HET KAN MAAR HET GAAT NIET

Een treinkaartje kopen via internet, een onzichtbare telefoon, een zonnebril met lollyhouder. De toekomst dringt zich op...

Twee heerlijke luxebroodjes, zomaar aangeboden gekregen in een trein. We zijn alleen, met z'n tweeën in een coupé waar acht mensen in kunnen. De Cocq slaapt, De Boer leest. Door het gangpad van de trein komt een slungelige jongen aanlopen, 15, 16 jaar. Het deurtje van onze coupé staat open. Bij het deurtje blijft hij staan. Dan gaat hij het in het gangpad op zijn knieën zitten en loopt zonder iets te zeggen op handen en knieën de coupé in. Hondje geworden? De Cocq wordt wakker van het woord.

Het is het eerste geluid dat uit de jongen komt. Hij was door zijn armen gezakt om onder de bank te kunnen kijken waar De Boer op zit. Kóóóóóóót! Zoekt u iets?, vraagt De Boer. De jongen steekt een hand in het donker onder de bank, pakt iets en smijt het zonder op te kijken op de bank naast De Boer. Weer dat uitgerekte woord. Een beetje normaal kort kut zeggen is voor de jeugd al niet genoeg meer. Het is een broodje in een zakje dat hij onder de bank had uitgevist, het broodje mag naast De Boer zitten.

De jongen komt overeind en begint eindelijk aan een verklaring. Ik had mijn tas hier laten liggen, maar nu is hij weg, ze hebben hem meegenomen.

Hij heeft gewacht op de trein met zijn tas. Hij had gebeld, ze hadden gezegd wanneer dezelfde trein op de reis terug weer langs het station zou komen waar hij zonder tas was uitgestapt. Maar geen tas meer op de terugweg. En dat ze hem meegenomen hebben met verkeerde bedoelingen, dat ziet hij aan het broodje. Opeens gaat hij weer op zijn knieën en grijpt nog een keer onder de bank. En opnieuw komt een broodje boven, in een plastic zakje. Het waren zijn broodjes, hij herkent ze, zijn moeder had ze gesmeerd vanochtend. De broodjes zijn uit zijn tas gehaald en onder de bank gesmeten. Ze, de dieven, halen hun neus op voor twee luxebroodjes. Maar wat gaat de jeugd toch goed verzorgd naar school! Zachte kadetjes met ham, elk apart in een zakje. De scholier laat ze bij ons achter.

Het was in Limburg, in de trein naar Den Haag. We zijn twee dagen op reis, op zoek naar het nieuwste van de moderne tijden. En we hebben het gevonden.

De reis begint met opbellen om een treinkaartje. Dat kan, maar het gaat niet. Bij de spoorwegen is de wereld niet kleiner geworden, maar veel te groot. Een retourtje Purmerend is nog gewoon te koop aan een loket of uit een heerlijk eenvoudige automaat. Maar de Nederlandse grens over, daarvoor moet de treinreiziger veel moeite doen, veel geduld hebben en eigen hersens. Opbellen om een internationaal kaartje te bestellen kost 50 cent per minuut.

Als we voor 7 gulden vergeefs gewacht hebben, proberen we het met internet. Er is een manier om via internet zoiets als een bestelling te doen. Zo lijkt het, maar je kunt niets anders doen dan verzoeken gebeld te worden, bijvoorbeeld de volgende dag tussen 9 en 12 uur in de ochtend. Nee, tussen 9 en 11 kan niet, het wordt de hele ochtend wachten of de hele middag.

Maar we worden tenminste gebeld. We vragen om een kaartje van Amsterdam naar Amsterdam via Keulen, Luik en Maastricht. Zo'n kaartje heet een rondrit. En op het stuk door Nederland krijgen we maar liefst 40 procent korting, want daartoe hebben we een kortingskaart aangeschaft. De computer van ns-Internationaal vindt ons reisje raar, zegt een vrouw aan de telefoon. Nee, zelf vindt zij dat helemaal niet raar, maar haar machine wil ons geen korting geven. Het kaartje moet 183,50 gulden kosten. Van Keulen naar Luik rijdt een Thalys. Dat is een Franse snelle trein die buiten Frankrijk langzaam rijdt. Wilt u die? Ja! Maar dat kan niet, die hebben eigen tickets, ik kan er iets aan veranderen dat het wel kan, maar het wordt wel duurder. Geeft niet. De vrouw gaat in overleg met de computer en zegt na een paar minuten dat het gelukt is. Nu kost de reis 165 gulden.

In het schone lege restaurant van de moderne grijze trein naar Keulen gaat de mobiele telefoon van de conducteur, net als hij onze kaartjes knippen wil. Het is een collega in een ander deel van de trein die informeert of er al koffie is. Het zal een bakje oploskoffie worden, horen we de ene conducteur tegen de andere zeggen. Want er reist maar één kok mee. Het hadden er twee moeten zijn, maar de andere heeft de trein gemist. De conducteur legt het ons uit. De bar en het restaurant zijn verpacht aan de klm, maar die lui van de klm snappen niets van treinen. Die rijden weleens op tijd en dan missen ze hem. En die ene kok, die wel op tijd was, kan in z'n eentje geen koffie zetten.

Even later komt de kok zelf naar ons toe. Hij zegt dat hij er geen enkel bezwaar tegen heeft dat we in zijn restaurant zitten, maar dat hij ons geen ontbijt kan uitserveren - het is zondagochtend vroeg - omdat hij maar alleen is. En dat is precies wat we het liefst willen, in een rijdend eethuis zitten aan een grote tafel en niets hoeven nemen.

Jammer dat de kok in de buurt van Arnhem toch nog koffie heeft weten te zetten. Hij vraagt of we koffie willen en stom dat we dan bangig ja zeggen. Er is een eigenaardig soort koffie in omloop, niet te koop in de supermarkt, koffie die geen geur heeft en geen smaak, maar wel een mooie donkerbruine kleur. Deze.

In Keulen stopt de trein aan de ene kant van de Rijn en de meeste passagiers willen juist aan de overkant van de rivier zijn. Als er een handelsbeurs is. Vandaag is het de Internationale Zoetwarenbeurs. Snoep, en uitsluitend snoep, maar steeds nieuwer. Uit Amerika komen muurdecoraties, zoals in het verleden weleens iemand een olieverfje ophing uit kalemuurvrees, maar nu zit aan de wandversiering een knop. Draai eraan, dan valt er een kauwgumbal uit.

Tussen het station en het beursgebouw vaart een veerbootje heen en weer. We moeten wachten, de boot is net naar de overkant. We zijn met nog een man die over moet. Hij zwijgt niet eerbiedig bij het zicht op de zwellende Rijn die over een paar weken de onderkant van Keulen onder water zal zetten. De man kijkt in het niets en praat aan een stuk door. We kunnen hem niet verstaan en weten ook niet welke vreemde taal het zou kunnen zijn. Hij telefoneert, maar er is geen telefoon te zien en helemaal niets aan zijn jas of aan zijn kin. De telefoon is volmaakt onzichtbaar geworden. En bellen kost ook niks meer met een onzichtbare telefoon, de man weet van geen ophouden. Op de steiger naar de boot, in de boot die een kwartier wacht op nog meer zakenmannen voor de overkant, op de steiger naar het beursgebouw, op de lange weg naar de ingang, het praat en praat en het gevoel overvalt ons dat we hier iets beleven van wat we in een snel aanstormende toekomst overal zullen aantreffen, in het niets met niks volcontinu kleppende eenlingen. Een kwartier later al wordt het ons op de beurs voor het internationale snoep al bevestigd. De grote hit van aanstaande zomer zal een zonnebril zijn met een microfoontje dat vanachter het oor langs de kin tot voor de mond wordt geleid. Zo gaat iedereen over straat. Ook onze kinderen.

Maar die hebben nog geen echt microfoontje nodig. Dat hebben de grappenmakers van Chupa Chups, de lollyfabrikanten, goed begrepen. Ze maakten de zonnebril, met het baleintje voor de microfoon, maar op de plek van de microfoon zit een klemmetje en daarin past het steeltje van een lolly.

Zo kan het kind tegen zijn lolly lullen tot het even niks meer te zeggen weet en aan de lolly sabbelen kan. Met losse handen, want de bril houdt de lolly vast. De toekomst. En we zijn nog maar halverwege onze moderne reis.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden