ReportageNoord-Syrië

Het laatste bastion van de christelijke Assyriërs

Leden van de Assyrische Militaire Raad (MFS), de belangrijkste christelijke militie in Noordoost-Syrië, treuren eind november bij de begrafenis van een strijdgenoot in Hassakeh. Beeld Vincent Haiges

In Noordoost-Syrië verdedigen de laatste overgebleven christelijke Assyriërs hun dorpen, terwijl Turkse troepen al om de hoek gelegerd zijn. ‘Er moet ook iemand zijn om de doden te begraven.’

Achter de kerk van zijn geboortedorp is het front. Op de plaats waar hij als jongeman voor het eerst werd ingezworen als priester, zoals zijn vader voor hem, wijzen christelijke militiestrijders naar een witte vlek op een heuvel in het noorden: de meest vooruitgeschoven Turkse legerpost.

Als priester in het Syrië van nu past het Bachus Ishaya (66) niet om iets te zeggen over oorlog en politiek. Hij kan alleen over de Bijbel praten, het boek waar alles in staat. ‘We kunnen niet een beetje buiten het boek gaan en over politiek praten. Het kan niet uit jezelf komen. Dat is gevaarlijk.’

Het hek van de kerk zit op slot. Bijna alle inwoners zijn gevlucht. Turkse voertuigen zijn te zien op de weg die de dorpen verbindt op de noordoever van de rivier, de levenslijn voor de christelijke gemeenschap. Het dorp is alleen nog bereikbaar via een geïmproviseerd karrenspoor. Een gevaarlijk pad, ook al is er een wankel bestand met Turkije. De strijders zijn er zeker van: op de kale akkers ligt een drone-aanval op de loer.

Met zicht op de frontlijn legt een militiecommandant in wereldlijke bewoordingen uit hoe het zit. Dit dorp is gesticht door Assyriërs, een van de oudste christelijke gemeenschappen ter wereld, met een eigen taal, een variant van het Neo-Aramees, dat volgens de overlevering zijn wortels heeft in de tijd van Jezus. Rond 1915 moesten deze christenen vluchten voor de Ottomaanse genocide. Nu, ruim een eeuw later, zijn de Turken terug. ‘Ze komen om de klus af te maken.’

De Assyrische gemeenschap aan de oevers van de Khaboer-rivier krabbelde net weer een beetje op, nadat Islamitische Staat (IS) hier in 2015 een inval had gedaan. Vormt het Turkse offensief in Syrië nu alsnog de genadeslag voor de christenen in het rivierdal?

Priester Bachus Ishaya leidt de zondagsdienst in Tel Tamr.Beeld Vincent Haiges

Onze Lieve Vrouwe-kerk

Hun tragiek zit vervat in het levensverhaal van priester Bachus Ishaya, geboren in Tel Tawil, het dorp waar je nu in de eerste Turkse observatiepost kijkt. Tegenwoordig is hij priester van de Onze Lieve Vrouwe-kerk in Tel Tamr, de grootste nederzetting in de christelijke enclave, die op het hoogtepunt bestond uit tientallen dorpen. Van de vijfhonderd families die hier waren toen hij in 1982 in Tel Tamr begon, zijn er nu nog, schat hij, 35 over. De rest is gevlucht. ‘Ik schaam me dit te vertellen.’

Jonge militiestrijders met zilveren kruizen om hun nek zijn gelegerd op een basis vlakbij de kerk. Ze groeiden op met de verhalen van hun familie over de verschrikkingen van de Turkse genocide. ‘Mijn overgrootvaders van beide kanten zijn vermoord. Die verhalen zijn zo triest en nu dreigt alles zich te herhalen’, zegt Aram Hanno, opgeleid als leraar Engels.

Hij heeft nooit voor de klas gestaan. Toen hij afstudeerde, begon IS christenen uit te moorden en sloot hij zich aan bij een christelijke militie die vecht onder Koerdisch gezag. Vocht ‘in het belang van de hele wereld’ tegen IS. Net toen de oorlog voorbij leek, lieten de Amerikanen de Koerden vallen, en daarmee ook de christenen die met hen mee vochten. Nu staat Hanno aan het front met de Turken. ‘Onze historische vijand.’

In de nadagen van het Ottomaanse Rijk werden ruim 275 duizend Assyriërs vermoord op het grondgebied van wat nu Turkije is. De overlevenden vluchtten naar Irak. Een smeekbede om internationale bescherming bleek tevergeefs. De tweede massaslachting, ditmaal door het Iraakse leger, volgde in 1933. Zoals dat gaat met vluchtelingen: de overgebleven Assyriërs bleken nergens welkom. De Volkerenbond, de voorloper van de Verenigde Naties, overwoog hen zelfs te verschepen naar een plantage in Brazilië.

De Assyriërs streken uiteindelijk neer in Syrië. Niet in een moeras, zoals de Volkerenbond had gewild, maar aan de oevers van de Khaboer-rivier.

Een met kogels doorboord huis in het verlaten dorp Tel Tawil, waar gevechten tussen christelijke milities en Turkse troepen plaatsvinden.Beeld Vincent Haiges

Welvarend knooppunt

Als Bachus Ishaya hier opgroeit, gloort er weer toekomst. Hutten en kerken van modder maken plaats voor stenen optrekjes. De Assyrische dorpen, gegroepeerd rondom Tel Tamr (‘Heuvel van Dadels’), liggen strategisch tussen Turkije en het Syrische achterland. Met de aanleg van snelweg M4, die Aleppo verbindt met Mosul in Irak, groeide Tel Tamr uit tot welvarend handelsknooppunt.

Snelweg M4 is in het huidige conflict de militaire hoofdprijs. Deze weg is als enige in Noordoost-Syrië begaanbaar voor zware legertransporten. Tel Tamr, pal aan de snelweg, is daarmee het decor van een gevaarlijk eindspel in de Syrische oorlog. Terwijl de Franse president Macron vanwege de Turkse inval onlangs waarschuwde dat de Navo ‘hersendood’ is, trekken alle internationale en lokale spelers in Syrië in een chaotische stoet over de M4. Niemand wil de controle over deze cruciale verbindingsroute opgeven .

Over de M4 rijden dus de Amerikanen, terug in Syrië om ‘de olie’ te beschermen. De Russen, zelfbenoemde bemiddelaars in het conflict met Turkije. Turkse milities, die de snelweg willen innemen. De Koerden, die de afgelopen jaren de dienst uit maakten in Noordoost-Syrië, maar hun macht nu zien afbrokkelen. Tot slot rijdt over de M4 ook het Syrische leger van president Bashar al-Assad, terug in de grensstreek dankzij een deal met het Koerdische bestuur.

Bij de bakkerij tegenover de Onze Lieve Vrouwe-kerk veren klanten op van het gerucht dat ‘de Russen’ die ochtend zullen patrouilleren. Maar de Russen komen niet. De bakkerij sluit al om elf uur. Een tienermeisje met een hoofddoek dat nog brood wilde kopen, laat zich verbaasd wegsturen.

‘We willen gauw naar huis en dan drinken – arak en bier’, zegt een klant die zich omschrijft als ‘de sjeik’. Hij wil zijn naam niet noemen uit angst voor represailles door de volgende machthebber, wie dat ook zal zijn. ‘Ik drink om alles te vergeten.’

Een lid van de christelijke militie MFS in het vrijwel verlaten dorp Tel Jumaa.Beeld Vincent Haiges

Plunderen en moorden

Wat wil hij vergeten? De inval van IS in de dorpen in het rivierdal in februari 2015. De terreurbeweging gijzelde honderden bewoners: mannen, vrouwen en kinderen. ‘We kenden ze allemaal.’ Van Turken kun je zoiets ook verwachten, meent hij. De filmpjes die door Turkije gesteunde strijders op sociale media plaatsen, stellen hem niet gerust. ‘Ze zouden komen plunderen en moorden.’

‘Ik drink door tot twaalf uur ’s nachts,’ zegt de sjeik.

‘De problemen zorgen ervoor dat we wel moeten drinken’, zegt de eigenaar van de bakkerij, die zich Abu George (‘Vader van George’) noemt. De vrouw van Abu George is gevlucht naar Zweden. Zelf kan hij daar niet aarden. ‘Je hebt daar geen zon en geen vrijheid. Vrijheid om zomaar bij mensen op bezoek te gaan. Je moet dat in Zweden van tevoren afspreken. Dat is voor mij geen vrijheid.’

Priester Ishaya heeft zijn handen vol aan families die wel willen vertrekken. Papieren moeten ze hebben. Geboortebewijs. Doopakte. Daar moeten stempels op. En ja, dan moet hij ze laten gaan, naar Europa, de Verenigde Staten of zelfs Australië. ‘Het is als een vader die zijn zonen kwijtraakt. Het is moeilijk. Maar ik kan ze niet tegenhouden.’

Zelf bezit Ishaya de ultieme toegangspas tot het vrije westen: een Amerikaanse green card, verkregen via familie in Chicago, waar de Assyrische gemeenschap allang groter is dan in het dal van de Khaboer-rivier. Maar hij gebruikt ’m niet. Ook niet toen IS aan de rand van Tel Tamr stond en een aanslag pleegde op de Onze Lieve Vrouwe-kerk: nog steeds zie je de schade aan het dak. ‘Een herder kan zijn schapen niet verlaten.’

Hij is even stil. ‘Er moet ook iemand zijn om de doden te begraven.’

Zeiyye Isaac leest uit de Bijbel tijdens de kerkdienst in Tel Jumaa.Beeld Vincent Haiges

Arabisch tweelingdorp

De riviervallei is vol etnische spanningen. Als kind kende Ishaya de Arabieren alleen ‘als schaapherders’. Pas als tiener ontmoette hij voor het eerst Koerden. ‘Die mensen waren zo bijzonder, vonden wij!’ In Tel Tamr wonen tegenwoordig veel meer moslims – Koerden en Arabieren – dan christenen. Niet ver van de Onze Lieve Vrouwe-kerk staat een moskee. Veel christelijke dorpen zijn verlaten. Anderen hebben al decennia gezelschap van een Arabisch tweelingdorp.

In het veldhospitaal van Tel Tamr wijst een arts – na een verhandeling over slachtoffers van Turkse drone-aanvallen: ledematen eraf, soms het hoofd eraf, torso’s ‘als gegrilde kip, bruin en opgezwollen’ – uit het raam. Aan de overkant van de rivier ligt zo’n Arabisch dorp. ‘Mijn patiënten van vroeger. Ik volg ze op sociale media. Eerst waren ze met het Vrije Syrische Leger. Toen met IS. Nu vecht eentje met de Turken.’

Het kan kloppen. Zo onbegrijpelijk is de oorlog in Syrië: de Turken aan de andere kant van het front, dat zijn vaak helemaal geen Turken. Het zijn Syriërs, meestal soennitische Arabieren.

Onder Turks commando vechten ze op eigen bodem. Sommigen zaten in 2011 in het verzet tegen president Bashar al-Assad. Nu zijn ze beroofd van hun huis en idealen, enkelen gebrandmerkt door een verleden bij IS. De Turkse president Erdogan spiegelt ze weer een toekomst voor: een nieuw leven opbouwen in Syrië, op zelf veroverd land. Maar onduidelijk is waar de Koerdische en christelijke bewoners in dat geval naartoe moeten.

‘Het zijn geen Turken, het zijn bijthonden’, zegt de 60-jarige Zeiyye Isaac, een van de laatste zes bewoners van het dorp Tel Jumaa, een halte op de route van Russische patrouilles. Zoals elke middag begeeft hij zich naar de kerk, samen met de vijf andere bewoners. De kerkklok is verroest. Het luiden van de klok, in de vroege schemering op de rivieroever, geeft een vals, angstaanjagend geluid. De waakhond van het dorp begint te janken.

De hond, zo zegt men, heeft een trauma overgehouden aan Turkse mortierbeschietingen.

Kun je als christelijke vrouw trouwen met een Arabier? ‘Nee, nee’, giechelt Hanna Khana Warda (69) na de dienst. ‘Als je trouwt met een Arabier, dan trouwt hij daarna met een tweede, en dan met een derde vrouw. Dat willen wij niet. De Koerden zijn beter. Die trouwen maar één vrouw, en ze zijn trouw. Maar ze willen wel dat we ons tot de islam bekeren. En dat willen wij ook niet.’

Vier christelijke vrouwen die vastbesloten zijn om in Tel Jumaa te blijven.Beeld Vincent Haiges

Het Koerdische bestuur, dat zeven jaar de dienst uitmaakte in Noordoost-Syrië, lijkt Tel Jumaa te hebben verlaten. Het leger van president Assad heeft het dorp overgenomen. Vanaf de watertoren en verschillende huizen wappert de vlag van de Syrische regering. Een regeringssoldaat houdt zicht op het Mariabeeldje in het centrum. Van oudsher onderhoudt de Assyrische kerk nauwe banden met het regime van Assad. Zijn verdeel-en-heerspolitiek pakt niet ongunstig uit voor de christelijke minderheid. Met de Turken voor de deur, wordt het regeringsleger warm onthaald. ‘Iedereen die ons wil beschermen, is welkom’, zegt Zeiyye Isaac.

Politieke verschillen verdwijnen onder druk van de gezamenlijke vijand. ‘We zijn hier allemaal broers’, zegt Addai Rabo, een militiestrijder met een zilveren kruis om zijn nek. ‘We zijn één.’ Zijn militie, de Assyrische Militaire Raad, was de afgelopen jaren juist tegen Assad, en werkt samen met de Koerden en Amerikanen. Nu zijn Syrische regeringstroepen hun buren. Het leger zit in een belendend huis en loopt bij de christelijke strijders in en uit.

Priester Ishaya zal nooit over politiek praten, want dat komt uit jezelf en dat is gevaarlijk. Maar hij houdt zijn gemeenschap graag psalm 127 voor. ‘Als de Heer de stad niet bewaakt, tevergeefs waakt de wachter.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden