Het leek zo'n aardige man

Bij het seksueel misbruik in de katholieke kerk speelde het ontzag voor de geestelijke leiders een grote rol. In het algemeen maken pedoseksuelen vooral slachtoffers door sluwe manipulaties. Cas van Rhijn werd door een buurman misbruikt. 'De schaamte was te groot.'

'M. voetbalde op straat met de jongetjes uit de buurt. Hij leidde kinderkampen, bouwde 's zomers hutten. Het zag er altijd heel gezellig uit. De jongetjes kwamen ook bij hem thuis. We hebben niets vreemds gemerkt', zegt de moeder van Cas. Sinds ze weet dat haar zoon is misbruikt, pijnigt ze haar hersenen om alsnog gemiste signalen op te pikken.


Ze woont nog altijd in de oude buurt en vindt het moeilijk het gesprek in haar eentje te voeren. Ze mist de steun van haar in 2004 overleden man.


Cas van Rijn (43) is eind jaren zeventig misbruikt door M., een pedofiel die bij hem in de straat woonde. Hij kreeg een burn-out, ging in therapie en durfde pas twee jaar geleden aan zijn naaste omgeving te vertellen wat hem was overkomen. De destructieve uitwerking van M.'s gedrag is sinds kort in volle omvang tot Cas doorgedrongen. 'Hij heeft mij een enorm schuldcomplex bezorgd.'


Hij was een jaar of acht toen het misbruik begon. M. was begin twintig en een bekend figuur in de buurt. Niemand vond het in die tijd vreemd dat hij veel met kinderen optrok.


'Onze dochters vertelden we dat ze niet met vreemde mannen mee moesten gaan. We haalden ze op van schoolfeestjes. Zoons zijn veel makkelijker, dachten we toen. We hadden niet door dat mannen ook met jongetjes rare dingen kunnen doen.'


Schaatsen op straat

Ook voor Cas was M. aanvankelijk een leuke man. 'Hij belde aan, het had geijzeld. Of ik mee ging schaatsen op straat. Dat was spannend. We voetbalden met hem, gingen zwemmen. Hij leerde mij met losse handen fietsen. Veel buurtjongetjes kwamen bij hem thuis op zolder. Er was altijd snoep en thee, we speelden spelletjes.' M. creëerde een sfeer van 'schijnveiligheid'.


Opmerkelijk, beseft Cas nu, is dat M. vaak naakt rond liep op die zolder. Dat viel hem toen niet op. 'Ik kom uit een vrijzinnig nest. We hadden geen slot op de badkamer. Je liep bloot naar je kamer om je aan te kleden. We waren thuis niet zo preuts.'


Op een gegeven moment was Cas alleen met M. 'Hij trok me op schoot, maakte mijn broek los, vergreep zich aan me. Het verwarrende is dat je lichaam reageert, ik raakte in paniek. Ik wil dit niet, zei ik, ik vind het niet fijn. Het breekpunt was toen hij zei: maar jij krijgt toch een erectie. Voor mij was dat toen een waarheid als een koe. Ik was schuldig en daardoor durfde ik thuis niets te zeggen.'


Benauwend vindt hij nog altijd dat beeld van kleine Cas bij M. op schoot. 'Ik kon niet weg, zat tegen zijn bureau aangedrukt. Ik was gevangen. Buiten was de vrijheid. Door het raam zag ik mijn vriendjes voetballen op straat.'


Toen Cas twee jaar geleden zijn moeder belde met de mededeling dat hij langs wilde komen om te praten over M., was haar eerste reactie: 'Oh God, het zal toch niet waar zijn.' Ze was er inmiddels achter dat M. pedofiel was, maar had nooit de link gelegd naar de moeilijke puberteit van haar zoon. Ze had M. bij toeval kort voor het 'schokkende gesprek' met Cas in een andere stad aan het werk gezien met kinderen.


'Hij was omringd door jongetjes en meisjes in korte broekjes. Daar schrok ik van. Maar ook toen dacht ik niet aan Cas.' Bij een instelling waar M. voor werkte, is later melding gemaakt van zijn pedofiele verleden.


Toen Cas het haar vertelde, kon zijn moeder eerst alleen maar vloeken. 'Er welde zo'n enorme woede op, ik was zo kwaad, overrompeld door emoties. Daarna kwam het intense verdriet om Cas. Ik dacht dat we een open gezin hadden. Lieverd, waarom ben je niet naar ons toe gekomen? Ik bleef maar herhalen: we hebben hem niet kunnen beschermen. Er is iets vreselijks gebeurd, dat nooit meer kan worden weggewist.'


Cas heeft haar inmiddels goed kunnen uitleggen waarom hij destijds heeft gezwegen. 'Het was de schaamte, hij voelde zich bezoedeld.'


Het gevoel zelf schuldig te zijn, wierp de hoogste drempel op. Cas kwam in een loyaliteitsconflict met zichzelf. Hij kon niet zeggen: blijf van me af, kon niet voor zichzelf opkomen. Dat werd de rode draad in zijn leven.


Cas: 'Mijn verbale verzet klopte niet. Mijn lichaam vond het lekker, dus ik was slecht en verdorven. Ik wist dat andere jongens ook werden misbruikt. Je wist het van elkaar, maar we hadden het er niet over. De schaamte was te groot.'


Ruzie met vriendjes

Zijn lontje werd korter. Hij zocht ruzie met vriendjes, gooide met bakstenen. Toen hij een jaar of dertien was, verdween M. uit zijn leven. 'Ik denk dat ik te mannelijk werd, hij verloor zijn interesse in mij.' Maar in het reine met zichzelf kwam Cas geenszins.


Hij kocht schoenen met stalen neuzen en trapte van zich af, zodra hij onrecht rook. Hij voelde zich constant kwetsbaar en onveilig. 'In de tijd van punkers en disco's had ik altijd een fietsketting verborgen in de zoom van mijn jas. Voor het geval dat..., dan zou ik van me af kunnen meppen. Gelukkig is het nooit zo ver gekomen.'


Van eenzaamheid wist hij niet waar hij het zoeken moest. Op een dag sneed hij zichzelf in zijn pols. 'Ik noem het spelen met een mes, ik kraste wat in mijn arm. Door die snee in mijn pols schrok ik wakker. Dit is niet de weg, wist ik. Toen ben ik, rond mijn veertiende, begonnen een toren om me heen te bouwen. Ik stapte over op de overlevingsmodus: het gevoel scheiden van het denken. Ik heb de deur achter me dicht geslagen en ben gaan leven.'


De brief die Cas in die wanhopige periode aan zijn ouders schreef, herinnert zijn moeder zich nog heel goed. 'Het was duidelijk dat Cas heel depressief was. We hadden geen idee waarom.'


Haar man sprak met Cas en probeerde te achterhalen wat hem dwars zat. Ze vroegen advies aan een bevriende psychiater. Die zei dat dergelijk gedrag wel vaker voorkomt bij pubers. Ze moesten hem scherp in de gaten houden.


Cas overleefde jarenlang in zijn toren. Hij ging werken, trouwde, kreeg kinderen. Tot hij instortte op zijn werk. Iets liep in het honderd, waarvan hij onterecht de schuld kreeg. 'Ik voelde me de pispaal, was onzeker, zocht de schuld bij mezelf. Ik had zo'n laag gevoel van eigenwaarde. Ik kwam thuis te zitten, werd om het minste of geringste boos op mijn kinderen.'


Hij zocht hulp, liet zich opnemen. In een van de sessies tijdens de groepstherapie vertelde iemand dat hij misbruikt was. 'Voor het eerst kwamen herinneringen boven over die tijd met M. Maar het was allemaal nog erg mistig. Ik ben gek, dacht ik aanvankelijk. Kloppen die beelden? Is het echt gebeurd? Ik had ze zo ver weggestopt.'


Om meer zekerheid te krijgen over die periode, zocht Cas contact met jongens uit zijn straat. Al snel bleek dat hij niet gek was. Een aantal van hen knokt ook nog steeds tegen de schaamte. 'Die is zo intens, we hebben het met elkaar nog steeds niet over de details.'


Onverdraaglijk

Cas weet inmiddels ook dat M. weer met kinderen werkt. Onverdraaglijk vindt hij het idee dat zijn kwelgeest mogelijk nieuwe slachtoffers maakt. Met twee van zijn oud-buurtgenoten heeft hij aangifte tegen M. willen doen. Dat was niet mogelijk: de zaak is verjaard.


De drie hebben wel de culturele instelling, waarvoor M. werkte, ingelicht. Die heeft de samenwerking met hem verbroken. In het ontslaggesprek heeft M. toegegeven dat hij destijds kinderen misbruikte. Maar hij zou zijn leven hebben gebeterd.


Cas vreest dat M. nog altijd manipuleert. 'Net als homofilie is pedofilie een geaardheid. Ik wil geen heksenjacht. Ik accepteer dat er pedo's zijn, maar niet wat ze met kinderen doen. Als M. bankdirecteur was geweest, zou ik hem met rust laten. Dat hij nog met kinderen wil werken, zegt mij genoeg.'


De directeur van de culturele instelling zegt geen signalen van nieuw misbruik te hebben ontvangen. Dat is volgens Cas geen bewijs dat M. zijn handen thuis houdt.


Ook slachtoffertjes van nu hullen zich in stilzwijgen, denkt hij.


'Want pedo's zijn meesters in het bespelen van verwarde kinderlijke gevoelens. Je bent extreem breekbaar. Je denkt: ik ben fout en ik wil niet fout zijn. Als ik het pap of mam vertel, worden ze boos op mij.'


JUSTITIE LIJKT MET VERJARINGSTERMIJN PEDOSEKSUELEN IN BESCHERMING TE NEMEN

Cas van Rijn is 'de schaamte voorbij, eindelijk'. Hij vertelt zijn verhaal in de hoop een breder debat over kindermisbruik op gang te brengen. Voor lotgenoten die nog in de 'schaamtetoren' opgesloten zitten, heeft hij het e-mail-account dsvb2012@gmail.com geopend (dsvb: de schaamte voorbij), waar 'in een relatief veilige ruimte kan worden gecommuniceerd'.


Hij wordt gesteund door drie oud-buurtgenoten, die om uiteenlopende redenen anoniem willen blijven. Zij willen hun kinderen beschermen voor het stigma dat slachtoffers (als potentiële daders) vaak onterecht krijgen opgedrukt, of willen op hun werk of in hun nieuwe buurt niet op hun verleden worden aangesproken.


Hun verhalen bevestigen Cas' relaas. Net als hij pleiten zij vurig voor opheffing van verjaring bij seksueel misbruik van kinderen. Ze zijn ervan overtuigd dat ze, met hun getuigenissen, een rechtszaak tegen M. kunnen winnen.


Maar er komt geen zaak, het speelde zich allemaal te lang geleden af. Voor hun gevoel neemt Justitie zo de daders in bescherming.


De verjaringstermijn is 12 jaar voor ontucht met een kind en 20 jaar voor verkrachting of gemeenschap met een kind onder de 12. Bij seksueel misbruik van minderjarigen begint de termijn te lopen op het moment waarop het slachtoffer 18 jaar is geworden. Het idee daarachter is dat het kind langer de tijd heeft om het jeugdtrauma te verwerken. M.'s slachtoffers hebben langer nodig gehad.


Niet alleen stokoude priesters ontlopen hun straf, zeggen M.'s slachtoffers, verwijzend naar de suggestie in de Tweede Kamer uit te zoeken of daders in de in de rooms-katholieke kerk alsnog kunnen worden vervolgd.


Dat ze niets tegen M. - die zich nog altijd met kinderen omringt - kunnen beginnen, maakt hen razend. 'Hij wil met ons om de tafel om zijn kant van de zaak te vertellen. Ik ben bang dat ik me dan niet kan inhouden en geweld ga gebruiken', zegt Johan. Hij is eenmalig misbruikt, slaagde er na tien minuten in te vluchten. Later hoorde hij van een vriendje, die erbij was geweest, dat M. was gaan masturberen.


Johan gunt M. ook geen gesprek, omdat 'voor hem met het aanbieden van excuses de kous af is, terwijl wij nog steeds met ons trauma zitten'.


Mirjam - familie van een slachtoffer - kwam M. in haar nieuwe woonplaats tegen. Letterlijk misselijk werd ze toen ze hem zag. Begin jaren tachtig, als student op de pedagogische academie voor het basisonderwijs (pabo), had ze hem en een pedofiele vriend geïnterviewd over hun geaardheid. 'We zaten op de plek waar het gebeurde', walgt ze. 'De pedo's legden uit dat ze geen dwang uitoefenden en ja, er hing wel eens een kind aan hun piemels.'


Nu verbaast ze zich erover dat het interview weinig ophef gaf op de pabo. 'Het moest allemaal kunnen in die tijd, elkaars lichaam ontdekken.'


De buurtgenoten voelden zich in de steek gelaten door hun vrijzinnige ouders. 'Welk gedrag is aanvaardbaar, wat niet. Dat was niet duidelijk', zegt Bart. 'We woonden op een soort van woonerf, waar van alles was aangebracht voor de veiligheid van kinderen. Maar de seksuele veiligheid werd verwaarloosd. De boodschap dat volwassenen te allen tijde van kinderen moeten afblijven werd niet overgebracht. We waren niet weerbaar.'


Gedreven door wraakgevoelens worden ze niet. Zo zijn ze zich terdege bewust van de dilemma's die opduiken bij een optimale bescherming van kinderen. Voorkomen willen ze dat alle mannen die met kinderen werken verdacht worden gemaakt, dat pedo's vogelvrij worden.


Ze denken aan weerbaarheidstrainingen voor kinderen, aan zwarte lijsten, aan gedragsregels en convenanten. Volwassenen die met kinderen werken in gevoelige situaties (zwem- of gymles, kinderkampen) moeten altijd in duo's opereren: zo kunnen ze elkaar controleren en zijn ze minder kwetsbaar voor valse beschuldigingen. Er moeten vertrouwenspersonen komen en meldpunten.


Ouders moeten worden ingelicht als een pedo in hun buurt komt te wonen.


Of toch niet, want dat gaat ten koste van ieders nachtrust. Misschien ligt hier een taak voor de AIVD. Die kan sollicitanten voor bepaalde sectoren screenen en pedo's in kinderrijke buurten in de gaten houden.


Ze worstelen met de ethiek. Oplossingen hebben ze niet. Alleen de overtuiging dat het bittere noodzaak is het maatschappelijke debat te voeren en collectief te zoeken naar de beste methoden om kinderen te beschermen. Want zij hebben ervaren hoe ernstig en langdurig de gevolgen van kindermisbruik kunnen zijn.


De namen Mirjam, Johan en Bart zijn gefingeerd. Op verzoek van de slachtoffers zijn de locatie waar het misbruik plaatsvond en de huidige werkomgeving van M. geanonimiseerd.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.