'Het is zeker geen' teutig beroep'

Slagersvrouw Marijke Brandt (53), moeder van drie kinderen, was 29 toen bij haar schildklierkanker werd ontdekt. In de zorg was ze niet meer welkom....

'Rond 1900 was er in Duitsland een poppenfabriek, Kammer & Reinhardt, die op een gegeven moment de zogenoemde honderdserie in productie nam. De fabriek van Kläm mer & Freimark stond in Sonneberg in het latere Oost-Duitsland. Toen de grens openging en men in de voormalige ddr aan het slopen en bouwen sloeg, heeft men in een buitenmuur van een speelgoedfabriek de originele moedermal van de 117 gevonden. Dat is een geweldige vondst geweest.

Daardoor kon ik bijvoorbeeld een replica op ware grootte van de 117 maken. Dat is bijzonder, want normaliter is een replica een maatje kleiner dan het origineel.

Een paar maanden daarna werd ik gebeld door een man met een zachte g. Zijn naam wilde hij niet zeggen, maar hij vroeg me wel of ik ook voor hem een 117 kon maken. Dat wilde ik best, ook omdat hij er goed voor wilde betalen.

Daarna vroeg hij tussen neus en lippen door of ik geen jaartal en geen ateliernaam in de pop wilde zetten, want het was een cadeau voor iemand. Dat heb ik geweigerd. Hij zei: 'Weet u wat u laat lopen?'

'Ja, een reële kans op een flinke gevangenisstraf.'

'Nee, een reële kans om rijk te worden.'

Toen heb ik opgehangen. Ik houd niet van die grappen. Die man wilde een vervalsing uitgeven voor een echte pop. Weet u dat een originele, grootste 117 op een veiling 400 duizend gulden kan opbrengen?

Investeren in poppen is een goede belegging. En het hoeven niet eens antieke poppen te zijn. Zelfs sommige harde plastic poppen brengen de laatste jaren al relatief veel geld op. De Amerikanen en de Japanners zijn begonnen ze te kopen, dan gaan de Euro peanen vanzelf mee.

Poppen hebben altijd al mijn belangstelling gehad, maar ik deed er betrekkelijk weinig mee tot mij op m'n 29ste iets overkwam dat mijn leven heeft veranderd. Ik was in die tijd moeder van een jong slagersgezin met drie kleine kinderen. De jongste was nog een peuter, toen er bij mij schildklierkanker werd ontdekt. Daar ben ik voor behandeld en uiteindelijk ben ik ben genezen verklaard, al ging men er niet vanuit dat ik echt oud zou worden. Ik kwam oorspronkelijk uit de zorg, maar door die ziekte kon ik nergens meer solliciteren. Met zo'n ziekteverleden wilden ze me toch niet aannemen. Om mezelf een zinvolle dagbesteding te geven, ben ik toen schilder- en tekencursussen gaan volgen. Van het één kwam het ander en zo ben ik eerst poppendokter geworden en later ook poppenmaakster. Ik heb in het poppenmaken mijn gildemeesterschap behaald. Daarvan zijn er niet veel in Nederland, ik denk nog een stuk of twintig.

Poppenmaakster klinkt een beetje als een wat teutig beroep. Maar als je ziet hoeveel geld er wordt betaald voor een mooie ambachtelijk gemaakte pop, is het onbegrijpelijk dat er niet veel meer zijn. En teutig is het zeker niet. Voor Beate Uhse, de Duitse pornokoningin, heb ik bijvoorbeeld een 120 centimeter lange, rechtopstaande goudkleurige penis gemaakt. Hij staat in het seksmuseum in Berlijn, dat Uhse daar heeft geopend. Ik ben een keurige mevrouw, vanzelfsprekend, maar zo'n opdracht doet me helemaal niks. Op een gegeven moment vonden ze me bij Uhse zelfs te aanstootgevend. Ik moest voor Uhse bijvoorbeeld ook een pop maken naar voorbeeld van een erotische tekening van de kunstenaar Heinrich Zille. Die had rond de voorlaatste eeuwwisseling zijn dienstmeid afgebeeld, terwijl ze bloot op haar knieën de kachel ligt aan te maken. Om haar heen staat een stel aangeklede mannen, die vrij uitzicht hebben op haar omhooggestoken kont. Dus ik had in de pop netjes een aarsje gemaakt, een dot schaamhaar en schaamlippen.

Toen ze die pop kwamen halen, vielen ze van hun geloof. Wat ik ervan gemaakt had, kon echt niet, zeiden ze.

'Kom nou. Doe effe normaal. Het is een pop. Die moet toch levensecht zijn?'

'Ja natuurlijk, maar niet zo. Daar krijgen wij problemen mee.'

Ik heb alles moeten dichtsmeren tot het een soort standbeeld was geworden. De lol was er eigenlijk meteen van af. Het was een eervolle, prestigieuze opdracht, dat wel. En goed betaald, dat ook. Maar zo hoefde het van mij niet meer, want poppen maken beschouw ik nog steeds als een uit de hand gelopen hobby en dat wil ik graag zo houden. Ik wil ook geen personeel, want als je personeel hebt, moet je productie gaan draaien en een nauwkeurige boekhouding gaan voeren. Dat hoef ik nu allemaal niet. Tenminste, ik doe het, omdat het moet, maar de accountant wordt grijs van me. Hij houdt aan het eind van het jaar de administratie voor me bij. En elke keer gebeurt het opnieuw dat er geld op mijn rekening is gestort, zonder dat ik weet wat ik daarvoor heb gedaan. Dat is dan een hele uitzoekerij. Iemand vraagt me wat. Dat vind ik leuk en dat doe ik dan.

Op de sportschool hoorde een mede-cursiste welk beroep ik had. Toen ik dat zei, was ze net zo verbaasd en opgetogen als de meeste andere vrouwen die horen wat mijn beroep is. Dat komt doordat vrouwen mees tal warme herinneringen aan hun poppen hebben. Ik denk dat elke vrouw van mijn leeftijd nog weet welke pop ze als meisje heeft gehad en wat haar lievelingspop is geweest.

Een paar weken geleden vroeg die medecursiste of ik de twee poppen wilde repareren die haar zusje en zij 30 jaar geleden hadden gekregen. Ze waren toen zes en negen geweest en allebei hadden ze dezelfde pop van hun moeder gekregen.

'O ja hoor. Dat zal je zus vast leuk vinden.'

Bleek dat haar zus was overleden en dat de ene pop was bedoeld als herinnering voor haar moeder, die inmiddels in de zeventig was. Als die vrouw op een rommelmarkt had rondgekeken, had ze vast dezelfde poppen kunnen vinden, maar dat hebben veel mensen: het moesten per se de originele poppen zijn, ook al waren ze helemaal vuil en kapot. Aan het opknappen heb ik drie uur werk gehad, zoiets doe ik uit puur egoïsme, omdat ik het zulk leuk werk vind.

Dat is vaak het geval. In verreweg de meeste gevallen stijgt de emotionele waarde van een pop ver uit boven de financiële waarde. Een pop is voor een meisje in een bepaalde periode een soort levenspartner geweest, tegen wie het alles heeft gezegd en bij wie het troost heeft gevonden als bijvoorbeeld haar moeder boos op haar was. Ik denk dat het veel vrouwen heel wat waard zou zijn als ze hun pop van vroeger weer terug zouden hebben, met uitzondering van Barbie. Die zouden ze misschien wel terug willen hebben, omdat de oude Barbiepoppen veel geld waard zijn geworden, maar ik geloof niet dat meisjes een heel innige band met dat popje hebben. Dat had ik in elk geval niet. Ik vond als kind al Barbie een enge pop met vreemde ogen, te lange benen en te grote tieten. Een pop moet een hoog knuffelgehalte hebben en Barbie kun je alleen maar aan- en uitkleden.

Dat de meeste poppen op een gegeven moment verdwijnen, is overigens vaak niet de schuld van het kind, maar komt doordat hun moeder de pop heeft weggegooid of weggegeven aan een nichtje of aan het buurmeisje. Als kind denk je daar niet aan. De herinnering komt pas tientallen jaren later weer boven, meestal als het te laat is. Hoewel, helemaal zeker weet je dat nooit. Mijn middelste zoon van 28 wilde voor zijn vierde verjaardag een poppenwagen om daarin zijn aap rond te rijden. Ik hoor mijn familieleden nog zo half verwijtend zeggen: 'Een poppenwagen, jij maakt een mietje van die jongen.'

Nou ja, we hebben hem die poppenwagen toch gegeven en er een rood-wit geblokt dekentje in gedaan, dezelfde als in de poppenwagen van zijn oudere zusje lag. Zo liepen ze samen door het huis. Zij met haar pop en hij met zijn aap.

Tegenwoordig is mijn zoon twee meter en zes centimeter lang en een macho van heb ik jou daar. Laatst vroeg hij of ik dat aapje nog had. Dat had ik niet.

De pop van mijn dochter had ik nog wel.

'Wil jij die nog hebben?', vroeg ik haar.

'Wat moet ik daar nou mee? Gooi toch weg die ouwe troep.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden