Het koude kunstje van de ware fraude

De ene baanbrekende publicatie na de andere schreef fysicus Jan Hendrik Schön, jarenlang. Allemaal verzonnen, bleek afgelopen week. En niemand die het zag....

THOM Palstra, hoogleraar vaste-stof chemie in Groningen, klinkt ronduit zorgelijk. Een kleine week nadat in Amerika een commissie vaststelde dat een van de wonderboys van de nanotechnologie, de Duitser Jan Hendrik Schön van Bell Labs, jarenlang de ene doorbraak na de andere uit zijn duim heeft gezogen, weet hij nog even niet precies hoe hij verder moet.

Want Palstra werkt in Groningen niet alleen aan hetzelfde front van geleidende polymeren als Schön: het gebied waar organische moleculen van isolatoren opeens toch geleiders, supergeleiders, transistoren bleken te kunnen worden. Hij werkte ook jarenlang op het wereldberoemde lab van Lucent Technologies in Murray Hill, New york, nota bene met Schöns chef Bertram Batlogg, een gerespecteerde collega die hij als een wetenschappelijke vriend beschouwt.

'Vele jaren experimenteel werk is op losse schroeven komen te staan', zucht Palstra. 'We weten gewoon niet meer wat er nu wel van organische geleiders verwacht kan worden en wat niet.'

Dat hij kort voor de zomer nog een persbericht de deur uit deed over meetwerk van een van zijn promovendi dat de toen al verdachte Schön op onderdelen gelijk leek te geven, betreurt hij achteraf niet.

Maar gebaat heeft het niet. Wereldwijd hebben honderden fysici met het schaamrood op de kaken begrepen waarom ze de afgelopen jaren toch maar steeds de spectaculaire metingen van Jan Hendrik Schön niet konden reproduceren. Om de eenvoudige reden dat de jonge Duitser ze waarschijnlijk nooit echt gedaan heeft, maar verzonnen. Middenin het mekka van de experimentele vaste-stoffysica, Bell Labs, en onder leiding van een van de meest vooraanstaande fysici op dat gebied, Bertram Batlogg. 'Het is wandadig, anders zou je het haast knap kunnen noemen om zoveel topwetenschappers zo lang op het verkeerde been te zetten', zegt Palstra boos.

Een commissie, eind mei ingesteld door Bell Labs zelf om de aanzwellende stroom verdenkingen tegen Schön te onderzoeken, meldde vorige week dat zeker 16 van de 25 verdachte papers tussen 1998 en 2002 niet deugen en dat nog eens 6 'zorgwekkend' waren. Weg supergeleiding in ongedoteerd koolstof-60, weg transistor van een organisch molecuul. Weg Nobelprijs, misschien.

Schön, 32 jaar jong, met beurzen en prijzen overladen en op de nominatie in Duitsland directeur te worden in een Max Planck-instituut, werd op staande voet ontslagen. In een briefje aan de commissie bekende hij verregaande slordigheid, maar hij hield vol dat er wel degelijk gemeten was. Dat hij van geen van de spraakmakende artikelen de ruwe meetgegevens bleek te hebben, kwam doordat hij te weinig computergeheugen had om ze te bewaren.

Dat is ook de reden waarom de commissie hem niet regelrecht van fraude beschuldigt, maar slechts van 'misconduct', wangedrag. Zolang er geen meetgegevens zijn gevonden, is niet aangetoond dat die vals zijn, aldus de formele redenering. De in totaal twintig mede-auteurs van de Schön-papers, inclusief zijn chef Batlogg, gaan volgens de commissie vrijuit.

'De affaire-Schön is de 11de september van de experimentele fysica', zegt in Delft hoogleraar nanofysica Teun Klapwijk met gevoel voor pathetiek. 'Dat klinkt overdreven, maar ik denk echt dat hiermee voorgoed de illusie is weggevaagd dat we onze zaakjes in de natuurkunde netjes hadden geregeld. Niet, dus. Het enige goede nieuws is dat je kennelijk toch niet wegkomt met verzinsels. Al steek ik mijn hand er niet voor in het vuur dat het nooit gebeurt.'

Schön liep in april tegen de lamp toen hij een grafiek met metingen aan een bepaalde organische verbinding voor een tweede keer gebruikte: in een artikel over een heel andere verbinding. Inclusief ruis en meetfouten. 'Het was een smoking gun', aldus de Amerikaanse fysici die na signalen uit Bell Labs aan de bel trokken.

'Opeens begon alles op zijn plek te vallen', zegt Klapwijk. 'Altijd ging het om plausibele fysische effecten, maar steeds in verbindingen waar nog niemand ze ooit had gezien.

'Op zichzelf zou het dus best waar kunnen zijn, want metingen liegen niet. Alleen ga je er daarbij van uit dat iemand echt heeft gemeten, als hij dat beweert. Het komt heel lang niet in je op dat dat niet waar is.'

Klapwijk is wat dat betreft uiterst kritisch over Schöns baas, Bertram Batlogg, wiens naam zeker heeft geholpen bij het publiceren van de stukken. De briljante vaste-stoffysicus pronkte het laatste jaar gretig met de spectaculaire metingen. Eind 2000 sprak Klapwijk nog op het najaarscongres van fysica-stichting FOM in Veldhoven.

Klapwijk vroeg hem daar hoe ze dat fysiek volhielden, die stroom publicaties. 'Hij vloog de wereld over, zei hij, bekeek onderweg de nieuwe stukken van Schön, leverde zijn commentaar en kreeg bij thuiskomst alweer nieuwe aangereikt. Ik concludeer nu dat hij te weinig op de werkvloer in het lab kwam. Schön kon hem voeren met wat hij wilde geloven.'

Dat de commissie Batlogg niet harder afvalt, is geen kwestie van vriendjespolitiek, vermoedt hij, ook al suggeren dezer dagen vooral Duitse media anders. Klapwijk: 'Batlogg geloofde oprecht in de vondsten. Dat hij nu tegenspreekt dat hij tekort is geschoten als begeleider, valt me wel tegen. Als ik hem was zou ik dat erkennen, mijn excuses aanbieden en in therapie gaan.'

Jaren geleden was de Groningse organisch-chemicus Ben Feringa nauw betrokken bij de ontmaskering van de Duitse chemicus Guido Zadel die met magneetvelden links- en rechtsdraaiende moleculen zei te kunnen scheiden. Zelfverzonnen, gaf Zadel toe toen een team van Feringa eenmaal naar Bonn afreisde om de baanbrekende proeven eigenhandig over te doen.

Feringa: 'Uiteindelijk is reproductie de enige toetssteen in de experimentele wetenschap. Een tijdlang kun je nog denken dat iemand met een mooie vondst kennelijk handiger is dan jij. Maar dat houdt wel een keer op.'

Die stelregel begint al binnen de eigen onderzoeksgroep, vindt hij. 'Precisie in je verslaglegging is essentieel, al is het maar voor jezelf, voor als je het nog eens wilt overdoen.'

In het lab, zegt in Delft de meest geciteerde fysicus van Nederland, Cees Dekker, moet bovendien een open sfeer bestaan. 'Iedereen moet kritisch kunnen zijn over alles, van studenten tot hoogleraren. Deuren moeten open staan, altijd. En de logboeken ook.'

Chemicus Feringa denkt dat peer review, het beoordelen van manuscripten van wetenschappelijke artikelen door anonieme collega-onderzoekers, geen buffer kan zijn tegen valse gegevens. 'Dat is een fase te laat. Je kunt met computers tegenwoordig zoveel simuleren en ik betwijfel of je dat altijd opmerkt. Als reviewer kijk je of de boel consistent is en of er geen malle conclusies worden getrokken uit de metingen.'

Dat is precies de lijn die beide topbladen de laatste dagen hebben gekozen. Hoofdredacteur Donald Kennedy van Science, dat voor elk artikel drie externe referees raadpleegt: 'Tegen slimme falsificatie is geen peer review opgewassen. Daaraan veranderen we derhalve niets.' En Karl Ziemelis van Nature: 'De basis is vertrouwen. Een reviewer hoeft niet terug naar de ruwe data.'

Wat dat betreft is er wel iets van het Schön-drama te leren, vindt de Groningse fysicus Palstra. 'Fysici zijn slordig met hun data. Ze kunnen op dat punt een voorbeeld nemen aan de chemici die traditioneel veel preciezer in hun publicaties aangeven wat ze eigenlijk gedaan hebben en in veel gevallen ook de ruwe gegevens en analyses bij het tijdschrift deponeren.'

Die stelregel wordt in Duitsland sinds twee jaar strikt gehanteerd door onderzoeksorganisatie Max Planck Gesellschaft, voor alle experimentatoren. Aanleiding was een geruchtmakende affaire in 1997 waarbij kankeronderzoekers Friedrich Herrmann en Marion Brach belangrijke wetenschappelijke resultaten zelf bedacht bleken te hebben.

Nederland is nog niet zover. Hier werken NWO, VSNU en KNAW aan een centraal orgaan voor fraudebestrijding, LOWI, dat moet opvoeden en afhandelen. 'Maar uiteindelijk is het toch een kwestie van opvoeding binnen de instellingen', zegt secretaris Jan Schierenck.

Klapwijk in Delft is om precies die reden kritisch over de rol van smaakmakers als Science en Nature, die via de gewone media ook het grote publiek bedienen. 'Zij leggen enorm de nadruk op de presentatie van je werk. Vorm gaat voor inhoud. Zo creëer je een sfeer waarin de details er eigenlijk niet zo toe doen. Het is een verkeerd signaal, ook aan beginnende auteurs.'

Maar zijn Delftse collega Cees Dekker, zelf niet vies van gelikte presentaties, gelooft daar niks van. 'Ik denk eerlijk gezegd dat Schön zijn artikelen net zo goed in een topblad voor fysici als Physical Review Letters gepubliceerd had gekregen', zegt hij stellig. 'Uiteindelijk zijn het namelijk precies dezelfde collega's die beoordelen of iets het afdrukken waard is.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden