sta er ook wel van te kijken. Maar het grootste verdriet voel ik voor de anderen. Bij de begrafenis heb ik een gedicht voorgelezen. Dat beschrijft eigenlijk hoe we het er nooit over hadden - hoeveel we van elkaar houden. En dat gold eigenlijk voor de hele familie, zeker voor de jongens. Het was maar gekkigheid hè, om dat te uit spreken. Maar daarom was het er nog wel. We waren allemaal veel te druk. Twee keer per jaar zagen we elkaar. Dan omhelsden we elkaar en dat ging meteen veel te heftig: krak, botsen, met die harde hoofden.

'In het gedicht vertel ik dat we altijd dachten: het moment dat we zeggen hoeveel we van elkaar houden komt nog wel. Maar daar is het nu te laat voor. Is dat zo erg? We hebben het wel al die tijd gevoeld.'

Ineens: 'Dat is de fase waarin ik nu zit: alles houdt op. Ik heb er nog geen antwoord op. Wat nu, als alles ophoudt? Ik ben 57. Ik was niet van plan er zelf uit te stappen. Ik moet ernstig wat gaan verzinnen. Ik weet het even niet. Misschien is dat wel een nawee van de dood van Harald en de borstkankeraffaires van Teuntje.'

Het verdringen lukt niet meer. 'Ik ben ook zo druk bezig geweest, de hele tijd. Alles was behoorlijk dichtgespijkerd. En ik moest ook nog aan dit boek werken. Deadlinedeadline. De middag voor mijn laatste optreden crashte mijn computer, met boek erin en alles. Toen wist ik het allemaal niet meer.'

Wanneer crashte de computer? Op plechtige toon: 'Op 21 februari 2010.' Dan: 'Ik was hevig uit mijn doen. Dat kan natuurlijk niet van een crashende computer komen. Het heeft me wel aan het denken gezet. Ik was ook niet te genieten. Nu is dat wel vaker zo, maar deze keer was het exceptioneel.'

Thuis, of bij de band? 'Thuis. Dan zeg ik niks meer. Ik zeg toch al minder dan Teuntje zou willen, maar toen ging het luik dicht. Ik voelde me genomen, door het leven. Ik mag graag denken van mezelf dat ik een enorme bofkont ben.'

En dat zeg je ook vaak. 'Maar toen dacht ik: wat nou bofkont. Ik voel me genomen. Dat is een vervelend gevoel. Hoe kom je daaruit? Ik weet het niet.' Hij denkt na. 'Er moet iets verzonnen worden. Er moet weer iets bij.'

Persoonlijk of professioneel? 'In dit werk lopen je persoonlijke en je professionele leven door elkaar heen. Als ik privé niet meer weet hoe het moet, vind ik in mijn werk wel een nieuwe schots om op over te stappen. Die brengt me dan verlichting. Maar nu heb ik even niet in de smiezen hoe het verder moet. Het is nu allemaal een beetje gewoon. En dat heb ik juist nooit gewild: gewoon.'

Tegen zichzelf: 'Waar heb ik het over? We spelen volop met De Dijk, er komt een bundel uit, ik heb net een theatertour gedaan en meneer vindt het gewoon. Dan klopt er iets niet.'

Omdat je door het overlijden van je broer denkt: ik moet er alles uithalen? 'Dat speelt een rol.'

Je bent lang geleden weleens bij een psychiater terechtgekomen, toen je probeerde te stoppen met roken. 'Ja. Ik vond dat roken het grootste probleem, maar hij maakte me duidelijk dat het om heel andere dingen ging. Waar hij me op attendeerde is: 'Meneer van der Lubbe, u zegt wel de hele tijd dat het zo geweldig met u gaat, maar u heeft toch nogal wat achter uw kiezen.' Dat werkt. Als een ander zoiets tegen me zegt.'

Want voor jezelf wil je dat nooit toegeven. 'Je moet door hè. Er is niks aan de hand, zeg ik dan. Het is nu niet zo erg als toen hoor. Maar ik voel me ineens oud.' Hij maakt een abrupte beweging met zijn hand: 'Tot hier liep het allemaal. Dit was het dan.'

Hoe bedoel je: oud? 'Niet meer in staat tot.' Verontschuldigende lach.

Benauwend. 'Ja, want ik heb me nooit oud gevoeld. Ook niet in de periode die ervoor staat dat je je oud moet voelen. Ik heb nooit een midlifecrisis gehad. Ik speelde toch zeker drie keer per week?'

Als een jonge god. 'En dat voor al die mensen. Al vindt Teuntje dat ik er wel degelijk eentje heb gehad. In die periode dat ik zo aan het piekeren was en bij de psychiater zat. Lag ik voor een optreden in de kleedkamer, kreunend: 'O, ik ga dood. Als ik het einde van het optreden maar haal.' Hyperventilatie. Bizar. Ik weet niet hoe dat werkt. Hypochondrie. De hele tijd voelde ik ergens wat. En dan ging mijn hart: kaboem kaboem kaboem. Moest ik weer aan die plastic zak.'

Wat zeiden de andere bandleden ervan? 'Mwoah. We hebben het daar niet over. Vroegen ze: 'Gaat het Huub?' Zei ik: 'Laat maar even.' Zeiden ze: 'Oké oké.''

Rare jongens zijn jullie. Iemand ligt met een plastic zak over zijn hoofd in de kleedkamer... 'Daarvoor zocht ik altijd wel een wat rustiger plekje, geloof ik. En we hebben allemaal wel een tijd gehad waarin het wat minder ging. Dan legde je even een arm om iemand heen. Toch: ik heb dan wel al of niet een midlifecrisis gehad, maar ik heb me nooit oud gevoeld.'

Wat vindt Teuntje? 'Ze moet erom lachen. Tegelijkertijd zegt ze dat ze ook verbaasd is als ze in de spiegel kijkt en daar een vrouw ziet die totaal niet correspondeert met wat ze van binnen voelt. Het bekende verhaal.'

Heb jij hetzelfde gevoel als je in de spiegel lijkt? 'Valt wel mee. Ik zie wel dat ik steeds meer op mijn vader begin te lijken. Het laatste wat ik ooit had gedacht. Het stramme, in dat gezicht. Dat vel. Ik zie die botten meer.'

Hebben we ineens een gesprek over ouder worden, zeg. 'Jaha. Dacht je met een rocker te gaan praten. Over eeuwige jeugd. Niks hoor. Ouder worden. Dood. Niet meer weten.'

Die mannen die dertig jaar samenwerken en zo weinig met elkaar praten blijven me fascineren. 'Misschien is het juist omdat we al zo lang bij elkaar zijn. We raden aan elkaar wat er speelt. Teuntje is er ook verbijsterd over. 'Waar hebben jullie het dan over?' Nah. 'Maar', vraagt ze dan, 'hebben jullie nou nooit eens een onderwerp waarover...?' Nee. Ach, dat is ook zo'n verschil tussen vrouwen en mannen.'

Het gekke is: jij maakt gevoelige songteksten. Over de liefde, het leven, de wereld. Je zou verwachten dat jullie daar dan ook over praten. 'Nee. Want ik heb het al opgeschreven. Voor ons allemaal, zeg maar.'

Jij verwoordt hun gevoelens. 'Ja, niet nadrukkelijk. Maar ze gaan ermee akkoord. 'Nou mooi', zeggen ze dan als ze zo'n tekst lezen.

'Wij maken het liefst grappen. Eindeloze variaties op hetzelfde thema. Het begint als onze saxofonist Roland instapt in de bus, op een carpoolplek in Abcoude of bij Muiden. Roland heeft een poosje bij Frank Boeijen in een theatershow opgetreden. Ons bereikte het verhaal dat hij sax spelend in een bootje over het podium werd getrokken. Of het waar is weten we niet; Roland heeft altijd ontkend. Maar vanaf dat moment is het dus elke keer van: 'Hé, Roland, we hebben nog eens nagedacht over ons decor, maar weet je wat goed zou zijn? Jij in een bootje." Hij schiet in de lach: 'Het is niet uit te leggen.'

Maar het bootje komt vaak terug. 'Het is een van de dingen. Net als: 'Hé Roland, doe je Tonneke de groeten?' Dat is zijn vrouw. 'Nou nee', zegt hij dan. Allemaal van die flauwekul, weet je wel.'

Hij trekt een papier tevoorschijn. Een gedicht. 'Hoe verder is de titel. Ik heb het gisteravond geschreven.' Huub van der Lubbe draagt voor. Een flard:

'Geplaagd en opgejaagd door idealen

Heb al die tijd

Alleen maar lopen hijgen

Tot hier

Niet verder meer.'

In je dichtbundel staat: 'Elke dag opnieuw.' Over hoe je je beste jaren met 'braafheid hebt verkloot'. Dat je te weinig ruggengraat hebt getoond, niet te betrappen was op een standpunt. Voel je dat echt zo? 'Ik ben te inschikkelijk geweest. Te gemakkelijk te lijmen.'

Terwijl je altijd zo geëngageerd was, met je teksten over de wereld. Het lijkt of je de hoop hebt opgegeven. 'Die hoop was misschien wel ijdel.'

De hoop van een jonge jongen. 'Precies. En dat moet vooral zo blijven. Iedere nieuwe jongeling moet blijven roepen dat alles anders kan als we maar willen. Die moet blijven protesteren tegen onrecht. Maar ik vind dat het de mensen die goed willen niet gemakkelijk wordt gemaakt. Tjongejonge.'

Denkt na: 'Ik ben, ook als ik optreed, een pleaser. Het kan anders. Zie Bob Dylan. Zie Van Morrison. Die begint te spelen, iedereen herkent het intro, applaus, en dan roept hij kwaad: 'Thank you!' Kop dicht. Geweldig. Zo zou ik nooit kunnen zijn. Maar dat pleasen is wel een vorm geworden, daar wil ik vanaf. Niet meer zeggen: 'Hallo, leuk dat jullie er weer zijn' en noem maar op, met die ene bekende blik van mij.

'Ik moet niet in oude gewoonten vervallen. Laat het maar zien op het podium: ik weet het even niet meer.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden