'Het is verdomme toch televisie?'

Hij heeft iets met gewoonheid, zegt hij. Dat had hij met De Jong in uitvoering. En dat zal hij ook hebben met zijn nieuwe reeks late night-shows voor de VPRO, waarmee hij maandag begint: Pakhuis de Jong....

Maud Effting

ALS Wilfried de Jong zelf zijn gasten moest vragen, dan zou er niemand komen. 'Bellen, dat kan ik niet', zegt hij. 'Ik durf geen mensen te regelen. Als iemand tegen me zegt dat het hem slecht uitkomt, dan zeg ik onmiddellijk: dan moet je het vooral niet doen.'

Met sportinterviews vergaat het hem net zo. 'Ik durf nooit naar die mensen toe. Af en toe zie ik in De Kuip mensen die ik heb geïnterviewd. Voetballers, trainers. Dan kruip ik heel diep weg in mijn kraag. Daar voel ik me heel ongemakkelijk bij. Laat ik maar gewoon wegblijven, denk ik dan.'

Maar als het om het interview zélf gaat, dan ligt het anders. Dan is presentator De Jong (43) bijdehand. Ad rem. En een beetje vreemd.

Gasten voor zijn programma plaatst hij bij voorkeur in bizarre situaties. Hij zet ze in de lift, en kijkt alleen maar. Hij laat ze tien minuten live in beeld niksen op de grond voor een koelkast. Of hij gaat iets met ze doen. Zo liet hij wielrenner Michael Boogerd de 'nachtelijke ronde van Pernis' rijden. Althans, Boogerd fietste op een fietsje voor een scherm waarop bewegende beelden van Pernis werden gedraaid. Als in een jarenvijftigfilm.

De Jong zat naast hem voor het scherm, en speelde voor ploegleider. 'Op weg naar het programma dacht ik: ik neem een washandje mee. Om hem schoon te maken onderweg. Verder had ik een banaan bij me, en een oude kaart van Rotterdam. Ik had geen vragen in mijn hoofd. Ik had niks. Alleen dat washandje, die banaan en die kaart.'

Boogerd vertelde mooie dingen. 'Over zijn uiterlijk, over wielrennen, over het leven. Ik merkte dat hij ervan opknapte. Hij zat niet in een strak interview in een pak dat hem niet lekker zat, maar op de fiets. Daardoor ontstond er vrijheid.'

In het Rotterdamse café Dudok zit Wilfried de Jong druk bewegend op een bankje. Hij ziet alles: een rare duim, een gek vlekje - en raakt de duim en het vlekje meteen even aan. Dat is Wilfried de Jong. Ideeën bedenken, en snel reageren. Als zijn broodje kaas komt, ziet hij daar onmiddellijk iets vreemds in. Zijn broodje kaas is geen broodje kaas: het heeft ook een blaadje sla en een tomaat, die hij er prompt af gooit.

Vanaf maandag presenteert hij een nieuwe reeks late night-programma's voor de VPRO: Pakhuis de Jong. Een halfjaar lang ontvangt hij wekelijks live gasten uit de politiek, de sport, de media, de kunst, het zakenleven. Het is een vervolg op De Jong in uitvoering, het programma dat hij vorig seizoen presenteerde. Alleen is hij nu verhuisd van de Van Nelle-fabriek naar het voormalige pakhuis Las Palmas in Rotterdam.

De Jong is televisiemaker, maar ook theatermaker, radiomaker, journalist en schrijver. Hij schreef onder meer voor Het Vrije Volk, werkte bij Radio Rijnmond en debuteerde onlangs met zijn verhalenbundel Aal. Vanaf zijn 27ste trok hij samen met Martin van Waardenberg als het anarchistische theaterduo Waardenberg & De Jong door Nederland. Ze zochten fysieke grenzen op, duwden elkaar met het hoofd zo lang mogelijk onder water, hingen ongezekerd in balkonnen, sloegen met skippyballen op het hoofd van de ander. In 1994 ging het mis: hij viel van zes meter hoogte uit een katrol, brak zijn heup en verbrijzelde zijn pols. Maar hij herstelde.

Voor televisie maakte hij Sportpaleis de Jong, waarvoor hij een eervolle vermelding kreeg van de Nipkow-jury. In het programma lagen oud-sporters bloot bij hem op de massagetafel, met slechts een handdoekje over hun edele delen, en vertelden over hun lichaam en hun littekens.

ALS interviewer bereidt hij zich minutieus voor. Om vervolgens alles weg te gooien en zonder papiertje op zijn gast af te stappen. 'Ik heb geen acht vragen die tot een goeie slotvraag leiden', zegt hij. 'In interviews ben ik zoekend. Je kunt maar beter een echt gesprek hebben.

'Als journalist moet je dienstbaar zijn. Zorgen dat mensen uit een keurslijf komen. Als ik me niet op mijn gemak voel, mogen mensen dat best zien. Dat is juist mooi. Dat verwacht ik van mijn gasten ook. Het mooiste moment is toch als iemand even breekt. Daar zit je als kijker op te wachten.

'Maar ik ben geen douwer. Ik hoef niet zo nodig iemand om zeep te helpen. Al word ik wel kribbig als mensen geen mooie taal spreken. Toen wielrenster Ingrid Haringa in mijn programma voortdurend het woord 'stukje' gebruikte, ontplofte ik. Een stukje bezigheid naar de mensen toe. Daar val ik mensen wel op aan, ja.'

Zijn programma is een talkshow die geen talkshow is. Geen publiek, geen studio, geen grote tafel met gasten eromheen. De Jong houdt dan wel gesprekken, maar net zo makkelijk voert hij toneelstukjes op met een gast. Zo was staatssecretaris Rick van der Ploeg ooit zijn taxichauffeur.

De Jong houdt van absurde, veelal lichamelijke details. In zijn boek Aal slikt een jongen die graag aan dieren likt, bijvoorbeeld per ongeluk een paling in en probeert hij hem in leven te houden door wormen te eten. Ook op tv wil hij details vatten. Zijn cameraman zoomt graag in, 'stroopt' mensen af. Want beeld is voor De Jong evenveel waard als inhoud. 'Het is verdomme toch televisie? Dat apparaat is uitgevonden om mooie beelden te maken. Doe er dan ook je best voor, vind ik. Maak dan wat moois.'

Dat hij in eerste instantie voor een sportprogramma koos, is niet zo vreemd. In sport komt alles samen, vindt hij. Vaak betekent dat: tranen. 'Er hoeft maar iemand tegen alle verwachting in de honderd meter sprint te winnen, en ik ga voor gaas. O, man. Toen Arancha Sanchez tien jaar geleden opkwam en voor het eerst Roland Garros won... Tranen met tuiten heb ik gehuild. En Capriati. Dat hou ik gewoon niet droog.'

Zijn ideeën komen vooral tijdens het rondhangen. 'Met Waardenberg & De Jong hadden we een enorme repetieruimte gehuurd. Er lag een lekke voetbal en een bezem. De eerste week waren we alleen maar aan het bezemen en met die bal naar elkaar aan het schieten. De héle tijd voetballen. Op vrijdagavond gingen we nog een broodje halen bij de snackbar. Zagen we een man een enorme lijst bestellen. Mart zei: jezus man, dat is goed. Dat werd uiteindelijk een wereldscène.'

De Jong, die aan de sociale academie studeerde, leerde Van Waardenberg kennen op een kamp met jongeren uit tehuizen, dat hij samen met hem leidde. 'Op de eerste dag gingen we voetballen. Martin en ik houden van hard voetbal, dus er werd flink geschopt. Maar op een gegeven moment was Keesje kwijt. Die vonden we toen op de boerderij naast ons, met een bijl in zijn handen. Hij was in een boom aan het hakken, want hij wilde weleens een boom om zien gaan.

'We pakten die bijl natuurlijk af, maar achter zijn rug om vond ik het geweldig. Ik kwam niet meer bij. Ik kon er eigenlijk ook nooit boos om worden. Ze waren veel te leuk.' Toch stopte hij, omdat zijn normale werk vooral bestond uit wachten. Op telefoontjes van mensen in psychische nood. ' Maar die telefoon ging heel vaak niet. Sterker nog: eigenlijk ging hij nooit. Ik had gelukkig een collega die inspirerend over Baudelaire kon vertellen, maar ik werd gek van die stille telefoon. Ik moest eruit.'

HIJ 'prijst zich gelukkig' dat hij in de wereld van de 'gewone mensen' heeft verkeerd, mede door zijn journalistieke werk. 'Ik heb daar wat mee. Niet dat ik me voorsta op een arbeidersafkomst - mijn vader had een diepvriesgroothandel - maar ik heb daar wel veel affiniteit mee.'

In Pakhuis de Jong probeert hij gewoonheid te betrappen. Door stiltes te laten vallen bijvoorbeeld. 'Op tv ziet het er bijzonder uit als mensen even niks zeggen. Dat maakt iemand gewoon. Een minister zit ook weleens zomaar een beetje in een hoek.'

Hij fantaseert door: 'Ik denk dat minister Zalm een streepjespyjama heeft en 's avonds tegen zijn vrouw zegt: ga jij maar vast in bed liggen, dan kijk ik nog even Teletekst. Ik zie hem daar dan al staan, met zijn hand tussen het elastiek van zijn broek, en dan nog even zappen.'

Dit weekend bepaalt hij pas wat hij precies gaat doen in Pakhuis de Jong. Belangrijk is het evenwicht te vinden tussen vorm en inhoud. Dat liep vorig jaar nog weleens mis. 'Soms gebeurde er zo veel in beeld, dat het gesprek niet meer te volgen was. Dat betekent dus dat je de volgende keer maar géén gesprek moet doen. Of wel een gesprek en rustiger camerawerk. Dat heb ik dan geleerd na een jaar televisiemaken. Dat dat beter is.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden