Het korte leven van het korte

Op een Amsterdams kunstkanaal zag ik een groot deel van een film over de schilder-dichter W. Hussem. Het resulteerde in een dubbelportret, want Hussem bleek bijna sprekend te lijken op Gerrit Borgers, die een groot bewonderaar was van Hussems poëzie....

KEES FENS

Sinds zijn dood had ik geen gedichten van Hussem meer gelezen. De bundels stonden te zwijgen in de kast, en dat deden ze goed. Zijn vroegste werk ken ik niet. Hij debuteerde in 1940 met de bundel Kustlijn, een jaar later volgde Uitzicht op zee. Toen zweeg hij twintig jaar. In 1961 verscheen het bundeltje Steltlopen op zee. De zee - daar had hij heel veel mee: die ligt daar als een streep, de streep van het strand ervoor, de streep van de lucht in de verte: een abstract schilderij. Steltlopen op zee was het eerste dat ik van hem las. Daarna volgden de bundels elkaar snel op. De laatste bestonden uit vertalingen van Chinese poëzie; het elementaire daarvan moet hem zeer hebben aangesproken.

Hussems verzen zijn maar enkele regels groot. Ze zijn nagenoeg altijd beschrijvend. En wat hij beschrijft, zijn veelal de grote 'elementen': de zee, de lucht, de wind, de zon, de maan (hij is een groot maandichter), het platteland. In dit gedichtje lijkt hij alles in de hand te hebben:

even geheimzinnig als

de zon verdween in zee

komt nu de maan uit de polder

Dat is uit de vrij omvangrijke bundel Voor twee scharren blauwbekken, die in 1966 verscheen. Er staan zelfs gedichtjes van twee regels in. Dit is het kortste:

De zee bevaren

een wolk als zeil

Tot de meest vergaande inkorting, 'de zee/een zeil' bijvoorbeeld, is hij nooit gekomen.

Is het eerst geciteerde gedicht alleen maar de beschrijving van een verrassende waarneming? Wie aan de voor elke poëzielezer bijna onweerstaanbare bekoring van betekenisgeving toegeeft, komt in allerlei kunstmatigheden terecht: de relatie maan-zon, zee-polder bijvoorbeeld, mogelijke samenhangen (in tegenstelling) die nauwelijks iets aan betekenis opleveren. Kunnen wij ons bij de loutere verwoording van een waarneming neerleggen? Misschien houd je als poëzielezer dan toch te weinig over. Ook als er duidelijk wel betekenis is ingelegd:

de wolk aan de hemel

gaat mee met de wind

de vogel in de lucht

neemt een eigen koers

Misschien moet je wel een heel kleine hand hebben, wil die hierdoor gevuld raken.

Ik heb de bundels nu, bijna vijfentwintig jaar na verschijnen van de laatste, herlezen. De gedichten zijn tot silstand gekomen. Ze hebben zich niet ontwikkeld. Waar zijn ze tot stilstand gekomen? In die in de jaren zestig ontstane aandacht voor het korte gedicht. Ik herinner mij dat er zelfs een heel nummer van Maatstaf over verscheen. Buddingh' schreef soms korte gedichten, Chris van Geel evenzeer. Hussem moet een van de eersten, zo niet de vroegste, zijn geweest.

De haiku kwam in de belangstelling, want dat is de kolibrie onder de dichtvormen. En natuurlijk werd de poëzie van Hussem met die van de haiku vergeleken en dat was weinig gelukkig, want, dat is misschien het opvallende aan dat kortschrift van Hussem: er zitten, niet meer dan speldenknoppen misschien, heel traditionele elementen in zijn poëzie - metaforen, conventionele beelden, woordspel ook. Vrij veel gedichten zijn gewone verzen op microformaat en we kunnen ze alleen lezen door ze te vergroten!

Ik denk dat Hussems mooiste gedichten staan in zijn bewerkingen of vertalingen van Chinese poëzie. Maar het meeste andere is weinigzeggend geworden. Drieëntwintig jaar geleden streepte ik in de bundel Zienderogen dit gedichtje aan:

verleden jaar

een dode tak

nu gloeiend houtskool

Ik moet dat treffend hebben gevonden. Nu zeg ik: 'Ja.' En ik denk: 'U kunt mij nog meer vertellen.' Waar de natuur sterk geantropomorfiseerd raakt, krijg ik nu ook moeilijkheden:

de zomerdag ontwaakt

stuifmeel van licht verbaast de wei den

het vee graast in een bloemenzee.

En aan het eind van de bundel Lente in de herfst (1963) lees ik:

sneeuw heeft de wind

het zwijgen opgelegd

de stilte spreekt

En ik denk nu: laat het maar zo zijn. In de film werden ook gedichten voorgelezen. Was het de stem van Hussem zelf? Ik werd erdoor betoverd; de woorden kregen een volume mee die ze op papier niet hebben en een stilte die al het wit rond het gedicht niet kan oproepen.

Bomen waaien soms om en de blaadjes op de grond blijven liggen. Er is nogal wat grote poëzie in haar eigen taal op gevallen, maar de blaadjes van de korte poëzie zijn nu ook op de wind verdwenen. Ik denk dat het Nederlands boven zijn macht werd aangesproken. En dat ons lezen, door eeuwen gevormd, zich er nooit naar heeft kunnen schikken. Ik zet de bundels terug in de kast. Hoe groot is de stilte over weer vijfentwintig jaar?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden