Het jonge zusje van het Songfestival

Is het een bewegend bekken met een zonnebril? Of een marsmannetje met doffe ogen? De beelden die de Franse Ponties met haar spichtige lichaam in haar solo Glabelle weet op te roepen maken een reis langs het Anatomisch Museum naar een planeet van ruimtewezens....

Haar vingers zijn gedrenkt in groene inkt met dito spetters over haar zwarte borstelhaar, de wimpers verlengd met oranje veertjes. In de verte riedelt een melancholiek stemmetje. Blauwe-witte verlichting doet de rest. Nauwelijks tien meter legt ze schokkend en kantelend af in haar zomerse opoe-ondergoed: een (drie)hoekige wandeling rond een bijzettafeltje zonder blad. Onderwijl bezorgt ze de toeschouwer een trip van twintig minuten.

Vorig jaar kroop de in Wallonië werkende kunstenares in de huid van een verknipte vrouw met een insect als huisdier. Ook toen was ze de ster van Aerodance, het zesdaagse off-festival van Julidans met werk van jonge choreografen uit Europa naar het Londense voorbeeld Aerowave in The Place.

Haar trips is meer performance dan choreografie, maar haar dansende collega's laat Ponties ver achter zich op deze eerste dag van Aerodance II. Nog zes andere choreografieën volgen de komende dagen.

Ger Jager, artistiek leider van Dans Werkplaats Amsterdam, tekent met niet minder dan 25 collega's uit even zoveel Europese landen voor de selectie op basis van 260 video's. Dat belooft weinig goeds voor het afval, gezien de overige twee bijdragen op de openingsavond.

De Israëlische Sara Gebran, uitkomend voor Denemarken, strooit in She Shrieks drie bakvissen vallend, dansend en boksend over de vloer, geflankeerd door twee Japanse muzikanten. Eerst oogt het fris, dan jong, aan het slot amateuristisch. Dit door de disbalans met de stroomstoten op de electrische gitaar en de knallers op het drumstel. De valse keelklanken bevestigen de overmoedige experimenteerdrift en staan haaks op het flodderige meisjesmateriaal van opgetrokken truitjes en poses van etalagepoppen.

Kraakt She Shrieks nog van jeugdigheid, het slot Suddenly Alice sleept zich voort onder een last van pretenties. Het begint charmant. De in Nederland werkzame Oostenrijkers Nicole Peisl en Andreas Fratzl naderen elkaar langzaam tot ze elkaar treffen in het schoudertje-drukken.

Met kippenkopjes pikken ze naar elkaars kusjes. Dan verliezen ze zich in een bekend gevecht van aantrekken en afstoten tot ze weer halt houden in een tred alsof ze aan de wandel zijn. De muziek van Dylan Newcomb strijkt zijn lange tonen. De intro herhaalt zich tussen inmiddels neergedaalde sluiers.

Na één avond valt moeilijk een trend in Europese dans te signaleren, al springt de voorkeur voor witte doorzichtige stofjes in het oog.

Aerodance lijkt een klein beweeglijke zusje te worden van het Eurovisiesongfestival. Zonder gekissebis.

Niemand die klaagt dat een Israëlische danst voor Denemarken, Oostenrijkers Nederland vertegenwoordigen en een Française uitkomt voor België. En zonder prijs. Iedereen zingt in dezelfde taal, die van het lichaam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.