Het jaar van God

Wat er ook ten einde is, de ideologieën zijn het niet. De strijd tegen het kwaad is een strijd tegen overtuigingen....

Zou het dan toch 'Het jaar van God' zijn geweest? En, als het dat was, over welke God hebben wij het dan? Die van hen of die van ons, of toch liever de vage, onbestemde grootste gemene deler van die twee? Zit hij in het diepst van onze eigen gedachten en kan een beetje rust komend jaar wonderen doen, of dirigeert hij zijn volgelingen vanaf een verheven plek en zullen we dus nog wel last met hem houden?

Het jaar begon met zijn mogelijke gekrenktheid door een reeks Deense spotprenten, halverwege het jaar ging zijn eigen politieke partij, de Libanese Hezbollah - 'De Partij van God' - op de vuist met zijn eigen volk, Israël en nog was die woede niet bekoeld of zijn vertegenwoordiger op aarde, paus Benedictus XVI, hield half september een preek in Regensburg waarmee gelovigen van de islamitische denominatie het andermaal te kwaad kregen.

Hij was de onberekenbare grootheid, die voor verrassingen zorgde, voor onverwachte commotie, zo vaak en zo ingrijpend, dat je geneigd raakte rekening met hem te gaan houden.

En dan zwijg ik nog over de mate waarin bij ons in Nederland een Maria-verschijning, de Zwarte Madonna van het Binnenhof, het eerste halfjaar de gemoederen gijzelde en op curieuze gronden een heel kabinet op de knieën dwong.

De laatste maanden van het jaar stonden, ten slotte, in het teken van een wereldwijde discussie over het boek van de bioloog Richard Dawkins, die eens en voor al had aangetoond dat God niet bestaat en die als de God van de atheïsten een triomftocht door media, studio's en zalen maakte.

Veel leven om niets, dus.

Zou dat het zijn?

Maar juist nu stevent het vaderland, voor het eerst in decennia en na een halve eeuw koersvaste ontkerkelijking, af op een kabinet waaraan maar liefst twee christelijke partijen deelnemen. De leiders van alledrie eraan deelnemende partijen hebben daarenboven aan de Vrije Universiteit op Gereformeerde Grondslag leren denken, redeneren en manoeuvreren. We zijn aan de gelovigen uitgeleverd en sinds zij zich niet meer beperken tot wekelijkse samenzang lijkt hun aanwezigheid er alleen maar penetranter op te zijn geworden.

Veel leven, dat staat vast - maar om niets?

Theatraal

Volgens Time waren u en ik, in zoverre wij internetgebruikers zijn, de personen van het jaar, het naamloze individu won het van de grote namen, het individuele wachtwoord van de historische redevoering.

Het is de vraag of dat zoveel verschilt van de wondere wereld der gelovigen: van het 'Er zij licht' en het met die toverformule tot stand brengen van de kosmos, tot het aanknippen van de computer door alledaagse zoekers naar de waarheid of contact, die bij het blauwe schermlicht de oneindige virtuele ruimte binnentreden, is het maar een kleine stap. Computer aan of het heelal uitgelicht, geheerst en geschapen zal er worden.

En wat te denken van de God van die andere grote wereldreligie, die met één kopstoot de hele wereld aan zijn voeten had: Zinedine Zidane, op de grasmat van het voetbalstadion van Berlijn? Het was het dramatische scharnierpunt van een toch al theatraal jaar. Nadat hij de gerechtigheid had hersteld verdween hij van het veld - en het was alsof hij meteen ten hemel gevaren was. Zijn geest beheerste alle gesprekken, terwijl hij zelf weken onzichtbaar bleef. Sindsdien strooit hij zijn evangelie en zijn geld uit alsof zij de geest van een ander geloof zijn.

Moreel einde

Vreemd jaar. Wie de ruim driehonderd kranten van het afgelopen jaar doorbladert, staat er nog van te kijken hoe dikwijls God, zijn vertegenwoordigers, zijn volgelingen of zijn maskerades het nieuws in hun greep hadden. Onwillekeurig controleerde ik, al bladerend, soms de datum rechtsboven aan de voorpagina: waren dit de leggers van het zesde jaar van de 21ste eeuw, of toch die van een eeuw eerder?

Godslastering, de paus, de Partij van God, controversen over het ongeloof, de ChristenUnie in een sleutelrol bij de kabinetsformatie; waar waren de jaren negentig gebleven, met hun ontspannen nieuwtjes over begrotingsoverschotten, de elektronische snelweg en de gestage uitbreiding van de Europese Unie?

Een jaar van oorlogen, jawel. Terwijl die van alle tijden zijn, waren zij in dit jaar nadrukkelijker aanwezig dan in vele andere. De berichten, en foto's, van aanslagen in Irak zijn niet meer te tellen, het ene nog gruwelijker en fataler dan het andere.

Periodiek verschenen de lijstjes die vastlegden dat het aantal slachtoffers dat daar na de échte oorlog is gevallen inmiddels ver uitstijgt boven het aantal slachtoffers dat de bevrijdingsoorlog zelf eiste. Die oorlog kende wel een begin, maar wil geen einde vinden - dat wil zeggen, geen feitelijk einde, een einde van een vredesverdrag of desnoods een houdbaar bestand, een einde van ingeleverde wapens en het begin van de beloofde wederopbouw.

Wel een moreel einde. Twaalf maanden terug waren er nog enkele diehards die het nut van de onderneming durfden verdedigen, vandaag durft zelfs de nieuwe Amerikaanse minister van Defensie dat niet meer. Het gaat niet goed, er is geen nooduitgang en hoe het verder moet weet niemand. Bedremmeld nemen wij de ravage in ons op, beduusd omdat het puin nog wel op te ruimen valt, maar de politieke puinhoop niet of tenminste niet op een voor de hand liggende manier. Van Irak zijn wij nog lang niet af.

Verloren. Er rest nog maar één vraag en die vraag slaat dagelijks als een moker op onze achterhoofden: hoe komen we er weg zonder het nog erger te maken?

Geleidelijk aan is duidelijk geworden dat een moderne oorlog niet langer met conventionele middelen, dat wil zeggen: wapens, hoe vernuftig en vernietigend ook, te winnen is. Gods eigen land, de scheidsrechter van de wereld, krijgt het ongeregelde volk van het land van die andere God niet op de knieën.

Geen gevangenis, geen rechtbank, geen avondklok is opgewassen tegen het verzet, een verzet dat zijn inspiratie niet aan een wereldlijke staatsvorm ontleent, maar aan een onverzettelijk geloof in hogere machten.

De zomeroorlog in Libanon bevestigt dat inzicht. Het altijd oppermachtige Israëlische leger legde aanzienlijke delen in het zuiden van dat land in puin, maar kon het, ondanks de militaire en technische overmacht, niet winnen van de baardmannen. Die schoten hun vuurwerk in het wilde weg af, onvergelijkelijk veel primitiever dan de precisiewapens van hun tegenstanders, maar ze hoefden niet het onderspit te delven. Na vier, vijf weken van woeste vernielingen riepen zij zichzelf tot overwinnaar uit en ofschoon nog te bezien stond wat zij gewonnen hadden, verloren hadden zij niet. Op de ruïnes van hun huizen, scholen en moskeeën hesen zij de vlag van de triomf.

De beelden waren onuitwisbaar, en ze getuigden van de ongelooflijke nauwkeurigheid waarmee hun tegenstanders te werk waren gegaan. De gevel van een flatgebouw weggeschoten, voorbijgangers kijken naar het hoofdeinde van een ledikant dat kennelijk tegen de buitenmuur heeft gestaan, de nachtkastjes er nog naast. Alles op zijn plek, alleen ontbrak de buitenmuur.

Maar zelfs wie zo goed mikte kreeg zijn zin niet. De twee ontvoerde soldaten, om wie het allemaal begonnen was, zijn nog altijd niet terecht.

Lome jaren

De overtuigingskracht van het geweld, de overwinningskracht van de machtigste, zij hebben hun beste tijd gehad zolang de geesten zich blijven verzetten, zolang the hearts and minds een andere kant uit willen, misschien wel omdat God het wil.

Is het toeval dat juist in dit jaar een schilderij van de Amerikaanse modernist Jackson Pollock het hoogste bedrag opbracht dat ooit voor een schilderij betaald is? We zien een wildernis van gestolde verfslierten, een chaos van onontwarbare bedrading. Zijn het de resten van een gebombardeerde stad, vanuit de hoogte bekeken, of staan we met onze neus bovenop een aan gort geschoten mens?

'No 5, 1948' heet het, op het anonieme af, maar de enorme waardering die het nu oogstte wijst erop dat het dichter bij onze tijd staat, dan bij die eerste naoorlogse jaren van hoop en wederopbouw. Het lugubere schrikbeeld won aan zeggingskracht.

Want die niet gewonnen oorlog in Libanon en die niet meer te winnen oorlog in Irak maken geleidelijk aan duidelijk, dat de unipolaire wereld die na de Val van de Muur en de ondergang van het communisme de plaats leek in te nemen van de twee tegengestelde polen van de Koude Oorlog, zijn beste tijd gehad heeft. Waar de tweede pool zich bevindt, of er slechts één tweede pool is en wat wij er van te duchten hebben, is allesbehalve duidelijk.

Krikt het Rusland van Poetin zich op, recht Europa, toch van begin af al sceptisch over de onderneming in Irak, de rug en verwijdert het zich, juist in het Midden-Oosten van de transatlantische bondgenoot? En gaan de 'tegenstanders van de grote satan', de verzetshelden van het Midden-Oosten die in de ogen van anderen levensgevaarlijke terroristen zijn, elkaar vinden?

Wat er ook ten einde gelopen is, met het einde van de Koude Oorlog, de ideologieën zijn het niet. De strijd tegen het kwaad is een strijd tegen overtuigingen, tegen een ideologie die zich laat voorstaan op bovenmenselijke inspiratie en onmenselijke ergernis.

De Pax Americana, opgelegd en gehandhaafd door de eenzijdige bovenmeester, is op een bloedbad uitgelopen. President George W. Bush mag nog twee jaar regeren, sedert de verkiezingen van dit najaar met een Huis van Afgevaardigden dat zijn beleid in meerderheid betwist. Dat zullen lome, loodzware jaren worden, jaren waarin hij net zomin kan vasthouden aan zijn opvattingen tot nu toe, als volledig zal toegeven aan een nieuwe politiek. De traagheid zal een machtsvacuüm in Irak doen ontstaan, en reken maar dat dat snel opgevuld wordt.

Gif

Twee ziekenhuisbeelden flankeerden het jaar, die van het hospitaal in Jeruzalem waarin Ari'l Sharon in januari klinisch dood lag te gaan - hij ligt er nog altijd - en dat van Alexander Litvinenko die, al zijn haar en levenssappen kwijt aan een niet met het blote oog waarneembare dosis Polonium-210, in een Londens ziekenhuis crepeerde. Het was hartverscheurend om te zien, de oude havik die zich net niet had kunnen transformeren in een duif toen hij geveld werd, de goede spion die ingehaald werd door het kwaad toen hij dat probeerde te ontmaskeren.

De Koude Oorlog is verleden tijd, maar de technieken van de Koude Oorlog en de motieven zijn nog vitaal: je ziet de oude John Le Carré opveren van dat nieuws. Het gif is onzichtbaar, het kan overal in zitten, zelfs in een verse sushi, het vreet zich een weg en het is niet te bestrijden. Wat dat aangaat is de foto van de stervende Litvinenko in zijn klinische ziekenhuispyjama net zo emblematisch als dat schilderij van Pollock.

Struikelen

En wij?

Ach, volgens een vergelijkend onderzoek naar een menigte van parlementsverkiezingen staan de laatste drie verkiezingen in Nederland op de toptien van de wildste, onvoorspelbaarste, verkiezingen aller tijden.

Aan het begin van het jaar was de zittende minister-president al zijn krediet kwijt en rammelde zijn opponent, Wouter Bos, opgewekt met de sleutels van het Catshuis: die had hij al in zijn zak. De verkiezingen voor de gemeenteraden, in het voorjaar, bevestigden de voorspellingen; het was gedaan met de zittende regering, aan de horizon glansde zowat een links meerderheidskabinet.

Nog geen negen maanden later blijken die sleutels met geen mogelijkheid te passen en werkt de verguisde Balkenende doodgemoedereerd aan zijn volgende kabinet. Van een linkse meerderheid is net zomin sprake als van een rechtse, al oogstte de Partij van de Vrijheid de ontevredenheid en de vreemdelingenhaat en kreeg de personificatie van hardvochtigheid en onbuigzaamheid, Rita Verdonk, de meeste voorkeursstemmen die in de parlementaire geschiedenis ooit op één kandidaat zijn uitgebracht.

Haar beleid beu liet een nieuw parlement het al gevallen kabinet nogmaals struikelen. Dat deerde de vindingrijke demissionaire minister-president nauwelijks, en terwijl de partij die veertig jaar lang trachtte het staatsrecht te hervormen, D66, nauwelijks meer bestaat, herschreef de premier het staatsrecht in een namiddag en een lange avond. Zo zorgde hij ervoor dat wat aanvankelijk leek het jaar van twee vrouwen te worden, Ayaan Hirsi Ali en Rita Verdonk, en dat lange tijd door de laatste van die twee gedomineerd werd, alsnog het jaar van Balkenende - van diens wonderbare verrijzenis en boven de wetten uitstijgende aanpassingsvermogen.

God in de wereld, Balkenende thuis: je houdt je hart vast.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden