Het kinderboek bestaat niet

Zo'n 25 jaar geleden heb ik in m'n overmoed de stelling verdedigd dat kinder- of jeugdboeken eigenlijk niet bestaan. Ze z er natuurlijk wel, maar niet als een eigenstandig genre, en zolang ze worden geschreven zijn er ook nooit literaire stijlen, vormen of thema's in ontwikkeld die niet allang bestonden...

Een van de eerste grote kindervrienden uit onze letteren, de dichter Hieronymus van Alphen, had zijn inspiratie regelrecht ontleend aan Jacob Cats: zelfde lyriek, zelfde versificatie, zelfde levenslessen. Nieuw leek dat hij zich heel specifiek tot kinderen richtte, maar had zijn grote voorganger dat niet ook altijd al gedaan?

De jongensboeken die van de 19de eeuw tot de dag van vandaag in grote aantallen werden uitgegeven, waren zonder uitzondering 'kinderlijke' pastiches op de historische Walter Scott-romantiek, het avonturenverhaal of de detectiveroman. En Harry Potter is toch zeker de ideale samenvatting van honderden jaren Angelsaksische preoccupatie met geesten, spoken, drun en andere toveraars?

In de lectuur voor jongere, oudere en nog oudere meisjes, bakvissen of dames tref je hetzelfde: thema's, uitwerking, structuur en levensbeschouwing zijn allemaal al te vinden bij Courths-Mahler, Cornelie Huygens, Marie van Zeggelen, Ina Boudier-Bakker of Eva Raedt de Canter , en het zal niet lang meer duren of Donna Tartt, Lulu Wang en Connie Palmen dienen tot voorbeeld voor een generatie moderne meisjesboekenauteurs.

Want zo werkt het : jeugdboekenschrijvers en hun uitgevers volgen de stemmingen, de literaire modes en de morele afspraken van hun tijd. Als halverwege de vorige eeuw steeds meer ouders en opvoeders zich zorgen gaan maken over de kinderziel en het geestelijk voedsel dat er schadelijk voor kan zijn, rijzen de pedagogische elven, paddestoelen en kabouters gehoorzaam uit de grond in gekuiste variaties op de sprookjes van Moeder de Gans en de gebroeders Grimm. Later treden ethische realisten op de voorgrond om het kind verantwoord te confronteren met Vietnam, Palestijnse vluchtelingenkampen en leeftijdgenootjes uit de Derde Wereld die brood en stromend water ontberen.

Langzaam maar zeker sneuvelen in de kinderwereld ook de taboes waarmee de volwassenheid ondertussen heeft afgerekend. Ontluikende homoliefde is niet meer verboden, aids is aanvaard als een opvoedkundig thema, en het is maar de vraag of Rosa Overbeek en Kees de Jongen zich anno 2004 nog zouden durven beperken tot het wisselen van twee of drie zedige kussen. Nog even, dan zijn ze regelrecht overgegaan op seksen.

Was Kees de Jongen trouwens een kinderboek?

Misschien was dat nog het aardigste en prikkelendste aan mijn stelling: te denken aan twee eeuwen kopievan grotemensenlectuur, met als eenzame hoogtepunten een stuk of tien meesterwerken die niet eens met voorbedachten rade voor kinderen werden geschreven: Gullivers Reizen, het sprookje Grote Klaas en kleine Klaas van Andersen, Alleen op de wereld, een handvol verzen van Annie M.G. Schmidt, Alice in Wonderland, of twee keer Theo Thijssen, en als avantgardistisch staaltje Ik Jan Cremer, de Tijl Uilenspiegel van de 20ste eeuw.

Zou het erg zijn als we afspraken dat het kinderboek inderdaad niet bestaat, en er vermoedelijk ook nooit zal komen?

Ik las De zwarte Baron van Annejoke Smids. Eigenlijk een historische roman, zoals ooit Jacob van Lennep, en later Vestdijk, en nu nog altijd Hella Haasse had kunnen schrijven. Qua onderwerp, welteverstaan. Aan 15de-eeuwse roofridders die van macht en goud droomden en zich aan alchimie bezondigden hadden zich al tientallen schrijvers tegoed gedaan. De jeugdboekenschrijver hoeft maar een paar jongelui aan de handeling toe te voegen en het kunstje is geleverd: de historische roman is een historische kinderroman geworden.

Niks tegen natuurlijk. Thea Beckman ontleende behalve aan haar verbeeldingskracht nog een paar elementen aan de geschiedenis en aan de fictie van de tijdmachine, ontwikkelde er een springlevende hoofdfiguur van twaalf jaar bij, en Kruistocht in spijkerbroek werd terecht het lievelingsboek van drie of vier achtereenvolgende generaties kinderen.

Had Annejoke Smids, nog genomineerd voor de Thea Beckman Prijs, nou maar langer en aandachtiger en leergieriger in het werk van haar voorgangster gelezen, dan was het misschien nog wat geworden met haar broertje & zusje die nogal willoos en zielloos de gevangenen zijn op het boze kasteel Bbaste en daar allerlei avonturen niet zozeer beleven als wel voorbij zien komen.

Ik blijf er bij: er bestaan geen kinderboeken. Er bestaan alleen maar goede boeken en slechte boeken.

Annejoke Smids: De zwarte Baron.

Ploegsma; 340 pagina's; ¬ 15,95.

ISBN 90 216 1907 5.

Vanaf 10 jaar.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden