Het kwaad: dat zijn de anderen

Vervolg van pagina 1.

Het gewone volk en de PVV als zijn enige pleitbezorger zijn daarbij het slachtoffer van de linkse media en het politieke establishment. Om uit Wilders' eigen vocabulaire te putten: zijn rancuneuze boodschap heeft ook een hoog huilie-huilie-gehalte.


Het eigenlijke onderwerp van Schaaps boek is echter omvangrijker en dieper dan Wilders en diens plompe twitter-retoriek. Het is een filosofische beschouwing over de rol van rancune in de geschiedenis. Zoals bekend is ressentiment van alle tijden. De God Israëls in het Oude Testament - geschapen naar zijn menselijke evenbeeld - was reeds een toornige oude baas, vervuld van rancune en wraakzucht. Schaap concentreert zich in zijn beschouwing op de infectueuze werking van ressentiment in de moderne tijd vanaf de Franse Revolutie en de Romantiek. Hij betoogt dat de christelijke leer - die aan het begin van de door Schaap geanalyseerde periode nog dominant was - het kwaad in de mens zelf legt. Het kwaad is een uitvloeisel van onze zondige aard en derhalve eigen aan een ieder van ons. Volgens Schaap ligt in deze duiding van de menselijke zondigheid een matigend effect besloten en gebiedt de christelijke zedelijkheid evenzeer matiging.


Met de Franse Revolutie en de Romantiek wordt het verlangen naar verlossing van het kwaad echter geseculariseerd en krijgt het bovendien een activistische invulling. Het kwaad ligt nu niet meer in de individuele mens zelf besloten, maar wordt veroorzaakt door een wereld die fundamenteel niet deugt. Het zijn anderen die hiervoor verantwoordelijk worden gehouden. De Jacobijnse terreur tijdens de Franse Revolutie toont aan tot welke gewelddadige excessen dit ressentiment kan leiden.


Met de opkomst van utopische verlossingsideologieën als het communisme en het fascisme kreeg de rancune een duizelingwekkende impuls. Het utopische ideaal (de klassenloze maatschappij van het marxisme of de klassenoverstijgende, raciale volksgemeenschap van het fascisme) en het kwaad waren immers twee kanten van dezelfde ideologische medaille. Het kwaad werd vertegenwoordigd door iedereen (raciaal ongewenste volkeren, vijandige klassen, politieke tegenstanders) die de ideale toekomstmaatschappij en daarmee het geluk van de eigen groep in de weg stond.


Met het verdwijnen van de revolutionaire ideologieën als het fascisme en het communisme verdampte de ideologische aard van het modernisme. Overgebleven zijn diverse postideologische varianten die evenwel een belangrijke overeenkomst hebben. Wat voorheen in een tijdsperspectief werd geplaatst - misère in de tegenwoordige tijd en een beter leven in de toekomst - wordt nu 'een tegelijkertijd', aldus Schaap. De modernistische Nederlander vindt zichzelf gelukkig, maar ventileert daarnaast voortdurend een verontwaardigde onvrede. De rancune is als onderstroom permanent in het hedendaagse gepolitiseerde domein aanwezig. De PVV is daarvan de voornaamste exponent en exploitant.


Als antidotum tegen het infectueuze ressentiment in onze maatschappij prijst Schaap Nietzsches leer van de wil tot macht aan. Bij deze 'wils-sterke' gaat het om 'een uitgedaagde zelfoverwinning' en het realiseren van zelfgestelde doelen. Rancune daarentegen is geworteld in 'wils-zwakte': het is de ander die verantwoordelijk is voor het eigen onbehagen. Saillant is dat Schaap nergens vermeldt dat Nietzsche het christendom als ressentimentsleer bij uitstek beschouwde. Zijn weergave van het gedachtengoed van deze antiliberale denker is ook in andere opzichten te eenzijdig. Nietzsches lyrische verheerlijking van oorlog en het instinct, alsmede zijn ongebreidelde fantasieën over het kweken van een nieuwe heerserskaste en 'de meedogenloze vernietiging van alle dégénérés en parasieten', worden door Schaap niet aangeroerd.


Bij de filosofische analyse van Schaap kunnen nog enkele andere kanttekeningen worden geplaatst. Zo worden enerzijds het christendom en anderzijds de Verlichting en Romantiek te veel als gesloten entiteiten en elkaars antipoden gepresenteerd. Het niet raadplegen van standaardwerken, zoals Kershaws Hitler-biografie en Griffins baanbrekende studie over fascisme en modernisme, is een belangrijke omissie. Temeer daar Schaap herhaaldelijk citeert uit het boek Gesprekken met Hitler van Hermann Rauschning om aan te tonen dat de nazileider aan 'wils-zwakte' leed. De Zwitserse historicus Th. Schieder ontmaskerde Rauschning bijna drie decennia geleden al als een leugenaar met een buitengewoon fantasierijke duim. Rauschnings verzonnen getuigenissen zijn als historische bron bijgevolg waardeloos.


Ondanks deze kanttekeningen verdient het aanbeveling de filosofische verhandeling van Schaap te lezen. Niet zozeer omdat de auteur gelijk heeft, maar omdat zijn boek tot nadenken stemt: relativering en zelfmatiging als alternatieven voor het Pavlov-achtige razen en tieren tegen alles wat onmiddellijk onze woede opwekt.


Sybe Schaap: Het rancuneuze gif - De opmars van het onbehagen.

Damon; 282 pagina's; € 19,90.


ISBN 978 94 6036 047 3.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.