Het keerpunt Kitaj

Zijn rusteloosheid bezorgde schilder R.B. Kitaj de reputatie dat hij met alle winden meewaaide. De eerste grote tentoonstelling sinds zijn dood, in Hamburg, laat zien wie hij werkelijk was: een fantastisch tekenaar en de eerste grote, postmoderne schilder.

beeldende kunst


R.B. Kitaj, Die Retrospektive


Te zien tot 27/10 in de Hamburger Kunsthalle


'Ik is een ander', dichtte Rimbaud ooit en toen ik dat versleten jasje aantrof, riant afgedrukt op een muur ergens halverwege het grote R.B. Kitaj-retrospectief in de Hamburger Kunsthalle, raakte ze me als een explicatieve voltreffer. Aan 'anderen' namelijk geen gebrek, daar in de Kunsthalle; sterker, zelden een tentoonstelling gezien met zo'n overvloed aan geportretteerde kunstenaars, intellectuelen, politici en andere publieke figuren. Het was intimiderend en ook wat verwarrend. Roland Brooks Kitaj was een ander, oké, tot uw dienst, alleen welke ander?


Misschien is het niet zo moeilijk. Kitaj (1932-2007) verkeerde altijd in diaspora. Lijfelijk - hij zwierf de hele wereld rond, van zijn geboortestad Chagrin Falls nabij Cleveland, Ohio tot Wenen, Darmstadt, Oxford en Londen tot hij op z'n 65ste definitief terugkeerde naar de Verenigde Staten - maar vooral geestelijk. Een gretig lezer en fanatiek kunstverzamelaar, zocht Kitaj z'n loopbaan lang asiel bij illustere schutspatronen: Benjamin, Kafka, Warburg, Babel, om uiteindelijk steeds weer verder te trekken. Die rusteloosheid kun je verklaren aan de hand van Kitajs Joodse identiteit, een rol die hij met zijn identificatie met de Wandelende Jood en z'n First diasporist Manifesto zelf sterk cultiveerde, maar dat is wellicht een te gemakzuchtige lezing. Er zit iets algemeners in Kitajs ontheemding; iets wat dat diffuse begrip 'Joodse identiteit' ontstijgt. Kitaj's grilligheid, lijkt het, was de grilligheid van intelligente moderne mensen: vliedend, rusteloos, steeds zoekend naar vaste grond onder de voeten. Om die vaste grond vervolgens te verruilen voor andere grond. Voor een andere visie. Een andere stijl.


Het bezorgde Kitaj een reputatie - een beroerde. Een name dropper zou hij zijn. Een met-alle-winden-meewaaier. Een holocaust-verkitscher - ook zo'n fijne. Catastrofaal was zijn retrospectief in 1994 in de Londense Tate Gallery (bekend als de 'Tate Wars') waar hij werd afgekraakt door de voltallige Britse kunstkritiek. Toen Kitajs vrouw Sandra een maand later overleed aan een hersen-aneurysma hield de schilder de kunstcritici verantwoordelijk; zij, zo redeneerde Kitaj in agonie, hadden op hem gemikt, maar haar getroffen. De schilder maakte verscheidene doeken over het voorval, waaronder het in Hamburg getoonde The Killer-Critic Assasinated by his Widower, waarin Kitaj en Manet, wiens 'l'Exécution de Maximilien als voorbeeld diende, een veelkoppig monster (de pers) doorzeven. Hij emigreerde uiteindelijk naar zijn moederland en stierf gefrustreerd.


Het is een treurige geschiedenis en het ontneemt het zicht op wie Kitaj werkelijk was: een rijke geest, een fantastisch tekenaar, de eerste grote, vooruit, de grootste postmoderne schilder. Een voorbeeld, vooral. Herinnert u zich die Neo Rauch-expositie een maand of wat terug in Brussel? Die was er dus nooit geweest zonder de invloed van R.B. Kitaj - net zoals een groot deel van de Duitse, Britse en Amerikaanse kunst er zonder hem niet was geweest. Dat de Hamburg Kunsthalle nu een grote expositie aan hem wijdt, is niet meer dan fair.


En passend. Want Hamburg en Kitaj zijn verbonden. De havenstad aan de Elbe was de geboorteplek van de kunstenaars' intellectuele held, Aby Warburg (1866-1929). Van hem heeft u misschien niet gehoord; zijn reputatie is buiten kunsthistorische kringen tamelijk beperkt. Warburg was een telg uit een rijke, Joodse bankiersfamilie, die uitgroeide tot de belangrijkste kunsthistoricus van zijn tijd en die de basis legde van de iconologie, de studie die onderzoek doet naar de betekenis en symboliek van kunstwerken. Een noviteit. Warburg was een van de eersten die een kunstwerk niet zag als een verlengstuk van de biografie van de maker (Houbraken) of een derivaat van een samenleving (Burckhardt), maar als een autonoom ding. Een ding met intrinsieke eigenschappen dat verwees naar andere dingen. Dwarsverbanden heet dat nu.


Dat inzicht zie je terug in Kitajs kunst. Die is vol, gefragmenteerd, gevuld met citaten en verwijzingen die het kijken spannend houden. Inspannend toch ook wel. Ik dacht een uurtje of twee werk te hebben, daar in Hamburg; ik was twee volle middagen zoet. Deze doeken zijn als krantenfoto's uit een lang voorbije tijd: de figuren, de situaties - ooit hadden ze een manifeste betekenis, maar nu, losgezongen van de context, is die betekenis verloren en zitten ze vol lege plekken: raadsels die erom vragen te worden ontcijferd, verwijzingen die willen worden nagetrokken, figuren om thuis te brengen - dat laatste vooral.


Die figuren, daar moet u op letten, zijn nooit helemaal zichzelf. Kitaj heeft ze vervormd, geannexeerd, verminkt, wat heet, sommigen zijn amper nog herkenbaar. Erasmus heeft een groene kop, Aby Warburg een vagina, Rosa Luxemburg is een geest en Francis Bacon ziet eruit als een Colombiaanse drugsdealer. Is het raar om deze beelden poëtisch te noemen? Dat woord wordt immers meestal gebruikt voor schilderijen met berggezichten of een nevelig verfoppervlak. En toch is poëtisch de meest treffende typering misschien, zij het poëtisch in de letterlijke zin van het woord. Als in: fragmentarisch, als in: een reeks beelden, ogenschijnlijk los, maar verbonden door een dwingende onderstroom. Ze kunnen elkaar verrijken. Het geheel is meer dan de som der delen.


Moest Kitaj daarop zwoegen? Het laat zich niet aanzien. Het vroegste werk op de expositie dateert uit de jaren zestig, een jaar of wat na Kitajs overtocht en kort nadat hij was afgestudeerd aan de Royal College of Art in Londen. Deze doeken, apocrief surrealisme vol steigerende paarden, zoenende koppels en, eh, strandstoelen, zijn direct goed, meesterlijk eigenlijk. Wat niet betekent dat ze uit het niets verschenen. Kitajs werk heeft altijd een lijntje naar het verleden. De kleuren - met name de rozen en oranjes - zijn die van mede-Londenaar en voorbeeld Francis Bacon (wiens magnifiek, boosaardige kop op een tweeluik figureert). In de theatrale gezelschappen herken je de Amsterdamse werken van Max Beckmann. En wanneer Kitaj een lijn trekt, dan is het Degas die z'n elleboog ondersteunt. En je blik vasthoudt.


Lang heb ik staan kijken naar The Ohio Gang (1964) een van Kitajs beroemdste doeken. Het is een schilderij als een poster-plakzuil: versplinterd, rijk aan beelden, een moeilijk definieerbare ruimte gevuld met al even moeilijk definieerbare figuren. Er is een vrouw. Ze is naakt. Er is een andere vrouw. Ze heeft een glazen oog (en een sm-kostuum). Er is een man die erbij zit alsof 'ie een manicure krijgt; een vrouwtje met muts in een kinderwagen; een geest achter de wagen; bovenin keert een aapje je de rug toe - ze zijn, nou ja, tamelijk ondefinieerbaar dus. Op de audiotour noemt Kitaj het schilderij een nawee van het surrealisme, en dat klopt, maar wel surrealisme gezien door de lens van popart: schematisch, afstandelijk. Radical chic? Radical chic. Het zou het goed doen als hoes van een of ander retro, indie-bandje.


Een schilderij als The Ohio Gang vraagt iets van de maker. Fantasie, natuurlijk, een trefzekere tekenhand, gevoel voor verhouding. En de achteloosheid van de lijnen. Zoals bij die naakte vrouw midden in het doek. De luchtige, bravoure waarmee ze is neergezet. De souplesse! Wijlen Robert Hughes, de nuchtere criticus van Time, noemde Kitaj ooit een van de beste tekenaars van de tweede helft van de 20ste eeuw. Daar wil je aan.


Hoe Kitaj dat talent uitbuitte, zie je in de volgende zalen. Hij experimenteerde met andere media, hij maakte zeefdrukken samengesteld uit foto's en gedichten, en gaandeweg, vanaf de jaren tachtig, kregen zijn schilderijen een luidruchtiger karakter. Te luidruchtig? Soms, misschien, een ontmoeting met doeken als The Last of England en 4 a.m. met hun agressieve neonkleuren en hysterische symboliek, voelen aan je ogen alsof je uit een hotellobby zo de schelle Spaanse middagzon inloopt. Aan de andere kant: te luidruchtig vergeleken met wat? Niet met de gemiddelde videoclip in ieder geval. En ook niet met de beeldcultuur waarbinnen Kitaj de schilderkunst relevant wilde houden. Bedacht ik me in de Kunsthalle. Op de tweede verdieping.


Waardoor de tentoonstelling opeens aanvoelde als een keerpunt. Beneden, bij de vaste collectie, hangen de Rubensen en de Beckmanns en ook dat mysterieuze doek van Friedrich Der Wanderer über dem Nebelmeer (nooit geweten dat die een groen kostuum droeg), de Grote Dode Schilders.


Boven, bij de hedendaagse Duitse schilders, zie je de nageschilderde foto's en tv-beelden van Gerhard Richter en Sigmar Polke: schilderkunst over media. Als je wil, kan je er iets uit leren, over schilderen, over geschiedenis, over de veranderende status van schilderkunst in die geschiedenis en Kitaj's positie daarin.


Het achterland: overzichtelijk, gecanoniseerd, een tijd dat schilders vanzelfsprekend een sociaal dominante positie innamen.


Het voorland: ongewis, een reservaat, het schilderij als medium onder andere media, ronddwarrelende blaadjes in een storm van beelden. En op het snijpunt: R.B. Kitaj, rusteloos, vliedend, altijd een ander.


Wie was Kitaj?


R.B. Kitaj (1932-2007) was een naoorlogse schilder van Amerikaanse origine. Zijn moeder was een Amerikaanse van Joods-Russische komaf; zijn vader, die het gezin kort na Kitajs geboorte verliet, een Hongaar. Kitaj studeerde aan de Akademie der bildenden Künste in Wenen en de Ruskin School of Drawing and Fine Art, Oxford. Later studeerde hij ook aan de Royal College of Art in Londen. Op die laatste school leerde hij Patrick Caulfield kennen en David Hockney, een levenslange vriend. Andere kunstenaars die tot zijn kring behoorden waren Frank Auerbach en Lucian Freud. Kitaj was een van de leidende figuren van de Britse schilderkunst; zijn schilderijen zijn een mix van surrealisme, popart, en modernistische abstractie; ze hebben een collage-achtig karakter en zijn gevuld met verwijzingen naar het Joodse cultuurgoed.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden