Het kamp in mij

Marjoleine Oppenheim is dochter van een Auschwitz-overlevende. Over hoe ook onuitgesproken herinneringen alles doordesemen schreef ze een boek.  

'Tot het verschijnen van mijn boek, in oktober, was ik onvindbaar op internet. Ga maar zoeken, je kon op één uitzondering na niets over mij vinden. Ik heb moeite moeten doen om buiten beeld te blijven, maar ik was er trots op. Als ik me weer eens moest registreren op internet voor een bedrijf, vroeg ik mijn man of het op zijn naam mocht. Als kind mochten we nooit geregistreerd zijn, zelfs niet bij de tennisclub. Er is mij daar maandenlang gevraagd waarom ik het inschrijfformulier niet meebracht. Als je geregistreerd staat, kun je makkelijker opgepakt worden, was mijn moeders gedachte. De angst dat 'ze' opeens weer op de Afsluitdijk zouden staan, was altijd dichtbij.'


Over zij en ik heet het boek dat Marjoleine Oppenheim-Spangenberg (55) schreef over het oorlogsverleden van haar moeder en hoe dat haast onmerkbaar doorsijpelde in de patronen binnen het gezin. Het verleden van de moeder werd bepalend voor de jeugd van haar dochter, al was de laatste zich daarvan niet altijd bewust.


De Joodse Riel van Duren (1922-2004), geboren in Arnhem, werd gedeporteerd naar Westerbork, vanwaar ze op transport werd gesteld naar vernietigingskamp Auschwitz. Aanstaande zondag wordt in Amsterdam de bevrijding van het kamp herdacht, 69 jaar geleden. Als door een wonder ontkwam Riel van Duren aan de gruwelijke medische experimenten van nazi-arts Clauberg, die vrouwen onvruchtbaar maakte. Een groot deel van haar familie, onder wie haar ouders, werd omgebracht in de kampen.


Toen de Russen in 1944 oprukten, moest Riel met de nog levende gevangenen door de barre winter naar kamp Bergen-Belsen. Lopend, ondervoed, zonder warme kleren. 'Ze heeft nooit van sneeuw gehouden', zegt haar dochter nu. 'Later begreep ik dat het te maken had met die helse tocht.' In het boek schrijft ze: 'De opluchting die ik voelde na haar overlijden en waarvan ik mij bewust werd terwijl ik wegfietste naar mijn eigen huis, was de bevrijding uit het kamp waar ze mij jaren in had meegenomen.'


Moeder


'De oorlog kwam ons gezinsleven binnen via kleine dingen. Net zoals elk gezin hadden wij onze rituelen. Bij ons zaten geen sleutels op de kast, alles moest open blijven, mijn moeder liet zelfs de deur van het toilet open. De auto stond altijd met een volle tank naast het tuinpad, zodat we meteen weg konden als het nodig was. De voorraadkast zat vol eten.


'Als meisje had ik een stippeltjesjurk, frivool en lente-achtig. Mijn moeder had om voor mij onduidelijke redenen een hekel aan dat jurkje. Later hoorde ik dat ze in Westerbork was getrouwd, haastig, met een jongen die ze daar had leren kennen, in een poging het transport te ontlopen. Ze trouwde in een stippeltjesjurk.


'Op momenten dat je het niet verwachtte, dissocieerde ze. Dan was ze even niet thuis, maar dáár. Als kind wist ik intuïtief dat ik dan afstand moest bewaren. Voor Moederdag kocht ik eens een rode geranium. Ze deed erg haar best om het gebaar te belonen, maar ik voelde dat ze niet blij was met het cadeau. Aan de muur van een gaskamer in Auschwitz hingen rode geraniums, vertelde ze veel later.


'Ze heeft mijn vader nooit uitgebreid verteld wat ze heeft meegemaakt, ook haar zusjes die ondergedoken hadden gezeten niet. Ze wisten dat ze in Auschwitz had gezeten en dat was het. Zelf zei ze dat na de oorlog de ruimte ontbrak om erover te praten. Men wist niet goed raad met die stoet vieze verpieterde repatrianten. Daarnaast wilde men van elkaar niet weten wat er was gebeurd. Iedereen had tenslotte wel iets meegemaakt en het land moest worden opgebouwd.


'Wat ik hoor van veel mensen die iets heel ergs hebben overleefd, is dat er een grens is: te veel openheid kan je over de rand van de waanzin duwen. Als kinderen konden wij haar wel van alles vragen, zodat we fragmenten meekregen van haar kampverleden. Op mijn 12de kwam ik zo achter het verhaal van ons 'Belsenmes', waarmee we appeltjes schilden en boterkoek sneden. Ze had het mes meegejat uit de officiersmess in Bergen-Belsen. Dat ze het mes bleef gebruiken, was misschien haar kleine wraak, een triomf.'


Loe de Jong


'Mijn ouders zijn in 1967 gescheiden. In 1981 ontmoette mijn moeder historicus Loe de Jong, de schrijver van het veertiendelige Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog. Ze werden levenspartners. De hele Joodse familie van Loe was omgebracht, maar emotioneel zag je nooit veel aan hem. Zijn emotie uitte zich fysiek. Hij wankelde even, deed een onhandige stap of greep net mis als hij iets wilde pakken. Tijdens een bezoek aan Auschwitz in 1995 zag ik hem onder die poort door lopen met Arbeit macht Frei erboven. Niet aan de hand van mijn moeder, niet arm in arm, maar alleen - armen op de rug. Echt de houding: dit doe ik alleen. Hij raakte even uit balans, daaraan zag ik hoe moeilijk het was voor hem.


'Zijn hele professionele leven was doorspekt met de oorlog. Ik kan me voorstellen dat het zijn persoonlijke manier was om zijn emoties vorm te geven. De oorlog zat ook privé in hem als hij schreef aan zijn standaardwerk. Ik vond correspondentie met mijn moeder over de opzet van een hoofdstuk over concentratiekampen. Hij beschreef daarin hoe honderd Nederlandse vrouwen in Auschwitz werden geselecteerd voor medische experimenten. 'Onder wie mijn vrouw Riel', schreef hij in het manuscript. Hij legde als wetenschapper opeens een link met de vrouw van wie hij hield. Die zin is nooit verschenen, daarvoor was hij te professioneel. Maar ik weet van zijn secretaresse dat hij bij het schrijven van deel 8 weleens huilde achter de deur van zijn werkkamer. Niemand mocht dan binnenkomen.


'Tussen Loe en mijn moeder bleef niets onbesproken. Ik denk dat zij door hem vrijer is gaan praten over de oorlog. Veel beter dan mijn moeder zelf, wist Loe wat zij had meegemaakt, historisch gezien. Hij wist precies wie dokter Clauberg was, de man die de experimenten uitvoerde. Vreemd genoeg hebben we aan die arts het baarmoederhalsuitstrijkje te danken.'


Prins Claus


'Loe kwam als directeur van het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie weleens bij Beatrix. Hij wilde mijn moeder graag voorstellen 'ten paleize' en op een avond zijn ze daar gaan eten. Mijn moeder was een sterke, nuchtere vrouw. Ze zag Claus als een man die in de oorlog verplicht bij de Wehrmacht had moeten dienen. In die houding lag de kern van wat later hun vriendschap zou worden. Claus had een enorm schuldgevoel. Hij heeft me eens verteld dat mijn moeder heeft bijgedragen dat schuldgevoel draaglijker te maken door hem te zien als een gewone man uit Duitsland en niet als nazi-Duitser.


'Af en toe kwam hij langs, dan leende ze mijn teckel. Claus had ook een teckel en de honden speelden met elkaar. Na de 50-jarige herdenking van de bevrijding van Auschwitz vroeg hij mijn moeder of ze het kamp wilde laten zien aan zijn drie zoons. Dat vond ze goed, als Loe, mijn broer en ik ook mee mochten. Willem-Alexander had net zijn vliegbrevet en was copiloot op de vlucht. Ze zei tegen hem: 'Jongen, doe je voorzichtig? Je begrijpt dat ik veel moeite heb gedaan om daar levend vandaan te komen, het zou jammer zijn wanneer ik juist op weg ernaartoe zou neerstorten.'


'Ik denk dat Claus zijn zoons duidelijk wilde maken waar zijn niet uit te leggen schuldgevoel vandaan kwam. Als je er rondwandelt en iemand vertelt wat ze heeft meegemaakt, kruipt dat kamp in je - bijna fysiek. Claus wilde het beeldend maken, zijn zoons hadden kennis uit boekjes en hij wilde hun het gevoel geven dat daarbij hoort, die beklemming.


'Ik was aanvankelijk bang dat mijn moeder doormidden zou breken. Maar door die hele entourage - de ambassadeur in Polen was er ook bij - wist ik dat ze zichzelf bij elkaar moest houden. Toen we voor blok 10 stonden, het experimentenblok, wilde ze niet meteen naar binnen. Ze klom eerst op een muurtje om door het raam te kijken of het wel leeg was. Vijftig jaar na dato, ik vond dat heel aangrijpend. Ik heb haar nooit zo krachtig gezien. Hoe ze zelfverzekerd haar bontje over haar schouder wierp toen de toiletjuffrouw in Auschwitz haar op het schoteltje wees. In vloeiend Duits zei ze: 'Nee. Ik heb hier genoeg achtergelaten.''


Dochter


'Toen mijn zoon van 27 mijn boek had gelezen, heb ik hem gevraagd wat ik hem van die ervaringen heb doorgegeven. Hij zei: 'Een hekel aan rood, verder niets.' Dat kwam nog door die geraniums. Er is van mijn kant wel enige toenadering tot het rood, hoor. Die plant op het balkon heeft rode besjes, al waren ze oranje toen ik hem kocht. Nog altijd is het enige rood in huis het rood van Loe. Zijn standaardwerk over de oorlog is gevat in rode banden, het staat daar in de boekenkast.


'Mijn moeder wilde na de oorlog niets met Joods-zijn te maken hebben. Mijn vader, blond, blauwe ogen, was veilig voor haar. Ik ben dus niet Joods opgevoed, maar ik kan me er niet helemaal voor afsluiten. Door het schrijven van het boek ben ik me wat bewuster geworden van mijn Joodse achtergrond. Toen ik voor de tweede keer trouwde, nam ik de naam van mijn man aan, Oppenheim, een Joodse naam. Dat bracht me dichter bij wat ik noem het boterkoekgevoel: niet de religie of de rituelen, maar een bepaald gevoel van saamhorigheid. Je deelt de boterkoek van je moeder en that's it. Daarbij voel ik me thuis. Het boek heeft me iets meer Joods bepaald, al vind ik dat niet altijd makkelijk. Sartre schreef in zijn Bespiegelingen over het Jodenvraagstuk dat je wordt bepaald door de manier waarop anderen jou zien. Ik ben wel Joods, maar ik ben het ook niet. Daar moet ik verder mee.'


Marjoleine Oppenheim-Spangenberg, Over zij en ik. Uitgever De Geus. 220 pagina's. euro 18,95.


Auschwitz-herdenking


Het concentratiekamp Auschwitz-Birkenau in Polen is uitgegroeid tot een universeel symbool voor massavernietiging. In de Tweede Wereldoorlog zijn er naar schatting 1,1 miljoen mensen omgebracht. In 2005 riep toenmalig VN-secretaris-generaal Kofi Anan de bevrijdingsdag van het kamp, 27 januari, uit tot herdenkingsdag. Sindsdien worden op Holocaust Memorial Day wereldwijd behalve de Holocaust ook de genocides in Cambodja, Rwanda, Srebrenica en Darfur herdacht. In Nederland is de herdenking op de laatste zondag in januari. Voor het programma van aanstaande zondag zie auschwitz.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden