Column

Het laatste ideaal van mijn buurvrouw

Er werd aangebeld. 'Da's de buurvrouw', zei ik tegen de fronsende Man, die, net als ik, altijd een beetje schrikt van onverwacht bezoek.

Eva Hoeke Beeld Foto Robin de Puy

Het was inderdaad de buurvrouw, door het voordeurraampje zag ik het zwart al wapperen. In de buurt stond ze erom bekend, nooit zagen we buurvrouw in iets anders dan zwarte kleding, dag en nacht, zomer en winter, tij en ontij. Haar haar, ook zwart, zat zoals de in 1906 geboren Amerikaanse Louise Brooks, ster in stomme films, en ik vermoed dat haar karakter bij kleur en kapsel aansloot, want tijdens onze eerste kennismaking had ze de Man en mij naar ons sterrenbeeld gevraagd en alleen nog maar diep gezucht toen bleek dat we Waterman waren - dat was haar ex-man ook.

'Nou, ze hebben 'm aangenomen', stak ze van wal zodra ik opendeed. 'Ze verlenen nu eerste hulp en als hij daar goed op reageert, gaat-ie vandaag nog door naar de vogelopvang.'

'Oké', zei ik.

En toen het daarna stil bleef: 'Eind goed, al goed. Toch?'

'Nou, eind goed, al goed', zei de buurvrouw. 'Het is wachten op het volgende slachtoffer.'

Een kwartier daarvoor hadden we gezien hoe een mereljong achterna was gezeten door de twee siamezen van de andere buurvrouw, die van de schoonheidssalon, een West-Friese blondine met helblauwe ogen en bijpassende vooruit-met-de-geitmentaliteit. In alles een tegenpool van de vrouw die nu voor me stond, kortom, en dat verschil was duidelijk gemaakt door het nietsontziende werk van twee katten, 'die róvers, iets anders kan ik het niet noemen.' Het arme mereljong was trillend van ellende onder bosjes en auto's gehupst, maar daar steeds weer onder vandaan geklauwd, zijn linkervleugel hing er al lam bij en toen ik de wens had uitgesproken dat ze hem dan maar snel uit zijn lijden moest verlossen ook, had de zwarte buurvrouw me aangekeken of ik Idi Amin was en het dier in een handdoek gevat en naar de dierenambulance gebracht.

Maar van eind goed, al goed was geen sprake, want na de ramp was daar nu de schuldvraag. 'Het zijn toch ook verschrikkelijke rovers, die katten?', stelde de zwarte buurvrouw me de open vraag. 'Ze zítten er gewoon op. En altijd met z'n tweeën, hè. Dat vind ik zó gemeen.' Ze keek even om zich heen en boog zich naar voren. 'Ik ben al eens met haar wezen praten' - ze knikte in de richting van de schoonheidssalon - 'Maar ze weigert ze een belletje om te doen. Ze zegt dat het de natuur is. Vind je dat niet afschuwelijk?'

Ik wíst dat ze naar de blonde buurvrouw toe was gegaan. Dat had ik namelijk gehoord toen ik een week eerder bij haar in de stoel had gelegen voor een lentebehandeling. Sil, geamuseerd: 'Stond ze hier ineens aan de deur: of ik die beesten in de lente wilde binnenhouden. En of ik ze anders niet beter naar een boerderij kon brengen. Mijn bloedeigen katten! Zal ik je wenkbrauwen ook meteen even doen?'

En ik had meegelachen, want Sil kan erg rücksichtlos zijn met een pincet en bovendien ben ik nog niet zo verstadst dat ik dieren wil opsluiten. Maar hier, aan de deur, met dat zware hart vol leed en medeleven tegenover me, luisterde ik naar het eindeloze verhaal van de hond die ze ooit meenam uit Spanje, knikte ik van ja toen ze zei dat dat mereljong nu een mooi, tweede leven tegemoet ging en nam ik me voor nooit iemands laatste ideaal te vernietigen.

eva.hoeke@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden