Opinie

'Het is weer tijd voor een grote coalitie'

Het wankele evenwicht van de gedoogconstructie en het breedgedragen Kunduz-akkoord maken één ding in ieder geval duidelijk, vinden Maarten Rothman en Davied van Berlo: het is tijd voor een grote coalitie met een groot akkoord.

ChristenUnie-leider Arie Slob (L) en D66-leider Alexander Pechtold na afloop van het overleg op 9 mei. De Kunduz-coalitie, onder leiding van demissionair minister van Financien Jan Kees de Jager, komt bij elkaar om meer details te bespreken over het akkoord dat gesloten is.Beeld ANP

De verkiezingen zijn nog een paar maanden weg, maar nu de PVV zichzelf politiek buitenspel heeft gezet, ligt een coalitie door het midden voor de hand. Krijgen we een nieuw vechtkabinet of zetten we eindelijk weer eens een stap naar de toekomst?

In de nasleep van het begrotingsakkoord vliegen de beschuldigingen over en weer. De politieke partijen brengen zichzelf vast in stelling voor de verkiezingen van september en zetten zich tegen elkaar af. Dat zal de komende maanden niet minder worden, eerder meer. Maar op 13 september zullen ze ook weer met elkaar rond de tafel gaan en tot een vergelijk moeten komen.

CDA, VVD èn PvdA
De kans dat de drie voorheen grote partijen, CDA, VVD en PvdA, elkaar treffen aan die onderhandelingstafel is groot. Waarschijnlijk is de steun van alle drie deze partijen nodig om een levensvatbaar kabinet te smeden. Behaalden de drie veertien jaar geleden gezamenlijk nog 112 zetels, in de huidige peilingen halen ze niet eens meer een meerderheid. Maar een kabinet zonder CDA, VVD en PvdA is nog onwaarschijnlijker.

Even rekenen. Links haalde in Nederland nog nooit een meerderheid. De zetelverdeling is door de jaren heen heel constant 70-80 in het voordeel van rechts. Maar ook rechts kan niet opnieuw een kabinet vormen: de PVV is geen betrouwbare partner gebleken en wordt nu door alle partijen gemeden. Aangezien zowel linksom als rechtsom geen meerderheid te vinden is, ligt de oplossing in het midden.

De PvdA zal de neiging hebben om de SP te betrekken bij de coalitievorming om steun en rugdekking op links te krijgen. Tot op heden stond die partij echter te ver van het CDA en de VVD af om acceptabel te zijn als coalitiepartner. Na de recente coalitie over rechts zou dat wel heel veel flexibiliteit vergen van die partijen. De kans is groter dat een volgend kabinet wordt samengesteld uit de circa 100 zetels die CDA, CU, D66, GL, PvdA en VVD samen inbrengen.

Daarbij wordt de Kunduz-coalitie veelvuldig genoemd als levensvatbare optie. In de recente peiling van De Hond behalen VVD, CDA, CU, D66 en GL 77 zetels en het eerste akkoord is al gesmeed. Er kleven echter ook nadelen aan deze optie. Willen we weer een kabinet met een nipte meerderheid? Een coalitie van vijf partijen is lastig te formeren en bijeen te houden, zeker als die steunt op drie kleine partijen waarvan er twee slecht in hun vel zitten (lees: laag in de peilingen staan).

Daar staat tegenover dat met de PvdA waarschijnlijk een comfortabele meerderheid gehaald kan worden. Daarbij is het voor links ook wel handig dat de PvdA niet meedeed aan het akkoord van vorige week. Zo is de partij vrijer om te onderhandelen en het resultaat misschien wat meer naar links te trekken. Overigens moet de PvdA wel uitkijken dat ze zich in de tussentijd niet isoleert. Aanvallen op het begrotingsakkoord zijn prima, maar aanvallen op de integriteit van andere partijen, zoals suggesties dat de PvdA bewust is buitengesloten, voegen alleen maar extra spanningen toe aan de coalitieonderhandelingen straks.

Omgekeerd kan de deelname van GroenLinks aan het akkoord ook heel goed uitpakken. De partij heeft al tweemaal laten zien tot electorale risico's bereid te zijn als daar politieke verantwoordelijkheid tegenover staat. Zo wordt GroenLinks ook voor rechts een acceptabele regeringspartner. In coalitieonderhandelingen staat links straks sterker als twee of drie linkse partijen meepraten, zodat niet elk winstpunt op links wordt gezien als een concessie van rechts aan de PvdA. De PvdA hoeft dan minder namens zichzelf te eisen (er is genoeg overlap met GL) en CDA en VVD kunnen het gemakkelijker uitleggen aan hun achterban.

Het begrotingsakkoord heeft bovendien een aantal deuren geopend. Zo kunnen VVD en, in minder mate, CDA zich niet meer voordoen als kampioen-beschermer van de hypotheekrenteaftrek. Ze verliezen daarmee een deel van hun oude verkiezingsretoriek en een onderhandelingsitem waarvoor ze tijdens de coalitiebesprekingen veel terug hadden kunnen vragen. Maar ook het ontslagrecht staat nadrukkelijk (mede door de verzwakte vakbeweging) weer op de agenda.

Groot Akkoord
Uiteraard weten we pas op 13 september hoe de vlag er echt bijhangt. De kans is echter groot dat de cijfers links en rechts zullen dwingen om bij elkaar te gaan zitten. Het risico van een vechtkabinet is dan groot. Gedwongen door de uitslag en 'in het belang van de natie' komen de partijen tot een vergelijk, maar de liefde is ver te zoeken. Zo'n kabinet heeft Nederland, onder Balkenende en Bos, recent nog gehad. Een oplossing voor de grote problemen van de verzorgingsstaat in de 21e eeuw kwam er niet, over elk detail werd gesteggeld en de verhoudingen zijn voor jaren verziekt.

Er is echter ook een andere optie. Als links en rechts er dan toch samen uit moeten komen, waarom dan niet kiezen voor de toekomst? De verzorgingstaat is in een chronische crisis beland. De politieke polarisatie van de afgelopen decennia heeft ervoor gezorgd dat op verschillende gebieden (gezondheidszorg, woningmarkt, arbeidsmarkt) een patstelling is ontstaan. De problemen zijn ondertussen niet kleiner geworden, maar door de economische crisis eerder verergerd. Dat vraagt om een doorbraak.

Dertig jaar geleden, op 24 november 1982, sloot het kabinet-Lubbers een overeenkomst met werkgevers en werknemers: het Akkoord van Wassenaar. De uitruil: loonmatiging tegen lastenverlaging en arbeidstijdverkorting. Het akkoord hield ruim tien jaar stand en hielp Nederland de crisis van de jaren tachtig door te komen. De situatie lijkt op die van vandaag: Nederland was toen al jaren politiek gepolariseerd en kwam ook nog in een diepe economische crisis terecht. Waarom zouden we in 2012 niet hetzelfde kunnen doen?

De drie belangrijke ingrediënten van zo'n nieuw sociaal akkoord zijn al jaren bekend. De woningmarkt moet toegankelijker worden voor starters en de hypotheekrenteaftrek hervormd. Hier heeft links veel te winnen, vooral omdat de hypotheekrenteaftrek in zijn huidige vorm zeer denivellerend werkt. Het zou al veel helpen als het toptarief omlaag werd gesteld. Op de arbeidsmarkt moet de toenemende kloof tussen vaste baan en flexwerk worden overbrugd. Dat vergt concessies op het gebied van ontslagrecht. De vakbeweging is verdeeld. Rechts wil dit punt graag binnenhalen. Gun het ze. Zolang het de werkgelegenheid en vooral de doorstroom van flexwerk naar vaste baan maar bevordert. Het derde punt is de gezondheidszorg. Ook hier staat veel op het spel: kwaliteit, stijgende kosten, het beroep dat een groeiend aantal ouderen (de babyboomers) er de komende jaren op zal gaan doen. Het is in ieders belang om het goed en bestendig te regelen.

Deze onderwerpen zullen op tafel liggen als wordt gesproken over een nieuw regeerakkoord. Diezelfde onderwerpen lagen er immers ook al bij de vorige rondes coalitiebesprekingen. Toen zijn ze niet opgelost. Linkse en rechtse politici hadden de moed niet voor een package deal, een uitruil zoals Lubbers die in 1982 wel aandurfde. Zijn de grote partijen nu wel in staat om over hun schaduw heen te stappen? Dat is de vraag. De politieke verhoudingen dwingen hen er in ieder geval toe om met drie, vier of mogelijk vijf middenpartijen om tafel te gaan zitten. CDA en PvdA doen er goed aan om zich de pijnlijke ervaring te herinneren van het vechtkabinet waar ze onder Balkenende samen inzaten. Beter om te geven en te nemen dan dat te herhalen.

Het Kunduz-akkoord is niet heilig. Het is wel een eerste stap naar samenwerking tussen links en rechts onder moeilijke omstandigheden. CDA en VVD weten nu dat ze meer kans hebben op structurele hervormingen door samen te werken met links dan met de PVV. D66 en GroenLinks weten dat ze regierungsfähig zijn. Ze weten ook dat ze sterker staan als de PvdA meedoet aan de onderhandelingen. De PvdA weet dat ze weer buitenspel kan komen te staan als het zich te verongelijkt toont.

De omstandigheden zijn gunstig voor een grote coalitie, al is het maar omdat er eigenlijk geen alternatief is. Of er ook een groot akkoord komt, hangt af van de instelling van de onderhandelaars. Laten ze zich bedenken dat ze een historische kans hebben om de polarisatie van de afgelopen decennia te verbreken en afspraken te maken voor een generatie.

Maarten Rothman is politicoloog en Davied van Berlo is historicus.

 
Overigens moet de PvdA wel uitkijken dat ze zich in de tussentijd niet isoleert. Aanvallen op het begrotingsakkoord zijn prima, maar aanvallen op de integriteit van andere partijen, zoals suggesties dat de PvdA bewust is buitengesloten, voegen alleen maar extra spanningen toe aan de coalitieonderhandelingen straks.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden