Het kleurrijke leven van Basquiat

SAMO. Choreografie: Suzy Blok & Christopher Steel. Muziek: Louis Andriessen, Angelo Verploegen, Nico van der Drift, Phil Phillippi. Lak, Leiden....

Jean-Michel Basquiat liet op zijn muurschilderingen in de New Yorkse wijk SoHo behalve zijn logo SAMO ('same old...') ook vaak een copyright-teken achter, en een kroontje. Hij zag zichzelf als koning van de New Yorkse graffiti-kunstenaars.

Zijn archetypische spuitbuskunst - rauw, direct, brutaal, maar ook speels en poëtisch - viel al gauw op in trendy kunstkingen. Die omhelsden de straatarme immigrantenzoon begin jaren tachtig. Maar toen de graffiti-hausse over was, lieten ze hem vallen en restte hem de strijd tegen verloedering en drugs. In 1988 werd hij dood gevonden, 27 jaar jong.

Zijn schilderkunst, maar meer nog dat wat hem dreef vormen het uitgangspunt van SAMO, een dansvoorstelling van het duo Suzy Blok en Christopher Steel. Daarmee vertegenwoordigden zij Nederland op de Expo te Lissabon. De makers laten hun dansstuk beginnen bij Basquiats neergang, wanneer de zwarte artiest van Puertoricaans, Haïtiaanse komaf al dik beland is in het witte kunstcircuit, zijn spuitbus heeft verruild voor verf en linnen. En ruw metselwerk voor de witte wanden van gallerieën.

De jonge wilde is getemd, suggereren de zes dansers door met hun armen op de rug gebonden moeizaam het podium op te rollen. De ijle klanken van de componist Louis Andriessen hebben de straatgeluiden van downtown New York uit het begin verdreven.

Langzaamaan komt er meer actie in de dans en meer kleur in het decor. De dans gaat terug naar SAMO's jachtige zwerversbestaan in de metropool. Op het achterdoek gloeien warme kleuren op: cyclaamrood, azuurblauw. De dansers dragen T-shirts met een Mickey Mouse en andere beelden uit de popart die Basquiat absorbeerde. Zij schilderen woest zijn tekens op de panelen. Een volgend moment verschijnen ze in krijtstreepkostuums waarboven ze Afrikaanse maskers dragen.

De structuur van de dansvoorstelling is met tal van quasi nonchalant gemonteerde korte acties en langduriger scènes even fragmentarisch van opbouw als Basquiats collages. Het fysieke en speelse uit diens beeldtaal is weerspiegeld in acrobatische dansdelen. Maar zo energiek en brutaal als je die zou verwachten, wordt de dans niet. Vreemd genoeg, want daarop hebben Blok & Steel nu juist het patent. Een enkel duet is zelfs braaf en blijft in vitaliteit achter bij de muziek; Angelo Verploegens jazz is lekker nerveus en de rap van Nico van der Drift en Phil Philippi stevig.

Indringend is hoe danser John Taylor met een verbeten gezicht zijn lichaam bekrijt, en woedend zijn handpalm op de grond drukt. Dat is een verwijzing naar Basquiats Riding with Death, een van zijn laatste doeken. En er is een moment waarop deze speler overtuigend in de huid van de ander kruipt: ook Steel weet bij vlagen, meer acterend dan dansend, die gedrevenheid van Basquiat invoelbaar te maken.

Die paar momenten geven aan SAMO net de diepgang die maakt dat deze visueel bijzonder aantrekkelijke voorstelling meer is geworden dan een aardige dansdocumentaire over het korte en bonte leven van deze legendarische graffiti-kunstenaar.

Isabella Lanz

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden