Het koninkrijk van bruto nationaal geluk

Bhutan, tussen Tibet en India, is arm. Weinigen hebben licht, de helft stromend water. Je wordt er maar 48 jaar....

'BHUTAN! Bhutan' In New Delhi heft dr R.K. Pachauri, directeur van een gezaghebbend instituut voor energie-onderzoek, zijn armen ten hemel als het kleine buurland in de Himalaya ter sprake komt. Hij is er een paar keer op vakantie geweest en enthousiast teruggekomen. 'Bhutan is bijna het paradijs.'

Hij is niet de enige. De meeste mensen die Bhutan hebben bezocht, komen woorden tekort om het land te prijzen. 'Ik ben nog nooit ergens geweest waar het zo prachtig, zo onafhankelijk, zo kwetsbaar is als in Bhutan', schreef vorig jaar een medewerkster van The Guardian.

Bhutan is in bijna alle opzichten het tegendeel van India, waarmee het hartelijke betrekkingen onderhoudt. India is groot, overvol, druk, stoffig, vervuild en chaotisch. Meer dan 20 procent van de 930 miljoen inwoners leeft onder de armoedegrens. De krottenwijken in een stad als Bombay moeten tot de ergste ter wereld behoren. In alle opzichten zucht India onder de druk van zijn gigantische en nog steeds snel groeiende bevolking. Bhutan is klein, dun bevolkt, schoon en groen.

India, zegt Pachauri, maakt in zijn ontwikkeling bijna alle fouten die het Noorden eerder gemaakt heeft. Diverse deelstaten hebben op grote schaal geïndustrialiseerd, maar er was een ramp à la Bhopal nodig om een milieubeleid op papier te zetten.

Nu probeert India amechtig de milieu-effecten van de industrie onder controle te krijgen. India heeft in grote lijnen de ontwikkeling gevolgd van de rijke landen: eerst de welvaart vergroten en dan de gevolgen aanpakken.

Bhutan doet het tegendeel. Het legt in zijn beleid de nadruk op duurzaamheid. De economische activiteiten mogen de natuurlijke hulpbronnen niet aantasten. Pas daarna komt de in geld uitgedrukte welvaart. Het land heeft het voordeel dat het zijn isolement pas in 1961 heeft opgeheven. Het was geschrokken van de gewelddadige manier waarop China in 1959 Tibet onderwierp, en besloot actief deel te gaan uitmaken van de wereldgemeenschap. Door die late ontwikkeling kon het land fouten vermijden die andere ontwikkelingslanden, en met name Nepal, eerder hebben gemaakt.

Tot 1961 was Bhutan een geïsoleerd, boeddhistisch koninkrijk. De invloedrijke minister van Planning, Lyonpo C. Dorji, schetst hoe het land er toen uitzag. Het onderwijs bestond uit een paar lagere scholen, er waren geen verharde wegen, er was geen elektriciteit, geen gezondheidszorg, geen telefoon, geen posterijen. 'De post werd door mensen te voet bezorgd.' De bevolking, die in grote meerderheid analfabeet was, leefde bijna uitsluitend van landbouw voor eigen gebruik.

Nu liggen er 3100 kilometer verharde wegen. Er zijn 286 scholen, waar 71 procent van de kinderen onderwijs volgt. Volgens de regering is 48 procent van de bevolking geletterd. Er zijn meer dan 580 gezondheidscentra, waaronder enkele ziekenhuizen, die 90 procent van de bevolking bedienen. Twintig procent van de gebouwen is aangesloten op het elektriciteitsnet. De helft van de bevolking heeft waterleiding. In de meeste districten is een modern telefoonsysteem ingevoerd.

Op sommige gebieden heeft het land nog een grote achterstand. Volgens Dorji moet meer dan de helft van de bevolking langer dan een dag lopen om bij een verharde weg te komen. De levensverwachting is met 48 jaar een van de laagste ter wereld.

Het bruto nationaal produkt bedraagt volgens de Wereldbank per hoofd van de bevolking 180 dollar. Dat is hoger dan in Nepal (170 dollar) maar lager dan in India (310 dollar). Van dat welvaartsverschil met India zijn de autoriteiten in Bhutan niet onder de indruk. Ze wijzen erop dat er in Bhutan geen sloppenwijken zijn en dat er geen honger is en geen werkloosheid. Als je arm bent, kun je beter in het schone, groene Bhutan wonen dan in het drukke India, is de algemene opvatting.

HET BELEID van de Bhutanese regering kan het best worden geïllustreerd aan de hand van een beroemd citaat van de 39-jarige koning Jigme Singye Wangchuk, die sinds 1972 aan het bewind is. 'Bhutan zal zijn bruto nationaal geluk niet opofferen aan het keurslijf van het bruto nationaal produkt.' Met andere woorden: het behoud van de identiteit van het land is belangrijker dan welvaart. En de welvaartsstijging die wordt geboekt (tussen 1980 en 1992 groeide het bnp met meer dan 6 procent per jaar) moet gebaseerd zijn op duurzaamheid.

Vooruitziende geesten in de regering hebben al in 1961 voor dit concept gekozen en er wordt anno 1995 nog steeds de hand aan gehouden. 'We zullen nooit schatrijk worden zoals de olielanden in het Midden-Oosten', zegt Dorji, 'maar die welvaart is dan ook niet duurzaam.' Bhutan wil geen overontwikkeld land worden zoals Nederland met zijn agrarische overproduktie en het daaruit voortvloeiende mestoverschot.

De kurk van de Bhutanese economie is elektriciteit uit waterkracht. Het land heeft volop water. Het ligt op de hellingen van de Himalaya, waar rivieren met een sterk verval naar beneden stromen. In 1988 is de eerste waterkrachtcentrale van 336 megawatt in gebruik genomen, in Chucka honderd kilometer ten zuiden van de hoofdstad Thimphu. De centrale is gebouwd met financiële hulp van India, dat 90 procent van de elektriciteit importeert.

Vanwege het grote hoogteverschil zijn er geen grote stuwmeren nodig. Het stuwmeer in Chucka is niet groter dan 1500 bij 105 meter. Deze ene waterkrachtcentrale levert 8 procent van het bnp, 25 procent van de inkomsten uit export en 20 procent van alle inkomsten van de overheid. Diverse nieuwe projecten zijn in voorbereiding. Het potentieel voor waterkracht is groot: twintigduizend megawatt, waarvan twaalfduizend megawatt in uitvoering kan komen.

Een voorwaarde is dat de bossen in stand blijven. Er moet voldoende water worden aangevoerd om elektriciteit te winnen. Beboste hellingen fungeren als een spons. Ze houden het regenwater lang vast en geven het geleidelijk weer af. Bossen voorkomen overstromingen in de regentijd en droogte in de droge maanden. De regering voert, in tegenstelling tot Nepal waar op grote schaal ontbost is, een streng beleid dat is gericht op het behoud van de bossen.

Volgens Dorji heeft de regering al tien jaar geleden besloten dat de bossen geen geld hoeven op te leveren. 'De minister van Financiën was tegen, maar we hebben hem kunnen overtuigen.' Er wordt wel gekapt voor eigen gebruik en een beetje voor de export, maar de bossen moeten intact blijven. Nu is 72 procent van het land bebost. Doelstelling is dat dit nooit minder mag worden dan 60 procent.

De regering heeft zelfs besloten een in 1983 met steun van Koeweit gebouwde multiplexfabriek te sluiten. 'We zagen dat die fabriek steeds meer hout nodig had. We hebben uitgerekend dat openhouden zou betekenen dat 52 duizend hectare bos gekapt zou moeten worden. Die bossen liggen op gronden welke gevoelig zijn voor erosie.' De regering zoekt naar negen miljoen dollar om de eigenaren af te kopen. Nederland heeft al vier miljoen gulden toegezegd.

De regering wil zijn bossen ook ongeschonden houden om de rijke bio-diversiteit in stand te houden. Dorji: 'Ik geloof al die wetenschappers niet die beweren dat je oerbos gerust mag kappen omdat het vanzelf terug komt. Het komt nooit meer terug, ook niet bij herbebossing.' Bhutan herbergt met zijn rijkdom aan dieren en planten een genetische reserve die in de toekomst veel geld waard kan worden.

IN DE multiplexfabriek werken vierhonderd mensen, maar sluiting is geen enkel probleem, zegt Dorji. Alle werknemers kunnen aan de slag in de nieuwe waterkrachtprojecten. Er is in Bhutan geen werkloosheid. Sterker, voor het zware werk aan de wegen worden arbeidskrachten uit India en Nepal gehaald. Overal in Bhutan zie je gastarbeiders werken. Dat gaat soms primitief, zoals asfalt smelten op houtvuur. Indiase gezinnen zijn met heel hun hebben en houden gekomen. Bij de wegenaanleg werken vrouwen met hun pas geboren kinderen op de rug.

De tweede belangrijke bron van export is de landbouw. Bhutan is niet zelfvoorzienend voor de belangrijkste gewassen zoals rijst, maïs en tarwe, maar honger is er niet. Er wordt veel fruit geëxporteerd, ook exotische vruchten als kiwi, mango, banaan, sinaasappel en diverse noten die vooral in het subtropische Zuiden worden verbouwd. Ook in de landbouw is duurzaamheid belangrijk. Kunstmest en bestrijdingsmiddelen worden mondjesmaat gebruikt. Produktieverhoging wordt vooral bereikt door het selecteren van betere rassen.

Toerisme is de derde bron van inkomsten. Ook hier heeft Bhutan de kat uit de boom gekeken. De regering besloot al lang geleden geen massatoerisme toe te laten. Nu wordt de kapitaalkrachtige bovenlaag van het internationale toerisme afgeroomd. Bhutan wil geen toestanden als in Nepal, waar het aantal beklimmers van de Himalaya-toppen moest worden beperkt.

De regering heeft goed begrepen dat een snelle bevolkingsgroei elke planning en elk beleid in de war kan sturen. De groei bedraagt nu 2,4 procent per jaar, en dat is te hoog.

Dorji: 'Ik durf niet te zeggen hoeveel mensen dit land duurzaam kan onderhouden. Dat onderzoeken we, maar het zijn er niet veel. Daarom hebben we een plan klaar om de bevolking voor te lichten. We kunnen de mensen goed bereiken via onze gezondheidszorg. Wij willen hier geen overbevolking en werkloosheid.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.