Het Koos Tak-syndroom van Jan Spierdijk

Wie is er weer de risé van de Stationsstraat? De geest uit de fles vanaf 23 april op de televisie....

'Niet te tellen' zijn de brieven waarin Jan Spierdijk (76) tot zijn verrassing verwelkomd werd als lid van uitvaartvereniging, boekenclub of instituut ter bevordering van het spreken in het openbaar. Menig postorderbedrijf beval de geadresseerde een collectie lingerie aan. Er waren klopboren, zwaarverzilverde theelepeltjes, bloembollen en asbakken van Delfts blauw zo goed als onderweg. Men prees zijn doortastendheid nu hij de wens had geuit over te gaan op een revolutionair afslankmiddel uit Yokohama.

'Koos Tak, Spoorstraat 40, Abcoude', luidde het adres op dit type post.

Jan Spierdijk, Stationsstraat 60, Abcoude, heeft de offertes 'nog een tijdje doorgestuurd naar Rijk de Gooijer te Giethoorn', totdat diens boerderette daar in rook opging. Rijk de Gooijer en stapmaat Eelke de Jong hadden immers niet alleen de figuur Koos Tak geschapen, maar de belevenissen van deze tragische reporter in de Haagse Post week in week uit ook nog eens aan de Noordhollandse gemeente Abcoude gekoppeld.

Al sinds het begin van de jaren tachtig probeert dichter-journalist Jan Spierdijk te Abcoude zich aan het Koos Tak-fantoom te ontworstelen. Nu De eenzame oorlog van Koos Tak vanaf dinsdag als tv-feuilleton te zien is, moet maar eens definitief worden afgerekend met het 'eeuwige misverstand'.

Dè Koos Tak is dood.

Hij ontsliep na een rijkbesproeide maaltijd in een mediterraan hotel. Gesmoord in snoepreisje nummer zoveel. Journalistiek was voor hem één alcohol-safari geweest. De grenzen van zijn arbeidsethos liepen soms verrassend parallel aan de belangen der commercie. Met Neckermann was hij voor een schijntje de wereld over gereisd en hij was niet steeds verplicht geweest om er over te schrijven. Meeer dan eens zou de redactie de naam van de touroperator schrappen; tot leedwezen van de auteur die de Afrikaanse tropenhitte op een dieet van gin-tonic had weten te trotseren.

Op de Amsterdamse wallen had hij net zo lang op componist-tekstdichter Irving Berlin mogen wachten totdat de Amerikaan er vijf adresjes had afgewerkt. Zelf was de courantier nog in het bezit van één tand. Plus een zak vol uitnodigingen om gratis te eten. Zijn neustint verried een vochtige levenswandel. Hij miste 's morgens soms een kledingstuk, terwijl hij een vreemde paraplu ontdekte. Hij was lid van het Gouden Knapenkoor op de Elsevier-redactie; de tong bleek zijn rapier. Waagden onbekenden hem in het café zo maar aan te spreken, dan luidde de afstraffing: 'Ik geloof dat ik u in een nachtmerrie ben tegengekomen.'

Evengoed moest hij eens een pak slag incasseren van een man die Meier heette en bij wie hij had geïnformeerd: 'Bent u soms familie van Te?'

'Zeg ober', schalde hij bij binnenkomst van een gerenommeerd restaurant, 'Ik ben wat overgeverig vandaag. Wat kunt u mij aanbevelen? Deze tent is wel enorm achteruit gegaan, vindt u niet ober?'

Rond het lunchuur staarde al het kantoorkader naar een verfomfaaide zeventiger met een stropdas ter lengte van een kort gesnoeide klimroos. Zijn broek viel onder de categorie hoog water. Zijn gelaatskleur leek op verblijf in de gevangenis te duiden. Geen schone kon hem passeren zonder een temerig 'Juffrouw, het lijkt wel of er achter uw mooie ogen een vlam op uitslaan ligt.'

Meneer Frits. Oftewel, de legende F. van der Molen.

Jan Spierdijk wil het voor eens en altijd gezegd hebben: Frits van der Molen die was nou typisch Koos Tak! 'Een dikke vrind.' In zijn stamcafé te Abcoude zal Spierdijk uiteenzetten dat hij een vriendin aan Van der Molen afstond zodra hij zelf op haar was uitgekeken. Van der Molen vergezelde haar vervolgens naar het stadhuis.

Er stond overigens nòg een levensgenieter model voor de Tak-figuur. Die droeg een flamboyante vlinderdas en beschreef de bedevaart naar Lourdes zo treffend dat het opzeggingen regende bij het toenmalige katholieke dagblad De Tijd. 'Die Herman Hofhuizen, inderdaad ja, was een ontzettend gezellige dronkaard die later tv-recensies moest schrijven om uit de kroeg te blijven.' Spierdijk herinnert zich voorts dat de heer Hofhuizen zoek was tijdens selecties voor het filmfestival te Arnhem. 'Hij bleek midden in een kerk te slapen, waar hij laveloos van een kerkbank was gevallen.'

Broeders van de natte gemeente waren ze, in de tijd dat Henri Knap als Dagboekanier in Het Parool waakte 'over onze parken en goede zeden' (Gerard Reve), Telegraaf-chroniqueur Jacques Gans - tenzij ingedut boven Le Figaro - op de vuist ging met vermeende Moskou-vazallen en ook de aanwezigheid van Rijk de Gooijer in journalistencafé Scheltema als vanouds synchroon liep met glasgerinkel. Koos Tak was geboren.

Koos Tak is een in montycoat rondsjokkende, en op het vet van zijn zogeheten verzetsverleden drijvende, vaste medewerker van het zaterdagsbijvoegsel van het onafhankelijke dagblad De Tijdgeest. Zoals een journalist van zijn kaliber betaamt, tobt hij met onvoltooide roman, waarvan hij het proefmanuscript liet slingeren in een sexhuis. In 1963 meldde de nieuwsjager op gezag van Reinier Paping dat deze de volgende dag de Elfstedentocht zou gaan winnen. Helaas werd de scoop aan de lezers onthouden omdat de telefoniste het bericht niet aan de redactie doorgaf nademaal zij de dikke tong van Koos Tak onmogelijk aux serieux kon nemen.

Behalve een voorkeur voor 'Herstella Artois' en kleine kelkjes koestert de courantier-pur-sang een Fongers-rijwiel waarop hij tijdens zijn oorlogsjeugd te Almelo nog illegale krantjes had rondgebracht, tijdens welke operatie hij te laat bemerkte dat onverlaten het fietszadel hadden gestolen. Als gevolg van die pijnlijke ervaring zal Koos kinderloos blijven. Een aanvrage voor een uitkering van de Stichting '40-'45 zal slechts worden gehonoreerd met een kerstpakket, zij het compleet met verjaardagskalender van het koninklijk huis.

Ook al heeft hij in de bange oorlogsjaren waarachtig wel voor hetere vuren gestaan: de vliegende reporter ziet al zijn ondernemingen roemloos sneven. De melk voor zijn bordje Brinta kookt over, de gulp staat open bij een interview en hij moet zijn scrotum in de houdgreep houden om zijn blaas te bedwingen wanneer hij weer eens wreed gewekt wordt door een telefoontje van zijn hoofdredacteur drs Klaas-Jan Wortelboer die helaas geen oog heeft voor een Gouden Tip inzake het Englandspiel, afkomstig van een poelier uit Culemborg.

Drankflessen moet hij verstoppen voor zijn vrouw Tine. Behalve laf, lui en hypocriet is pseudo-bohémien Tak een kleinburger die voor elke mislukking troost zoekt in zijn stamcafé De Drie Fusten, waar slechts een tandeloze handelaar in tweedehands auto's in ruil voor drank bereid is Taks heldendaden aan te horen. Voor Tussen de rails schrijft hij uit het vroegere christelijk-nationale weekblad De Spiegel verhalen over, met midwinterblazen en fierljeppen als themata.

Zodra de avonturen van Koos Tak in boekvorm verschenen, drukten 'echte' vakbroeders de slapjanus om het hardst aan hun hart. Maar te Abcoude zat Jan Spierdijk met de gebakken peren. Gedoodverfd als Taks alter ego, wist hij zich bespioneerd. En nog is de oorlog niet voorbij.

'Er waren mensen die zeiden: laten we Koos Tak eens uit z'n bed bellen.' Spierdijks derde vrouw kon er niet meer tegen. Zij werd antroposofe en nam de benen. 'Ik kreeg telefoontjes met de mededeling dat ik nog maar twee dagen te leven had. Mijn vrouw had al gezegd: ga het dorp maar niet meer in. Ik zei: ben je gek, ik ben nog nooit bang voor fascisme geweest. Nee, ook in de oorlog niet.'

Zelf had Spierdijk de gewoonte om met een krieleitje op zak te lopen. Dat gaf hij in het dorp dan aan een pompbediende, of aan een mooie dame in het café. Grapje. Zoiets stond dan meteen in het HP-feuilleton. Want 'iemand uit de straat, ik zeg maar niet wie, briefde dat weer door aan Rijk de Gooijer.' De kapper adviseerde hem nog een proces te beginnen. Thans overweegt de getroffene zelf de filmproducent van Koos Tak aan te pakken.

Ex-kunstcriticus Spierdijk ('sorry, mijn vriendin heeft nog maar een staartje witte wijn overgelaten') noemde Rijk de Gooijer in De Telegraaf ooit 'de slechtste acteur van het westelijk halfrond'. Zoiets blijft niet ongewroken. En De Gooijers - in 1987 overleden - co-auteur Eelke de Jong? 'Die vervalste door mij getekende onkostennota's toen hij onder mij diende op de kunstredactie van De Telegraaf. Hij werd ontslagen omdat hij in de kroeg zat als hij op de zetterij werd verwacht. Rancuneus mannetje. Ouwe koek. Maar ja, Eelke de Jong is dood en ik krijg nog altijd post voor Koos Tak.'

Een intercity dendert voorbij als Spierdijk de schilderijen toont die zijn blijven hangen na de expositie die hij in zijn galerie-woning organiseerde. De laatste. 'Want er komen tachtig mensen op zo'n opening die allemaal lekkere wijn drinken en ze kopen maar twee schilderijen', zegt hij mistroostig.

Ook omdat zijn toenmalige gezellin zo leuk aquarelleerde, werd publicist Spierdijk galeriehouder na z'n pensionering. Portretten van toneelgigant Albert van Dalsum had hij hangen. Eentje, gemaakt door Kees Verweij, verkocht hij aan de Stadsschouwburg in Amsterdam. 'Uiteraard voor een habbekrats, want de gemeente heeft nooit geld.' Tot in de tuin stonden beelden opgesteld. 'Maar mijn belastingconsulent rekende voor dat het me alleen maar verlies opleverde. Ik betaal al genoeg alimentatie, het loopt de spuigaten uit.

'Naar Frankrijk kan ik ook al niet meer reizen, want op alle levensmiddelen staat het hè: alimentation, als je begrijpt wat ik bedoel.'

Wie aanbelt bij Galerie 't Schone Schijntje mag nog wel neuzen in boeken bij het bordje 'te koop'. Voor speciale gasten is er gratis een exemplaar met Spierdijks jeugdherinneringen. 'Brengt toch z'n geld niet op.'

Memoires inzake z'n Telegraaf-jaren laten nog even op zich wachten; 'De Arbeiderspers wilde graag een anti-Telegraafboek, maar daar had ik geen zin in.' Elke dag krijgt hij 'zijn' krant gratis in de bus. Hij heeft hem zo uit. 'Er staat niks in dat me interesseert.'

Toch blijven de jaren van 'de fijnste kunstredactie die er bestond' ('ik kon er schrijven wat ik wilde') bij ex-chef Spierdijk belichaamd: in 'vrai Basque'-baret en zwierig sjaaltje. In die uitmonstering wierf hij talenten als Haya van Someren, Dimitri Frenkel Frank, Ab Visser en Adriaan Venema. Hij had alleen ulo, kwam van De Waarheid ('bij de Aalsmeerder Courant moest je gymnasium hebben en voor niks werken') en zocht een beter belegde boterham. Zijn complete toneelkritieken ('kijk, dit stuk gaat over Femke Boersma, de vrouw van onze grote politicus Bolkestein') liggen boven in plakboeken opgeslagen; bij de katheder die nog aan dichter Bloem heeft toebehoord. Hij schrijft er graag staande aan, Dickens après la lettre.

Op Spierdijks naam staan romans als Mooi is zij kuis 'die domweg werden doodgezwegen omdat ik zogenaamd bij een foute krant werkte.

'Nu mag mijn naam bij De Telegraaf niet meer genoemd worden, omdat ik me in 1981 met succes heb verzet tegen de vut. Zo'n Hofland van NRC Handelsblad doet tegenover de buitenwereld nou wel voorkomen alsof hij de eerste was die het verdomde om in de vut te gaan, maar ik weet wel beter. De krant heeft buiten mij nog een zekere Liefhebber benoemd die werkloos was. En toen ze me weer in dienst moesten nemen, hebben ze als wraak ik mijn stukken zitten schrappen. Eerder al hadden ze mijn telefoon afgesneden, enfin, de verhoudingen waren voorgoed verstoord.'

Maar een Ellen Vogel en een Carel Willink wisten hem nog te vinden. En lastpak Kees Verweij, die met geen ander overweg kon, schonk hem schilderij op schilderij. 'Mijn toenmalige vrouw is er met de halve boel vandoor gegaan. Ik was helemaal kapot. Ze woont hier in het dorp. Alles woont hier bij mekaar, daar word je gek van.'

Moeizaam daalt Spierdijk de trap af, nog niet bekomen van een val van zijn fiets in de gladheid. Hij vertelt hoe hij zich voor de krant jarenlang heeft verplaatst in een Dafje zonder in het bezit te zijn van een rijbewijs. Geen sneeuwstorm op de Route Napoleon weerhield hem. Vanwege het bord 'pers' op de voorruit liet een beetje klabak hem ongehinderd passeren.

Eerder had de hoofdredactionele limousine-met-chauffeur steeds gereed gestaan voor het dranklokaal van Spierdijks keuze, tòtdat de chef-kunst gesommeerd werd om na voorstellingen maar elders in het land te blijven slapen. 'Tegen hoofdredacteur Goeman Borgesius zei ik: ben je gek! Ik zie me niet overnachten in Tilburg of Eindhoven, brrr.' Hij zegt: 'Als ik boos word, dan is het hek van de dam hoor.

'Goeman Borgesius kende ik uit het gijzelaarskamp in Haren, waar ik was geïnterneerd wegens het zéér anti-Duitse tijdschrift Proloog dat ik toen had, hè. Ik schreef gedichten in die tijd, zeer tegen de zin van mijn vader die een timmerfabriek had en die wilde dat ik hem opvolgde. Goeman Borgesius die zeer koningsgezind was, zei: ''Je kunt na de oorlog altijd bij me komen.''

'Toen ik drie jaar na de zuivering van De Waarheid naar De Telegraaf ging, riep de goegemeente dat ik een overloper was, maar ik zag de nieuwe Telegraaf niet als echt fout. Met de politieke standpunten ben ik het nooit echt eens geweest. Ik was onder de indruk van Bertolt Brecht en dat nam de hoofdredactie me niet in dank af. Ik heb altijd een rechte rug gehad, terwijl zo'n Lücker, de latere hoofdredacteur van de Volkskrant, nog eens een prachtige recensie geschreven heeft over die smerige antisemitische film Jud Süss. En na de oorlog hoorde zo'n man ineens bij het verzet'

Met een klap zet hij de lege wijnfles op tafel.

Nimmer, bezweert hij, heeft Spierdijk halflam een voorstelling bijgewoond of vredig snurkend uitgezeten, in tegenstelling tot 'Handelsblad-collega Boswinkel die het presteerde om in zijn recensie twee balletten door elkaar te halen, waarvan hij niet in de gaten had dat er eentje was afgelast.' Zeker, bij kunstenaarssociëteit De Kring in Amsterdam stond Spierdijk als plakker te boek. Maar het lidmaatschap van 'beroepsjenner' Rijk de Gooijer plus een huwelijk met de niet zo bekende doch mooie actrice Katja Ernst, maakten aan die reputatie van het bohémien-bestaan een einde.

Sindsdien hoort Spierdijk nergens meer bij, 'en zeker niet bij wichtigmacherige clubjes van leuterkundigen.'

Hij herinnert zich nog de nachten dat hij zich voelde als de arme dichter op een schilderijtje die zich in bed met een paraplu beschermde tegen de regen. Hij sliep dan op zolder, vanwege een huwelijkscrisis. Tijdelijk op een flat in de Bijlmer kwijnde hij bijna weg met Abcoude aan zijn voeten. Na een arbeidzaam leven dankt hij de hemel voor zijn kinderen. Een zoon zit ook in de boeken, zij het als employé in een AKO-kiosk. Een van z'n dochters heeft vier kinderen van drie verschillende vaders.

Peinzend trekt hij een door gaten ontkleed kussen recht. 'Eh, mijn vriendin, van wie je daar een niet onaardig primitief schilderijtje ziet hangen, heeft alles opgedronken. Tja, we kunnen maar het beste naar het café gaan.' Reeds is de Baskenmuts tussen de grijze slapen geplant.

In café De Eendracht te Abcoude, ook bekend als De Drie Fusten uit de Koos Tak-serie, heerste die middag een landerige stemming toen de bekende dorpsgenoot Spierdijk bij barman Theo zijn traditionele bestelling plaatste: vin blanc met ijs in een hoog glas. De consumptie liet een minuut of vijf op zich wachten. Tegen zijn metgezel, die alles ijverig noteerde in een blocnote van kringlooppapier, mompelde Spierdijk samenzweerderig dat 'die jongens van de tv hier vitale scènes voor De eenzame oorlog van Koos Tak hadden willen opnemen. Mooi dat ze van een koude kermis thuiskwamen! Er bestond nog zoiets als solidariteit op deze planeet.

'Zeg maar Jan, dat is makkelijker', zei Spierdijk, een ferme teug nemend. 'Weet je dat ik nog de ondertiteling voor het Shakespeare-project op de tv heb verzorgd?' Beelden uit zijn verleden passeerden de revue. Zoals de keer dat hij een fikse lel uitwisselde met Jacques Gans, die het had bestaan om Hiltermann Hitlermann te noemen. Of de keer dat hij Henk van der Meyden had geadviseerd om 'dat verschrikkelijke gebit' te vervangen.

'Ik heb met die ordinaire man nog geen twintig woorden gewisseld. Ik haat het soort journalistiek dat hij bedrijft. Ik zei nog tegen Stokvis, de hoofdredacteur: laat die jongen in ieder geval z'n talen leren, want 't is allemaal niet om áán te horen! Abject en dom, die Van der Meyden, maar wat geld betreft boereslim, hè.'

Door al dat gepraat was de verteller vergeten dat hij nog niet had ontbeten. Een blik op de klok leerde hem dat het al vijf over half vijf was. Een balletje gehakt met een sneetje brood zou er wel ingaan. Hardop peinsde hij of hij er wel verstandig aan deed om die baret te blijven dragen. De Koos Tak op de televisie droeg er ook zo een, had hij gehoord. Misschien moest hij de aanschaf van een vilthoed overwegen. Om 'herkenning' en gezeur te voorkomen.

'Ik hoop niet dat ik op jou een verzuurde of verbitterde indruk maak', hernam Spierdijk, met een vorkje de rouwkostgarnituur zo ver mogelijk van zijn gehaktbal af schuivend. 'Een stelletje falderappes' wil hem op de tv afschilderen als een verlopen, zielig verslaggevertje; èn het verzet belachelijk maken. Terwijl Spierdijk ('ik ben altijd chef geweest') de eerste is om te erkennen dat hij 'voor de echte illegaliteit ongeschikt was.' Joodse onderduikers in zijn huisje op de Prinsengracht, oké. En toen zijn grote vriend Van Gilze gefusilleerd werd, bleek diens adressenbestand onder het bed van Spierdijks vrouw te liggen, jawel.

'Ik ben altijd voor honderd procent antifascist geweest. Nooit naar Franco-Spanje gegaan, waar de halve Bezige Bij zat.'

Ineens herinnerde hij zich zijn vriend en strafpleiter François Pauwels, wiens maitresse een bed vol poppen bezat en hij vroeg zich af of die verzameling geen obstakel vormde voor het liefdesleven van de twee. Hij dacht aan dichter Bloem die de minnaar van zijn vrouw Clara Eggink, Sötemann geheten, na een slokje op met Seuteneur aansprak.

Hij herinnerde zich haarscherp hoe tijdens een diner met de producent van de film Fanfare de telefonische melding kwam dat zijn eigen bibliotheek niet meer bestond, omdat hij was vergeten een elektrische ketel uit te zetten.

Hij herinnerde zich de door hem te Abcoude opgerichte schrijversclub ('zaten echte talenten onder hoor'). Ach, hij herinnerde zich zijn schnabbels voor AVRO-microfoon, voor Playboy-literair en constateerde gelaten dat een mens luier wordt bij het klimmen der jaren. Ontbijten deed hij maar in het café. 'En daarna zeg ik: jongens, ik ga even Tsjechov lezen.

'Ik schaam me voor niets, behalve voor De Telegraaf van nu', had hij zijn gesprekspartner toevertrouwd.

Aan het andere eind van de rustiek eiken toog, had een schrille lach geklonken. Al die tijd hadden Spierdijk en de enig aanwezig blondine elkaars blikken zorgvuldig gemeden. 'Die daar', had Spierdijk op sombere toon gefluisterd, 'die daar is mijn vele jaren jongere vriendin Josée uit Weesp en thans huisgenote. Ik heb haar schilderen geleerd. En ik heb de pest op haar in. Vannacht stond ze om twee uur aan m'n bed te rammelen, dus praat ik even niet met haar. Ik kom toch al zo veel slaap tekort omdat ik zo lang lig te lezen.'

Terwijl de verslaggever zijn blocnote dichtklapte, brak in café De Eendracht te Abcoude het gezellige bitteruur aan. Sky Radio voerde de boventoon.

'Jan nog eentje?', vroeg barman Theo.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden