Het kán: een vruchtbaar rood-groen huwelijk

In De andere kant wordt wekelijks een actuele kwestie ondersteboven gehouden of binnenstebuiten gekeerd. Vandaag: er zijn genoeg landen waar een linkse lente wel is gelukt.

Beeld Carolyn Ridsdale

Diederik Samsom en Jesse Klaver gaan heus wel weer een kopje koffie drinken om te zien of die linkse lente er eindelijk komt. Al jaren lonken PvdA en GroenLinks naar elkaar, maar vlak voor het altaar zet altijd wel een van de twee het op een rennen. Natuurlijk was er in de jaren zeventig het kabinet-Den Uyl, maar een echt groene partij deed daaraan nog niet mee. En in het versnipperde Nederlandse landschap van nu valt het niet mee om samen een verkiezingsprogramma op te stellen of nog mooier samen te regeren. In andere landen lukt het wel. Wat is daar het geheim?

Bulgarije en Finland

De 'groene' politicus Philip Dimitrov stond aan het hoofd van de brede anti-communistische beweging die na de val van de Muur de Bulgaarse verkiezingen won. Zo werd hij in 1991 de eerste groene premier ter wereld. Maar veel Bulgaren stemden vooral op dat blok uit afkeer van het systeem en omdat ze voor een vrije markt waren.

Finland was in 1995 het eerste West-Europese land waar rood en groen bewust samen een regering vormden. De partij Vihreä liitto (Groene Liga) nam plaats in een brede coalitie, geleid door de sociaal-democratische premier Paavo Lipponen. De groenen niet per se nodig voor een meerderheid waren populair onder jongeren in de steden en Lipponen wilde de in het slop zittende economie hervormen. Pekka Haavisto werd de eerste groene minister, met ontwikkelingssamenwerking en milieu in zijn portefeuille. Het verbond duurde tot 2002, toen Lipponen aanstuurde op een nieuwe kerncentrale en Vihreä liitto afhaakte.

De ene kant

De PvdA en GroenLinks zeggen allebei dat ze willen samenwerken, maar ze komen er niet uit.

Frankrijk

'La Gauche plurielle' (Meervoudig Links) kwam in 1997 aan de macht in Frankrijk. Het was een bonte verzameling van socialisten, communisten, groenen en een linkse splinterpartij, onder leiding van de sociaal-democratische premier Lionel Jospin. Hun overwinning kwam mede tot stand doordat rood en groen elkaar kansrijke kiesdistricten gunden. En ze boksten, hoewel ze te maken hadden met een rechtse president (Jacques Chirac), aardig wat linkse hobby's voor elkaar. Zo kwam er een 35-urige werkweek om de werkloosheid te bestrijden en kreeg een grote groep illegale immigranten een officieel papiertje van de staat. Met name minister Dominique Voynet van Milieu, door de rechtse krant Le Figaro 'Jospins groene soldaatje' genoemd, deed erg haar best om van de samenwerking een succes te maken.

Duitsland

In Duitsland vonden rood en groen elkaar in 1998. Gerhard Schröder van de SPD waagde het erop met Bündnis 90/Die Grünen. Het helpt dat het Duitse stelsel een flinke kiesdrempel kent, waardoor minder partijen nodig zijn om tot een meerderheid te komen. Veel Duitsers waren de hoge werkloosheid en de lange heerschappij van christen-democraat Helmut Kohl zat en dus was de rood-groene samenwerking een 'logisch gevolg', volgens Schröder.

De groenen mochten drie ministers leveren en hadden aardig wat in de melk te brokkelen. Zo kwam er een plan om meer mensen aan het werk te krijgen en de belofte vrouwen gelijke kansen te geven en discriminatie actiever tegen te gaan. 'Alles bij elkaar waren het eerlijke onderhandelingen die de zetelverhoudingen goed weerspiegelden', vonden de groenen. Op Buitenlandse Zaken verdedigde ex-hippie Joschka Fischer het omstreden besluit om voor het eerst sinds de oorlog Duitse soldaten in te zetten, in Kosovo.

In 2005 klapte de relatie. Op dit moment proberen de linkse partijen mede als antwoord op de rechts-populistische AfD elkaar weer te vinden in een gezamenlijk front voor de verkiezingen van volgend jaar.

België

Als Samsom en Klaver liever niet naar het oosten kijken, kunnen ze wellicht een blik werpen op onze zuiderburen. Zeker omdat daar net als in Nederland eigenlijk extra hulp nodig is, bijvoorbeeld van liberalen, om een meerderheid te krijgen voor een rood-groene samenwerking. De Belgen kregen in 1999 een federale paars-groene regering, door de Walen ook wel regenboogcoalitie genoemd. De liberale premier Guy Verhofstadt was de drijvende kracht, die de sociaal-democraten en 'ecologisten' meekreeg bij het doorbreken van de traditionele macht van de centrum-democraten. Ze vonden elkaar dus in een gemeenschappelijke vijand. Het leverde vernieuwingen op als de euthanasiewet en het homohuwelijk. Ook sloten de plannen van Laurette Onkelinx, de sociaal-democratische minister van Arbeid, aan bij wat de groenen 'de fundamentele vraag tot onthaasting' noemden.

Nieuw-Zeeland

Als een directe meerderheid niet mogelijk is, kan een van de twee ook aanhaken als gedoogpartner. In 1999 haalden de Greens in Nieuw-Zeeland 7 parlementszetels en dat is daar een prima resultaat. Maar omdat ze niet per se nodig waren voor een meerderheid vormden de sociaal-democraten (Labour) al snel een kabinet met de centrumrechtse Alliance. De groenen beloofden wel hun gedoogsteun. En ook dat kan iets substantieels opleveren: zo wisten ze in ruil voor hun steun extra miljoenen vrij te krijgen voor energiebesparing. Bovendien kreeg backbencher Sue Bradford toch maar mooi een aantal wetten door het parlement, waaronder die voor een 'volwassen' minimumloon voor 16- en 17-jarigen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden