Het leerproces van een belastinghervorming

'Het is gebleven zoals het was.' Minister Gerrit Zalm en staatssecretaris Willem Vermeend van Financiën toonden zich vrijdag in de Volkskrant onverwacht tevreden over de ontstaansgeschiedenis van het Belastingplan voor de 21ste eeuw....

FRANK KALSHOVEN

Niet iedereen leert zo snel als Ad Melkert en Hans Wijers. Sybren Cnossen, invloedrijk fiscaal econoom te Rotterdam, toonde zich hevig teleurgesteld over het eindproduct van het belastingklasje van Financiën. De 'fundamentele discussie wordt uit de weg gegaan', schreef hij vrijdag in de Volkskrant. 'Het is de vraag of de verkenning de 21ste eeuw wel zal halen.'

Is Cnossen een trage leerling of hebben Melkert en Wijers van Zalm en Vermeend een slechte les geleerd?

In politieke zin valt de belastingles uiteen in twee delen. Er is binnen het kabinet overeenstemming over het 'verbreden, verschuiven en vergroenen' van de belastingen. Het hoge btw-tarief stijgt van 17,5 naar 19 procent. Milieu- en energiebelastingen gaan omhoog en er zou een nieuw belastingregime moeten komen voor sparen, lenen en beleggen. In totaal stijgen door deze maatregelen de belastinginkomsten met zo'n tien miljard gulden, zo'n 1,5 procent van het nationaal inkomen.

Leerproces of niet, het kabinet kon het niet eens worden over de vraag wat de beste manier is om deze tien miljard weer terug te geven aan de burger. De nota bevat daarom drie opties voor het verlagen van de inkomstenbelasting.

In de eerste optie worden alleen de tarieven verlaagd. In de tweede optie, die de voorkeur schijnt te hebben van de PvdA, wordt de belastingvrije voet vervangen door een belastingkorting en dalen de tarieven bovendien. In de derde optie, die op een warm onthaal kan rekenen in de VVD, wordt de belastingvrije voet afgeschaft waardoor de tarieven fors omlaag kunnen.

Over deze opties, en de achttien bijbehorende varianten, heeft het kabinetsklasje indringend van gedachten gewisseld. Het idee is om hierover profilerende verkiezingsdebatten te voeren, waarna tijdens de formatie snel zaken kunnen worden gedaan op basis van de varianten.

Maar is het sop de kool wel waard?

Nee, moet je concluderen als je kijkt naar de economische effecten zoals die zijn berekend door het Centraal Planbureau. 'De werkgelegenheidseffecten zijn nihil bij de variant die zowel inkomens- als budgetneutraal is', schrijft het kabinet op gezag van Planbureau-directeur Don. En hetzelfde geldt voor het effect op de economische groei. Budgetneutraal wil zeggen: als je die tien miljard in enigerlei vorm teruggeeft aan de burgers. Inkomensneutraal is: alle inkomens blijven gelijk, geen nivellering, geen denivellering.

Cnossen zegt het plastischer. 'Of u nu belasting betaalt aan uw werkgever, de kruidenier of het energiebedrijf verandert weinig aan uw werklust als u er netto niet veel meer aan overhoudt.'

Maar, zullen de pupillen van Zalm en Vermeend toen hebben uitgeroepen in de Trèveszaal, waarom doen we het dan? Het antwoord: omdat je ook varianten kunt bedenken waarin je wel meer werk en groei creëert. Alleen nemen dan de inkomensverschillen fors toe. Bijvoorbeeld die tussen tweeverdieners en alleenverdieners, of die tussen mensen met een klein baantje en mensen met een forse deeltijdbaan.

Maar je kunt een belastingstelsel toch niet hervormen en burgers in koopkracht achteruit laten gaan? Daarom moet er smeergeld bij voor lastenverlichting. Minimaal 2,5 miljard gulden, maar vijf miljard is beter. Als we slim passen en meten staan alle koopkrachtplaatjes in de plus en boeken we toch wat winst op werk en groei.

Aldus geschiedde.

In de kabinetsnota staat een duizelingwekkende hoeveelheid gedetailleerde varianten waarin tot op de gulden nauwkeurig is gepriegeld met al dan niet inkomensafhankelijke arbeidstoeslagen, arbeidsaftrekken, heffingskortingen en noem alle speeltjes uit de fiscale meccano-doos maar op.

Het eindresultaat is inderdaad dat alle varianten - door de lastenverlichting - plusjes laten zien voor werk en groei. De verschillen tussen al deze varianten vallen weg in de foutenmarge van de voorspellingen en de - bekende en erkende - onvolkomenheden in het Mimic-model waarmee het Planbureau de effecten berekende.

Natuurlijk zitten er ook positieve kanten aan de kabinetsnota. Voor Zalm, in zijn hoedanigheid van beheerder van 's rijks schatkist, weegt terecht zwaar dat door dit plan de belastingopbrengst beter wordt gespreid en stabieler wordt, zodat de conjunctuur minder belastingmee- en tegenvallers brengt. Milieugebruik wordt zwaarder belast, en wie is er, behalve de VVD, nu tegen het milieu? En het zou inderdaad mooi zijn als er een einde werd gemaakt aan de bloeiende markt voor fiscaal gedreven spaar- en beleggingsproducten.

Maar Cnossen mist visie en dat komt vermoedelijk niet omdat hij een slechte leerling is. Vermeend en Zalm schrijven zelf in het voorwoord van de nota dat hun verkenning 'duidelijk maakt dat de marges voor een herziening smaller zijn dan veelal op de tekentafels van ontwerpers van nieuwe belastingstelsels wordt aangenomen'.

Maar, luidt dan de wedervraag, als je één keer per pakweg tien jaar het belastingstelsel kunt veranderen, moet je dan niet ambitieuzer zijn?

Blijkbaar was dit onmogelijk, gezien de politieke verhoudingen tussen de drie coalitiepartijen. Leert ons dit een harde les over de slagkracht van het paarse kabinet? Of gaat dit paars te boven en is dit gewoon typisch Nederlands - alleen praten over het mogelijke, met inachtneming van alle cijfers tot ver achter de komma? Waarschijnlijk het laatste - en zo bezien hebben Zalm en Vermeend dan uitstekend les gegeven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden