Het joodse verleden van de stad Groningen

Het percentage joden uit Groningen dat de oorlog niet overleefde, is hoger dan het toch al hoge Nederlandse gemiddelde. Van de bijna drieduizend joden die de stad Groningen voor de oorlog telde, leefden er in 1945 nog zo'n 150....

In diezelfde zomerdagen van 1942 was er in Amsterdam een aanslag op enkele hoge SS'ers gepleegd. Als vergelding pakten de Duitsers zo'n honderd joden in Amsterdam lukraak van de straat, en zetten hen op de trein naar Westerbork, vanwaar ze naar de vernietigingskampen in Polen zouden worden doorgestuurd. De trein uit Amsterdam en de trein uit Groningen werden bij aankomst in Westerbork verwisseld. En Broekema en De Vries kwamen direct in een vernietigingskamp in Polen terecht, in plaats van in een Nederlands werkkamp. De twee Groningers werden op 17 augustus 1942 in de gaskamers van Auschwitz vermoord. Net als later duizenden andere Groningers.

De vrouw en twee dochters van Benjamin Broekema waren achtergebleven in het Groningse dorpje Warffum. In november 1942 werden ze daar door de bezetter opgehaald, en nog diezelfde maand werden ze in Auschwitz vergast. De vrouw van Herman de Vries besloot met haar twee zoontjes in Friesland onder te duiken. Het gezin overleefde de oorlog.

Zestig jaar later geeft René de Vries (nu 71) lezingen over zijn kindertijd in de onderduik. De periode voor 4 mei is een drukke tijd voor hem. In deze dagen is er veel vraag naar lezingen. Twaalf jongens en drie meisjes van een jaar of zestien luisteren in een lokaal van de Simon van Hasselt-school voor speciaal onderwijs naar zijn verhaal . Ze groeien op in dezelfde stad als De Vries, maar voor deze jongeren lijkt hij uit een andere wereld te komen.

In Groningen herinnert weinig aan het joodse verleden. In de Folkingestraat, het hart van de voormalige jodenbuurt, staat nog altijd de synagoge, die in de jaren tachtig werd opgeknapt. Er worden tentoonstellingen gehouden, onder meer over de joodse gemeenschap in Groningen. Maar het gebouw is eigenlijk te hoog voor de smalle straat en valt daardoor niet op. De twee koepels zijn alleen te zien als je recht omhoog kijkt.

Duizend mensen kunnen er in de synagoge, en op dagen als pesach en yom kippoer (grote verzoendag) zat het gebedshuis vroeger meer dan vol, vertelt De Vries, die met zijn orthodoxe grootvader de diensten bezocht. De Folkingestraat zelf herinnert De Vries zich als een bedrijvige straat, met veel joodse middenstand. Zo had zijn oom er een paardenslagerij, veel joden in Groningen waren slager of veehandelaar. Veel joden bezochten het hotelcafé Hoogstraal, weet De Vries nog. Maar zeker de helft van de zaken in de straat was in handen van niet-joden.

In de laatste decennia voor de Tweede Wereldoorlog raakten de joden meer verweven met de rest van de samenleving. Tot ongerustheid van de rabbijnen verkozen steeds meer joden een seculier bestaan en het aantal gemengde huwelijken nam toe. Maar de joden bleven een aparte groep in de Groningse samenleving. Zo mochten ze van sommige sportverenigingen geen lid worden.

Als klein jongetje werd De Vries door zijn grootmoeder gewaarschuwd niet bij vechtpartijen betrokken te raken, want dan zouden ze een reden kunnen hebben om de ruiten in te gooien. 'Wegrennen is niet laf, zei ze dan', herinnert De Vries zich. 'Maar of er ook echt ruiten werden ingegooid, weet ik niet.'

In de Groningse taal waren tientallen uitdrukkingen met het woord 'jeud' erin. Toen De Vries opgroeide waren die zinnen volkomen ingeburgerd in het dagelijkse taalgebruik. 'Kom d'r moar in as 't maar gain jeude is', werd er gezegd als iemand aanklopte. Of 'de jeuden stoan ook op het ijs', als het ijs echt dik genoeg was om te schaatsen. Maar antisemitisme wil De Vries dat soort gezegden niet noemen. 'Het was gewoon de taal zoals die van generatie op generatie werd overgeleverd.'

'Je werd altijd aangesproken als jood, en eigenlijk is dat tot de dag van vandaag nog zo', zegt De Vries. 'Als ik iets doe wat een ander niet zint, dan ben ik al snel een rotjood, of heb ik ze een jodenstreek geleverd. In Israël ben ik dan een rotvent, dat is het verschil.' Maar hij tilt er niet te zwaar aan, zegt hij, niet zwaar genoeg om te overwegen Nederland te verlaten, 'want daarvoor zijn hier ook te veel goede dingen'.

Niet alleen in de stad, ook in het ommeland, de dorpen en steden in de provincie, is het Groningse jodendom in de oorlog bijna compleet weggevaagd. Vijftien joodse gemeenten waren er aan het begin van de oorlog. Het waren plaatsen als Hoogezand, Bourtange, Uithuizen, en Winschoten.

In Warffum, het dorpje in het Groningse Hogeland dat de koningin op Koninginnedag bezocht, woonde Benjamin Broekema met zijn gezin. De joodse slager uit een arm gezin was in de jaren dertig een lokale beroemdheid vanwege de toneelstukken die hij in het Gronings schreef. Broekema raakte na de oorlog in de vergetelheid totdat journaal-verslaggeefster Pauline Broekema (geen familie) een boek schreef over haar naamgenoot: Benjamin, een verzwegen dood.

Benjamin Broekema was zeer actief in het dorpsleven. Naast zijn werk en zijn schrijven was hij ook nog lid van de socialistische SDAP, de VARA, de voetbalclub en de fanfare. Maar na de Duitse inval is het snel gedaan met het sociale leven van de joden, die overal worden geweerd. In april 1942 moest Broekema zijn slagerij sluiten. Pauline Broekema beschrijft hoe in het gemeentehuis van Warffum de kartonnen kaart met zijn persoongegevens werd gewijzigd: 'Met een typemachine tikte een Nederlandse ambtenaar een rij streepjes door het woord slager, en noteerde achter de doorhaling een nieuw beroep. Benjamin was voortaan landarbeider.'

Een paar maanden later moest Broekema zich samen met Herman de Vries melden op het station van Groningen. Toen zijn vrouw Sara ook werd opgeroepen, besloot ze niet onder te duiken. De moeder van René de Vries maakte een andere keuze.

De Vries legt aan de scholieren uit hoe het gezin in Friesland terechtkwam, waar veel joden in de oorlog zaten ondergedoken. Hij laat een kaart van het Friese platteland zien met zijn drie onderduikadressen. Dat hij juist in Friesland zo is geholpen, is geen toeval, houdt hij de klas voor. 'De mensen daar zijn heel erg op vrijheid gesteld, en laten zich door niemand iets vertellen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden