Het kabinet moet niet zo krampachtig doen

De volksraadpleging over Oekraïne biedt een unieke kans om het debat over Europa een slinger te geven.

Beeld Io Cooman

Leest u even mee met de kabinetsstrategie voor het beladen Oekraïne-referendum. Dankzij RTL Nieuws, dat de hand erop wist te leggen, kan dat. Zo weten we dat als journalisten vragen waarom het kabinet geen campagne voert, we dit antwoord kunnen verwachten: 'Dit akkoord is belangrijk voor Nederland en Oekraïne. Daarom is het goed dat we richting het referendum kunnen vertellen waarom we dit akkoord hebben gesloten.'

Hmm, misschien helpt even doorvragen. Maar waarom niet gewoon campagne voeren? 'Nee, wij gaan niet flyeren of posters plakken. Maar we zullen ons zeker mengen in het debat. Dat mag u best campagne noemen.'

Krampachtig, afgemeten, defensief, zo lijkt het kabinet de 'campagne' in te gaan voor het referendum over het associatieverdrag van de Europese Unie met Oekraïne. Let op: dit is een verdrag dat premier Rutte zelf heeft ondertekend, dat de Kamer met brede steun heeft aanvaard en zo'n beetje iedereen zou het als gezichtsverlies beschouwen als er een nee uit het referendum zou rollen.

En dan toch die kramp, volstrekt onterecht, want wie iets weet van referenda weet ook dat de kansen minstens even groot zijn als de bedreigingen. Campagne voeren heeft namelijk wel degelijk zin. En dat niet alleen: het is een perfect instrument om eindelijk eens goed over de EU te discussiëren. 'Het referendum kan het vliegwiel vormen om de discussie over Europa op een hoger niveau te brengen', aldus hoogleraar politieke communicatie Claes de Vreese (Universiteit van Amsterdam).

Natuurlijk, de campagne-angst is best een beetje te begrijpen. De goedgebekte initiatiefnemers van GeenPeil hebben de volksraadpleging vanaf het begin geframed als een aanklacht tegen het democratische tekort van de 'alsmaar uitdijende EU'. 'Red de democratie!', is de slogan. Buig dat maar eens om, zeker met zo'n ingewikkeld onderwerp als een associatieverdrag.

Tel daarbij op het trauma van 2005, toen het kabinet ongenadig op zijn broek kreeg bij het referendum over de Europese grondwet. Toen moesten de bewindslieden opboksen tegen het frame van een Europese superstaat waarbij Nederland overspoeld zou worden door Poolse stukadoors.

Kijk op volkskrant.nl/referendum voor het Oekraïnereferendum in 11 heldere vragen en antwoorden.

Maar welke les trek je daaruit?

In de evaluatie van de campagne van 2005 schreef de regering dat het voor het kabinet 'niet eenvoudig was een positieve uitslag te bevorderen', vanwege 'jarenlang achterstallig onderhoud met betrokkenheid bij de Europese integratie'. 'Het is tijd voor een grondig maatschappelijk debat over Europa', zei Balkenende de dag na het referendum.

Maar nu, ruim tien jaar later, schort het daar nog steeds aan. Hoogleraar De Vreese monitort sinds 1999 de berichtgeving over de Europese verkiezingen. In 27 landen beoordeelt hij de kwaliteit van het debat over de EU in drie kranten en twee televisieprogramma's. Het oordeel over Nederland? 'Oppervlakkig.' 'Nederland kampt met het probleem dat er nooit echt een debat over Europa is geweest. Het referendum in 2005 was een wake-upcall. Toen zag je een korte opleving. Maar daarna is het stil gebleven.'

Foto ANP Beeld Izaak Besuijen

Simpele tegenstellingen

Het pleit voor Geert Wilders, D66 en GroenLinks dat ze de afgelopen jaren het debat over Europa wel hebben willen voeren, zegt De Vreese. 'Maar het gevolg is wel dat het gedomineerd wordt door simpele tegenstellingen. Meer of minder Europa, dat zijn nu de hoofdsmaken.'

Dat het anders kan, bewijst de situatie in landen als Denemarken, Zweden en Ierland. Niet toevallig lidstaten die meerdere referenda over Europa hebben gehouden. Zo had de Deense gevestigde orde haar eigen wake-upcall in 1992, toen in een volksraadpleging het verdrag van Maastricht verrassend werd afgewezen. 'Eigenlijk wist niemand waarom. Alle partijen die een ja-campagne hadden gevoerd, moesten toen terug naar hun kiezers om uit te zoeken waar de pijnpunten zaten', aldus De Vreese.

Uit die zoektocht kwamen vier horden voor een Deens ja: de euro, het gemeenschappelijke defensiebeleid, het Europees burgerschap en samenwerking op het gebied van politie en justitie. Na onderhandelingen met de andere lidstaten werd 'Maastricht' zonder deze vier punten in 1993 nog eens voorgelegd aan de kiezers. De opkomst was 85,5 procent, 56,8 procent stemde voor.

Denemarken is kampioen Europese referenda omdat de grondwet voorschrijft dat bij iedere wet waarbij soevereiniteit wordt afgestaan, een volksraadpleging moet worden georganiseerd. In totaal moesten de Denen acht keer naar het stemhokje. En dat merk je volgens De Vreese aan het niveau van het debat. 'Als je kijkt naar berichtgeving in de media of de aandacht voor Europa in de verschillende verkiezingsprogramma's, zie je dat het niveau hoger ligt dan gemiddeld.'

Volgens de Vreese blijkt dat bijvoorbeeld uit het feit dat in debatten grote uitspraken als 'bij een nee gaat het land op slot' of 'Brussel wil de macht overnemen' niet zo snel meer worden geaccepteerd. 'Daar hebben we nu wel een paar referenda voor gehad om dat uit te roeien.'

Zo bezien biedt het Oekraïne-referendum pro-Europese politieke partijen en het kabinet een unieke kans om het debat over Europa een slinger te geven.

Vanuit die partijen hoor je nog wel eens de verzuchting dat het debat over Europa in Nederland te simpel is. Het zou niet moeten gaan over een eenvoudig ja of nee, maar over het Europa waarnaar we willen streven. Begrijpelijke frustratie, maar de manier om dat te doorbreken is wél volop in debat gaan. Alleen zo kun je het verdiepen. En daar heeft iedereen wat aan, of er nu een ja of een nee uitrolt.

De voorstanders zijn bovendien helemaal niet kansloos. Een vaak gehoord bezwaar tegen referenda is dat ze bijna altijd in een overwinning voor nee-zeggers eindigen. Maar dat klopt niet, in ieder geval niet als het gaat om volksraadplegingen die over Europa gaan. Van de 52 EU-gerelateerde referenda sinds 1972 gingen er slechts 13 naar het nee-kamp.

Ierland

Wel is het zo dat binnenlandse overwegingen, zoals de populariteit van het zittende kabinet, doorgaans een zwaarwegende invloed hebben op de uitkomst. Maar ook hier geldt dat politici er zelf iets aan kunnen doen. Zo blijkt uit onderzoek van de Deense hoog-leraar politieke wetenschappen Sara Hobolt (London School of Economics) dat hoe intensiever de campagne in aanloop naar het referendum is, hoe meer het stemgedrag ook echt wordt bepaald door de vraag die voorligt.

Neem Ierland, waar de bevolking zich in 2001 mocht uitspreken over het verdrag van Nice. In de veronderstelling dat het allemaal wel zou loslopen, besloot de Ierse regering alleen een informatiecampagne te voeren. Het resulteerde in een magere opkomst (34,8 procent) en een verrassende nederlaag.

Het jaar erna werd het verdrag - met een aantal toezeggingen door de Europese Commissie - nog eens voorgelegd in een referendum, alleen werd er dit keer drie keer zoveel geld uitgegeven aan de campagne. Geen muur of lantaarnpaal in de Ierse hoofdstad bleef onbedekt en Finna Fáil, de partij van premier Bertie Ahern, hield in de week voorafgaande aan het referendum elke dag een persconferentie. Ook de pers leek nu bij de les: er verschenen twee keer zoveel artikelen in de krant in vergelijking met een jaar eerder. Het resultaat: 62,9 procent stemde voor, bij een opkomst van bijna 50 procent.

Voortouw

Volgens docent politieke communicatie Jane Suiter (Dublin City University), die de invloed van campagnes op referenda in Ierland onderzocht, wist de regering door actief campagne te voeren ook maatschappelijke organisaties te activeren. 'Grote bedrijven die baat hadden bij de interne markt, burgerrechtgroepen die hun hoop hadden gezet op progressieve wetten uit Brussel. Ineens begon het ja-kamp flink te groeien.'

Volgens Suiter is een van de lessen van de Ierse referenda dat de regering altijd het voortouw moet nemen, anders is het referendum gedoemd te mislukken. 'Dan geef je de boodschap dat het niet echt uitmaakt of je stemt of niet. Daarmee straal je uit dat het veilig is om de regering eens lekker een veeg uit de pan te geven.'

Volgens de toenmalige correspondent van de Volkskrant, Peter de Waard, leerden de Ierse referenda dat Europa 'nergens vanzelfsprekend is'. 'Eurosceptische groeperingen kunnen makkelijk scoren door in te spelen op nationalistische gevoelens, angst voor buitenlanders en weerzin tegen de Brusselse bureaucratie. Als het politieke establishment daar lamlendig of gelaten op reageert, kan dat zelfs tot grote verrassingen leiden. In tweede instantie heeft de Ierse regering bewezen dat deze argumenten zijn te ontkrachten met gedrevenheid, zin, werklust en een uitgekiende campagnestrategie.'

Zeperd voorkomen

In Denemarken en Ierland werd bovendien naar de kritiek geluisterd. Verdragen werden aangepast, waarna de bevolking zich opnieuw mocht uitspreken. Na het Nederlandse nee tegen de Europese grondwet mocht de Nederlandse bevolking lijdzaam toezien hoe de enigszins afgezwakte versie, het verdrag van Lissabon, werd aangenomen. In een nieuw referendum had Den Haag geen zin.

Coalitiepartijen VVD en PvdA zouden, zo laten opiniepeilingen zien, een nieuwe zeperd kunnen voorkomen. Maar dan moeten ze wel in actie komen. De Vreese: 'Het is een bijna Europese neiging om geen politieke, maar een informatiecampagne te voeren. Maar dat past niet bij een politiek instrument als het referendum. Als je te lang wacht, laat je het speelveld aan de nee-campagne. Dan is het roeien tegen de stroom in.'

Het slechtste wat kan gebeuren is een herhaling van 2005. Bewindslieden mochten toen in eerste instantie geen reclame maken, maar werden later in paniek alsnog de straat op gestuurd met folders en een slechte slogan ('Europa, best belangrijk'). Ook de 800 duizend huis-aan-huiskrantjes met een samenvatting van de grondwet en het doemscenario van minister Brinkhorst ('het licht gaat uit') deden weinig goed.

Het kabinet zou GeenPeil dankbaar moeten zijn voor deze tweede kans. De winst is binnen bereik en de armzalige discussie over Europa krijgt een nieuwe impuls. Dat is best een echte campagne waard.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden