Het land van Kunta Kinte

Aan de rivier de Gambia wijst de gids niet alleen op vogels en dolfijnen. Hier werden slaven verhandeld. Wat er te zien is, maakt ook nu nog grote indruk.

DOOR IÑAKI OÑORBE GENOVESI

Een en al vrolijkheid is gids Urbain Diamacoune geweest sinds we zijn weggevaren uit de hoofdstad Banjul. Hij heeft ons de ene na de andere vogel gewezen - haviken, lepelaars, ooievaars - en op zeker moment een paar dolfijnen in de rivier, de Gambia. Maar nu we het doel van onze vaartocht bijna hebben bereikt, is zijn lach ineens verdwenen.

Ook een groepje Gambiaanse mannen bij de betonnen aanlegsteiger lijkt weinig goedgehumeurd. Even slaat de vertwijfeling toe. Noemen ze dit stukje West-Afrika niet 'the smiling coast'?Dan nodigt gids Diamacoune ons uit van boord te gaan om meer te weten te komen over 'de donkerste periode uit de menselijke geschiedenis'.

Dan dringt het tot ons door. Natuurlijk wordt er niet gelachen bij een beladen onderwerp als de slavernij, al helemaal niet als we een tocht maken in de sporen van de bekendste slaaf: Kunta Kinte van het Mandinkavolk, held van de kroniek Roots van de Amerikaan Alex Haley en de populaire tv-serie uit de jaren zeventig.

We zijn in Albreda, een gehucht van hutjes van klei met golfplaten daken langs de Gambia. Een plek waar zwarte vissers en boeren in armoede en bitterheid leven, maar vooral een plaats waar het slavernijverleden bewust levend wordt gehouden. 'Opdat jullie Europeanen onthouden wat er is gebeurd en wij zwarte Afrikanen, vooral in de diaspora, ons blijven herinneren waar onze wortels liggen.'

Hij wijst op het beeld van een zwarte figuur met gebroken ketenen, vlak bij de ingang van het dorp. 'Nooit meer', leest Diamacoune hardop en ernstig voor. 'Wat hebben jullie eigenlijk met slavernij?', wil de gids vervolgens van ons weten. We leggen uit dat het 150 jaar geleden is dat de slavernij in de Nederlandse koloniën in de West werd afgeschaft. Dat op 1 juli 1863 in Suriname 35 duizend slaven in vrijheid werden gesteld terwijl op de Antillen nog eens 12 duizend mensen uit hun slavenbestaan werden verlost.

Diamacoune knikt. Hij gaat naast een vlaggenmast staan. Het verhaal wil dat als slaven wisten te ontsnappen en deze mast aanraakten, ze vrij waren. Of het verhaal klopt? Hij wijst naar de brede wateren van de Gambia, waarin verderop nog net de contouren zijn te ontwaren van James Island. Hiervandaan zijn vanaf 1651 bijna twee eeuwen lang honderdduizenden slaven naar Amerika verscheept om er op plantages te werken.

'Als je het mij vraagt, heeft niemand ooit deze mast bereikt. Vrijwel allemaal zijn ze bij hun vluchtpoging verdronken. En anders wel door de blanke Europeanen doodgeschoten', zegt een steeds ernstiger kijkende Diamacoune. Intussen zijn we bij het Slavernijmuseum, officieel het National Museum of the North Bank aangekomen. De voormalige handelspost uit de 19de eeuw blijkt een lugubere verzameling objecten te herbergen: halskettingen voor slaven, handboeien, vrachtbrieven en andere documenten waarin is te lezen hoeveel 'gezonde jonge negers ' er waren gevangen die te koop werden aangeboden.

We zijn er stil van. Nauwelijks aandacht hebben we voor een prachtige, op een olifant lijkende kapokboom waaronder jongens uit het dorp ritueel worden besneden en waaronder de dorpsoudsten belangrijke vergaderingen beleggen. Ook negeren we een groep kinderen die ons smekend toubab (blanke) toeroepen in de hoop op wat munten, potloden of snoep. De gedachten blijven bij de gruwelen van de slavernij. Zozeer, dat we niet door hebben dat we vanuit Albreda zo het nabijgelegen dorpje Juffureh binnen zijn gelopen.

Maar dan klinkt de snerpende stem van een griot, een soort troubadour, die in gezang is losgebarsten terwijl hij zijn 21-snarige kora bespeelt. De klankkast is een kalebas bespannen met koeienhuid.'Dit is een lied over een bijzondere man. Een krijger, altijd in gevecht. Een winnaar. Een held. Een man die wordt bezongen. Een man over wie vaak wordt gedroomd. Hij was de zoon van Omoro en zijn echtgenote Binta. Hij was Kunta Kinte, de man die Juffureh gedwongen verliet.'

Zijn naam is gevallen: Kunta Kinte, wiens ouders al voor zijn geboorte te horen hadden gekregen dat hun zoon bijzonder en beroemd zou worden. De jongen die op zijn 17de in de binnenlanden werd gevangen door Europese slavenjagers en met 98 andere zwarte Afrikanen in de zomer van 1767 naar Annapolis, Maryland werd verscheept. Die daar, ook na jaren in ketenen, weigerde zijn Afrikaanse wortels af te zweren of de hem door zijn meester, een planter uit Virginia, opgelegde naam te dragen, Toby Waller.

Het is een geschiedenis die gedoemd leek tot vergetelheid totdat de Amerikaanse schrijver Alex Haley, op zoek naar zijn eigen familieoorsprong, in Juffureh terechtkwam. In een gesprek met de griot Kebba Kanji Fofana kwam hij tot de conclusie dat Kunta Kinte aan de basis van zijn familie stond, en dat Haley daarmee zijn roots - datgene waarnaar zoveel Afro-Amerikaanse nazaten van slaven verlangen - eindelijk had gevonden.

Het is een verhaal dat familieleden en nazaten van Kunta Kinte - in Juffureh wonen er nog zeventig - graag aan bezoekers vertellen. Als we opperen dat Haley zich volgens sommige historici heeft vergist in data en plaatsen, dat hij mogelijk zelfs is misleid door griot Fofana, halen enkele familieleden boos hun schouders op. Volgens Omar Taal, negende-generatie-afstammeling van Kunta Kinte, doet dit alles er niet toe. 'Kunta Kinte bestond al lang voor Haley hier kwam, hij is en blijft deel van de Afrikaanse geschiedenis. Ook kun je niet ontkennen dat Haley moeite heeft gedaan hem te vinden. Voor de rest heeft God zijn rol gespeeld in het gebeurde.'

Als Omar Taal ergens teleurgesteld over is, is het dat Haleys bestseller, de succesvolle tv-serie en de stroom toeristen Kunta Kintes familie niet meer welvaart hebben gebracht. 'Allemaal hebben ze ervan geprofiteerd. De familie Haley, touroperators, de Gambiaanse overheid. Maar wij leven nog altijd in armoede. Ook kijken veel dorpsgenoten ons scheef aan vanwege alle aandacht. Nou, zijn wij niet opnieuw slachtoffer van de slavenhandel waarvan Kunta Kinte de dupe was?' Een antwoord durven we Omar Taal niet te geven.

We gaan verder naar James Island. Veel valt er op het eilandje niet meer te zien. Van het door de Britten gebouwde Fort James zijn slechts stenen ruïnes over. Toch maken onder meer de resten van een cel en het veldje bij een grote baobab, waar vroeger slaven werden gebrandmerkt, grote indruk. Maar moeten we ons op deze verschrikkelijke plek ook schuldig voelen?

Gids Diamacoune probeert ons gerust te stellen. 'Wij Afrikanen moeten niet alleen de blanken de schuld geven voor wat er is gebeurd. Maar jullie kunnen niet van alles wegwuiven door ons Afrikanen te verwijten dat ook wij destijds slaven hebben verkocht. Allemaal waren we daders én slachtoffers. Ik hoop dat jullie dat vandaag hebben geleerd: dat de slavernij het collectieve falen van de mensheid is geweest.'

Naar Gambia

Vliegen naar Gambia kan met Brussel Airlines (vanuit Brussel), Transavia en Royal Air Maroc (overstap in Casablanca). 's Zomers vliegt Vueling met overstap in Barcelona, van oktober tot en met april vliegt Corendon Dutch Airlines rechtstreeks.

Vanuit toeristenhotels aan de Gambiaanse kust organiseren lokale touroperators Roots-excursies naar Albreda, Juffureh en James Island. Geen zin in een groep? In de hoofdstad Banjul kun je bij Denton Bridge een eigen bootje charteren om de 40 kilometer te varen. Een alternatief is de veerboot van Banjul naar Barra - een belevenis op zich - en dan per taxibusje naar Albreda en Juffureh.

150 jaar na de slavernij

De 'nationale herdenking slavernijverleden' en de viering van 150 jaar afschaffing van de slavernij vindt in Nederland plaats in Amsterdam rondom het Oosterpark en in de Stadsschouwburg, op 30 juni en 1 juli (herdenkingslavernijverleden2013.nl). Tijdens een Black Heritage Tour kan met een salonboot door de grachten van Amsterdam worden gevaren langs de vele sporen van de slavernij. Op 7 juli is er een vaartocht met historicus Leo Balai, auteur van Geschiedenis van de Amsterdamse slavenhandel (blackheritagetours.com). Vanaf oktober organiseert het Tropenmuseum een tentoonstelling die 'de Nederlandse samenleving vanaf de afschaffing van de slavernij' belicht (tropenmuseum.nl).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden