Het leesgedrag van Ian Curtis

De Britse journalist Jon Savage heeft een documentaire gemaakt over Joy Division die sinds een weekje in de Britse bioscopen draait. Ik heb de film nog niet gezien, maar kan niet wachten. Zeker nu ik zaterdag in The Guardian een pagina grote beschouwing van diezelfde Savage las over een kant van Ian Curtis, die me altijd zeer gefascineerd heeft, maar waar weinig over bekend was. Namelijk zijn belezenheid.

De zanger van Joy Division die deze week 28 jaar geleden zelfmoord pleegde bleek intellectueel zeer gretig, en verslond de werken van William Burroughs nadat hij in Rolling Stone een gesprek tussen Burroughs en David Bowie had gelezen. Curtis was een autodidact en uit Control de film die Anton Corbijn over hem maakte, komt hij naar voren als iemand die in ieder geval bezeten is van David Bowie (hij komt thuis met diens lp Aladdin Sane en gaat met zijn aanstaande echtgenote naar een concert van hem), maar niet zozeer als iemand met een grote honger naar intellectuele prikkelingen.

Savage zet uiteen dat het in het ook door Corbijn zo meesterlijk neergezette claustrofobische Noord Engeland van midden jaren voor veel jongeren een noodzaak was om zich te verliezen in of muziek of in literatuur. Er moest immers meer zijn dan waar hun dagelijkse sleur zich in afspeelde. Curtis kwam door mensen die hij bewonderde als David Bowie, op iemand als William Burroughs.

En zo werkte dat in die tijd nog. Muzikanten spraken over schrijvers die ze bewonderden, en vervolgens probeerde je hun werken te bestuderen om zo meer over de artiest die je hoog had zitten, te weten te komen. Curtis kwam vaak in boekhandels ook omdat, en dat heeft Savage goed onderzocht, boeken in die tijd veel goedkoper waren dan platen. Curtis nam het lezen serieus, het was geen vrijetijdsbesteding maar een eerder een deeltijdstudie naar dichters en denkers, zoals het luisteren naar muziek van Bowie , Iggy Pop en Kraftwerk voor hem de brandstof werd voor zijn eigen creativiteit.

Het aardige is dat Curtis op zijn beurt zestien en zeventienjarigen zoals ik weer wees op boeken en schrijvers die me tot dan toe onbekend waren. Al kwamen die referenties niet direct van Curtis zelf. Die had, zoals Savage zegt, het zelden over zijn literair-filosofische voorkeuren. Nee, het was de rockjournalistiek die uitlegde dat Dead Souls de titel van een boek was van Gogol en The Atrocity Exhibition van Ballard.

Popjournalistiek was in die tijd (de hoogtijdagen van postpunk 1978-1981) er niet vies van in beschouwingen over artiesten er schrijvers, filmers en beeldend kunstenaars bij te slepen. In Engeland waren het schrijvers als Savage zelf en Paul Morley, en ook in Nederland waren Bert van de Kamp, Paul Evers en Alfred Bos er in Muziekkrant Oor niet vies van in beschouwingen over Joy Division, Echo & The Bunnymen en U2 ook buiten de popmuziek te zoeken naar referenties.

Ik heb daar veel aan gehad en ik denk dat ik Celine en Kafka vooral ben gaan lezen omdat ik er in de popjournalistiek in die tijd over las. Niet omdat een leraar op school me op hen wees. Maar hoe is dat nu? Ik lees nooit meer iets over een muzikant die zijn bewondering uitspreekt over een schrijver. Tegenwoordig is het hooguit in de mode om schrijvers over hun favoriete muziek aan het woord te laten, maar dat interesseert me nu eigenlijk weer niks. Ik denk namelijk dat tekstdichters in popgroepen wel door schrijvers beinvloed worden maar ik kan me niet voorstellen dat een schrijver schrijft omdat hij de nieuwe plaat van Burial of Death Cab For Cutie zo mooi vindt. Ik ben net zo weinig benieuwd naar de favoriete plaat van Kluun als naar zijn lievelingseten. Daarom kan ik me er maar niet toe zetten het door Joost Zwagerman samengestelde nieuwe nummer van Wah Wah te gaan lezen.

Liever lees ik een bundel waarin muzikanten praten over hun favoriete boeken. Maar popmuziek is zoals dat in het Engels zo mooi heet selfreferential geworden. Muziek wordt vergeleken met andere muziek en muzikanten laten weinig merken van invloeden uit andere kunstdisciplines. Ik denk ook uit angst geridiculiseerd te worden: Jongetje wat weet jij ervan, blijf jij maar muziekmaken en laat de echte kunst maar aan anderen over. Gesprekken met muzikanten gaan zelden over hun kijk- en leesgedrag wat misschien maar goed ook is, want ik hoef Dinand Woesthoff niet meer over On The Road te horen, maar ook een beetje jammer.

Zo beeindigt Savage zijn relaas over Joy Division:

I'm pleased the songs are receiving their due, but it's also worth restating that the band, and it's lyricist, were products of a particular time in cultural history, when there was an urge to read a certain highbrow literature, and when intelligence was not a dirty word.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden