'Het is zo paradoxaal, we worden steeds beter en juist nu krijgen we alleen maar kritiek' Ook Zweden en Denemarken 'herijken' hulp

Nederland noemt het 'herijking'. Andere landen ontberen het woord, maar voeren dezelfde discussie. Ontwikkelingshulp kan zuiniger, effectiever en moet zich beperken tot enkele landen....

LIDY NICOLASEN

Van onze verslaggeefster

Lidy Nicolasen

STOCKHOLM/KOPENHAGEN

Zweden betaalt elk jaar ruim drie miljard gulden aan ontwikkelingshulp. 'Ongelooflijk', mijmert de ambtenaar in Stockholm als hij mee op loopt naar de metro. 'Eigenlijk is het toch ongelooflijk dat de Zweden zo veel betalen.'

Een treinreis en een dag later in Kopenhagen. Hetzelfde ongeloof, nu bij de Deense ambtenaar. 'In de kranten hier staat nooit een positief woord over ontwikkelingshulp. Het gaat altijd over schandalen. Toch zegt 80 procent van de burgers het ontwikkelingsbeleid van de regering te steunen.'

Denemarken betaalt net als Zweden elk jaar zo'n drie miljard gulden aan hulp. In guldens is Nederland meer kwijt, in percentages van het nationaal inkomen - en dat is de internationale maatstaf - voeren Zweden en Denemarken de lijst van westerse donorlanden aan. Al jaren. Daar komt de klad in nu Zweedse bezuinigingen ook de ontwikkelingshulp treffen en het Deense bedrijfsleven een grotere rol opeist.

De Zweedse minister Mats Karlsson is bang dat de Amerikaanse Republikeinen hun dreigement uitvoeren en de subsidie aan de Verenigde Naties stoppen. 'We hebben de VN nodig, we hebben de Wereldbank nodig. Het komt mij allemaal zo paradoxaal voor. We zijn steeds beter, we weten zo veel meer en juist nu wordt overal ontwikkelingshulp aan de kaak gesteld.'

Karlsson is minister van Ontwikkelingssamenwerking. Hij klinkt oprecht maar hij heeft boter op z'n hoofd. Ook Zweden bezuinigt. Geen korting, zegt Karlsson, we bevriezen de uitgaven. In een belendend vertrek rekent de ambtenaar voor dat Zwedens nieuwe beleid de ontwikkelingshulp anderhalf tot twee miljard kronen per jaar kost.

Net als in Nederland is Ontwikkelingssamenwerking in Zweden een onderdeel van het ministerie van Buitenlandse Zaken. De minister van OS beperkt zich tot de grote lijnen, de uitvoering is, anders dan in Nederland, geheel in handen van vijf zelfstandige agentschappen. SIDA is de grootste en bekendste. Per 1 juli gaan de vijf volledig op in een nieuwe organisatie en ook die krijgt de naam SIDA.

'Ze liepen elkaar steeds vaker voor de voeten', luidt het in Stockholm. Minister Karlsson: 'We willen een sterke rijksdienst die efficiënter kan opereren en een duidelijker identiteit heeft. De Zweedse bijdrage is nu te zeer versnipperd. We willen een dienst die flexibeler kan opereren dan vijf verschillende agentschappen.'

Enrique Ganuza van het kleine agentschap Sarec neemt Karlssons woorden voor wat ze waard zijn. 'Als er een economische recessie is, zoals in Zweden, wil iedereen ineens weten wat er met het geld gebeurt. Hoe dieper de crisis, hoe meer discussie. Maar het aantal agentschappen is niet van belang. Problemen met de doelmatigheid krijg je altijd.'

Anderhalf jaar geleden richtte de Zweedse regering Sasda op, een onafhankelijk commissie die de opdracht kreeg de Zweedse hulp te analyseren en te beoordelen op doelmatigheid en effectiviteit. Ganuza nam zitting in de commissie. Vijftig nota's en een tiental speciale rapportages zijn gepubliceerd. Behalve de constatering dat niet het eigen gewin maar altruïsme de Zweedse drijfveer is, is de belangrijkste conclusie: ontwikkelingshulp is gedoemd te falen als het ontwikkelingsland een verkeerde economische politiek voert.

Ganuza: 'Een project kan nog zo goed zijn, maar het wordt nooit iets als je voortdurend je begroting moet aanpassen aan de onstabiele wisselkoers van het ontwikkelingsland, als de prijspolitiek de produkten uit de markt prijst of als belastingen export onmogelijk maken. Het beste wat je dan kunt doen, is proberen de politiek te veranderen.'

Zweden, dat een rol wil spelen op het internationale toneel, ging in op de hint. In kringen van de VN heeft Stockholm voorgesteld een internationaal instituut op te richten voor bevordering van democratie in ontwikkelingslanden. In eigen land is de conclusie vooral dat de hulp zich moet concentreren op landen waarmee resultaat is te boeken.

De Zweedse overheid heeft met negentien ontwikkelingslanden bilaterale contracten gesloten. In een groot aantal andere landen lopen projecten. Staffan Herreström, topman van Sida: 'Zelfs als we niet zouden hoeven te bezuinigen, kan concentratie noodzakelijk zijn. Het is beter om minder te doen en het dan goed te doen.'

Het buurland Denemarken snoeit al in het aantal landen en projecten. 'In de komende drie tot vier jaar mogen er 20 tot 25 landen overblijven waarmee we samenwerken', zegt het sociaal-democratische kamerlid Lotte Henriksen. 'Het parlement neemt de beslissing. We zitten nu op 21 en misschien moeten we ook dat aantal nog terugbrengen.'

Denemarken wil alleen langdurige contracten sluiten met landen die tot de allerarmste behoren. Hulp moet er bovendien kunnen gedijen, er moet een dialoog te voeren zijn over democratie en mensenrechten en de regering moet bereid zijn geld en energie te stoppen in milieubescherming en vrouwenzaken. Het gecontracteerde land wordt gevraagd een eigen ontwikkelingsplan op te stellen en aan te geven in welke sector Deense steun nodig is.

Thailand werd afgestoten omdat het te rijk is. Met Ethiopië werd nog geen contract gesloten omdat het bestuur er onvoldoende functioneert. De hulpgelden voor Tanzania zijn opgeschort in afwachting van het onderzoek dat de Tanzaniaanse regering beloofde naar corruptie met ontwikkelingsgeld. Als Tanzania de belofte niet nakomt, keert Denemarken niet terug, zegt Henriksen.

De Deense hulp is in handen van Danida, voorheen een departement van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Een aantal jaren geleden werden de scheidslijnen tussen de departementen opgeheven. Sindsdien zijn diplomaten ook ontwikkelingswerker en omgekeerd. 'Er zijn hier mensen die een hekel hebben aan politiek, maar dat is een uitstervend ras. Jongeren vinden het uitdagend politieke problemen aan te pakken', zegt een ambtenaar van Buitenlandse Zaken.

De 'ontschotting' heeft tot gevolg dat ook de buitenlandse politiek zich vooral richt op de door het parlement gekozen ontwikkelingslanden. Ambassades in andere landen worden afgestoten, in de concentratielanden worden nieuwe ambassades opgezet. Zo werd de Deense ambassade in het betrekkelijk welvarende Costa Rica overgeplaatst naar het veel armere Bolivia.

Vietnam staat ook op de lijst. Een arm land, maar met een snelle economische ontwikkeling. 'Een knieval naar het bedrijfsleven,' zeggen critici. Het bedrijfsleven speelt een rol van belang in de Deense ontwikkelingspolitiek. Jaren geleden al werd de afspraak gemaakt dat de helft van alle uitgaven ten goede komt aan Denemarken zelf. Het salaris van ontwikkelingswerkers en subdidie voor particuliere organisaties wordt meegeteld, maar werkgevers houden nauwlettend bij of het Deense produkt kansen krijgt.

'Het bedrijfsleven heeft in het verleden met geld van de overheid een aantal rampzalige investeringen gepleegd. Daarna heeft de industrie zich een paar jaar rustig gehouden, maar dat verandert weer', zegt Frans Mikael Jansen van de particuliere hulporganisatie Ibis. 'Het profijt dat de industrie kan hebben van ontwikkelingshulp lijkt een doel op zichzelf aan het worden.'

Er zijn voorbeelden. Mozambique staat op de lijst van Denemarken. Het land heeft, zegt Jansen, steun nodig voor plattelandsontwikkeling, maar Kopenhagen koos voor de elektriciteitsvoorziening. Het materiaal komt uit Denemarken. In Uganda betaalde Denemarken voor uitbreiding van het vliegveld in Kampala.

Jansen: 'Niemand zegt dat die dingen niet moeten gebeuren. Maar met armoedebestrijding, en daarvoor geven we ontwikkelingshulp, hebben deze uitgaven niets te maken.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden