Het leven als opdracht

José Saramago..

Lissabon José Saramago, de Portugese schrijver en Nobelprijswinaar, gebruikt al tientallen jaren hetzelfde type zakagenda: het hoge, smalle boekje, waarin de dagen liggend zijn geordend, maandag tot en met woensdag naast elkaar op de linkerpagina, de rest rechts en dus eronder, met zaterdag goed voor een halve kolom en de zondag bedekt met een maandkalender.

Dat is vanzelfsprekend een wetenswaardigheid van niks, waar hooguit literaire dwepers opgewonden van raken, ware het niet dat die agenda’s bij nauwkeurige en enigszins bedremmelde bestudering op zijn zachtst gezegd merkwaardige notities blijken te herbergen. Zo noteert hij de lunchafspraken met zijn vrouw, Pilar del Rio, en het uur waarop hij een roman begint én het uur waarop hij die voltooit. Ook markeert hij het tijdstip waarop hem een onderscheiding wordt toegekend en vervolgens de afspraak om die te komen ophalen: ‘10 december 1998, Stockholm, Nobelprijs’.

Wat gaat er precies in iemand om die zelfs daarvoor een geheugensteuntje of ten minste zijn agenda nodig heeft? Heeft er al eens iemand een doortastend essay geschreven over de agendasystematiek als Rohrschach-test? Toon mij uw agenda, en ik zal u zeggen wat u probeert te verbergen of te verdringen – en u vervolgens uit de doeken doen wat dat te betekenen heeft.

Op de tentoonstelling José Saramago. A consistência dos sonhos (‘José Saramago. De samenhang van de dromen’) die deze zomer in het Ajuda-Paleis in Lissabon te zien is, liggen talrijke afleveringen van die agenda en dus is er royaal gelegenheid om de schrijver in zijn afwezigheid aan een meedogenloze analyse te onderwerpen.

Geen betekenisloze locatie, trouwens, dat voormalige koninklijk paleis, hoog boven de Taag, voor de schrijver die bij zowat het hele Portugese establishment op de tenen heeft gestaan en alweer jaren geleden het miese getreiter dat daarop zijn deel werd zo beu was dat hij de wijk naar het Spaanse eiland Lanzarote nam. Even terug in Lissabon, geëerd met een kolossale uitstalling van zijn persoonlijke archief en de zinnebeelden van zijn publieke triomfen, wordt hij op voet van royalty bejegend.

Meer dan vijfhonderd geïdentificeerde en plechtig secuur omschreven objecten, van handschriften tot video’s van buitenlandse televisie-interviews met hem, onderstrepen het ontzag waarmee hij tegenwoordig behandeld wordt. Veel ervan is afkomstig uit de persoonlijke verzameling van de schrijver, waaruit een bevestiging spreekt van de laconieke ernst die ook al in diens boekhouding van lotgevallen en voorvallen huisde.

Moet je het een pittig zelfbewustzijn noemen of discipline? Alles bewaren wat je opschreef of ontving, er zijn therapeuten die dan gemakshalve aan anale fixatie of emotionele constipatie gaan denken: meneer kan niks loslaten.

Hier is, geloof ik, veeleer sprake van iemand die zijn leven als een opdracht ziet, zijn creatieve werkzaamheden als de plichtsgetrouwe uitoefening van een reeks dromen die samen een programmatisch karakter hebben.

Hij begon, vanwege de confrontaties in zijn vroegste jeugd met de bitterste ontbering van de Portugese plattelandsbevolking, als communist – en hij is het nog steeds, de val van een muur en een wereldrijk ongedeerd voorbij. Castro mag het hoofd in de schoot hebben gelegd, ideologisch bezien zal Saramago zelfs Noord-Korea overleven.

Die ideologische vasthoudendheid heeft, lijkt mij, dezelfde doodgemoedereerdheid als de hooguit pragmatische toewijding aan zijn agenda, zijn huwelijk, zijn werk en zijn archief. Denk aan hoe Saramago zijn romans opzet: hij verzint iets onwaarschijnlijks, iets wat écht niet kan – en zet zich dan aan zijn werktafel om na te gaan hoe lang hij zijn zelfverzonnen en zelfopgelegde opdracht op papier kan volhouden.

In De stad der blinden is dat de plaag die een hele stad in een keer met blindheid slaat, in Het stenen vlot breekt een heel land af van het continent en zet koers de zee op en in Het jaar van de dood van Ricardo Reis overleeft één van de heteroniemen van de Portugese dichter Fernando Pessoa zijn eigen naamgever en bedenker.

Allemaal fantasie, op het scherp van de snede van het denkbare, bedoeld om het bestaande onder schot te zetten. De omweg kan een felle methode zijn, beeldspraak een rake aanklacht.

Schrijven was een vroege roeping voor Saramago, maar een beroep dat hij pas laat koos – op een tijdstip in zijn leven waarop de meeste mensen de pensioenvoorzieningen en de euthanasieverklaringen beginnen te controleren. Ook zijn eigen levensverhaal lijkt, kortom, wel de uitwerking van zo’n verzinsel met een absurd vertrekpunt. En ook dat diende een doel of ten minste een bedoeling: een korzelige overtuiging, een overtuiging die zich doorgaans uit in onvermurwbaarheid en kunstvijandigheid, op een ontspannen en onderhoudende toon zichtbaar maken.

Het geeft sommige van zijn boeken iets olijks. En, opmerkelijk genoeg, de uitstalling van zijn eigen Saramago-collectie eveneens. Dat is de consistentie waar de titel van de tentoonstelling gewag van maakt.

Vitrines leggen het voetspoor bloot dat hij gevolgd heeft, als journalist, als vakbondsman, als agitator, als schrijver ten slotte. Het is een lijnrecht spoor, waarin iedere voetstap vastberaden voortkomt uit de vorige. We zien handschriften, brieven, foto’s en ten slotte, als in apotheose, een immense wand waaraan al zijn boeken, tientallen vertalingen incluis, zijn bevestigd. Het is een tableau vivant van bedrukt papier.

Die drukt zijn ware agenda uit.

Michaël Zeeman

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden