Het Lemmingenakkoord

Er is sinds de start van de crisis veel onaardigs gezegd over economen. Veelal terecht. Ze zagen de crisis niet aankomen en ze zijn het nooit met elkaar eens. Des te opmerkelijker is het dat ze het in hoge mate wel eens zijn over het grote economische vraagstuk van dit moment, de overheidsfinanciën: in Nederland moet niet nog meer worden bezuinigd.


Vreemd genoeg is vrijwel de hele vaderlandse politiek overtuigd van het tegendeel. Bij de laatste verkiezingen wilden vrijwel alle partijen voor nog eens rond de 15 miljard euro bezuinigen en lasten verhogen. Dat hierdoor in de CPB-doorrekening van hun programma's de staatsschuld in 2017 juist toenam, bracht PvdA, VVD en CDA niet van hun stuk.


Nog altijd is Den Haag in de ban van het bezuinigen. Nog voor de nieuwe, wederom tegenvallende, CPB-ramingen uitkwamen, had Jeroen Dijsselbloem zijn lijstje voor nog eens vier miljard aan verse bezuinigingen en lastenverhogingen alweer klaar. De oppositie gedoogt dit graag en heeft hoogstens bezwaar tegen enkele specifieke keuzes.


Dat in recordtempo de arbeid verdwijnt en de armoede stijgt, is voor de PvdA geen reden op haar bezuinigingsschreden terug te keren. Vicepremier Asscher, die onlangs nog voorzichtig pleitte voor een loongolfje, verzoekt de verpleegsters nu alsnog twee miljard euro in te leveren.


Diederik Samsom verschiet als een kameleon van kleur. Van Greenpeace-groen ging het via socialistisch rood naar het paars van Rutte II. Nu de marketingjongens en -meisjes van Calvé overwegen de pindakaas en mayonaise op 30 april oranje te laten kleuren, lanceert Samsom zijn Oranje-akkoord. Zaklopen, zingen en dromen zijn hem niet feestelijk genoeg. Een stevig bezuinigingspakket, dat is tenminste een geschenk een nieuwe koning waardig.


Intussen weten de economen niet meer waar ze het nog met elkaar over moeten hebben. Weer over de veel grotere private dan publieke schulden in Nederland? Dat burgers hierover ook nog eens een driemaal hogere rente betalen dan de staat over zijn schuld? Dat je het vertrouwen van gezinnen en bedrijven niet terugwint door deze keer op keer tegenvallende economische cijfers te presenteren? Dat niet het actuele, maar het structurele tekort van belang is en dat Nederland inmiddels op een structureel overschot koerst?


Verbijsterd door het nieuwste bezuinigingsnieuws uit Holland memoreerde de Britse hoogleraar Simon Wren-Lewis op zijn economieblog hoe CPB-voorman Coen Teulings vorig jaar op een economenbijeenkomst in arren moede maar begon over de vraag waar dat politieke bezuinigingsfetisjisme toch vandaan komt?


Teulings noemde drie mogelijke redenen. In de eerste plaats: politici zijn bang de fout uit de jaren zeventig te herhalen, toen door de oliecrises de groei structureel daalde en overheidsstimulering leidde tot onhoudbare tekorten. Daarnaast hebben economen volgens Teulings sindsdien de manier waarop de staatsfinanciën de economische op- en neergang kunnen dempen in hun onderzoek verwaarloosd, waardoor politici dit nu niet durven te doen. Tot slot zouden politici liever bezuinigen omdat de resultaten daarvan direct zichtbaar zijn, terwijl de door economen aanbevolen structurele maatregelen pas na jaren effect sorteren.


De eerste twee redenen zijn feitelijk kennisvraagstukken. Hierover hebben economen inmiddels al zo veel gezegd en geschreven dat het hier nu toch niet meer aan kan liggen. Wel denk ik dat Teulings' derde reden, de wil om daadkracht te tonen, een belangrijke rol speelt. Politici appelleren graag aan de calvinistische inborst van de Nederlandse kiezer. Bovendien hopen Rutte en Samsom in 2016 de electorale vruchten te plukken van het zoet dat op het zuur zou volgen. Wat Teulings niet noemt, is de rol van de net aangescherpte begrotingseisen in het europact. Dat politici wellicht liever ten hele dwalen dan een fout toe te geven.


Al deze mogelijke verklaringen hebben gemeen dat ze zijn gebaseerd op ofwel een misverstand ofwel het (veronderstelde) eigenbelang van de politicus. Beide niet bepaald een gezonde basis voor beleid.


De politiek is gevangen in wat economen een 'slecht evenwicht' noemen. Een situatie waar niemand blij mee is, maar waar ook niemand als eerste durft uit te stappen. Bang om het electoraal kostbare etiket van potverteerder opgeplakt te krijgen.


De politici rest daardoor niets anders dan als een stel lemmingen de afgrond in te springen. Het Lemmingenakkoord is dan ook de meest toepasselijke betiteling van het bezuinigingspakket voor 2014 dat er ongetwijfeld gaat komen.


Rens van Tilburg

is econoom.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden