Het Jamaica van Europa

De Drugsnota lag nog niet bij de drukker, of de beginnende kwekers meldden zich in rotten van tien bij de growshop....

MARC VAN DEN EERENBEEMT; ELLEN DE VISSER

Moeilijk is het niet, wiet kweken. Eigenaar Theo Buissink van growshop De Tevreden Rookster in Groningen vraagt debutanten in de kweek altijd hoe de planten er thuis bij staan. Heel goed, een prima oogst, luidt meestal het antwoord. 'Sommige mensen lukt het zelfs cactussen te laten verpieteren. Dan moet je niet aan thuiskweek beginnen. Maar verder hoef je geen groene vingers te hebben.'

De Tevreden Rookster is een van de winkels in 'gespecialiseerde tuindersbenodigdheden' in Nederland, waarvan het aantal dit jaar van zestig naar honderd is gegroeid. Buissink verkoopt in zijn zaak aan het Gedempte Zuiderdiep, alles wat de hennep-thuiskweker nodig heeft: aarde, steenwol of hydrokorrels om op te telen, zaden, stekjes, tuinboeken, waterpompen, stekpoeder, bestrijdingsmiddel en ventilatoren.

Vier jaar geleden begon hij voorzichtig met het aanprijzen van de hennepteelt. Toen adverteerde hij nog met 'Kweek je eigen hennep en maak je eigen touw.' Nu staan voor de winkeldeur bij zijn winkel, pal tegenover een gebouw van de gemeente Groningen, twee grote hennepplanten.

De argeloze bezoeker waant zich in een willekeurig tuincentrum. Een medewerker besproeit de stekjes. De etalage doet met de groen satijnen tafelkleden denken aan een luxe parfumerie. Buissink houdt kantoor op de eerste etage. De ondernemer zit achter een modern bureau met telefoon en fax. Aan de muur hangt een echte Brood, het ondernemersdiploma tabak in een lijstje ernaast.

Hij rekent voor. Een steenwolmat, een lamp, een hygrostaat, een toerenregelaar, een Ph-meter, een hygrometer en een paar vliegenvangerstrips, kosten de beginnende kweker tussen de 750 en 1000 gulden per vierkante meter. De oogst ligt tussen de twee en vier ons per vierkante meter, de opbrengst op vijf gulden per gram. 'De kosten haal je er dus de eerste keer al uit.' Bij vier oogsten per jaar, zo belooft de verkoper, kan de opbrengst oplopen tot zo'n achtduizend gulden per vierkante meter.

Toch is de kweekpraktijk niet altijd even probleemloos als de groeiwinkels doen geloven. Gezonde planten eisen aanhoudende zorg en vakkundigheid. Een onhandige kweker moet oppassen voor lekkage bij de bevloeiing van zijn pretakker. Als een kwekerij wordt opgerold, is de reden veelal stankoverlast. Growshops verkopen daarom professionele stankfilters, maar tegen een flinke prijs. Een goede koolstoffilter bijvoorbeeld, vergt een investering van 600 tot 1200 gulden.

Steeds meer hobbyisten laten zich overtuigen. Het aantal thuiskwekers ligt volgens de cijfers van de Drugsnota nu op ongeveer 50 duizend. Een aantal dat waarschijnlijk nog zal stijgen als de kleinschalige huisteelt, zoals in de nieuwe Drugsnota wordt aanbevolen, gedoogd gaat worden. Bij growshop Techno Grow in Groningen, zouden de effecten van die drugsnota nu al merkbaar zijn: eigenaar Martin vertelt dat zich de laatste dagen beduidend meer nieuwelingen in de shop gemeld hebben.

Thuiskwekers produceren nu volgens een recente berekening van drugsdeskundige M. Lap, gezamenlijk jaarlijks 62.400 kilo Nederwiet. Deze produktie is vrijwel geheel bestemd voor de binnenlandse markt. Volgens Lap hebben Nederlandse cannabisgebruikers, inclusief drugstoeristen per jaar 100.000 kilo hasj en wiet nodig. De groeimogelijkheden worden weerspiegeld in het aantal van 675 duizend personen dat, volgens het Nederlands Instituut voor Alkohol en Drugs, regelmatig cannabis gebruikt.

De Drugsnota die nog moet worden goedgekeurd door kabinet en Tweede Kamer, geeft nog geen scherpe definitie van een kleine kweker. Het Openbaar ministerie wordt geacht strikte voorwaarden op te stellen. In de branche zelf wordt gedacht aan één lamp van 600 watt per persoon als maatstaf (Positronics), goed voor zo'n 45 plantjes, of aan door een controleur te tellen aantal van 160 plantjes per persoon (De Tevreden Rookster).

Een 'echt klein kwekertje' uit Amsterdam legt uit hoe zij haar zakgeld verdient. Kweken doet ze in een schuine gangkast van nog geen twee vierkante meter, met één lamp en 45 plantjes. 'Groter wil ik niet, zo blijft het leuk en overzichtelijk.' De oogst, eens in de twee maanden, levert per keer een paar ons wiet op, waarvan het meeste voor een zacht prijsje aan vrienden wordt verkocht. 'Daarna koop ik weer een nieuwe bak stekjes.'

De populariteit van het thuiskweken van Nederwiet dateert van de laatste jaren. Economisch geograaf dr A. Jansen, kenner van de cannabiswereld, schetst een markt die tot halverwege de jaren tachtig een gesloten circuit van pioniers was. Dat veranderde toen door Reagans war on drugs een aantal Amerikaanse zaaddeskundigen besloot naar het liberale Nederland te verkassen. De Amerikaanse expertise in genetica, gecombineerd met de van oudsher in Nederland aanwezige kennis over tuinbouw- en veredelingstechnieken, zorgde voor een uitstekend incubatiemilieu voor de produktie van kwaliteitsmarihuana.

Zo ontwikkelde zich in minder dan tien jaar vanuit het niets een commerciële produktie van kaliber. Voortrekkers als Wernard van growshop Positronics en Ben Dronkers van Sensi Seeds, kwamen met de commerciële toepassing van de ideeën van meer filosofisch ingestelde wietgoeroe's als Kees Hoekert en Robert Jasper Grootveld.

Wernard: 'In 1979 zei ik tegen een groep Amerikaanse en Nederlandse vrienden: we gaan van Nederland een wietland maken, het Jamaica van Europa. Toeristen zullen met duizenden komen! We haalden zaad uit de Verenigde Staten. We begonnen met de illegale kweek, verspreid met honderd plantjes hier en vijftig plantjes daar. We importeerden en verkochten aan de eerste koffieshops als Rusland en de Bulldog in Amsterdam, voor fantastische prijzen.'

Tot 1989 bestond volgens onderzoeker Jansen minder dan 10 procent van de totale omzet van koffieshops uit Nederwiet. Nu is dat meer dan 50 procent, op sommige plaatsen zelfs 75 procent. 'Dat is een importsubstitutie van ruwweg een half miljard gulden per jaar, die met name door kleinschalige kweek tot stand is gekomen.'

Alhoewel het een economische sector betreft die 'verboden goederen' produceert, onderscheidt de softdrugssector zich in weinig van andere branches. De achterdeur van de koffieshops mag in de nieuwe drugsnota dan op een kier gezet worden, de voordeur staat al jaren wagenwijd open.

De kweekboeken zijn verkrijgbaar in vier talen, instructievideo's ('Hoe kweek ik mijn eigen wiet?') liggen klaar en in november wordt in de Ahoy weer de jaarlijkse marihuanabeurs georganiseerd. Er zijn twee tijdschriften voor de cannabisliefhebber, Soft Secrets en, bulkend van de advertenties, het dikke glossy magazine High Life.

Naar Nederlandse traditie hebben cannabisaanbieders en -gebruikers zich verenigd in belangenorganisaties. Begin vorig jaar werd de Bond van Cannabis Detaillisten (BCD) opgericht die zich sterk maakt 'voor alle bonafide cannabisverstrekkende horeca'. Consumenten zijn sinds twee jaar verenigd in de Nederlandse Cannabis Consumenten Bond (NCCB). De NCCB wil de stem van de cannabisgebruiker niet alleen in de landelijke politiek laten klinken. Op de jaarlijkse ledenvergadering, die afgelopen zaterdag in het pas geopende Drugsvredeshuis in Amsterdam werd gehouden, werd besloten tot de oprichting van de eerste onderafdeling, in Friesland.

In de sector wordt marktgericht gedacht. Produktdifferentiatie viert hoogtij. Steeds meer ondernemers storten zich op een specifiek segment van de thuiskweekmarkt. Meststoffenbedrijf Canna uit Prinsenbeek maakt 'de pokon van de wietmarkt' en voorziet wekelijks zo'n vier miljoen planten van groeistoffen. Sinds kort heeft het bedrijf een speciale mestmix voor de kwekers in Rotterdam, omdat de magere kwaliteit van het kraanwater daar voor een sterk schommelende zuurgraad zorgt.

Growshop De Thuiskweker in Alkmaar verkoopt sinds een half jaar de zogeheten Power Plug, een integraal groeilampensysteem dat ook voor de kweker die weinig van electriciteit weet, makkelijk te hanteren is. De Tevreden Rookster biedt klanten een aarde-omruilsysteem: bij aankoop van een vijftig liter zak kan dezelfde hoeveelheid gebruikte aarde worden ingeleverd. Voor de lampen bestaat een huurkoopsysteem. Het Amsterdamse bedrijf Nederlicht biedt zelfs al een wietkast: een kant-en-klare kweekkast waarvan de beginnende kweker alleen maar de stekker in het stopcontact hoeft te steken.

Een succesvolle en opvallende uitvinding is de Pollinator van de Amsterdamse Mila Jansen. Zij bedacht eind vorig jaar dat een aangepaste droogtrommel perfect dienst kan doen als hasjmachine. In een electronische zeeftrommel worden de hasjpollen van het cannabisblad gehaald. Van de Pollinator, die vanaf 1000 gulden verkrijgbaar is, zijn inmiddels honderden exemplaren verkocht. Jansen is nu bezig met het ontwerpen van een tafelmodel voor de kleine kweker en een hasjpers, waarmee de losse hasj uit de Pollinator tot handzame blokjes geperst kan worden.

De nieuwste vinding: de jointmachine van de Rotterdamse 'onderneming voor blowerscomfort' Mountain High. Een centrifugeermolen met zes los te koppelen bakken met ieder achttien jointgaten. 'Nooit meer likken, nooit meer trillen, nooit meer stampen...', meldt het uitvindersduo.

Onderzoek en innovatie zorgt voor een nog immer stijgende kwaliteit. Verschillende cannabisvarianten worden gekruist, bijvoorbeeld door het bedrijf Sensi Seeds, op zoek naar de ideale mix van hoge opbrengst en mild rookgenot. Growshops experimenteren met meststoffen en 'aardelijnen'. Techno Grow heeft een student van de Rijks Agrarische Hogeschool in dienst die zich bezig houdt met weefselkweek: grootschalige produktie van stekjes op zogeheten agar-agar, een soort Arabische gom.

Geheel volgens de economische leer bepalen vraag en aanbod de prijs van de Nederwiet. Na de zomer stijgen de prijzen omdat de binnenkweek onder de zomerwarmte te lijden heeft. In het najaar trekt de produktie weer aan, waardoor in de winter prijsdaling optreedt. Meestal profiteert de klant niet van de prijsverschillen.

Prijsconcurrentie tussen koffieshops vindt weinig plaats, omdat het verbod om te afficheren dat moeilijk maakt. Inzet van de strijd is vooral de kwaliteit van de cannabisproducten. De ware roker is bereid vijftien tot twintig gulden per gram te betalen voor een topwiet of -hasj. Als verkopers fungeren naast de koffieshops steeds vaker de kleine kwekers zelf, die rechtstreeks aan de consument leveren.

'In de softdrugs is een markt ontstaan waar Nederland trots op mag zijn', vindt Jansen. 'Natuurlijk, er zitten best harde jongens bij, maar er is geen enkele reden om dat naar voren te schuiven. Ik zie in de branche eerder de kruideniersmentaliteit domineren. Het gaat om geld verdienen, een gezond bedrijf opzetten. De koffieshophouder brengt eerst zijn kinderen naar school en opent dan de shop.'

Veel ondernemers vrezen de fiscus meer dan justitie. Voor zorgeloos ondernemen in de cannabisbranche spelen boekhouders en financiële adviseurs een belangrijke rol. Juridisch en fiscaal adviseur André Beckers heeft onder het motto 'Wie zich aan de wet houdt, heeft niets te vrezen' een grote klantenkring opgebouwd.

De geboden van Beckers zijn duidelijk. Gehoorzaam elke wet behalve lijst II (soft drugs) van de Opiumwet, waar de cannabis op prijkt. Steel geen electra. Pleeg geen uitkeringsfraude. Voorkom overlast. Gebruik geen verdelgingsmiddelen die de volksgezondheid in gevaar brengen. Gebruik alleen goedgekeurde apparatuur. En vooral: til de fiscus niet.

Buissink van De Tevreden Rookster betaalt over de stekken die hij voor rond de drie gulden het stuk van thuiskwekers koopt omzetbelasting en 17,5 procent btw. Van iedere joint die in zijn koffieshop De Vliegende Hollander over de toonbak gaat, vloeit steevast een gulden naar de belastingdienst. 'Die wil mijn geld maar wat graag hebben', zegt hij.

De samenwerking tussen koffieshops en de 'a-morele' belastingdienst verloopt al heel soepel, vertelt Beckers in de Nijmeegse koffieshop Dreadlock, een van zijn cliënten. Voor kwekers ligt dit nog moeilijker.

'Met kwekers hebben we fiscaal gezien nog weinig ervaring. Maar het begin is er. Onlangs konden we de eerste officiële factuur presenteren, waarop de verhandelde hoeveelheid hennep, de naam van de koffieshop en de naam van de kweker stonden vermeld.' Buissink van De Tevreden Rookster probeerde vorig jaar al een 'witte cirkel' op te zetten: hij vond een kweker bereid hem plantjes te leveren met een bon erbij. Maar uiteindelijk zag hij er toch van af. 'Wie weet hoe Justitie daar op reageert.' Jammer, vindt Beckers, want juist de teelt is perfect fiscaal te begeleiden. 'Je kunt van al je grondstoffen en apparatuur facturen krijgen.'

'De softdrugssector is een volwassen branche geworden', conludeert Jansen tevreden. Des te vreemder is het ontbreken van gedegen onderzoek en betrouwbaar cijfermateriaal. Een handvol drugsdeskundigen loopt veelal in de eigen tijd koffieshops, growshops, kwekers en gebruikers langs om de wereld van de cannabis in kaart te brengen.

Het ontbreken van een volledige bedrijfstakstudie is tekenend voor de onzekere situatie in de sector. De grens tussen verbieden en gedogen is niet altijd even duidelijk en opent volgens cannabisten de deur naar willekeur van de politie. Growshops leveren materiaal aan kwekers. Dat mag. Alleen de verkoop van stekken is verboden, maar wordt in veel gevallen gedoogd. Kwekers leveren hun wietprodukt aan koffieshops. Dat mag (voorlopig nog) niet. Die verkopen de wiet door aan de consument. Dat wordt gedoogd. Die onderbroken schakel leidt tot vreemde situaties.

Zo betalen de meeste growshops en koffieshops weliswaar belasting over de plantjes en de wiet of de joints die ze verkopen, maar gebruiken ze voor de zekerheid trucs om hun handel te verdoezelen. Buissink van De Tevreden Rookster bijvoorbeeld hanteert in zijn kasboek de term HHS: hennep houdende stoffen. 'Dan kan de rechter je nooit wat maken.' Koffieshops en growshops hebben in hun bedrijfsuitoefening bovendien moeite met banken en verzekeringsmaatschappijen. Growshops kunnen problemen omzeilen door zich 'adviesbureau' te noemen. Geld lenen gebeurt in de softdrugsbranche bij voorkeur onderling of bij toeleveranciers.

Maar ondanks die onzekerheid zijn growshophouders juichend over de toekomst. De piek in de groei van de softdrugsmarkt moet nog komen, denken ze. De binnenlandse markt zal de komende jaren weliswaar verzadigd raken, maar de export staat nog maar in de kinderschoenen. In de Drugsnota wordt expliciet het streven vermeld tot voorkomen van export van in Nederland geteelde cannabis.

Niet alleen de Nederwiet, maar ook de zaden, de apparatuur en vooral de expertise zijn in het buitenland gewild. 'Nederland heeft een Coca Cola functie', zegt Jansen. 'Hier is op het gebied van de cannabisteelt ongelooflijk veel pionierswerk verricht. Die opgedane kennis willen ze in het buitenland nu graag hebben.'

Vooral het steeds soepeler wordende beleid in Duitsland biedt Nederlandse growshophouders volop afzetmogelijkheden. De meststoffen van Canna liggen al in Duitse winkels, Techno Grow in Groningen is bezig met het opzetten van een groothandel voor de Duitse markt. En growshop De Groene Oogst in Tilburg werkt sinds een half jaar samen met vijf growshops in Duitsland. Zaden, lampen en de fijne kneepjes van het vak komen bij ons vandaan, vertelt hij. Alleen stekjes mogen van de Duitse justitie niet verkocht worden. Daarom heeft De Groene Oogst met een growshop in Keulen de afspraak dat de plantjes daar op papier verkocht worden en dat de kopers ze in Tilburg op komen halen.

Bij het Amsterdamse Positronics, een van de bekendste groeiwinkels, met dertig werknemers in dienst, is eigenaar Wernard gelukkig gestemd. Hij ziet het gedogen van de kleine kweker als de verwezenlijking van zijn ideaal. Nederland gaat een 'groene gouden eeuw' tegemoet, is zijn overtuiging. 'Er komen tienduizenden kleine kwekers bij. Iedere middelgrote stad krijgt zijn eigen growshop. Er zal een brede cultuur ontstaan van thuiskwekers die goedkoop wiet aan vrienden en bekenden verkopen. In die nieuwe cultuur heersen lage prijzen en gezelligheid.'

Die kleinschalige kweek is volgens growshophouders een zegen voor de branche. Ze hameren erop dat té vergaande commercialisering en opkomst van grootschalige kweek de nekslag voor de branche betekent. Grote kwekers zijn volgens Wernard 'de grootste gifkikkers die er zijn'. Hij doelt op de controverse in de cannabiswereld tussen de biologische kwekers en de kwekers die elk kunstmatig hulpmiddel uit de kast halen om de wietproduktie te maximaliseren. 'Ze werken op kankerverwekkende steenwol en hun kunstmest is slecht voor het milieu en voor de smaak. Mensen die niet roken en alleen kweken voor het geld maken de cannabisbranche ziek.'

De kweek van marihuana vergt immers een bijzondere instelling, benadrukt Wernard. 'Marihuana is een entheogene drug, dat wil zeggen dat het mensen stimuleert te zoeken naar het goddelijke in zichzelf en in anderen. Iedere roker zal deze vaststelling herkennen. Een dergelijk middel moet je niet commercialiseren. Marihuana verandert de mens. Hij gaat niet op zoek naar geld, maar naar god.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden