'Het leek oorlog, iets van heel ver weg '

'Ik weet nog dat ik een grote fles wijn bij me had, van 2,5 liter. Want je ging demonstreren, maar ook feesten....

Een meisje uit mijn klas was erbij, ze is later rechter geworden, en een van mijn eerste vriendjes. Zijn been zat in het gips. Terwijl we richting de Dam liepen, schrok ik van sommige demonstranten. Die zagen er helemaal niet leuk excentriek uit, die waren ontzettend boos, die straalden alleen maar agressie uit. En wat deed ik, als vijftienjarige? Ik ging ze een slokje wijn aanbieden. Zo van: ” We zijn nu gezellig samen en gaan allemaal gezellig wijn drinken.”

Sommigen reageerden verstoord: hoezo? Maar die woestelingen, die wilden wel. Ik kan me er een nog goed herinneren. Hij had een getaande kop, en keek heel vurig uit zijn ogen. ” Wat gaat ie straks doen?”, schoot door me heen. ” Hoor ik hier wel bij?”

Demonstreren was voor ons iets heel normaals. Onze school stond niet ver van het Binnenhof. Het was eigenlijk een soort pauze-activiteit, overdreven gezegd. Op school had je allerlei identiteiten en wij waren de alternativo's. Mijn vader vroeg weleens: ” Maar hoe moet het dan wél? Wil je dan ook het hele leger afschaffen?” Lastige vragen, vond ik dat. Wij spraken nooit over wat er bereikt moest worden.

Dat er een tekort aan woningen was, was voor mij een abstract gegeven. Ik woonde nog thuis. Maar dát het zo was, geloofde ik wel - ik ben later ook gaan kraken. Het koningshuis vond ik erg truttig, duur en archaïsch gedoe. Belachelijk dat iemand macht kreeg op grond van zijn afkomst, in plaats van die zelf te verdienen. Later ben ik culturele antropologie gaan studeren, en sindsdien denk ik er genuanceerder over. Ik zie geen reden het koningshuis te handhaven, maar afschaffing heeft voor mij niet de hoogste prioriteit.

Het was mooi weer. Overal stonden busjes, waarin ME'ers zaten opgesloten als honden in warme hokken. Wij hadden het gevoel dat hier strategie achter zat. Dat ze expres lang werden opgesloten, om ze agressief te maken, waardoor ze extra hard zouden meppen. Op een paar honderd meter van de Dam keek ik om: iedereen begon te rennen. En toen zag ik dat die busjes keihard op de menigte inreden. In de paniek raakten we elkaar kwijt. Die jongen met het gebroken been was aan de ene kant van het Rokin beland en ik aan de andere kant. Aan weerszijden van de straat gooiden de demonstranten een haag van stenen naar de ME-busjes. Ik ben dwars door de stenenregen gerend, om bij mijn vriend te komen, die niet kon hollen. Ik weet niet zeker meer of hij huilde, maar waarschijnlijk wel bijna, net als ik.

We werden die nauwe steegjes bij het Rokin ingeperst: heel claustrofobisch was dat. Mijn vriend kende iemand die daar woonde en daar hebben we geschuild, tot het eindelijk rustig was. Ik zag mezelf op het Journaal, de weg over rennend, tussen de ME-busjes door. Het leek oorlog, iets van heel ver weg.

Toen we zo meegevoerd werden in de stroom, richting de Nieuwe Kerk, dacht ik: ” Hoe moet dit verder? Stel dat we binnenkomen? Roepen we dan rustig boe of zijn er demonstranten in staat de koningin echt iets aan te doen?” Het was allemaal veel te ver gegaan, vond ik. Het was angstig. Dat de ME de menigte coûte que coûte moest tegenhouden, begreep ik op dat moment heel goed. Volgens mijn moeder zei ik, toen ik thuiskwam, zelfs: ” Blij dat er politie is.”'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden