Het lastige spel van de duurzame Maria

Hoe pakt de keuze uit voor kolen, wind of kernenergie? Een gratis verkrijgbaar model biedt inzicht...

Wie zich altijd al een beetje Maria van der Hoeven voelde, kan sinds kort ook echt in haar huid kruipen. Met een speciaal computerprogramma kan iedereen proberen à la de minister van Economisiche Zaken de toekomstige energievoorziening van Nederland veilig te stellen.

Om dan te merken dat dat nog niet zo eenvoudig is – zeker niet om het duurzaam te doen.

‘Mijn zoon van 13 kwam op een gegeven moment thuis van school en vertelde wat de leraar had gezegd over de energie van de toekomst’, zegt John Kerkhoven van energieconsultancybureau Quintel. ‘Dat klopte niet helemaal. Ik dacht: ik kan mijn zoon wel corrigeren, maar hoe corrigeer ik die hele klas?’

De directeur/oprichter van Quintel zag er een goede gelegenheid in om weer eens lekker inhoudelijk aan de slag te gaan. Met vier collega’s bouwde hij het afgelopen jaar een simulatiemodel waarin iedereen kan zien wat er met de Nederlandse energie gebeurt als je zelf aan de knoppen mag zitten. Het model is gratis te downloaden op www.energietransitiemodel.nl.

Wat gebeurt er als je het land volzet met windmolens? Of met kerncentrales? Of als je alle auto’s elektrisch maakt? Of als je gewoon op dezelfde voet doorgaat met het bouwen van kolencentrales?

Het model rekent uit wat die verschillende alternatieven betekenen voor de CO2-uitstoot, voor de elektriciteitsprijs en voor de energieafhankelijkheid van het buitenland. Wie niet tevreden is, draait wat aan de knoppen en probeert het opnieuw. ‘Ik waarschuw alvast’, zegt Kerkhoven: de ideale situatie is onbereikbaar. Iedere richting heeft zijn nadelen.’

Een jaar lang lazen de vijf alles wat los en vast zat op energiegebied. Rapporten van ECN, analyses van energiebedrijven, scenario’s van Shell, beleidsstukken van het ministerie. ‘Wat je dan ziet, is dat al die experts hun eigen aannamen doen – soms heel impliciet. Daar komt iets uit wat objectief lijkt, maar waarvan je niet weet wat eraan ten grondslag ligt.’

Het model van Quintel, dat wordt gesponsord door grote energiebedrijven als Essent, Eneco, Shell en Gasterra, en de gemeente Amsterdam, is in principe neutraal. Iedereen kan er zijn scenario op uitrekenen, van de duurzame plannen van Greenpeace tot de kernenergieplannen van Delta. Gebruikers mogen wel zelf aannamen doen (hoe ontwikkelt de techniek voor windmolens zich; wat betekent dat voor de kostprijs; hoeveel land is ervoor beschikbaar), maar die worden expliciet gemaakt, aldus Kerkhoven.

Hij heeft een aantal interessante sessies met het model gehad. Met de topwerknemers van energiebedrijven bijvoorbeeld. Eerst vertelt de directeur strategie wat de strategie van het bedrijf is. Vervolgens gaan de managers in groepjes van twee aan de slag met het transitiemodel. ‘Dan blijken de uitkomsten compleet willekeurig’, zegt Kerkhoven. ‘Zelfs als het bedrijf een duurzame strategie heeft, zijn er altijd wel een paar rakkers die vooral kolencentrales willen gaan bouwen.’

Of neem de sessie met dat ministerie, vorige maand. ‘Er zijn dan ambtenaren die verwachten dat straks nul bedrijven mee zullen doen met het emissiehandelssysteem en anderen die verwachten dat alle bedrijven mee moeten doen. Sommige ambtenaren verwachten een CO2-prijs van een paar cent, anderen van meer dan 100 euro. Dan denk ik: hoe zijn we ons aan het voorbereiden op de onderhandelingen over het nieuwe klimaatverdrag, eind dit jaar in Kopenhagen?’

Kerkhoven ziet veel misvattingen, als hij mensen bezig ziet met het model. Zo wordt elektriciteit vaak verward met energie: als de elektriciteitsproductie groen is, zou al bijna de hele energievoorziening groen zijn. Maar het nationale elektriciteitsverbruik is slechts 14 procent van het totale energieverbruik. Verwarming (gas) en transport (olie) zijn veel belangrijker, maar worden soms even vergeten.

Van die 14 procent stroom is nog niet eenderde bestemd voor huishoudens. ‘Veel mensen denken dat ze een heel eind op weg zijn met zonnepanelen op huizen, met warmtepompen en HRe-ketels, maar dat valt heel erg tegen. Het zet zoden aan de dijk, zeker, maar alleen voor die paar procent.’

Een van de consequenties is dat de energieafhankelijkheid van het buitenland hoe dan ook de komende dertig jaar sterk zal oplopen, terwijl we nu maar netto voor ongeveer 20 procent van het buitenland afhankelijk zijn. Nederland haalt namelijk een groot deel van zijn energie nog uit eigen bodem: met het aardgas worden huizen verwarmd en centrales gestookt. ‘Ook met een duurzame stroomvoorziening uit zon, wind en biomassa zijn we in 2040 al snel voor 80 procent afhankelijk van het buitenland’, zegt Kerkhoven.

Volgens hem is het vijf over twaalf. ‘Als je echt controle wilt hebben over je energievoorziening, dan moet de overheid zich veel harder gaan opstellen. Die moet dan zeggen: jullie mogen wel auto’s hebben, maar alleen elektrische, en alleen lichtgewicht.’

Daar kunnen we niet te lang mee wachten. ‘De centrales die het komende decennium worden gebouwd, zullen zeker 25 jaar blijven staan. Dus de keuzen die nu worden gemaakt bepalen de energievoorziening van 2040.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden