Het karakter van Holland uitgedrukt in een fietspomp

Bij de presentatie van zijn interieur-ornamenten voor het nagebouwde paleis Huis ten Bosch in Japan liet kunstenaar Harald Vlugt het woord kitsch vallen....

JUDITH KOELEMEIJER

Van onze verslaggeefster

Judith Koelemeijer

AMSTERDAM

De vertaalster keek hem vragend aan: 'Kitsch? Wat is dat?'

Het begrip bleek niet te vertalen in het Japans, zegt Vlugt in zijn Amsterdamse atelier. Op een grote tafel staan bronzen deurknoppen, scharnieren en banken opgesteld, klaar om volgende week verscheept te worden. 'Ik kon het haar niet uitleggen. Terwijl Huis ten Bosch City voor velen toch de ultiem vorm van kitsch is.'

In de buurt van Nagasaki verrijst sinds maart 1992 een geïmiteerde Hollandse stad, met windmolens, tulpen, grachten en exacte kopieën van monumenten, waaronder de Utrechtse Dom en Huis ten Bosch. Hollandser dan menig Hollander zich kan voorstellen. Het is een fantasieland, een 'Amsterdam zonder hondepoep en junks', zoals Vlugt het formuleert.

De Japanners zien dat anders. 'Ze hebben de boeken, tekeningen en originele gebouwen in Nederland nauwkeurig bestudeerd. Alles is zo waarheidsgetrouw mogelijk nagebouwd. Nederlanders doen er al snel denigrerend over, zien het als een Disneyland met klompen. Maar voor Japanners is het een echte stad. Er zijn kroegen, hotels, en je kunt in ''Wassenaar'' wonen in luxueuze villa's, waar vandaan je zo met je zeiljacht de zee op vaart.'

Initiatiefnemer en zakenman Yoshikuni Kamichika werd in zijn streven naar authenticiteit slechts op één punt gedwarsboomd. Koningin Beatrix wilde niet dat de Oranjezaal van Huis ten Bosch hetzelfde zou worden ingericht als bij haar thuis - dat zou inbrekers maar op een idee brengen.

Dan maar een eigentijdse Hollandse meester, moeten de Japanse zakenlieden hebben gedacht. Via adviseur S. Levie, oud-directeur van het Rijksmuseum, kreeg Rob Scholte de opdracht voor de beschildering van zaal en koepel van Huis ten Bosch, een oppervlakte van bijna negenhonderd vierkante meter. Sinds 1992 wordt er door een ploeg kunstenaars continu gewerkt aan Scholtes ontwerp; een apocalyptische, zeventiende-eeuwse voorstelling van zeeslagen in hoge golven, aangevuld met rondvliegende delftsblauwe schoteltjes en twintigste-eeuwse helicopters en wolkenkrabbers.

Harald Vlugt werd gevraagd voor het interieur: bankjes, luchtroosters, scharnieren, deurknoppen, kroonluchters en afscheidingshekjes, de museumhekjes die het publiek van de schildering moeten scheiden. Hij kent Scholte sinds de jaren tachtig, toen zij beiden in Amsterdam werkten.

Inmiddels omschrijft hij zichzelf als een 'buitenlands kunstenaar in Amsterdam'. Hij exposeert - zegt hij in één adem - van 'Parijs tot Kopenhagen en Barcelona' en vindt het 'een grotere uitdaging een nuchter bedrijf te overtuigen van een project dan een stelletje subsidiërende ambtenaren'. Hij timmert aan de weg als 'Harald of free enterprise'.

Evenals Scholte heeft Vlugt zich ondermeer gespecialiseerd in het 'recyclen' van oude, bekende beelden tot nieuw werk. Hij noemt zichzelf een 'beeldend historicus', heeft een onuitputtelijk archief. Van oude plaatjesboeken, foto's en ornamenten maakt hij nieuwe collages, beelden en etsen, die er niettemin 'authentiek' uit kunnen zien. 'Ik ben altijd bezig geweest met de onechtheid van echte dingen. Daarom voelde ik me bij deze opdracht als een vis in het water.'

Vlugt mag zich verwant voelen met Scholtes 'zeventiende-eeuwse pop-art', het viel hem aanvankelijk niet mee iets te bedenken dat zou kunnen concurreren met Scholtes kolossale schildering. 'Ik zocht naar een gezonde clash. Een eigen stijl die zou aansluiten bij de conceptuele leipheid van Scholte, maar toch op zichzelf stond.'

Een droom bood uitkomst. 'Ik droom mijn beelden altijd, en nu droomde ik van fietspompen.' Dat bracht hem 'op het goede spoor'. De afscheidingshekjes bestaan uit een aantal grote, ouderwetse fietspompen op sokkels, door blauwe tressen met elkaar verbonden. 'De fietspomp is een logisch, Hollands symbool, zowel voor het fietsen als voor het leegpompen van polders.'

De complete collectie armaturen bestaat zo uit een remake van oude onderdelen als leeuwekoppen, kroontjes en andere ornamenten, die hij verzamelde uit het archief van de Amsterdamse Beeldengieterij Paridon. De vier blauwe bankjes (lichte ronding, geen leuningen) worden gedragen door twee sfinxen uit een voormalig casino. In de deurkrukken verenigde hij de arm van een spieremens (het gipsen academiemodel) met die van de gekruisigde Christus.

De kroonluchters bestaan uit vier stoplichten, die met de achterkanten aan elkaar zijn geklonken en elk een andere windrichting opwijzen. Aan twee kanten knippert rood-groen licht, in de overige stoplichten zijn halogeenlampen geplaatst. 'Ook in Robs schilderwerk zitten stoplichten. Wanneer je omhoog kijkt, krijg je nu een overtreffende trap in perspectief, een zuigende kracht naar de hemel.'

In de luchtroosters zijn wapens verwerkt, waaronder het wapen dat de Japanners aan Huis ten Bosch City toekenden. Vlugt heeft lang naar de betekenis van dit wapen gezocht. Heraldiekspecialisten noch adelkenners konden hem helpen. 'Het bleek een 100 procent bullshit-wapen. Het bestaat niet, is half ontleend aan dat van Breda, half aan dat van Amsterdam. Ik gebruik hun fantasie, om het wapen eruit te laten zien als een echt zeventiende-eeuws ontwerp.

Of het in Japan begrepen wordt of niet, duidelijk is dat Vlugt speelt met de 'goede smaak'. Zijn interieur glimt en glinstert. Engelen, kroontjes en opengesperde leeuwebekken zijn nog het best te bekijken als een degelijk vormgegeven grap. Kitsch, zo men wil.

Vlugt zegt geen idee te hebben of zijn opdrachtgevers de 'typisch Hollandse' ironie begrijpen, noch hoe het Japanse publiek hierop zal reageren. Dat sommige bezoekers van Huis ten Bosch zullen denken dat de Nederlandse koningin fietspompen in huis heeft, sluit hij niet uit.

'De Japanse cultuur staat verder van de onze af dan welke cultuur ook. Het enige wat ik weet is dat ze mijn ontwerp voor 100 procent hebben geaccepteerd. En contract is bij hen contract. Toen ik eenmaal door Levie was voorgedragen, was ik hun man.'

Hij begrijpt de Japanse fascinatie voor Nederland wel. Japanners, die in een land wonen waar monumenten zeldzaam zijn, worden gefascineerd door de 'middeleeuwse ziel' van Hollandse steden. 'Alles is daar nieuw, nieuw, nieuw. Machika is bijzonder gecharmeerd van onze cultuur-conservering, terwijl wij toch weten hoe gemakkelijk ook hier monumenten soms gesloopt worden.'

Deze zomer zal hij met Scholte opnieuw naar Japan reizen om de Oranjezaal te voltooien. Verwacht wordt dat drie miljoen bezoekers per jaar door het paleis zullen schuifelen - a faithfull replica of one of the palaces of Her Royal Majesty Queen Beatrix, zoals de glossy folder vermeldt.

Alleen de tuin is aangepast. Die was in de loop der eeuwen in werkelijkheid zo verkleind, dat besloten werd het ontwerp van 1672 aan te houden.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden