Het laatste Duitse taboe

Opnieuw is Duitsland in de ban van zijn oorlogsverleden. Aanleiding is een tentoonstelling over de vernietigingsoorlog van de Wehrmacht. Vooral in de voormalige DDR is het zelfbedrog groot....

HET LAATSTE TABOE wordt het genoemd, de vernietigingsoorlog van het Duitse leger aan het Oostfront. Volgens de legende was Hitlers Wehrmacht 'sauber'. De volkerenmoord kwam op rekening van de misdadige SS en verdwaasde politiebataljons. 'Dit collectieve zelfbedrog duurde vijftig jaar en was noodzakelijk om te kunnen overleven. Het is een deel van het succes van het naoorlogse Duitsland', zegt historicus Hannes Heer.

Heer (56) is de maker van Vernietigingsoorlog. Misdaden van de Wehrmacht, 1941 tot 1944, een reizende tentoonstelling die al twee jaar garant staat voor extreem-rechts oproer. Deze maand is Dresden aan de beurt, de hoofdstad van de Oost-Duitse deelstaat Saksen. De doodgewaande nazi-partij NPD hergroepeerde zich in de voormalige DDR en greep de opening in januari aan als gewelddadig begin van haar verkiezingscampagne.

Heer en zijn medewerkers van het Hamburgse Instituut voor Sociaal Onderzoek hebben in kaart gebracht hoe de Wehrmacht zich tussen 1941 en 1944 heeft gedragen tijdens de partizanenoorlog in Servië, de veldtocht naar Stalingrad en de driejarige bezetting van Wit-Rusland. De conclusies zijn bekend: zonder tussenkomst van SS of de beruchte Einsatzgruppen heeft het reguliere leger miljoenen weerloze burgers vermoord.

De optochten van nieuwe en oude nazi's, overal waar de tentoonstelling verschijnt, noemt Heer een randverschijnsel. De pogingen van conservatieve krachten om de telkens zes weken durende tentoonstelling voortijdig om zeep te helpen, zijn namelijk definitief gestrand. Niettemin mag het huidige Duitse leger, de Bundeswehr, van de politieke leiding op geen enkele wijze deelnemen aan de begeleidende discussieavonden.

De Bundeswehr, sinds begin januari doelwit van een parlementaire enquête naar extreem-rechts wangedrag, lijkt daarmee de ontwikkeling in de Duitse samenleving te negeren. Heer noemt dit verontrustend, maar niet verbazingwekkend. De legende van de 'saubere Wehrmacht' wordt volgens hem door 60 tot 70 procent van de gepensioneerde Bundeswehr-generalen nog steeds gekoesterd en verbreid. Hun invloed op het huidige officierenkorps én de gewone dienstplichtigen laat zich raden.

In de zomer van 1995, toen de tentoonstelling klaar was en op reis kon, reageerde het ministerie van Defensie in Bonn positief. In het grootste soldatenblad verscheen een lovende recensie met als teneur dat de feiten klopten, maar de conclusies van Heer tamelijk extreem waren. De tentoonstelling, aldus minister Rühe, leende zich uitstekend voor een debat in de Bundeswehr, het leger dat 'midden in de maatschappij staat'.

Gelijktijdig kondigde de christen-democraat, eindelijk, de naamswijziging aan van de laatste kazernes die waren vernoemd naar nazi-generalen. Bovendien kwam er een oud dienstvoorschrift tevoorschijn, waarin werd afgerekend met bepaalde militaire tradities die in ere waren gehouden. De Wehrmacht, aldus het voorschrift, is ten enenmale ongeschikt om de Bundeswehr tot voorbeeld te dienen.

Hannes Heer werd uitgenodigd voor een lezing bij een divisie Alpenjagers in Beieren. Het ging er op de kazerne verhit aan toe, herinnert hij zich. Discussies 'en flink zuipen' tot diep in de nacht met honderdvijftig officieren. Andere uitnodigingen volgden, tot minister Rühe de knop omdraaide. Volgens Heer wegens 'een niet langer te houden druk uit de Bundeswehr'.

Gesteund door delen van de christen-democraten (CDU/CSU), veteranenverbanden, neo-nazi's, maar ook mensen als ex-kanselier en oud-Wehrmacht-officier Helmut Schmidt werd de tentoonstelling taboe verklaard. De Wehrmacht, zo luidde de klacht, werd te algemeen als misdadige bende veroordeeld. Het verzet escaleerde vorig jaar, toen de tentoonstelling in München leidde tot bizarre optochten en hevige straatgevechten.

Als reactie op München en nadat de in rang derde burger van het land, president Jutta Limbach van het Constitutionele Hof in Karlsruhe, een tentoonstelling had geopend, kwam 'de verheugende tegenreactie': zestig steden in Duitsland en Oostenrijk willen het overzicht van Heer graag ontvangen. Anders dan in Duitsland hebben in Oostenrijk officieren wel het dringende advies gekregen de tentoonstelling te bezoeken en deel te nemen aan discussies.

Dresden is nummer 23 op de lijst, zodat de tentoonstelling nog jaren zal rondreizen. In München kwamen negentigduizend bezoekers, onder wie twintigduizend scholieren, ondanks een verbod van de Beierse minister van Onderwijs. In Frankfurt kwamen honderdduizend mensen, in Bremen vijftigduizend. In Dresden loopt het storm.

Heer: 'Inmiddels is er een democratische consensus bereikt. Duitsland neemt niet alleen de verantwoordelijkheid voor Auschwitz, maar ook voor de misdaden van de Wehrmacht. Je kunt de tentoonstelling in het beroemde rijtje plaatsen: de tv-serie over de holocaust, de film Schindler's List, het Goldhagen-debat, de dagboeken van Victor Klemperer. Als ik dit effect drie jaar geleden had voorspeld, zou ik terecht van grootheidswaan zijn beschuldigd. Het heeft ons volstrekt verrast.'

Al tijdens de oorlog probeerde de Wehrmacht alle sporen van zijn misdaden uit te wissen en herinneringen aan de moordpartijen te doen vergeten. Na de oorlog werd deze politiek ongewijzigd voortgezet. Althans in West-Duitsland. Heer: 'Het beeld van de zuivere Wehrmacht, de gewone soldaat die dapper heeft gestreden, was noodzakelijk voor het nieuwe, democratische Duitsland. De verslagen volksgemeenschap heeft zichzelf geïdentificeerd met het lot van de Wehrmacht.

'Als een collectief van slachtoffers, van plichtsgetrouwe mensen, dat weer eensgezind aan de wederopbouw begint en opstaat in een nieuw leger, de Bundeswehr. De Wehrmacht was in dit beeld niet te vergelijken met de SS of andere terreurorganisaties. De Wehrmacht was een organisatie van iedereen, elke familie was ermee verbonden, had haar mannen ter beschikking gesteld en doden te betreuren.

'De leugen van zelfbedrog en de bijna idyllische beschrijving van de gewone oorlog hoorden bij de overlevingsstrategie. Als het nationaal collectief onder ogen had gezien dat alle twintig miljoen Wehrmacht-soldaten hadden meegedaan of de misdaden in ieder geval hadden geduld, dan was het de afgelopen vijftig jaar niet uit te houden geweest. Je kunt dus spreken van een noodzakelijke legende, nodig voor het democratische en economische succes van de naoorlogse West-Duitse Bondsrepubliek.'

De tentoonstelling in Dresden is aangepast omdat de makers zich op een 'typische West-Duitse fout' hadden betrapt. Zij hadden vergeten dat de verwerking van het oorlogsverleden in de DDR anders is verlopen dan in West-Duitsland. De eerste drie tentoonstellingen in Oost-Duitsland trokken nauwelijks de aandacht. De reacties waren volgens Heer in drie zinnen samen te vatten: we weten het allemaal al, het is een West-Duits probleem, voor oorlogsmisdaden kunnen Oost-Duitsers niet verantwoordelijk worden gesteld.

Door deze reacties kregen de historici uit Hamburg pas een indruk van wat er in de ex-DDR nog allemaal moet worden ingehaald. Zij maakten een extra hoofdstuk, waarin de naoorlogse DDR-propaganda op confronterende wijze onder de loep genomen wordt. Voormalige militaire historici uit de DDR hebben inmiddels erkend hoezeer het beeld vroeger bewust werd vertekend.

In de DDR werden verschillende thema's verzwegen en begon de Tweede Wereldoorlog pas in de winter van 1941, toen de Wehrmacht vastliep voor Moskou. Heer: 'Dat de Duitsers 5,7 miljoen Russen krijgsgevangen maakten, werd niet genoemd, omdat het een slecht licht wierp op de Sovjet-Unie. Wie zich als sovjet-mens gevangen liet nemen, was een collaborateur, verdween na de oorlog direct in de stalinistische goelag en krijgt tot op heden geen pensioen en erkenning.

'De holocaust bestond niet, want het was een klassenstrijd van het imperialistisch-fascistische Duitsland tegen de socialistische Sovjet-Unie. Racistische doelen kwamen daar niet in voor. Er woonden ook geen joden in de Sovjet-Unie, maar sovjetburgers met joodse identiteit. De Duitse overwinningen in 1941 en 1942 bestonden evenmin in de Sovjet-Unie, dus ook niet in de DDR. De oorlog begint bij de terugtocht rond Moskou. Dan gebeurt er een tijd lang weer niets, tot Stalingrad.'

In de DDR woonden geen oorlogsmisdadigers. Die hadden immers allemaal de wijk genomen naar West-Duitsland en daar de Bundeswehr opgericht. Voor zover ze in de DDR waren gebleven, hadden ze stuk voor stuk een succesvolle socialistische heropvoeding achter de rug. Daarom, aldus Heer, was het begrip van individuele schuld aan de misdaden van de Wehrmacht in Oost-Duitsland onbekend.

'De DDR stond aan de kant van de overwinnaars. Met de verloren oorlog had zij niets te maken. Eigenlijk waren Oost-Duitsers altijd antifascisten geweest. Zij bevolkten de arbeiders- en soldatenraden in 1918, leidden de stakingen van 1920 en 1921, verzetten zich tegen Hitler en stonden in de Spaanse burgeroorlog aan de goede zijde. De DDR was het antifascistische, het goede Duitsland. Die typisch Oost-Duitse mythe bestaat nog steeds, net als de mythe van de zuivere Wehrmacht in West-Duitsland.'

Heer spreekt van een enorme dynamiek, als hij het heeft over het effect van zijn tentoonstelling. Net als in het westen van de republiek melden zich in Oost-Duitsland talrijke voormalige Wehrmacht-soldaten die eindelijk hun verhaal kwijt kunnen. Pijnlijk nauwkeurige getuigenissen, dagboeken, veldpost en foto's 'die nog veel gruwelijker zijn dan wij tonen' onderstrepen het gelijk van Heer: iedereen kon weten hoe de Wehrmacht zich aan het Oostfront heeft misdragen.

Hoe verklaart Heer dat eerbiedwaardige voormalige gezagdragers als Helmut Schmidt en Richard von Weizsäcker weigeren te spreken van een misdadige Wehrmacht? Von Weizsäcker, die als president in 1985 nota bene erkende dat iedereen bewust de verkeerde kant had opgekeken, schrijft in zijn memoires dat zijn vader, onder Hitler staatssecretaris van Buitenlandse Zaken, niet op de hoogte was van de jodenvervolging.

Heer: 'De dagboeken van Victor Klemperer zijn voor mij de maatstaf. Klemperer woonde in Dresden midden in de nationaal-socialistische volksgemeenschap. Als jood bleef hij verstoken van belangrijke nieuwsbronnen als kranten en radio. Toch was hij precies op de hoogte van de concentratiekampen, hoe lang je in Auschwitz in leven bleef en wat er in Rusland gebeurde. En dan zou een staatssecretaris aan de Wilhelmstrasse in Berlijn van niets geweten hebben.

'Von Weizsäcker sprak in 1985 tamelijk abstract en als het geweten van het volk, nu schrijft hij in de ik-vorm, als vertegenwoordiger van zijn clan, zijn familie en wordt hij veel concreter. Men moet niet vergeten dat het begrip ''misdadiger'' in de lucht hangt. Na Goldhagen en de Schindler-film van Spielberg is bekend dat iedereen voor of tegen misdaad kon zijn en dat er de zedelijke speelruimte was om niet mee te doen. Nu kun je niet meer abstract praten, maar moet je concreet zijn. Wat Von Weizsäcker doet, is geen verdringen, maar pure laster en politieke blindheid.'

En Schmidt?

'Voor Schmidt geldt hetzelfde als voor veel voormalige Wehrmacht-soldaten. Je vergeet bepaalde dingen, verdringt ze en gaat geloven in je eigen verhaal. Ik vermoed overigens dat Schmidt zelf niet alles heeft verteld van zijn oorlogsverleden. Er gaan nog steeds geruchten, en toen hij destijds kanselier werd, is het niet goed uitgezocht. Nog steeds niet.'

En Kohl?

'Die is heel verstandig en heeft zich bewust nog nooit met ook maar een woord uitgelaten over de tentoonstelling. Kohl is een pragmaticus.'

0 ET vele decennia lang koesteren van de legende was volgens historicus Heer dus noodzakelijk voor een stabiele democratische ontwikkeling. De prijs voor het zelfbedrog noemt hij hoog. In de eerste plaats het 'onverwacht grote en hardnekkige' reservoir aan intellectuelen die vasthouden aan de 'zuivere Wehrmacht' en van mening zijn dat Hitler een preventieve oorlog voerde, dat er een streep onder het verleden moet worden getrokken en het verenigde Duitsland weer een wereldmacht moet zijn.

'Ik noem het de Stahlhelm-fractie, in de Bondsdag vertegenwoordigd door een kleine minderheid rondom Alfred Dregger van de CDU en Kurt Rossmanith van de CSU. Rossmanith leidt merkwaardig genoeg de huidige enquête tegen de Bundeswehr. Buiten het parlement durven en mogen de revisionisten weer luid en duidelijk hun verhaal doen. Het zijn voormalige generaals van de Bundeswehr en ook mensen als Roeder, de veroordeelde nazi-terrorist die een gastcollege kon geven op de hogere krijgsschool in Hamburg.

'Maar ook van nog actieve officieren verneem ik uitspraken over een zogenaamde voortzetting van het Neurenberger tribunaal. Zonder dat ze op het matje worden geroepen, vergelijken ze de Bondsdag-enquête met het oorlogstribunaal. Dergelijke uitlatingen bewijzen dat je hier altijd alert moet blijven.'

De 'totale generatiekloof' is volgens Heer een ander negatief gevolg van het verdringen van de waarheid. 'Vaders en hun zonen praatten niet met elkaar. De noodzakelijke dialoog is gespleten, met alle gevolgen van dien voor onze nationale geschiedenis.' Heer zelf lag overhoop met zijn vader, oud-nazi en soldaat aan de Belgische kust. Heer sr. werd gevangen genomen in Nederland, tijdens de slag om Arnhem.

Heer: 'Ik herinner me nog een Franse politiecommissaris in de nadagen van de meirevolte in Parijs. Hem werd gevraagd waarom er in 1968 geen doden zijn gevallen. Wij schieten niet op onze kinderen, antwoordde hij. Hier, in Duitsland, had men op ons geschoten. Ik zie het nog aan het gezicht van mijn vader. Politieke problemen zijn bij ons altijd ingewikkeld verknoopt met een persoonlijke geschiedenis. Hetgeen leidt tot heftige generatieconflicten. Daarin zijn wij anders dan al onze buurlanden, altijd geweest.'

Dat het meer dan vijftig jaar moest duren voordat het laatste taboe werd aangepakt, heeft volgens Heer ook te maken met de komst van een nieuwe generatie historici en het feit dat 'niemand meer voor zijn existentie hoeft te vrezen als hij zijn vader beschuldigt van misdaden'.

Heer: 'Er heerst een nieuw klimaat, waarin de oorlogsgeneratie niet langer de macht heeft.

De tentoonstelling vervult overal een soort oppositionele rol. Dat heeft natuurlijk te maken met de ontpolitisering gedurende vijftien jaar Helmut Kohl. Als ik aan de jaren vijftig, zestig en zeventig denk, aan de debatten over de herbewapening, de verjaring van oorlogsmisdaden, de Ost-verdragen. Het hele land werd omgewoeld. Dat is er niet meer.

'Er is ook geen oppositie die het afdwingt. Er is eigenlijk helemaal geen oppositie meer in dit land. Het gaat uitsluitend nog over economische modellen, waarbij nationaal-conservatieve waarden weer sluipend worden opgewaardeerd. Het politieke debat is bij de politieke partijen ongewenst. Op de discussiebijeenkomsten merk je het iedere keer weer. Er zijn nog steeds veel mensen die behoefte hebben aan een debat.

'Ik hoor veel jonge mensen vragen waar het verenigde Duitsland eigenlijk heen moet. Wat is precies verenigd, wat voor democratische tekorten heeft Oost-Duitsland, wat betekent de Europese vereniging, wat is onze bijdrage. Waarom houdt de komst van de euro verband met de holocaust, waarom wilde Duitsland altijd een aparte rol spelen. Vragen te over, maar het antwoord uit Bonn beperkt zich tot een kille, technische, economische uiteenzetting over een efficiënt Europa.'

Heer is zeer te spreken over de plotselinge discussies in Frankrijk, Zweden, Zwitserland en Nederland over het nationale gedrag tijdens de Tweede Wereldoorlog. 'Het maakt ons werk gemakkelijker. Natuurlijk niet omdat de schuld van het nazi-regime zou moeten worden gespreid, maar omdat het nuttig is in groter verband te praten over de algemeen menselijke eigenschap te bezwijken voor de verleiding van geweld. Wij, de makers van de tentoonstelling, zijn in Duitsland ineens een stuk geloofwaardiger geworden.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden