Het kastje en de muur in toezichthoudersland

Financiële toezichthouders in Nederland behoren tot de beste in de wereld, zo wil het verhaal. Toch dreigt een strop voor tienduizenden polishouders door het failliet van hun tussenpersoon....

De Nederlandsche Bank, de Pensioen- en Verzekeringskamer en de Stichting Toezicht Effectenverkeer wisten het al in 1999: de assurantietussenpersonen bewegen zich langs de randen van de wet. Niet dat verzekeringsmakelaars en masse frauderen. Integendeel. Het probleem is dat hun werkzaamheden de afgelopen tien jaar sterk zijn veranderd maar de wetgeving voor toezicht op de tussenpersonen stamt nog uit het begin van de jaren vijftig. Hoewel er inmiddels miljarden aan consumentenguldens door de handen van tussenpersonen gaan, kijken de toezichthouders de andere kant op. Ondanks de ferme taal van de toezichthouders laten maatregelen al bijna twee jaar op zich wachten.

Van oorsprong verkopen assurantietussenpersonen - de naam zegt het al - verzekeringsproducten. Brand, leven, auto: grote verzekeraars als Aegon, Achmea of Nationale Nederlanden verkopen verzekeringspolissen hiervoor via de tussenpersoon. Graag zelfs, de tussenpersoon kent zijn klanten en doet ook nog het leeuwendeel van de administratie.

Sommige tussenpersonen, de zogenaamde gemachtigden, nemen zelfs het innen van premies en het uitbetalen van schades voor hun rekening. Het risico ligt bij de verzekeraar, het werk wordt gedaan door de tussenpersoon. Ter geruststelling van de klant: de verzekeraar staat garant. Het risico voor een eventueel bankroet van de tussenpersoon ligt bij de verzekeraar en niet bij de verzekerde. Dat is in de wet vastgelegd.

Mooi geregeld, zou je zeggen. Dat blijkt dus tegen te vallen.

De wettelijke aansprakelijkheid van verzekeraars geldt alleen voor verzekeringsproducten. En niet voor hypotheken, spaarproducten, beleggingsproducten of aandelenleaseconstructies. Nu wil het geval dat assurantietussenpersonen, in weerwil van hun naam, steeds meer niet-verzekeringsproducten verkopen. Daar dankt de branche haar stormachtige groei aan. Het gevolg is echter dat de oude regeling - de verzekeraar staat garant voor de tussenpersoon - onder druk staat.

De kwestie tussen Aegon en de failliete tussenpersoon Bouwman Groep is daar een voorbeeld van. Door het faillissement van Bouwman zijn klanten ruim 6 miljoen gulden aan ingelegde gelden en premies kwijt. Die schade proberen zij te verhalen op Aegon, maar die geeft niet thuis. Wij zijn niet aansprakelijk voor de niet-verzekeringsactiviteiten van Bouwman, zo luidt het verweer .

Een tweede voorbeeld betreft de failliete tussenpersoon Ibas uit Ede. Het Financieele Dagblad meldde dinsdag dat 60 duizend polishouders zijn gedupeerd omdat deze tussenpersoon polissen verkocht van een Antilliaanse verzekeringsmaatschappij. Die maatschappij verkeert in financiële problemen en betaalt dus geen schadevergoedingen meer uit. Als gevolg daarvan is tussenpersoon Ibas failliet. De financiële problemen gingen helemaal voorbij aan de toezichthouders. 'Zoiets verwacht je niet in Nederland', stelt een verbaasde curator S. Vos.

De problemen rond Bouwman en Ibas zijn het zoveelste voorbeeld dat duidelijk maakt dat het toezicht op tussenpersonen niet meer van deze tijd is. Het toezicht van de Sociaal Economische Raad (SER) komt neer op een registratie van de tussenpersoon. Van actief controleren is niet of nauwelijks sprake.

Wie houdt er dan wel toezicht? De Pensioen en Verzekeringskamer op tussenpersonen? 'Nee, die taak ligt bij de SER', stelt een woordvoerder. 'Wij gaan alleen over de verzekeraars.

De SER en de Verzekeringskamer stellen in algemene zin dat De Nederlandsche Bank (DNB) toezicht houdt op bank- en spaarproducten en de Stichting Toezicht Effectenverkeer (STE) verantwoordelijk is voor aandelen- en beleggingsproducten. Voor zover tussenpersonen dit soort producten verkopen, ligt daar dus de verantwoordelijkheid.

Niet echt, blijkt uit de reactie van deze twee toezichthouders. Tussenpersonen mogen dit soort producten - mits ze bij DNB of STE geregistreerd zijn - wel aanprijzen, maar niet verkopen. Daar zijn banken en effecteninstellingen voor. Premies en aandelen moeten lopen via de rekening van de bank. Daar mag een tussenpersoon niet aankomen.

En wat als dat toch gebeurt? Die vraag kan niemand beantwoorden. Ook de Raad van Financiële Toezichthouders niet. Dit overkoepelende orgaan van toezichthouders is al ruim een jaar bezig met een nota over de tussenpersonen. 'Het duurt nog minstens twee maanden voordat die af is', zo laat een woordvoerder weten. In de tussentijd kunnen de polishouders van Bouwman en Ibas naar hun centjes fluiten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden