Het KIT had zich al overleefd

De boekencollectie van het KIT moet vóór 1 november weg zijn. Dat is niet leuk. Maar is het ook erg?

Laatst was er nog een delegatie uit Benin in het Koninklijk Instituut voor de Tropen (KIT), met gezanten van het Vredespaleis. Ze kwamen kaarten bestuderen. De stemming was aanvankelijk grimmig, maar later werden handen geschud. Directeur Hans van Hartevelt, trots: 'Er zijn hier grensconflicten beslecht.' Een bibliotheek met internationale faam, kortom.


Ook Susan Legêne heeft hartzeer. Ze moet op haar tong bijten als studenten vragen naar welke bibliotheek ze moeten gaan. 'Ik ben zo gewend om het KIT te zeggen', zegt de hoogleraar koloniale en postkoloniale geschiedenis van de Vrije Universiteit. Maar dat kan sinds 1 augustus niet meer. De bibliotheek van het Tropeninstituut is dicht. De 10 kilometer boeken, tijdschriften, kaarten, handschriften, atlassen, prenten, manuscripten en rapporten in het acht verdiepingen tellende monumentale Amsterdamse pand is niet meer te raadplegen.


Eén kilometer collectie is veiliggesteld. Het betreft het zogeheten erfgoeddeel: alle werken over de koloniën van voor 1950. Dat gaat naar de Universiteit Leiden. Maar dan blijft er nog zo'n 9 kilometer over. Voor het 'slijten' van deze kilometers heeft directeur Van Hartevelt nog precies een maand en dan doet hij voor de laatste keer het lichtknopje uit in zijn werkkamer - na 32 dienstjaren. Wat geen nieuwe eigenaar vindt, komt in aanmerking voor 'afstoting'.


Garrelt Verhoeven was als hoofd bijzondere collecties van de Universiteit van Amsterdam betrokken bij een commissie die het KIT adviseerde over de verweesde collectie. Dat de erfgoedcollectie naar Leiden gaat, lucht hem op. Hij weet hoe lastig 'een collectie die niet puur modern wetenschappelijk is' te handhaven is. Wel hij denkt dat er al eerder iets had moeten gebeuren bij het KIT. 'Als fysieke plek heeft het geen reële functie meer. In het verleden ging iemand die bij Novib ging werken zich inlezen in het KIT, maar dat is niet meer van deze tijd.'


Het moderne deel van de collectie (na 1950) heeft 'een sterk documentaire waarde', zegt hij. 'Dat heeft alleen relevantie als het gedigitaliseerd wordt. Daar was het KIT mee bezig, maar dat is nu afgekapt.' Moderne bibliotheken zijn digitaal, zegt Verhoeven, niemand wil een rij boeken erbij zonder een zak geld.


Halsoverkop

Hij weet dat er serieuze belangstelling is in Singapore en Suriname en de Cariben. Maar probleem bij de ontmanteling: er is geen tijd. 'Daar heb je jaren voor nodig. Waarom heeft de overheid nooit gezegd: bereid je voor op een nieuwe toekomst? Nu moet het halsoverkop en dat kan niet.'


Historicus Legêne maakte als onderzoeker veel gebruik van het KIT. Vooral van de erfgoedcollectie en van werken uit de postkoloniale jaren tussen 1950 en 1970. Het liefst zou ze de collectie van die periode ook naar Leiden zien vertrekken. 'Misschien klinkt het cynisch, maar daar staat al veel. Het zou de samenhang misschien zelfs wel verbeteren.'


De belangrijkste gebruikers van het KIT zijn historici en sociaal wetenschappers. Voor toegepast onderzoek is de collectie achterhaald, zegt Legêne. Voorzichtig: 'Misschien is er te weinig geanticipeerd op de moderne tijd.'


Het in 1910 opgerichte KIT begon ooit als Koloniaal Instituut, ter ondersteuning van de handel in de Nederlandse overzeese gebiedsdelen in de Oost en de West. De collectie bestond onder meer uit boeken over landbouw, tropische ziektes en scholing. Na de Indonesische onafhankelijkheid (1949) ging het KIT zich in opdracht van de overheid richten op ontwikkelingshulp en werd het vizier verplaatst naar de gehele (sub-)tropen.


Die fase leverde een veelheid aan 'grijze' literatuur op: rapporten en verslagen van non-gouvernementele organisaties. De papieren geschiedenis van de Wereldbank, Greenpeace of gezondheidsorganisatie WHO; het is allemaal te vinden in de archiefkasten van het KIT.


Hubert Krekels was als bibliothecaris van de Universiteit Wageningen in onderhandeling om het deel van de collectie over landbouw en voeding over te nemen. De deal ging niet door, wegens tijd- en geldgebrek.


Volgens Krekels zit het unieke van de collectie van het KIT voor het belangrijkste deel in de erfgoedcollectie. Wat na die periode in wetenschappelijke journals is verschenen, is volgens Krekels elders opgeslagen.


Krekels noemt de collectie mooi, maar tamelijk verouderd. De kosten om het te handhaven of verhuizen zijn hoog. De collectie is vooral historisch interessant en in samenhang, en niet zozeer voor de actuele wetenschap. Trek je het uit elkaar, dan verdwijnt dat.


Vernietigen lijkt tragisch, zegt Krekels, maar men moet niet denken dat er nooit een boek of tijdschrift in de versnipperaar belandt. 'Je hoeft niet alles te bewaren. Maar dat mag ik als bibliothecaris natuurlijk niet zeggen.'


Plechtig pakt directeur Hans van Hartevelt een dik boekwerk met bruin lederen kaft en massief gelig papier uit de kast. Het Ambonees Kruidenboek. Uit 1750. De meerdelige natuurgids met honderden gedetailleerde prenten van planten, bomen en bloemen die werd samengesteld door de vermaarde Duitse militair en botanicus Georg Everhard Rumphius, is een van zijn lievelingswerken. 'Dit gaat naar Leiden. Dus het is veilig, maar onwerkelijk vind ik het wel.'


Het pand is verlaten, op een Ghanese archiefmedewerker na. 'Dag Clifford', zegt Van Hartevelt. Bijna struikelt hij over een pakket kartonnen dozen die klaar staan voor de verhuizing.


In gesprek met de directeur valt het woord 'samenhang' veelvuldig. Voor een collectiebeheerder is het een vanzelfsprekende term. Ontmanteling is per definitie vloeken in de kerk.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden