Reportage Bed, bad en brood

Het laatste toevluchtsoord voor vreemdelingen die weg moeten: ‘We willen wel terug, maar we kunnen niet’

Hoe krijg je uitgeprocedeerde asielzoekers die geen recht hebben op een verblijfsvergunning het land uit? Veel gemeenten hebben een eigen bed-bad-broodregeling. Maar nieuw onderzoek wijst uit dat een sneller vertrek wordt bewerkstelligd in een 24-uursopvang, zoals in Groningen.

De boot waarmee gehandicapten vroeger tochtjes maakten over de Rijn, ligt nu afgemeerd in het Groningse Eemskanaal en huisvest 112 migranten. Foto Harry Cock / De Volkskrant

Nadire Oguz (50), een forse dame van Turks-Koerdische afkomst, wijst in de kweekbak met haar naam erop: dat is spinazie, daar zijn de bieten, en hier de cherrytomaten. Veel meer dan wat groene sprieten zijn het nog niet. Haar moestuintje staat opgesteld onder lijnen vol gekleurde was van bewoners van de Groningse bed-bad-broodopvang.

Het is het laatste toevluchtsoord voor vreemdelingen die weg moeten, maar dat niet kunnen of willen. Eén locatie is gevestigd in een voormalige rondvaartboot van vereniging de Zonnebloem. De boot waarmee gehandicapten vroeger tochtjes maakten over de Rijn, ligt nu afgemeerd in het Groningse Eemskanaal en huisvest  112 migranten.

Oguz verblijft op de nabijgelegen tweede locatie, het oude Formule 1-hotel. Daar slapen nog eens 115 bewoners. Ze vroeg in 2014 asiel aan in Nederland. ‘Ik had als Koerdische een politiek probleem in Turkije’, zegt ze in gebroken Nederlands. De immigratiedienst wees haar aanvraag af en een latere uitspraak van de rechtbank bracht evenmin verandering: Oguz moet het land verlaten. In Turkije loopt ze naar eigen zeggen gevaar, dus geen haar op haar hoofd die denkt aan terugkeer. Ze zat een paar maanden in het uitzetcentrum in Ter Apel, maar moest daar op een gegeven moment weg.

De boot waarmee gehandicapten vroeger tochtjes maakten over de Rijn, ligt nu afgemeerd in het Groningse Eemskanaal en huisvest 112 migranten. Foto Harry Cock / De Volkskrant

Nu verblijft ze al anderhalf jaar in de bed-bad-broodopvang. Dat ze zich hier stort op het kweken van cherrytomaatjes, suggereert dat ze voorlopig nog niet weg is.

Toch zit achter die moestuin een andere filosofie, zegt directeur John van Tilborg van stichting Inlia, die de opvanglocaties runt. Door mensen een dagbesteding te geven - in de tuin werken, zelf schoonmaken en eten koken, sporten, Nederlands of Engels leren - krijgen migranten weer een actief ritme. En dat maakt volgens hem dat ze meer openstaan om over hun toekomst na te denken, al dan niet in hun land van herkomst.

Verzet

Het is het bijna onoplosbare hoofdpijndossier van de asielketen: hoe krijg je mensen het land uit die geen recht hebben op een verblijfsvergunning? 

Het vorige kabinet wilde geen opvang meer bieden aan uitgeprocedeerden die niet meewerken aan hun terugkeer. Het idee is dat te riante opvangvoorzieningen ertoe leiden dat migranten het te goed naar hun zin hebben en helemaal niet meer denken aan vertrek. Gemeenten kwamen daartegen in verzet, want zonder opvang zitten zij met de praktische uitwassen: meer illegalen op straat die overlast veroorzaken. Nogal wat gemeenten betalen daarom hun eigen bed-bad-broodopvang, in afwachting van nieuw landelijk beleid (zie inzet).

De verwachting dat mensen wel vertrekken als hun omstandigheden hier maar armetierig genoeg zijn, blijkt in de praktijk immers vaak niet zo uit te pakken - velen verkiezen een illegaal verblijf in de Nederlandse marge boven een terugkeer naar pakweg Bangladesh of Ethiopië.

De boot waarmee gehandicapten vroeger tochtjes maakten over de Rijn, ligt nu afgemeerd in het Groningse Eemskanaal en huisvest 112 migranten. Foto Harry Cock / De Volkskrant

'Overleefstand'

In een WODC-rapport over bed-bad-broodvoorzieningen dat maandag verscheen, concluderen de onderzoekers dat migranten zich niet laten ‘wegjagen’ door enkel sobere nachtopvang. Volgens het onderzoek wordt vertrek sneller bereikt in een 24-uursopvang met maatschappelijke begeleiding en dagactiviteiten.

Wie alleen 's nachts wordt opgevangen en overdag op straat hangt, komt in een ‘overleefstand’ terecht. Mensen hebben dan geen ruimte in hun hoofd om überhaupt over de toekomst en een eventueel vertrek na te denken, aldus de onderzoekers.

Zij zien dus het meeste heil in opvang volgens het ‘Groningse model’, zoals stichting Inlia die al jaren uitvoert. Niet voor niks kreeg directeur Van Tilborg al ambtenaren op bezoek van gemeenten van Amsterdam tot Nijmegen, en uit België. ‘Omdat anderen ook inzien dat dit werkt’, aldus Van Tilborg. In februari kwam ook staatssecretaris Mark Harbers (Justitie en Veiligheid) kijken.

Gasten

Op zijn kantoor legt Van Tilborg uit wat hij al die ambtenaren ook vertelde: ‘De straat is nooit onderdeel van een oplossing.’ Met menselijke aandacht is volgens hem meer te bereiken. ‘We spreken hier van gasten. We heten alle mensen welkom, ongeacht hun verleden, en leggen uit dat het verblijf hier tijdelijk is en dat we samen gaan werken aan een toekomstplan.’

Het lukt de maatschappelijk begeleiders hier om ook opvang te bieden in de meest problematische situaties. Zeker eenderde van de migranten in de bed-bad-broodopvang heeft psychiatrische of fysieke problemen, of een combinatie ervan. 

Van Tilborg herinnert zich de man die door een arrestatieteam was weggehaald in Ter Apel. ‘Hij had al eerder een ernstig delict begaan en werd door de politie ‘steek- en brandgevaarlijk’ genoemd. Die werd hier op de stoep afgezet op een feestdag, toen maar één medewerker en één stagiair dienst hadden. Best heftig.’

Door bewoners medeverantwoordelijk te maken en te vragen op elkaar te letten, leiden zulke ‘zware gevallen’ doorgaans niet tot  grote problemen, merken ze in Groningen.  Van Tilborg: ‘Het is bovendien veiliger dat zulke mensen bij ons slapen, dan dat ze op straat rondzwerven.

In de container met keuken die op de kade naast de opvangboot staat, probeert Khalid zijn gedachten te verzetten door pittige currypasteitjes te bereiden. Foto Harry Cock / De Volkskrant

Perspectief

In principe zijn er twee toekomstperspectieven waar gasten hier naartoe werken: hervestiging in het eigen land, of misschien toch een verblijfsvergunning in Nederland. ‘Maar daar zijn we wel heel realistisch in’, zegt Van Tilborg. ‘We gaan niemand aanmoedigen een kansloze procedure te voeren.’

Van de 635 mensen die Inlia de afgelopen drie jaar opving, bleken er 170 uiteindelijk alsnog een verblijfsvergunning te krijgen. Dat zoveel ‘uitgeprocedeerden’ achteraf toch recht hebben op een status, verbaasde ook Heinrich Winter, directeur van onderzoeksbureau Pro Facto en hoogleraar Bestuurskunde in Groningen, die meewerkte aan het WODC-rapport over de bed-bad-broodopvang. 

Uit de landelijke cijfers blijkt dat 11 procent van de bewoners uiteindelijk een verblijfsvergunning krijgt en 9 procent op het moment van onderzoek nog kans maakt op een status. Iets lagere percentages dan in Groningen dus, maar niettemin substantieel. ‘In het voorstadium gaat er dus iets mis’, zegt Winter. ‘Bijvoorbeeld doordat asieladvocaten steken laten vallen, of fouten worden gemaakt in de beoordeling.’

Volgens het ministerie van Justitie is de asielprocedure echter zorgvuldig. Dat zoveel mensen in tweede instantie alsnog een status krijgen, komt volgens het ministerie doordat na verloop van tijd het beleid of de individuele omstandigheden van de asielzoeker wijzigen, bijvoorbeeld door ziekte of ontwikkelingen in het herkomstland.

Het moestuintje, opgesteld onder lijnen vol gekleurde was van bewoners van de Groningse bed-bad-broodopvang in het oude Formule 1-hotel. Foto Harry Cock / De Volkskrant

Geloofwaardig

Die hoge percentages van alsnog ingewilligde asielverzoeken maken het stimuleren van vertrek lastig. Winter: ‘Mensen denken pas na over terugkeer als zij ervan overtuigd zijn dat er in Nederland geen enkel perspectief is. Als een aanzienlijk deel van de mensen uiteindelijk alsnog een vergunning krijgt, maak je die boodschap niet erg geloofwaardig.’

 In Groningen merken ze dat spreken over terugkeer weinig zin heeft als mensen zelf het idee hebben dat er nog hoop is op een status. In zogenoemde ‘perspectiefgesprekken’ proberen begeleiders vreemdelingen aan te zetten tot een realistisch toekomstplan. Als een hernieuwde aanvraag kansloos is, wordt dat door begeleiders ook zo benoemd. 

‘Je moet ook onderzoeken waarom mensen precies bang zijn voor terugkeer’, zegt Izre Kuiper, teamleider maatschappelijke ondersteuning. ‘Vaak is er bijvoorbeeld schaamte tegenover de achterblijvers, de familie die veel geld heeft ingezameld voor de reis. Ik herinner me ook een man die niet durfde terugkeren omdat hij zijn vrouw in het land van herkomst in de steek had gelaten. Zo’n verhaal komt er vaak pas na een tijdje uit. Maar als je dat dan weet, kun je samen nadenken over onder welke voorwaarden terugkeer wel veilig kan.’

Lastige groep

De afgelopen drie jaar keerden dertig vreemdelingen onder begeleiding van Inlia terug naar hun land van herkomst. Niet veel op ruim zeshonderd opgevangen mensen. De bed-bad-broodbewoners vormen dan ook een lastige groep: volgens het WODC-rapport zijn ze gemiddeld al 8,9 jaar in Nederland, komt ongeveer 80 procent uit een land dat niet op de veiligelandenlijst van de overheid staat en heeft een aanzienlijk deel ernstige medische problemen. 

‘We hebben nu bijvoorbeeld drie gasten die terminaal ziek zijn’, zegt Van Tilborg. ‘Vorig jaar moesten we afscheid nemen van een doodzieke vrouw uit Armenië.’ Ze  was uit de reguliere opvang gezet en overleed een week na haar 89-ste verjaardag in de bed-bad-broodlocatie.

Ook de moeder van Imran Khalid (33) uit Pakistan is ernstig ziek. Ze heeft hepatitis, geen gevoel in haar benen en komt hun kamer op de bed-bad-broodboot bijna niet uit. In de container met keuken die op de kade naast de opvangboot staat, probeert Khalid zijn gedachten te verzetten door pittige currypasteitjes te bereiden.

Hij vertelt dat hij, christen, een boekwinkel had in Pakistan. ‘Ik werd ervan beschuldigd dat ik in mijn winkel op een koran was gaan staan. Het was niet waar, maar de moslimgemeenschap was woest op mij en we moesten onderduiken om niet te worden vermoord.’

Khalid, zijn vrouw en zijn moeder arriveerden eind 2014 via een mensensmokkelaar met het vliegtuig in Nederland. Hun asielaanvraag is al vijf keer afgewezen. ‘Ze geloven ons verhaal niet’, zegt Khalid. Als hij terug gaat naar Pakistan overleeft hij dat niet, vreest hij. ‘We willen wel terug, maar we kunnen niet. Het enige wat we kunnen hopen is dat God iets goeds voor ons in petto heeft.’

Leefgeld

Khalid biedt een loeiheet pasteitje uit zijn wokpan aan. Gasten bij Inlia krijgen 30 euro leefgeld per week en een pannenset bij binnenkomst. Het boodschappen doen en koken levert volgens Van Tilborg een bijdrage aan het weer actief worden en het gevoel hebben controle te hebben op het eigen leven. 

Ook sporten wordt  om die reden aangemoedigd. De verlegen Chinees Zhou Hongyi (42) doet bijvoorbeeld aan volleybal en gaat naar de sportschool, vertelt hij. Hij is veertien jaar geleden zijn stad ontvlucht om redenen waarover hij niet durft te praten. Nu wil hij wel terug naar zijn land, maar hij heeft geen geldig paspoort en de Chinese autoriteiten weigeren mee te werken.

Zhou heeft al drie keer op de vertreklocatie in Ter Apel verbleven, maar telkens moest hij ook weer weg omdat zijn terugkeer niet te realiseren was. Nu zit hij alweer twee jaar in de Groningse bed-bad-broodopvang.

In het niemandsland tussen twee overheden die hem niet willen hebben, komt hij zijn dagen op de boot door met het koken van foe yong hai, schoonmaken, wat lezen, ‘soms een potje snooker’. Een beeld van zijn toekomst heeft hij niet. Met zachte stem: ‘Ik wil alleen maar heel graag terug naar mijn ouders in China.’

Acht locaties voor uitgeprocedeerden

In het regeerakkoord uit oktober 2017 staat dat er acht Landelijke Vreemdelingen Voorzieningen (LVV’s) moeten komen voor migranten die het land uit moeten. Die zouden de huidige gemeentelijke bed-bad-broodlocaties vervangen. Op dit moment vangen gemeenten uitgeprocedeerden naar eigen goeddunken (en op eigen kosten) op. In sommige steden, zoals Groningen, gaat het om 24-uurslocaties met begeleiding, in andere gemeenten zoals Amsterdam en Den Haag gaat het enkel om een bed voor de nacht.

Op basis van een WODC-rapport dat maandag verscheen, lijkt de conclusie gerechtvaardigd dat 24-uursopvang met begeleiding de beste perspectieven biedt voor terugkeer. Heinrich Winter, directeur van onderzoeksbureau Pro Facto dat het onderzoek uitvoerde, vermoedt dat het toekomstig beleid die richting uit zal gaan. ‘Er is grote consensus bij iedereen in dit werkveld dat opvang met begeleiding de meeste kansen biedt om mensen aan te zetten tot terugkeer.’

Op dit moment onderhandelt het Rijk met de Vereniging Nederlandse Gemeenten over de vraag hoe de opvang en begeleiding in de acht LVV’s eruit moeten komen te zien. Het ministerie van Justitie en Veiligheid wil daar verder nog niet inhoudelijk op ingaan. Wel zegt de woordvoerder dat het begeleiden van deze groep ‘essentieel’ is.

Welke acht steden een LVV krijgen is nog niet bekend, wanneer ze opengaan evenmin. In het regeerakkoord staat dat alleen vreemdelingen die meewerken aan terugkeer straks worden opgevangen. De vraag is nog hoe hard die eis in de praktijk wordt uitgelegd. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.