Het kan: sociaal, groen en een boterham verdienen

Terwijl Nederland deze week werd overvallen door de 'participatiesamenleving', weet een groeiende groep sociale ondernemers al langer dat een andere wereld er pas komt als ze zelf de eerst stap zetten. 'Je hoeft je niet meer te schamen voor het woord zingeving.'

Het woord participatiesamenleving was deze week al meermaals gevallen, voordat Willem-Alexander het in de mond nam.


Het woord leidde al een levendig bestaan in onverwachte kringen: die van startende ondernemers, die we de laatste tijd spraken voor een artikel over een nieuw soort bedrijven die de laatste jaren de kop opsteken. 'We gaan van een verzorgingsstaat naar een participatiesamenleving', zei een van die ondernemers bijvoorbeeld, die met zijn bedrijf vrijwilligers koppelt aan mensen die zorg nodig hebben. 'Daar spelen wij op in.'


Dus niet alleen moeten burgers in de toekomst zelf hun stoep schoonvegen, ook ondernemers zien een rol voor zich weggelegd in de nieuwe wereld. Wat zijn dat voor ondernemers? Wat zijn dat voor bedrijven? En gaat dat werken?


Ze maken deel uit van een bredere beweging. Social enterprises worden ze genoemd, ook in Nederland. Het zijn bedrijfjes die om te beginnen de wereld willen verbeteren, en pas in de tweede plaats geld willen verdienen - omdat dat nou eenmaal nodig is voor de continuïteit van het bedrijf. Ze komen in veel soorten en maten, maar zijn grofweg in twee categorieën te verdelen: bedrijven die een nieuw groen of sociaal product aanbieden, en bedrijven die een bestaand product op een groenere of socialere manier proberen te maken.


Bekende voorbeelden zijn chocolademaker Tony Chocolonely, de duurzame supermarkt Marqt, leenwebsite Peerby en eerlijke telefoonproducent Fairphone. Hun sociale en groene ambities beperken zich soms tot de buurt en reiken soms ook tot de andere kant van de wereld: ze proberen ervoor te zorgen dat die telefoon of tas voor de verandering wél eerlijk wordt gemaakt, zonder kindslaven en niet in krakkemikkige gebouwen.


Veel bedrijven zien dus een rol voor zich weggelegd in de participatiesamenleving. Zo geeft de ondernemer Sjoerd van der Maaden mensen met autisme een baan in zijn softwarebedrijf. 'Ik zie waarde in mensen die vaak als waardeloos worden beschouwd', zegt Van der Maaden.


'Het heeft met de crisis te maken', zegt Willemijn Verloop, voormalig directeur van War Child en nu met voormalig Accenture-consultant Mark Hillen oprichter van Social Enterprise NL, een landelijk platform voor de nieuwe ondernemingen. 'De welvaart blijkt niet houdbaar, en dus zoeken mensen nieuwe vormen van waardecreatie. Bovendien: wat hebben veertig jaren van welvaart ons gebracht? Geen oplossingen voor de grote problemen. Er is armoede, werkloosheid, gebrek aan sociale cohesie, milieuvervuiling. Dus moet het anders.'


In Nederland is de sector nog klein, maar adviesbureau McKinsey concludeerde in de zomer dat de werkgelegenheid bij sociale ondernemingen in twee jaar met een kwart is gestegen. In het Verenigd Koninkrijk, waar goedbedoelende bedrijven het hart vormen van David Camerons gedroomde Big Society, zou al een miljoen mensen in de sector werkzaam zijn. Volgens José Barroso moet 10 procent van de Europese economie uit sociale ondernemingen gaan bestaan. 'Je voelt die beweging in de landen om ons heen ontstaan', zegt Hillen. 'En de terugtrekkende overheid gaat dat verder versterken.'


In het boekje Nieuwe Business Modellen - Niet alles van waarde is weerloos stelt ook de Nijmeegse hoogleraar Jan Jonker dat er een paradigmaverandering op stapel staat. 'Het lijkt steeds duidelijker dat we vanuit onszelf en voor elkaar vorm moeten geven aan de nieuwe economie, van onderop, gericht op dagelijkse vraagstukken zoals energie, werk, eten, inkomen en zorg. (...) Werken aan een andere economie gaat in essentie over het opnieuw ontdekken van waardecreatie.'


Wie de ondernemers spreekt, hoort dat ook. 'Je hoeft je niet meer te schamen als je het woord zingeving in de mond neemt', zegt Patrick Anthonissen van Zorgvoorelkaar.com, een soort koppelsite voor vrijwilligerswerk. 'Het grappige is dat juist in sectoren die wat minder sexy zijn, zoals de zorg, nog grote kansen liggen voor bijvoorbeeld slimme internettoepassingen. Daar kun je heel snel waarde toevoegen.'


Wel is het zo dat de nieuwe ondernemingen vaak nog met wantrouwen worden bekeken.


Er is een restaurant in Amsterdam, Ctaste, waar in het pikkedonker elf blinden werken. Wie er gaat eten, ziet niets, maar proeft alleen. De blindenvereniging protesteerde daartegen: die vond het exploitatie. 'Terwijl die mensen echt werk hebben en nu totaal anders in het leven staan', zegt Verloop. 'Maar in Nederland denken we: er wordt geld verdiend, dat kan niet goed zijn.'


Anthonissen merkt ook dat zijn zorginitiatief soms argwanend wordt bekeken. 'Waarom zijn jullie geen stichting, vragen ze dan. Is dat een argument? Een stichting moet ook geld verdienen om te kunnen voortbestaan. In het huidige systeem betalen sommige gemeenten liever veel geld aan een stichting zonder winstoogmerk dan weinig geld aan een slim georganiseerde onderneming, die er wel wat op verdient. Ik snap dat niet. Ze halen hun broodjes toch ook bij een supermarkt?'


Volgens Verloop is de overheid zich sowieso nog niet bewust van de rol die zij kan spelen bij het steunen van de sociale ondernemingen - zelfs een terugtredende overheid. 'De gemeente Amsterdam is geen klant van Taxi Electric, een taxibedrijf dat met elektrische wagens rijdt en chauffeurs aanneemt die lang werkloos zijn geweest. Ze gaan nog steeds in zee met de ouderwetse bedrijven; het sociale aspect speelt nog niet mee.'


Dat zou in aanbestedingsregels moeten veranderen, denkt Verloop. Dat bij het kiezen van de winnende offerte niet alleen wordt gekeken naar de prijs, maar ook naar de maatschappelijke voetafdruk van de bedrijven in kwestie. 'Dan schenk je bier van De Prael, een brouwerij die werkt met geestelijk gehandicapten, in plaats van Heineken.'


Ander probleem: de banken. 'Zelfs bij Triodos hoefde ik niet langs te komen', zegt Van der Maaden van Specialisterren. 'De banken begrijpen het niet. Die hebben financieringsmodellen waar wij niet in passen.' Daarom zijn sociale ondernemingen vooral aangewezen op eigen geld en private investeerders. 'Het zijn vaak andere ondernemers die het wel mooi vinden om hier hun geld in te steken', zegt Ruud Zandvliet van Taxi Electric. 'Die snappen het wel.'


Een van de grote gemene delers van de sociale ondernemingen is dat ze in de eerste plaats kwaliteit willen leveren. Vergelijk ze niet met een sociale werkplaats - ze leveren spullen en diensten die minstens even goed zijn als die van de reguliere concurrentie. 'Idealiter zegt de concurrentie: hé, dat model werkt ook', zegt Verloop. Zo kondigde het Duitse softwarebedrijf SAP in mei aan dat het ook honderden autisten wil gaan aannemen - goed voorbeeld doet goed volgen.


Change the system, is dan ook het motto van de jongens van Taxi Electric. Ze willen allemaal groot worden - voor de maximale impact. Hoe groter zij zijn, hoe kleiner de concurrent die het niet sociaal doet.


En de participatiesamenleving? De nieuwe rol van bedrijven is leuk, maar zal de verzorgingsstaat nooit vervangen, waarschuwt Verloop. 'Er blijven veel mensen die door geen enkele social enterprise kunnen worden geholpen. Een vangnet blijft nodig.'


'EEN BAKJE WAARIN AUTISTEN WéL PASSE

N'


Specialisterren

Wat

Software testen met autisten


Waar

Utrecht


Opgericht

2009


Werknemers

25


'Als je autisme categorisch als stoornis beschouwt, kom je niet verder', zegt directeur Sjoerd van der Maaden van het bedrijf Specialisterren. 'Wij beschouwen autisme als randvoorwaarde. Daarbinnen kun je heel goed een bedrijf opbouwen.'


Specialisterren test software voor grote klanten: doet de website wat-'ie moet doen? Zitten er geen fouten in de webwinkel? De werknemers hebben allemaal een autistische aandoening. 'Je moet door die aandoening heen kijken', zegt Van der Maaden, die zelf een zoon met autisme heeft. 'Niet iedereen hoeft alles te kunnen. Als je niet heel goed bent in het aannemen van werk, in het communiceren van onzekerheid of in het omgaan met stress, wil dat niet zeggen dat je geen goede tester bent. Sterker nog: dan kun je een uitstekende tester zijn.'


Jarenlang konden we ons permitteren dit soort mensen waardeloos te maken, zegt Van der Maaden. 'Maar kijk wat de Wajong kost: 40 tot 50 duizend euro per persoon per jaar. Dit zijn mensen die niet in de bestaande bakjes passen. Ik dacht: kan ik geen bakje bedenken waar ze wél in passen?'


En dat bakje vond hij. 'Wij schermen onze jongens en meisjes af van woorden als doorlooptijd, kwaliteit, geld. Daar praten wij nooit over, want dan creëer je spanning. Dreigt iemand een deadline niet te halen, dan is dat makkelijk op te lossen door er meer mensen op te zetten. We halen de deadline altijd.' Klanten van Specialisterren hoeven zich niks aan te trekken van de social return. 'Je komt niet bij ons uit medelijden, maar omdat we gewoon goed zijn.'


Vooralsnog draait zijn zaak ongeveer break-even. 'We zijn nog geen geldmachine. Ik denk dat we wel naar een situatie moeten waarin we een goede boterham kunnen verdienen. Dat hoort bij de volwassenwording van deze sector. Het is mijn ambitie niet, maar een van onze financiers zei: zorg dat er zo snel mogelijk een dikke Jaguar of BMW voor de deur staat. Dan springen ook gewone ondernemers in een social enterprise.'


'WE GEVEN ONZE MENSEN VOORAL TIJD'

Taxi Electric

Wat

Elektrische taxi's met voormalig langdurig werklozen


Waar

Amsterdam


Opgericht

2011


Werknemers

50


Aardige chauffeurs en schone auto's: de jonge ondernemer Ruud Zandvliet had een tamelijk revolutionair idee voor een taxibedrijf. 'Ik dacht: die taximarkt staat slecht te boek. Als ik de wereld ergens kan verbeteren, dan is het daar.'


Zandvliet (30) en zijn kompaan Edvard Hendriksen (29) richtten twee jaar geleden Taxi Electric op, een Amsterdams taxibedrijf dat alleen met elektrische auto's rijdt en vooral met mensen 'op afstand van de arbeidsmarkt', zoals werkloze 50-plussers. 'Wij willen vooral laten zien dat het anders kan', zegt Zandvliet. 'Groen, sociaal, en dan een prima boterham verdienen: dat moet mogelijk zijn.'


Als hij was blijven zitten waar hij zat, bij de investeringsmaatschappij Waterland, had de econoom veel meer verdiend. Maar daar had hij genoeg van. 'In de financiële sector word je alleen afgerekend op financieel rendement. Als je terugkijkt op de afgelopen twintig jaar, hebben onze meest talentvolle mensen een enorm casino gecreëerd, maar aan de wereld op geen enkele manier waarde toegevoegd.'


Change the system, is het radicale motto van zijn bedrijf. 'Het kapitalisme is toe aan een upgrade. We zijn de aardbol zo snel aan het kapotmaken, daar is niets economisch aan. Het is dom en schandalig - terwijl we nog nooit zo rijk zijn geweest. We moeten het systeem zo organiseren dat eigenbelang en algemeen belang samenvallen.'


Begonnen als een voornamelijk groene ondernemer, is hij gaandeweg de sociale kant belangrijker gaan vinden. 'Het belangrijkste wat we onze mensen geven, is tijd. Mensen die lang werkloos zijn geweest, hebben tijd nodig om weer de oude te worden.'


Komen op een sociale onderneming meer klanten af? 'Je doet het niet voor de marketing. Het is ook helemaal geen goede marketing: mensen denken dat mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt de weg niet weten. Iedereen wil sociaal zijn, maar niet iedereen kan concessies doen. Daarom krijgen vijfsterrenhotels van ons nooit een beginnende chauffeur.'


'GEWOON TASSEN MAKEN IS NIET ZO INTERESSANT'

O My Bag

Wat

Tassen


Waar

Amsterdam


Opgericht

2011


Werknemers

5


Omzet

350.000 euro


'Je moet niet gaan ontkennen dat je een luxeproduct maakt', zegt Paulien Wesselink (28). Ze is oprichter van O My Bag, en verkoopt tassen - duurzame en eerlijke tassen, om precies te zijn. 'Mensen zijn op zoek naar iets moois. Het is fijn als een tas fairtrade is, maar mensen gaan geen tas kopen omdat hij fairtrade is.'


Ziedaar de professionalisering van het goedbedoelende bedrijf. O My Bag wil in de eerste plaats een modemerk zijn, en geen fairtrade-merk. 'Mensen kopen onze tassen omdat ze ze mooi vinden.'


In de folders staan mensen met tassen die aan alle wetten van de mode-industrie voldoen: mooie vrouwen, mooie mannen, mooie spullen. De tassen hebben namen als Dirty Harry of Sleazy Jane. Op het eerste gezicht weet je niet dat ze van eco-leer zijn gemaakt, en in India in een eerlijke werkplaats worden gemaakt.


Maar dat zijn ze wel. Op de voorkant van de tassen staat het in het leer gestanst. Dit zijn duurzame fairtrade tassen.


'Ik wilde geen gewoon tassenbedrijf zijn. Ik vind het helemaal niet interessant om gewoon tassen te maken. Het moest wel betekenisvol zijn. En ja, dit is betekenisvol. Elke tas betekent werk, werk op een plek waar dat echt nodig is, op drie uur van Calcutta. Ik ben op de bonnefooi naar India gegaan, op zoek naar de ideale werkplaats, dak-op-dak-af in de sloppenwijken van Bombay - eigenlijk wilde ik een eigen werkplaats. Dat is niet gelukt: ik heb uiteindelijk gekozen voor een bestaand, gecertificeerd fairtradebedrijf. Dan weet je dat het goed zit. Zo kan ik de transparantie geven waar klanten om vragen.'


Wesselink studeerde internationale betrekkingen aan de Universiteit Utrecht. 'Tijdens een stage bij Buitenlandse Zaken, tussen grijze pakken in een grijs gebouw, merkte ik dat ik wat miste. Ik wilde iets doen om de wereld een stukje beter te maken. Dat is deze onderneming geworden. Mensen hoeven niet in sweatshops te werken voor onze mode.


'Ik wilde laten zien dat het anders kan. Daarom heb ik ook echt de ambitie om groot te worden. Hoe groter wij zijn, hoe kleiner de rest.'


'ZORG MOET ANDERS, DAT IS GEEN ROCKETSCIENCE'

Zorg voor elkaar

Wat

Marktplaats voor vrijwilligers


Waar

Breda


Opgericht

2011


Werknemers

6


Omzet

'Even hoog als de kosten'


'Er zijn nu 2,5 miljoen 65-plussers; over 40 jaar zijn het er 5,5 miljoen', zegt Patrick Anthonissen van Zorgvoorelkaar.com. 'Als je die getallen ziet en weet dat de zorgkosten maar blijven stijgen, dan is het geen rocketscience om te bedenken dat het anders moet. De verzorgingsstaat is onhoudbaar.'


Anthonissen en zijn compagnon Mathijs Huis in 't Veld bedachten een online marktplaats waar zorgbehoevenden en vrijwilligers elkaar vinden. Iemand nodig die de boodschappen voor je kan doen? Of juist iemand nodig voor wie je de boodschappen kunt doen? Via Zorgvoorelkaar vinden ze elkaar.


'Drie jaar geleden had ik me hier nog nooit mee beziggehouden', zegt Anthonissen (37). 'Ik verkocht restpartijen van A-merken via internet. Ondernemen is fantastisch, maar er ontbrak nog iets. Zingeving. Ik wilde iets voor de wereld betekenen. Na wat brainstormen kwamen we bij de zorg uit.'


Een maatschappelijke kernbehoefte, noemt hij dat. 'We zijn een beetje doorgeslagen in het kapitalisme: er wordt ons aangepraat dat we allerlei producten en diensten nodig hebben die we helemaal niet nodig hebben. Het is goed om terug te gaan naar de basis.'


Hij en zijn compagnon hadden 'volstrekt geen idee' hoe hun zorgdatingsite geld kon gaan opleveren. 'Maar onze filosofie was: als we waarde toevoegen, dan moet er op de een of andere manier iets mee te verdienen zijn.' Dat blijkt nu, na vier proefprojecten. 'Door de decentralisatie draaien gemeenten steeds meer voor de zorg op. Ze zijn op zoek naar manieren om de formele zorg om te buigen naar de informele zorg. Toen we dat doorkregen, wisten we: dat is ons verdienmodel.'


Dus vragen ze gemeenten en zorginstellingen een bijdrage, om hun relatiesite voor de vrijwilligers gratis te houden.


'Eigenlijk is dit het ultieme ondernemen. Geld verdienen is niet zo moeilijk. Iets zinvols doen en daar ook geld mee verdienen - dat is een veel mooiere uitdaging.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden