Het land van de zinkende zon

Slechte leningen bedreigden in de jaren tachtig het Amerikaanse bankwezen. Nu kampen de Japanse banken met een soortgelijke, maar grotere crisis....

TOINE BERBERS

DE BANKIER ligt niet wakker van de Japanse bankencrisis. Of hij ooit gedacht heeft dat het systeem zou bezwijken onder een teveel aan oninbare leningen? Een glimlach: 'Neen'.

Als deze handelaar bij het deftige bankiershuis Nomura ooit in de rats heeft gezeten, dan geeft hij het nu in zijn kapitale kantoor in Tokyo's zakenwijk Shinjuku niet toe.

Een buitenlandse bankier valt hem bij. 'Het probleem is groot maar hanteerbaar. Ik denk dat een regeling nabij is.' Onder leiding van het ministerie van Financiën wordt al maanden koortsachtig gewerkt aan een oplossing voor het probleem van slechte leningen.

'Niet of moeilijk inbaar' is volgens Sei Nakkai, een hoge ambtenaar van het ministerie van Financiën, een totaalbedrag van 37.390 miljard yen (380 miljard dollar) aan leningen. Kenners van Tokyo's financiële wereld verwachten dat het aan het eind van de rit het dubbele blijkt te zijn. Nomura hanteert intern het cijfer van 770 miljard dollar.

Daarmee is de Japanse bankencrisis veel groter dan het Amerikaanse Savings and Loans debâcle, dat in de jaren tachtig het voortbestaan van de Amerikaanse banken bedreigde. Maar de angst dat de crisis het financiële systeem onderuit zal halen, is aan het wegebben, omdat de 21 grootste banken afgelopen week goede winstcijfers konden tonen.

De meeste banken denken dat ze tussen één en vijf jaar de slechte leningen hebben weggewerkt. Ironisch genoeg laat de veelgeplaagde Daiwa-bank het beste resultaat zien met een winstsprong van 121 procent.

De regering had de Japanse spaarder al maanden geleden gerust gesteld met de verzekering grote banken voor faillissement te behoeden. De grootste zorgen zitten daarom niet hier. Het gaat om een oplossing voor kleinere banken en de vele hypotheekcoöperaties die op het platteland in grote moeilijkheden verkeren.

Toen er in september voor het eerst in vijftig jaar een run was op banken in Osaka en Tokyo hield de financiële wereld de adem in. Beelden uit de jaren dertig van lange rijen voor gesloten banken kwamen weer in herinnering. De wilde taferelen bij de Kizu Kredietunie in Osaka en de Hyogo bank in het nabijgelegen Kobe waren een klap voor de reputatie van het Japanse bankwezen.

Ruim tienduizend mensen eisten hun geld terug. De Bank van Japan, de centrale bank, moest het geld met vrachtwagens tegelijk aanvoeren om niemand teleur te stellen. Sommige rekeninghouders wilden niet zonder geld naar huis en brachten de nacht op de stoep door. Runs op banken waren tot voor kort een onbekend verschijnsel in Japan, maar dit jaar zijn er al vijf geweest.

Even later volgde het Daiwa-drama. Op de Newyorkse afdeling van de bank uit Osaka kon een handelaar 1,1 miljard dollar verspelen met de handel in obligaties (bijna twee miljard gulden). Na sussende woorden dat Daiwa het verlies makkelijk uit eigen zak kon bijpassen, kwamen onverkwikkelijke ruzies. De bank zou eerst hebben geprobeerd het verlies geheim te houden. Het ministerie van Financiën zou, eenmaal ingelicht, verzuimd hebben de Amerikaanse centrale bank snel te waarschuwen. Daiwa moet nu zijn kantoren in de VS sluiten en werkt aan een fusie met de grotere broer uit Osaka, Sumitomo.

De geloofwaardigheid van Japanse banken was zó aangetast dat voor hen op de internationale geldmarkten een (kleine) Japantoeslag ging gelden. Van de grootste tien banken in de wereld zijn er zeven Japans. Problemen in Japan leiden onherroepelijk tot problemen elders in de wereld.

De misère komt voort uit de zeepbeleconomie van de jaren tachtig. Overmoedig geworden door de jarenlange economische voorspoed gingen banken steeds avontuurlijker leningen aan. Dat ging fout toen begin jaren negentig de prijzen voor grond en onroerend goed drastisch daalden. Tot overmaat van ramp stortte de beurs in. Onderpand werd opeens veel minder waard, waardoor banken leningen gingen afschrijven.

Het ministerie van Financiën waarschuwde volgens ambtenaar Nakkai begin jaren negentig al voor overbelening. Maar verder deed de overheid erg weinig. Drie jaar geleden was er al een bankrun op de Hyogo-bank. Klanten namen 10 procent van de tegoeden op, maar het verhaal werd uit de pers gehouden. De geruchtenmolen begon toen al te draaien.

IN VOLGENDE gevallen bagatelliseerde het ministerie steeds de ernst van de situatie. Het resultaat was dat toen de volle omvang van de crisis aan het licht kwam, niemand in de bankwereld de overheid nog op haar woord wenste te geloven.

Het ministerie - ook al in moeilijkheden door de beschuldigingen van geheimhouding in de Daiwa affaire - heeft de laatste weken het vertrouwen van de bankiers weten terug te winnen met openhartige publikaties van de gevaarlijke leningen.

De grote banken hebben hun steentje bijgedragen door de internationale norm over te nemen om alle slechte leningen op te nemen in de calculaties. Tot voor kort deden ze dat alleen met leningen waarop zes maanden en langer niet was terugbetaald. Nu tellen ook geherstructureerde leningen met lange rentevrije periodes mee.

De handelsbanken mogen uit de gevarenzone zijn, over de veel grotere problemen met de 120 regionale banken en de duizenden plattelandscoöperaties woedt achter de schermen een verwoede strijd. Wie moet het meest betalen?

Van de uitstaande leningen zijn die van de huisvestingscoöperaties, de jusen, het meest hopeloos. Deze instellingen verstrekken hypotheken aan particulieren en projectontwikkelaars in de woningbouw. Ze betrekken dat geld niet uit de tegoeden van spaarders, maar van de grotere banken. Die vonden in de roekeloze jaren tachtig dat het verstrekken van hypotheken moest worden versimpeld en richtten daarom zelf de jusen op.

De jusen deden wat er van ze werd verwacht. Het resultaat is dat rond de 70 miljard dollar aan leningen moet worden afgeschreven vanwege de waardedalingen. Het totale bedrag aan slechte leningen loopt tegen de honderd miljard. Zelf staan ze bij hun schuldeisers voor ongeveer 65 miljard rood.

Het ongeluk wil dat de grootste geldschieters van de jusen de landbouwcoöperaties en andere kleine plattelandsbankiers zijn. Die hebben zelf al de grootste problemen om het hoofd boven water te houden. Zij zouden willen dat de breedste schouders het zwaarste verlies dragen.

Maar de grote banken schoten er dit jaar tien miljard dollar bij in, toen de vijf regionale banken ten onder gingen. Die vinden bovendien dat zij moeten worden beloond voor hun reactie op de waarschuwingen van het ministerie voorzichtiger te zijn met het verstrekken van leningen.

'Maar jullie stimuleerden ons', zeggen de kleintjes, die deze vermaning in de wind sloegen en roekeloos doorgingen. Groot en klein gaan ervan uit dat de overheid wel bijspringt. Bankiers verwachten dat uiteindelijk de drie partijen elk ongeveer eenderde van het verlies zullen nemen. Maar voor het zover is, wordt er hard gevochten.

De kleintjes hebben machtige vrienden. De Liberaal Democratische Partij, weer terug als grootste regeringspartij, betrekt haar steun van het platteland. Als de landbouwbanken failliet gaan, wordt de hele boerenstand weggevaagd. Dat zou erg veel stemmen kosten.

AAN DE andere kant kan de LDP het zich niet permitteren al te enthousiast met de geldbuidel te rammelen. Dat de overheid knoeiende bankiers te hulp schiet, is in hervormingsgezinde kringen erg taboe. Veel kiezers die het handjeklap en het gezwaai met de beurs in de politiek beu zijn, willen geen belastinggeld naar de rijke bankiers zien wegvloeien.

Dat de grote banken nauwelijks bereid zijn te korten op de riante bonussen voor hun personeel doet hun zaak geen goed. Enkele grote banken hebben de eindejaarsuitkering verlaagd van zes maanden naar vijfeneenhalve maand salaris.

Een complicatie bij de onderhandelingen is dat niemand weet wat de onderpanden precies waard zijn. De prijs van onroerend goed ligt nu op het niveau van 1986. Sommige kenners achten verdere daling met nog eens een kwart heel waarschijnlijk. Maar als de prijzen weer gaan stijgen in de richting van het oude niveau zou de crisis een stuk makkelijker opgelost worden.

Hetzelfde geldt voor de weer voorzichtig opkrabbelende aandelenbeurs. De Nikkei-index die omlaag zeilde van 30.000 punten in 1990 naar 14.000 begin dit jaar, nadert nu de 18.700.

'Tja', zegt de bankier van Nomura, 'het allerbeste zou zijn als de economie weer aantrekt en de prijzen gaan stijgen. Maar de economische vooruitzichten zijn niet rooskleurig. Afgelopen week heeft de Economische Raad, een adviesorgaan van de regering, gezegd dat zonder ingrijpende economische hervormingen in alle sectoren, het groeipercentage niet meer boven de 1,75 procent zal komen.

De buitenlandse bankier verwacht dat de crisis tot een tweedeling in het Japanse bankwezen zal leiden. Een vijftal sterke grote banken zal al of niet gefuseerd internationaal blijven opereren. De andere zullen zich terugtrekken op Japan en hun kostbare internationale netwerk afstoten.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden